Выбрать главу

‘De Zaal! Siuan, als je iets over de Zaal weet...!’

‘Ik wéét niets,’ onderbrak Siuan haar. ik vermoed iets.’ Ze klakte geërgerd haar tong. ‘Niet eens een vermoeden. Ik weet niet eens wat ik moet vermoeden. Maar ik zie een patroon.’

‘Dat kun je me dan maar beter vertellen,’ zei Egwene. Siuan had laten zien dat ze heel bekwaam was in het ontdekken van patronen, waar anderen slechts een tegenstrijdige warboel zagen. Siuan verschoof op haar krukje en leunde gespannen naar voren. ‘Luister. Afgezien van Romanda en Moria zijn de Gezetenen die in Salidar zijn gekozen... Ze zijn te jong.’ Er was veel veranderd in Siuan, maar ze praatte nog steeds niet gemakkelijk over de leeftijd van andere zusters. ‘Escaralde is de oudste van hen, en ik weet zeker dat zij niet veel ouder dan zeventig is. Ik zou in de noviceboeken van Tar Valon moeten kijken om het precies te zien, of een zuster moet het me zelf vertellen, maar ik ben zo zeker als ik maar kan zijn. Het gebeurt niet vaak dat de Zaal meerdere Gezetenen van onder de honderd telt, en hier hebben we er negen!’

‘Maar Romanda en Moria zijn nieuw!’ zei Egwene zacht, en steunde met haar ellebogen op tafel. Het was een lange dag geweest. ‘En geen van beiden is jong. Misschien moeten we blij zijn dat de anderen het wel zijn, anders hadden ze me wellicht niet verheven.’ Ze had kunnen zeggen dat Siuan zelf tot Amyrlin gekozen was toen ze nog maar half zo oud was als Escaralde nu, maar dat zou wreed geweest zijn. ‘Misschien,’ zei Siuan koppig. ‘Romanda was voorbestemd om Gezetene te worden, zodra ze opdaagde. Ik vraag me af of één Gele zuster het tegen haar zou durven opnemen. En Moria... Ze klampt zich niet aan Lelaine vast, maar Lelaine en Lyrelle dachten waarschijnlijk dat ze dat wel zou doen. Ik weet het niet. Maar let op mijn woorden. Als een vrouw zo jong verheven wordt, is daar een reden voor.’ Ze haalde diep adem. ‘Dat gold ook voor mij.’ De pijn van het verlies flitste over haar gezicht. Zeker voor de Amyrlin Zetel, misschien ook voor alles wat zij verder had verloren. De pijn was vrijwel ogenblikkelijk weer verdwenen. Egwene had nooit eerder een vrouw ontmoet die zo sterk was als Siuan Sanche. ‘Deze keer waren er meer dan genoeg verkiesbare zusters van de juiste leeftijd, en ik kan me niet voorstellen dat de stemmen in vijf Ajahs tegelijk voor hen allemaal staken. Er is een patroon, en ik ben van plan het te ontrafelen.’ Egwene was het niet met haar eens. Er hingen veranderingen in de lucht, of Siuan die nu wilde zien of niet. Elaida had oude gewoonten gebroken, en bijna de wet, toen zij zich Siuans plaats toeëigende. Zusters waren de Toren ontvlucht en hadden het de wereld laten weten, en dat laatste was beslist nooit eerder gebeurd. Veranderingen. Oudere zusters hechtten waarschijnlijk meer aan oude manieren, maar er moesten Aes Sedai zijn die inzagen dat alles aan het verschuiven was. Daarom zouden toch zeker jongere vrouwen gekozen zijn? Die stonden meer open voor het nieuwe. Zou ze Siuan opdracht geven geen tijd te verspillen aan deze zaak? Siuan had meer dan genoeg om handen. Of zou het een vriendendienst zijn om haar te laten doorgaan? Ze wilde zo graag bewijzen dat de verandering die ze zag, in werkelijkheid helemaal niet plaatsvond. Voordat Egwene een beslissing kon nemen, dook Romanda de tent in en hield de tentflap open. Over de sneeuw buiten vielen lange schaduwen. De avond viel snel. Romanda’s gezicht stond al net zo donker als die schaduwen. Ze pinde Siuan met een strenge blik vast en snauwde slechts een enkel woord. ‘Eruit!’

Egwene gaf een bijna onzichtbaar knikje, maar Siuan kwam al overeind. Ze struikelde bijna en rende toen zowat naar buiten. Een zuster met de rang van Siuan werd geacht elke zuster met Romanda’s vermogen te gehoorzamen, niet alleen Gezetenen. Romanda liet de tentflap vallen en omhelsde de Kracht. Ze werd omgeven door de gloed van saidar en weefde aan de binnenzijde van de tent een ban tegen afluisteren. Ze nam niet eens de moeite Egwene daarvoor om toestemming te vragen. ‘Je bent een dwaas!’ knarste ze. ‘Hoe lang dacht je dit geheim te kunnen houden? Krijgslieden praten, kind. Mannen praten altijd! Brin mag van geluk spreken als de Zaal zijn hoofd niet op een staak zet.’

