Выбрать главу

Selande deed nauwkeurig verslag en ondanks Failes sterke verlangen om er zelf te zijn geweest, moest ze erkennen dat zij bijna evenveel hadden gezien als zijzelf kon hebben gewenst. De straten van Bethal waren bijna leeg, zelfs op de drukste uren van de dag. De mensen bleven zoveel mogelijk thuis. Er druppelde wat handel de stad in en uit, maar er waren weinig kooplui die zich in dit deel van Geldan waagden. Er kwam amper genoeg van het platteland om iedereen te voeden. De meeste stadsmensen leken verstijfd, bang voor alles wat zich buiten de wallen bevond; ze zakten steeds dieper weg in lusteloze wanhoop. Iedereen hield zijn mond stijf dicht uit vrees voor spionnen van de Profeet en sloot de ogen uit angst te worden aangezien voor een verspieder. De Profeet had veel invloed. Beurzensnijders en straatschuimers waren bijvoorbeeld uit Bethal verdwenen, hoewel er vele struikrovers in de heuvels waren. Men zei dat de Profeet een dief bestrafte met het afhakken van zijn handen. Hoewel dat weer niet leek te gelden voor zijn eigen volgelingen. ‘De koningin maakt elke dag een rondrit door de stad om de moed erin te houden,’ zei Selande, ‘maar ik denk niet dat het veel helpt. Ze maakt een rondreis door het zuiden om de mensen eraan te herinneren dat ze een koningin hebben. Wellicht heeft dat elders meer opgeleverd. Naast haar soldaten is ook de Wacht aan de poortwachters toegevoegd. Misschien voelen de stadsbewoners zich er veiliger door. Totdat ze verdertrekt. In tegenstelling tot de anderen is Alliandre blijkbaar niet bang dat de Profeet de stad zal bestormen. Ze maakt elke ochtend en avond in haar eentje een wandeling in de tuinen van het paleis van heer Telabin, en ze heeft maar enkele soldaten bij zich die het grootste deel van de tijd in de keukens doorbrengen. Alle mensen in de stad lijken even bezorgd over hoe lang er nog eten zal zijn. Eerlijk gezegd, mijn vrouwe, ondanks al die wachten op de muren geloof ik dat ze Masema de hele stad met muren en al zullen overhandigen, al stond hij in zijn eentje voor de poort.’

‘Dat zullen ze zeker,’ voegde Meralda er minachtend aan toe, terwijl ze haar zwaard omgespte, ‘en tegelijk om vergiffenis smeken.’ De donkere, botmagere Meralda was even lang als Faile, maar de Tyreense boog bij een frons van Selande haar hoofd en mompelde een verontschuldiging. Niemand hoefde eraan te twijfelen wie na Faile zelf Cha Faile leidde.

Het had haar aangenaam getroffen dat ze hun rangorde niet had hoeven wijzigen. Selande was de slimste, wellicht met uitzondering van Parelean, en alleen Arella en Camaille waren sneller. Selande had echter nog iets meer, een soort gelijkmoedigheid, alsof ze de grootste vrees van haar leven reeds onder ogen had gezien, waarna niets ooit nog erger kon zijn. Natuurlijk wilde ze een echt litteken, zoals sommige Speervrouwen hadden. Faile bezat verschillende kleine littekens, de meeste waren eretekens; maar er een willen uitlokken, was dwaas. Gelukkig streefde de vrouw er niet al te ijverig naar. ‘We hebben zoals u verzocht, een kaart gemaakt, mijn vrouwe,’ besloot de kleine vrouw met een laatste waarschuwende blik op Meralda. ‘We hebben de achterkant van het paleis van heer Telabin zo goed mogelijk uitgetekend, maar ik vrees dat het niet veel meer is dan de tuinen en de stallen.’

Faile probeerde in het maanlicht niet de lijnen op het uitgevouwen papier te bestuderen. Jammer dat ze zelf niet had kunnen gaan, dan had ze binnen ook alles kunnen tekenen. Nee, gedaan was gedaan, zoals Perijn graag zei. En het was genoeg. ‘Jullie weten zeker dat niemand uitgaande wagens doorzoekt?’ Zelfs in het vale licht kon ze op vele gezichten voor haar verwarring zien. Niemand wist waarom zij een aantal van hen naar Bethal had gestuurd. Selande leek niet verward. ‘Ja, mijn vrouwe,’ zei ze kalm. Behoorlijk slim, en meer dan snel genoeg.

De wind stak even op en bladeren ruisten aan de bomen, de dode bladeren op de grond warrelden op en Faile wenste dat ze Perijns gehoor had. En zijn reuk en gezichtsvermogen. Het deed er niet veel toe als iemand haar hier met haar volgelingen zag, maar luistervinken waren een ander verhaal. ‘Je hebt het heel goed gedaan, Selande. Jullie allemaal.’ Perijn kende de gevaren hier, ze waren even echt als die verder in het zuiden. Hij kende ze, maar net als de meeste mannen dacht hij te vaak met zijn hart in plaats van met zijn hoofd. Een vrouw moest een praktische inslag hebben om haar echtgenoot uit de problemen te houden. Dat was de allereerste raad van haar moeder geweest over het huwelijksleven. ‘Bij het eerste licht keren jullie terug naar Bethal en als jullie een boodschap van mij ontvangen, doen jullie het volgende...’

