Faile schoof naast hem, legde een hand op zijn arm en schonk Alliandre een warme glimlach. ‘Dat meen je niet ernstig, mijn hart. Haar nu wegsturen? Ze is er nog maar net. Laat ons hier in de schaduw nog wat praten voor ze de terugrit moet aanvaarden. Ik weet dat je belangrijke zaken moet afhandelen.’
Met enige moeite lukte het hem haar niet aan te staren. Wat kon er nu belangrijker zijn dan de koningin van Geldan? Blijkbaar wilde ze zonder hem met Alliandre praten. Als hij geluk had, zou ze hem later de reden vertellen. Als hij geluk had zou ze hem alles vertellen. Elyas mocht denken de Saldeanen te kennen, maar Perijn had uit zichzelf geleerd dat alleen een dwaas probeerde alle geheimen van zijn vrouw op te graven. Of haar liet weten welke hij reeds had blootgelegd.
Afscheid nemen van Alliandre zou ongetwijfeld evenveel vormelijkheid vereisen als haar ontvangst, maar hij wist tenminste een overtuigende buiging te maken met zijn been iets naar achteren. Hij verontschuldigde zich voor zijn vertrek en zij maakte een diepe knix, mompelde dat hij haar te veel eer bewees, en dat was dat. Afgezien van een ruk met zijn hoofd naar Gallenne om mee te lopen. Hij betwijfelde of Faile wilde dat Gallenne bleef als ze hem weg stuurde. Waarover wilde ze Alliandre alleen spreken?
Buiten gaf de eenogige man Perijn een klap op de schouder waarvan een kleinere man struikelend zou zijn neergevallen. ‘Bloedvuur, van zoiets heb ik nog nooit gehoord! Ik kan nu echt zeggen dat ik een ta’veren aan het werk heb gezien. Waar wilde je me voor?’ En wat moest hij daar nu op zeggen?
Op dat ogenblik hoorde hij geschreeuw uit het Mayeense kamp opstijgen. Het geluid van schelden, zo luid dat de mannen uit Tweewater opstonden om tussen de bomen door te loeren, hoewel de kromming van de heuvel alles verborg.
‘Laten we eerst gaan kijken wat daar aan de hand is,’ antwoordde Perijn. Het zou hem tijd geven iets te bedenken. Over wat hij tegen Gallenne moest zeggen en over andere dingen.
Na Perijns vertrek wachtte Faile enkele ogenblikken voor ze de bedienden zei dat zij en de andere vrouwen voor zichzelf zouden zorgen. Maighdin had het zo druk met Alliandre aan te staren, dat Lini aan haar mouw moest trekken voor ze in beweging kwam. Dat moest later worden afgehandeld. Faile zette haar beker neer en volgde de drie vrouwen naar de tentopening, alsof ze hen tot haast maande maar ze bleef daar staan.
Perijn en Gallenne beenden tussen de bomen door naar het Mayeense kamp. Goed. Het grootste deel van Cha Faile zat iets verder op de grond bij elkaar. Ze ving Pareleans oog en maakte laag voor haar middel een gebaar, zodat achter haar niemand dat kon zien. Een snelle draaiende beweging, gevolgd door een gebalde vuist. Onmiddellijk braken de Tyreners en Cairhienin op in groepjes van twee en drie die zich verspreidden. De tekens van Cha Faile waren veel minder ingewikkeld dan de handtaai van de Speervrouwen, maar ze voldeden. Binnen enkele tellen omringde een onregelmatige kring van haar mensen de tent, ze zaten schijnbaar op willekeurige plekken wat te babbelen of kattenbak te spelen. Toch zou niemand binnen twintig pas van de tent kunnen komen zonder dat zij gewaarschuwd werd. Ze maakte zich de meeste zorgen over Perijn. Ze had iets indrukwekkends verwacht zodra Alliandre in eigen persoon verscheen, zij het niet wat er gebeurd was, maar hij was stomverbaasd geweest door haar eed. Als hij het in zijn hoofd kreeg om terug te keren en nog een poging te doen Alliandre te verzekeren dat ze een goed besluit had genomen... O, hij dacht echt met zijn hart, wanneer hij zijn hoofd diende te gebruiken. En met zijn hoofd, wanneer hij zijn hart hoorde te gebruiken! De gedachte deed schuld prikken. ‘Merkwaardige bedienden heb je langs de kant van de weg gevonden,’ merkte Berelain naast haar op met een toontje van spottend medeleven, en Faile schrok. Ze had de vrouw niet horen aankomen. Lini en de anderen liepen naar de karren en Lini stak een vermanende vinger op naar Maighdin. Berelain liet haar ogen van het drietal naar Faile glijden. Ze bleef zacht praten, maar de spot bleef. ‘De oudste lijkt tenminste haar taken te kennen, in plaats van erover gehoord te hebben, maar volgens Annoura is de jongste een wilder. Heel zwak, zegt Annoura, verwaarloosbaar, maar wilders veroorzaken altijd moeilijkheden. De anderen zullen wel verhalen over haar hebben, als ze het weten, en vroeg of laat gaat ze ervandoor. Dat doen wilders altijd, heb ik gehoord. Dat komt ervan als je kamermeisjes zoekt russen zwerfhonden.’
