Выбрать главу

Nog vier paarden werden snel ontlast, en dat deed de verzameling zo groeien dat die zeker een grote feestvreugde in de Toren zou hebben veroorzaakt. Zelfs zonder iemand om de ter’angrealen te bestuderen. Ze waren er in alle denkbare vormen. Kommen, schalen en vazen, geen twee van hetzelfde ontwerp of hetzelfde materiaal. Een platte, door de wormen aangevreten doos, die half uit elkaar viel en waarvan de onbekende bekleding al lang geleden tot stof was vergaan. Deze bevatte sieraden – een ketting, armbanden met gekleurde stenen, een dunne met edelstenen bezaaide ceintuur, verschillende ringen – en er waren vakjes voor meer. Elk ervan was een ter’angreaal, en ze pasten allemaal bij elkaar en waren bedoeld om tegelijk te worden gedragen. Elayne kon zich niet voorstellen waarom een vrouw er zoveel tegelijk zou willen dragen. Aviendha vond een dolk waarvan het ruwe hertshoornen heft omwikkeld was met gouddraad; het lemmet was bot en leek dat altijd geweest te zijn. Ze bleef het mes maar in haar vingers ronddraaien – haar handen begonnen zelfs te beven – tot Elayne het mes afpakte en bij de andere spullen op het putdeksel legde. Zelfs toen bleef Aviendha er nog naar kijken, haar lippen aflikkend alsof ze droog aanvoelden. Er waren vingerringen, oorringen, kettingen en gespen. Er waren beeldjes en figuurtjes van vogels, dieren en mensen, verschillende messen die wel scherp waren en een handvol grote halszegels van brons of staal met heel vreemde patronen. Geen enkele toonde een afbeelding waaruit Elayne iets kon opmaken. Een paar merkwaardige hoeden die kennelijk uit metaal bestonden, maar te bewerkelijk of te dun voor helmen, en nog een groot aantal voorwerpen waarvan ze niet wist hoe ze die zou moeten noemen. Een polsdikke staaf, felrood en gepolijst en afgerond, die eerder stevig dan hard aanvoelde, al leek hij van steen. De staaf werd in haar hand niet een beetje warmer, maar voelde zelfs heet aan! Geen echte hitte, zoals de warmte ook niet echt was, maar toch! Wat was dat stel ballen van metaaldraad, de ene binnen de andere? Elke beweging veroorzaakte een zacht muzikaal getinkel, elke keer een andere toon, en ze had het gevoel dat hoe goed ze ook keek, er daarbinnen steeds weer een kleinere bal op ontdekking wachtte. Een voorwerp wat leek op een herbergpuzzel, gemaakt van glas? Het was zo zwaar dat ze het liet vallen, en het brak een stuk van de rand van het putdeksel af. Het was een verzameling die elke Aes Sedai zou verbazen. Belangrijker was dat ze bovendien nog twee angrealen vonden. Die legde Elayne heel zorgvuldig opzij, binnen handbereik. De ene was een merkwaardig sieraad, een gouden armband met vier platte kettinkjes met daaraan weer ringen. Het geheel was gegraveerd met een ingewikkeld doolhofachtig patroon. Dat was de sterkste angreaal, sterker dan de schildpad die nog steeds in haar buidel zat. Hij was gemaakt voor een kleinere hand dan die van haar of Aviendha. Vreemd genoeg was de armband voorzien van een slotje met een heel klein, rond sleuteltje dat aan een fijn kettinkje hing. Het was duidelijk zo gemaakt dat het kettinkje met de sleutel verwijderd kon worden. De andere angreaal was van door de tijd donker geworden ivoor en beeldde een vrouw in kleermakerszit uit. Haar uitstekende knieën waren bloot maar ze had zulk lang, prachtig haar dat zelfs een mantel van de zwaarste stof haar niet beter zou hebben bedekt. Deze was minder sterk dan de schildpad, maar ze vond het een heel aantrekkelijk beeldje. Een hand rustte op een knie met de palm naar boven, waarbij de top van de middelvinger de duim aanraakte; de andere hand werd omhoog gehouden met de wijs- en middelvinger opgestoken en de andere vingers gebogen. Het hele beeldje deed zeer eerbiedwaardig aan, terwijl het fijnbesneden gezichtje toch plezier en verrukking toonde. Misschien was het voor één vrouw in het bijzonder gemaakt. Het leek persoonlijk te zijn. Misschien deden ze dat, in de Eeuw der Legenden. Sommige ter’angrealen waren immens, zodat mannen en paarden, of zelfs de Kracht, nodig waren om ze te vervoeren, maar de meeste angrealen waren zo klein dat iemand ze in een beurs kon meedragen. Niet allemaal, maar de meeste wel. Ze trokken juist het doek van een ander stel manden, toen Nynaeve met grote stappen aan kwam benen. De Zeevrouwen kwamen uit een van de gebouwen, maar strompelden niet meer. Merilille praatte met Renaile, hoewel de windvindster feitelijk het woord had en Merilille luisterde. Elayne vroeg zich af wat daarbinnen gebeurd was. De Grijze zuster zag er niet langer voldaan uit. De groep Kinsvrouwen was gegroeid, maar juist toen Elayne opkeek kwamen er nog drie aarzelend het erf op, en twee anderen stonden aan de rand van de olijfgaard en keken weifelend rond. Ze kon Birgitte ergens in de bosjes voelen, nauwelijks minder verstoord dan eerst. Nynaeve keek vluchtig naar de verzameling ter’angrealen en trok aan haar vlecht. Ze was haar hoed ergens kwijtgeraakt. ‘Dat kan wachten,’ zei ze, geërgerd. ‘Het is tijd.’

