Dertig pas boven haar zat Aviendha ook op handen en knieën. Ze viel bijna om toen ze een hand ophief om het bloed weg te vegen dat over haar gezicht stroomde, maar ze bleef naarstig zoeken. Haar blik viel op Elayne, en verstijfde en staarde. Elayne vroeg zich af hoe slecht ze eruitzag. Toch niet erger dan Aviendha. Aviendha’s rokken waren half weg, haar lijfje was er bijna afgerukt, en overal waar ze huid zag, scheen bloed te zijn.
Elayne kroop naar haar toe. Met dat hoofd van haar scheen dat een stuk makkelijker dan op te staan en te lopen. Toen ze dichterbij kwam hijgde Aviendha van opluchting.
‘Je bent er nog,’ zei ze, en raakte met bebloede vingers Elaynes wang aan. ik was zo bang. Zo bang.’
Elayne knipperde verbaasd met haar ogen. Wat ze van zichzelf kon zien scheen er al even slecht uit te zien als bij Aviendha. Haar eigen rokken waren nog heel, maar de helft van haar lijfje was weggerukt, en ze scheen uit tientallen schrammen te bloeden. Ze was niet opgebrand. Ze huiverde bij die gedachte. ‘We zijn er allebei nog,’ zei ze zacht.
Een eind verder veegde Birgitte haar mes schoon aan de manen van Aviendha’s paard. Toen kwam ze overeind naast het roerloze dier. Haar rechterarm hing omlaag, haar jas was weg, evenals een laars, en de rest van haar kleding was gescheurd, en ze zat onder net zoveel bloed als henzelf. De pijlschacht die uit haar dij stak scheen haar ergste verwonding te zijn. ‘Zijn rug was gebroken,’ zei ze, naar het paard aan haar voeten gebarend. ‘Ik geloof dat die van mij nog gezond is, maar het laatste dat ik van hem zag was dat hij wegrende met een snelheid waarmee je de Krans van Megairil kon winnen. Heb altijd al gedacht dat hij snelheid had. Leeuwin.’ Ze haalde haar schouders op en kreunde even. ‘Elayne, Leeuwin was dood toen ik haar vond. Het spijt me.’
‘We zijn in leven,’ zei Elayne ferm, ‘daar gaat het om.’ Ze zou later tranen hebben voor Leeuwin. De rook boven de heuveltop was dun, maar verspreidde zich over een groot gebied, ik wil heel nauwkeurig in ogenschouw nemen wat ik heb aangericht.’ Ze moesten zich aan elkaar vasthouden om overeind te blijven, en het moeizaam beklimmen van de heuvel was een aaneenschakeling van gehijg en gekreun, zelfs van Aviendha. Ze klonken alsof ze bijna doodgeranseld waren – wat weleens het geval kon zijn, dacht Elayne – en zagen eruit alsof ze een slachthuis doorwaad hadden. Aviendha klemde haar angreaal nog steeds in haar vuist, maar zelfs als zij of Elayne meer dan hun geringe Talent in Heling hadden gehad, hadden ze geen van beiden de Bron kunnen omhelzen, laat staan geleiden. Boven aan de heuvel bleven ze leunend op elkaar staan en staarden naar de verwoesting.
Vuur omringde de weide, maar het hart ervan was een uitgebrande, smeulende hoop waar alles was weggeblazen, zelfs de rotsen. De helft van de bomen op de omringende hellingen was gebroken of omgevallen. De stammen lagen van de weide afgekeerd. Er kwamen haviken aan, die de hete lucht bereden die van het vuur omhoogrees. Haviken jaagden vaak op deze manier, spiedend naar kleine dieren die door de vlammen het open veld op werden gedwongen. Van de Seanchanen was geen spoor te bekennen. Elayne wenste dat er lichamen waren, zodat ze er zeker van kon zijn dat ze allemaal dood waren. Vooral alle sul’dam. Maar toen ze naar beneden blikte, naar de brandende en rokende grond, was ze ineens blij dat ze geen bewijs zag. Het was een verschrikkelijke manier om te sterven. Het Licht zij hun ziel genadig, dacht ze. Al hun zielen. ‘Wel,’ zei ze hardop, ‘ik deed het niet zo goed als jij, Aviendha, maar ik neem aan dat het goed uitpakte, de omstandigheden in aanmerking genomen. Ik zal de volgende keer proberen het beter te doen.’ Aviendha keek haar schuins aan. Er zat een schram op haar wang, en een op haar voorhoofd, en een lange die haar hoofdhuid openlegde. ‘Je hebt het veel beter gedaan dan ik, voor een eerste keer. Ik kreeg de eerste keer een eenvoudige verknoping in een stroom van Wind. Het kostte me vijftig pogingen om die te ontweven zonder dat ik een donderslag in mijn gezicht kreeg, of een dreun die mijn oren deed suizen.’