‘Ik vind ze heel geschikt,’ antwoordde Faile koeltjes. Niettemin vroeg dit om een lang gesprek met Lini. Een wilder? Zelfs een zwakke zou nuttig kunnen blijken, ik heb altijd gedacht dat jij goed zou zijn in het aannemen van bedienden.’ Berelain knipperde met haar ogen, ze wist niet wat Faile bedoelde, en die verborg zorgvuldig haar tevredenheid. Ze draaide zich om en zei: ‘Annoura, kun je ons met een ban afschermen tegen luisteraars?’
Er was weinig kans dat Seonid of Masuri gelegenheid zouden krijgen om hen met behulp van de Ene Kracht af te luisteren – ze zat te wachten op Perijns uitbarsting wanneer hij ontdekte hoe strak de Wijzen dat tweetal onder de duim hielden – maar de Wijzen zouden het zelf geleerd kunnen hebben. Faile was er zeker van dat Edarra en de anderen Seonid en Masuri helemaal uitwrongen. De kralenvlechten van de Grijze zuster tikten zachtjes toen ze knikte. ‘Klaar, vrouwe Faile,’ zei ze, en Berelains lippen persten zich even op elkaar. Heel bevredigend. De vermetelheid om het voorstellen in Failes eigen tent te laten plaatsvinden! Ze verdiende wel meer dan dat iemand tussen haar en haar raadsvrouwe kwam, maar het was bevredigend.
Kinderachtig, bekende Faile zichzelf, terwijl ze al haar aandacht nodig had voor wat nu afgehandeld diende te worden. Geprikkeld beet ze bijna op haar lippen. Ze twijfelde niet aan de liefde van haar echtgenoot, maar ze kon Berelain niet aanpakken op de manier die ze verdiende en dat dwong haar al te vaak tegen haar zin een spelletje te spelen met Perijn als speelbord. En als hoofdprijs, volgens Berelain. En Perijn gedroeg zich zo nu en dan alsof hij dat ook was. Vastbesloten zette ze alles uit haar hoofd. Hier was vrouwenwerk te doen. De praktische kanten.
Alliandre had nadenkend naar Annoura gekeken bij het noemen van de ban – ze moest beseffen dat er ernstig gepraat zou worden – maar ze zei slechts: ‘Uw echtgenoot is een indrukwekkend man, vrouwe Faile. Ik bedoel het niet beledigend als ik zeg dat zijn openhartigheid een sluwe geest verbergt. Met Amadicia voor onze deur spelen wij Geldanen Daes Dae’mar uit noodzaak, maar ik denk niet dat ik ooit zo vlug en behendig naar een beslissing ben gedanst als door uw heer. Iets van dreiging hier, een frons daar. Een zeer indrukwekkend man.’ Ditmaal kostte het Faile enige moeite om te glimlachen. Deze zuiderlingen hechtten veel waarde aan het Spel der Huizen en ze geloofde niet dat het Alliandre zou vermaken dat Perijn gewoon zei wat hij meende – soms al te vrijmoedig – maar dat sluwe lieden zijn oprechtheid voor berekening hielden. ‘Hij heeft enige tijd in Cairhien doorgebracht,’ zei ze. Daar mocht Alliandre uit opmaken wat ze wilde. ‘We kunnen nu vrijuit spreken, beschermd door de ban van Annoura Sedai. Het is overduidelijk dat u nog niet naar Bethal wilt terugkeren. Volstaan uw eed aan Perijn en de zijne aan u niet om hem aan u te binden?’ Sommigen hier in het zuiden hadden merkwaardige ideeën over wat een eed van trouw inhield. Berelain zocht stil een plekje rechts naast Faile en even later stond Annoura links van haar. waardoor Alliandre opeens drie vrouwen tegenover zich had. Het verbaasde Faile dat de Aes Sedai zich bij haar plan aansloot zonder te weten wat het inhield – ongetwijfeld had Annoura haar eigen redenen en Faile zou er heel wat voor over hebben om die te kennen – maar ze was niet verbaasd dat Berelain hetzelfde deed. Een terloopse spottende opmerking kon alles bederven, zeker over Perijns vaardigheden in het Grote Spel, maar ze wist dat die niet zou komen. In zekere zin ergerde haar dat. Vroeger had ze Berelain veracht. Ze haatte haar nog steeds, fel en vurig, maar een mokkende waardering had de verachting vervangen. De vrouw wist wanneer hun ‘spel’ terzijde moest worden geschoven. Als Perijn er niet was geweest, bedacht Faile, had ze haar eigenlijk wel gemogen! Om die nare gedachte te smoren beeldde ze zich kort in dat ze Berelain kaal schoor Ze was een del en een slet! En niet iets waardoor Faile nu mocht worden afgeleid.