Egwene stond langzaam op en streek haar rokken glad. Ze had het verwacht, maar ze moest nog steeds voorzichtig zijn. De kaarten lagen niet allemaal op tafel en alles kon binnen de kortste keren tegen haar worden gekeerd. Ze moest onschuld veinzen, tot ze het zich kon veroorloven om niet meer te veinzen. ‘Moet ik je eraan herinneren dat grofheid tegen de Amyrlin Zetel een misdaad is, dochter,’ zei ze in plaats daarvan. Ze had zo lang geveinsd, en ze was zo dichtbij. ‘De Amyrlin Zetel.’ Romanda schreed over de tapijten tot op een armlengte van Egwene af. ‘Je bent een kind! Je achterwerk herinnert zich nog steeds het laatste pak slaag dat je als novice kreeg! Je mag hierna van geluk spreken als de Zaal je niet met wat speelgoed in een hoekje zet. Als je dat wilt voorkomen, luister je en doe je wat ik je zeg. Ga zitten!’

Egwene ziedde vanbinnen, maar ging zitten. Het was te vroeg. Met een scherpe, tevreden knik plantte Romanda haar vuisten in haar zij. Ze keek op Egwene neer als een strenge tante die een preek tegen een ondeugend nichtje ging afsteken. Een zeer strenge tante. Of een Wijsheid met kiespijn. ‘Die ontmoeting met Pelivar en Aratheile moet doorgaan, omdat die is vastgesteld. Ze verwachten de Amyrlin Zetel, en ze zullen haar ook te zien krijgen. Je woont de ontmoeting bij met alle staatsie en waardigheid waar je titel recht op heeft. En je zegt dat ik namens jou zal spreken, waarna jij je mond houdt! Er is een sterke hand nodig om hen uit onze buurt weg te krijgen. Van iemand die weet waar het om gaat. Lelaine zal zonder twijfel binnen de kortste keren hier zijn om zichzelf naar voren te schuiven, maar denk eens aan haar huidige moeilijkheden. Ik heb de hele dag besteed aan gesprekken met andere Gezetenen. Het ziet er zeer naar uit dat de feilen van Merilille en Merana stevig op haar rekening zullen worden bijgeschreven in de volgende bijeenkomst van de Zaal. Dus je enige hoop om de vereiste ervaring op te doen om in die stola te groeien, ligt bij mij. Heb je me begrepen?’ ik heb het heel goed begrepen,’ zei Egwene met, naar ze hoopte, een deemoedige stem. Als ze Romanda in haar plaats liet spreken, zou er niet meer getwijfeld worden. De Zaal en de hele wereld zou weten wie Egwene Alveren bij haar nekvel had.

Romanda’s ogen schenen zich in haar hoofd te boren voor ze een kort knikje gaf. ‘Dat hoop ik voor je. Ik ben van plan om Elaida van de Amyrlin Zetel te verwijderen. Ik laat niet toe dat dat mislukt omdat een kind denkt genoeg te weten om een weg over te steken zonder dat haar hand wordt vastgehouden.’ Met een snuivend geluid sloeg ze haar mantel om en stormde de tent uit. De ban verdween tegelijk met haar.

Egwene bleef fronsend zitten en keek naar de ingang van de tent. Een kind? Bloedvuur voor die vrouw. Zij was de Amyrlin Zetel! Of ze het nu leuk vonden of niet, ze hadden haar zelf verheven en daar zouden ze mee moeten leven! Uiteindelijk. Ze greep de stenen inktpot en gooide hem naar de tentflap.

Lelaine week terug en wist de spatten maar net te ontwijken. ‘Opgewonden standje,’ zei ze berispend, en kwam binnen. Ze vroeg net zomin als Romanda om toestemming, toen ze de Bron omhelsde en een ban weefde om afluisteren onmogelijk te maken. Waar Romanda kwaad was, leek Lelaine heel zelfgenoegzaam. Ze wreef zich in haar gehandschoende handen en glimlachte, ik geloof niet dat ik je hoef te vertellen dat je geheimpje is uitgelekt. Heel stout van heer Brin, maar hij is te waardevol om zijn hoofd te verliezen. Maar goed voor hem dat ik er zo over denk. Eens kijken. Ik neem aan dat Romanda je gezegd heeft dat de ontmoeting met Pelivar en Aratheile doorgaat, maar dat jij al het praten aan haar moet overlaten. Heb ik gelijk?’ Egwene bewoog, maar Lelaine wuifde een hand in haar richting. ‘Het is niet nodig om antwoord te geven. Ik ken Romanda. Jammer voor haar, maar ik kwam er als eerste achter, en in plaats van onmiddellijk naar jou te rennen, heb ik de andere Gezetenen gepolst. Wil je weten wat zij denken?’ Egwene balde haar vuisten in haar schoot, waar ze hoopte dat het niet zou opvallen, ik neem aan dat je me dat gaat vertellen.’