5

De storm barst los

Tegen de tijd dat ze het uitgesleten kronkelpad naar de top van de steile heuvel boven de schuren hadden beklommen, was de zon iets meer dan halverwege de einder. Dit was de plek die Renaile had uitgekozen. Een verstandige plek, zei Elaynes kennis van werken met het weer, die ze indertijd van een windvindster had opgedaan. Als je iets buiten je onmiddellijke omgeving wilde veranderen, werkte je dus over grote afstanden, wat inhield dat je heel ver moest kunnen kijken en dat was op de oceaan veel gemakkelijker dan op het land. Tenzij je beschikte over een berg of een heuveltop. Je moest ook bedreven zijn om hoosbuien, wervelwinden en het Licht mocht weten wat nog meer te voorkomen. Wat je ook deed, de gevolgen ervan verspreidden zich als rimpels in een vijver na het gooien van een steen. Ze had beslist geen verlangen om de cirkel te leiden die de Schaal zou gebruiken.

De heuveltop was vrij van struikgewas en plat, maar niet vlak. Het was een ruw stenen oppervlak, vijftig pas lang en breed, met genoeg ruimte voor iedereen die erbij moest zijn, en voor sommigen die dat feitelijk niet hoefden. Ruim vijftig pas boven de boerderij besloeg het weidse uitzicht duizenden spannen: een lappendeken van boerderijen en weilanden, bossen en olijfgaarden. Veel te veel bruin en verwelkt geel vermengden zich met honderden tinten groen; het wees nadrukkelijk op de noodzaak van wat ze gingen doen, maar zelfs nu werd Elayne getroffen door de schoonheid ervan. Ondanks het stof, dat als een vage wolk boven de grond hing, kon ze zo ontzettend ver kijken! Het land was hier behoorlijk vlak, op een paar heuvels na. Zelfs met de Ene Kracht lag Ebo Dar in het zuiden uit het zicht, maar toch leek het of ze de stad kon zien als ze iets meer moeite zou doen. Met een beetje inspanning kon ze beslist de Eldar ontwaren. Een schitterend uitzicht. Niet iedereen was erin geïnteresseerd. ‘Een uur verknoeid,’ bromde Nynaeve, met een boze blik op Reanne naast haar. Op zowat iedereen. Nu Lan er niet bij was, leek ze de kans om haar gemoed te luchten aan te grijpen. ‘Bijna een uur. Misschien meer. Volkomen verspild. Ik moet toegeven dat Alise best bekwaam is, maar je zou toch denken dat Reanne wéét wie er aanwezig is! Licht! Als die dwaze vrouw weer flauwvalt..!’ Elayne hoopte dat ze zich nog even inhield. Het zag ernaar uit dat het een flinke storm zou worden als ze haar drift niet beteugelde. Reanne probeerde opgewekt en geestdriftig te blijven kijken, maar haar handen rustten geen ogenblik en bleven maar plukken en gladstrijken. Kirstian klemde haar rok stijf vast en zweette, kennelijk op het punt om haar maag te legen. Bij een blik van onwillekeurig wie, begon ze al te trillen. De derde van de Kinne, Garenia, was een Saldeaanse koopvrouw met een forse neus en een brede mond. Ze was klein en slank, sterker dan de andere twee, en ze leek niet veel ouder dan Nynaeve. Haar bleke gezicht glom vettig van het zweet, en haar donkere ogen werden steeds een beetje groter wanneer ze op een Aes Sedai vielen. Volgens Elayne zou zijzelf misschien heel gauw ontdekken of iemands ogen echt uit het hoofd konden rollen. Gelukkig kreunde Garenia niet meer, wat ze de hele weg omhoog had gedaan.