‘Ik neem aan dat ik met iets eenvoudigers had moeten beginnen,’ zei Elayne. ik heb de gewoonte om er boven mijn macht in te duiken.’ Boven haar macht? Ze was gedoken zonder te zien of er wel water was! Ze onderdrukte een gniffel, maar niet na een pijnlijke steek in haar zij. In plaats van te gniffelen kreunde ze door haar tanden heen. Ze meende dat er een paar loszaten. ‘We hebben tenminste een nieuw wapen gevonden. Daar zou ik misschien niet zo gelukkig mee moeten zijn, maar dat ben ik wel, nu de Seanchanen terug zijn.’
‘Je begrijpt het niet, Elayne.’ Aviendha gebaarde naar het midden van de weide, waar de poort had gestaan. ‘Dat kon niet meer dan een lichtflits zijn geweest, of zelfs minder. Je kan daar nooit zeker van zijn, tot het gebeurt. Wil je opbranden riskeren vanwege een lichtflits, het opbranden van jezelf en iedere geleidster binnen honderd pas, of zelfs verder weg?’
Elayne staarde haar aan. Ze was gebleven terwijl ze dat wist? Het was één ding om je leven in de waagschaal te stellen, maar het riskeren van je vermogen... ik wil dat we elkaar aannemen als eerstzusters, Aviendha. Zodra we Wijzen vinden.’ Wat ze met Rhand moesten beginnen kon ze zich niet voorstellen. De gedachte alleen al dat ze hem allebei zouden trouwen – en Min ook! – was nog erger dan belachelijk. Maar hiervan was ze zeker, ik hoef niets meer van je te weten. Ik wil je zuster zijn.’ Zacht kuste ze Aviendha’s bebloede wang.
Ze had gedacht dat ze Aviendha een keer eerder op haar hevigst had zien blozen. Zelfs Aiel-geliefden kusten elkaar niet in het zicht van anderen. Vurige zonsondergangen verbleekten naast Aviendha’s gezicht. ik wil je ook als mijn zuster,’ mompelde ze. Ze slikte heftig en, terwijl ze naar Birgitte gluurde, die voorgaf hen niet te zien, boog zich naar Elayne over en drukte snel haar lippen op haar wang. Om dat gebaar hield Elayne minstens evenveel van haar als om de rest. Birgitte had over hun schouders staan turen en misschien had ze helemaal niet gedaan alsof. ‘Er komen mensen aan. Lan en Nynaeve, tenzij ik me vergis.’
Ze keerden moeizaam om en hobbelden en struikelden en kreunden. Het scheen nogal belachelijk; helden in de verhalen raakten nooit zo gewond dat ze amper overeind konden blijven. In de verte verschenen even twee ruiters tussen de bomen. Heel even, maar lang genoeg om een lange man op een groot en snel galopperend paard te ontwaren, en een vrouw op een kleiner dier dat net zo hard reed. Voorzichtig lieten de drie zich zakken en wachtten. Dat was nog iets dat helden in verhalen nooit deden, overdacht Elayne met een zucht. Ze hoopte dat ze een koningin kon worden op wie haar moeder trots zou zijn, maar het was duidelijk dat ze nooit een heldin zou worden.
Chulein bewoog de teugels lichtjes en Segani maakte een glijbocht en draaide weg met een geribde vleugel. Hij was een goed geoefende raken, snel en behendig, en hij was haar eerste keus, hoewel ze het vliegen met anderen moest delen. Er waren altijd meer morat’raken dan raken, maar zo was het leven. Beneden bij de boerderij leken vuurbollen uit de lucht te schieten en zich in alle richtingen te verspreiden. Ze probeerde er geen aandacht aan te schenken; het was haar werk om uit te kijken voor moeilijkheden die vanuit het gebied om de boerderij heen konden komen. Er rees tenminste geen rook meer op van de plek waar Tauan en Macu in de olijfgaarden waren gesneuveld.
Ze had hier, duizend pas boven de grond, een weids uitzicht. Alle andere raken waren weg om het binnenland te verkennen. Iedere vluchtende vrouw zou worden aangehouden om te zien of ze een van degenen was die al die opwinding veroorzaakt hadden. Hoewel iedereen in deze landen die een vliegende raken zag, het waarschijnlijk op een lopen zou zetten. Het enige dat Chulein hoefde te doen was uitkijken naar moeilijkheden die deze kant op kwamen. Ze wenste dat ze het niet tussen haar schouderbladen voelde jeuken; dat betekende dat er inderdaad moeilijkheden zouden komen. Met deze snelheid was de wind van Segani’s vlucht niet zo erg, maar ze trok de touwtjes van haar met was bestreken kap aan, keek de leren veiligheidsriemen van haar zadel na, verschoof haar kristallen vliegbeschermer en trok haar handschoenen strak.