Zelfs Selande leek geschokt en luisterde met grote ogen toe terwijl Faile doorging, maar niemand waagde het ertegenin te gaan. Het zou Faile hebben verbaasd als dat wel zo was. Haar aanwijzingen waren kortaf maar precies. Er zou enig gevaar bestaan, maar gezien de omstandigheden niet half zoveel als anders.

‘Zijn er nog vragen?’ vroeg ze ten slotte. ‘Begrijpt iedereen het?’ In koor antwoordde Cha Faile: ‘Wij leven om onze vrouwe Faile te dienen.’ Wat inhield dat ze haar geliefde wolf zouden dienen, of hij dat nu wilde of niet.

Maighdin bewoog onder haar dekens op de harde grond; ze kon de slaap niet vatten. Zo heette ze nu dus; een nieuwe naam voor een nieuw leven. Maighdin, net als haar moeder, en Dorlain naar een gezin op een landgoed dat ooit van haar geweest was. Een nieuw leven na een vergleden oud leven, maar de banden van het hart konden niet worden doorgesneden. En nu... Nu... Een licht gekraak van dode takken deed haar opkijken en ze zag een vage gestalte tussen de bomen door glijden. Vrouwe Faile die terugkeerde naar haar tent van waar ze ook heen gegaan was. Een leuke jonge vrouw, vriendelijk en welbespraakt. Wat de afkomst van haar man ook mocht zijn, zij was vrijwel zeker van hoge komaf. Maar jong. Onervaren. Dat kon wellicht helpen.

Maighdin liet haar hoofd terugvallen op de mantel die ze bij wijze van kussen had opgerold. Licht, wat deed ze hier? Als meid in dienst treden van een vrouwe! Nee. Ze wilde haar zelfvertrouwen in elk geval behouden. Ze kon het nog steeds vinden. Dat kon ze. Als ze maar diep genoeg groef. Haar adem stokte bij het geluid van naderende voetstappen.

Tallanvor knielde lenig naast haar neer. Hij droeg geen hemd en het maanlicht glansde op de gladde spieren van zijn borst en schouders. Zijn gezicht was gehuld in de schaduw. Een licht briesje maakte zijn haren in de war. ‘Wat is dit voor waanzin?’ vroeg hij zachtjes, in diénst treden? Wat ben je van plan? En kom niet aan met die onzin over een nieuw leven; dat geloof ik niet. Dat doet niemand.’ Ze probeerde zich om te draaien, maar hij legde zijn hand op haar schouder. Hij oefende geen kracht uit, maar hield haar even stevig vast als een juk. Licht, laat me alsjeblieft niet beven. Het Licht luisterde niet, maar gelukkig lukte het haar wel om haar stem vast te laten klinken. ‘Misschien heb je het niet gemerkt, maar ik dien nu mijn weg in deze wereld te vinden. De meid van een vrouwe zijn is beter dan dienster in een taveerne. Ga gerust alleen weg als de dienst hier je niet schikt.’

‘Je hebt je hersens of je trots niet afgezworen toen je de troon opgaf,’ mompelde hij. Lini mocht branden omdat ze dat onthuld had! ‘Als je wilt doen alsof je dat wel gedaan hebt, raad ik je aan te voorkomen dat je Lini alleen treft.’ De man grinnikte. Om haar! O, wat klonk zijn gegrinnik hemels! ‘Ze heeft Maighdin wat te zeggen en ik vermoed dat ze haar minder zacht zal aanpakken dan Morgase.’ Kwaad ging ze rechtop zitten en stootte zijn hand weg. ‘Ben je doof én blind? De Herrezen Draak heeft plannen met Elayne! Licht, het zou me al niet aanstaan als hij slechts haar naam kende. Het moet meer dan toeval zijn dat me naar een van zijn beulen heeft gevoerd, Tallanvor. Dat moet.’

‘Bloedvuur, ik wist dat het zoiets moest zijn. Ik hoopte het mis te hebben, maar...’ Hij klonk even kwaad als zij was. Hij had het recht niet om boos te zijn! ‘Elayne zit veilig in de Witte Toren, de Amyrlin Zetel zal haar echt niet in de buurt van een geleider laten komen, zelfs als die de Herrezen Draak is, dan juist niet! – en Maighdin Dorlain kan niets doen aan de Amyrlin Zetel, de Herrezen Draak of de Leeuwentroon. Het enige dat ze kan doen is een gebroken nek krijgen of een opengehaalde keel of...’