Выбрать главу

‘Kom binnen, kom binnen, voorname lieden,’ riep hij uit. ‘U doet me grote eer aan, mijn dag is goed! Maar als ik het zeggen mag bent U naar de juiste plaats gekomen wat uw probleem wat uw behoefte ook moge zijn U hebt het maar te zeggen goed nieuws slecht nieuws alles behalve droevig nieuws herstel van reputaties opsieren van gebeurtenissen herschrijven van geschiedenis bezingen van grote daden en alles gegarandeerd door het langst gevestigde nieuwsagentschap in Nevia nieuws uit alle werelden alle universums aan de man brengen uitroeien ongedaan maken in bepaalde kanalen leiden van propaganda tevredenheid verzekerd eerlijk duurt het langst maar de klant is koning dat hoeft U me niet te vertellen dat weet ik wel ik heb spionnen in alle keukens verspieders in alle slaapkamers ongetwijfeld de Held Gordon en Uw roem behoeft geen herauten Heer maar ik ben vereerd dat u mij heeft opgezocht misschien een levensgeschiedenis om uw ongeëvenaarde daden te evenaren compleet met de oude baker die zich in haar dunne en oude maar o zo overredende stem de tekenen en voortekenen bij Uw geboorte herinnert —’

Ster onderbrak hem. ‘We willen trouwen.’

Zijn mond sloot zich, hij keek scherp naar Sters middel wat hem bijna een klap in zijn gezicht opleverde. ‘Het is een genoegen te onderhandelen met mensen die weten wat ze willen. En ik moet eraan toevoegen dat ik een dergelijk van burgerzin getuigend plan onderschrijf. Al dat moderne gedoe en geknuffel en er vandoor gaan zonder dat er zelfs maar gejubeld wordt, alles zomaar, dat maakt de belastingen hoger en de winsten lager, dat is logisch. Ik wou alleen maar dat ik zelf tijd had om te trouwen, zoals ik al zo vaak tegen mijn vrouw gezegd heb. Nu wat Uw plannen betreft, als ik een bescheiden aanwijzing mag geven —’

‘We willen trouwen volgens de gebruiken van de Aarde.’

‘O, ja, natuurlijk.’ Hij keerde zich naar een ladenkast bij zijn bureau en draaide aan schakelaars. Na een poosje zei hij: ‘Neem me niet kwalijk, lieden, maar mijn hoofd zit volgepropt met biljoenen feiten, groot en klein en — die naam? Begint die met één ‘R’ of met twee?’

Ster ging naar hem toe, bekeek de schakelaars en stelde ze in.

De omroeper knipperde met zijn ogen. ‘Dát universum? Daar wordt weinig naar gevraagd. Ik heb dikwijls gewenst dat ik tijd had om te reizen, maar zaken zijn zaken — BIBLIOTHEEK!’

‘Ja, Meester?’ antwoordde een stem.

‘De planeet Aarde, Huwelijksgebruiken van — dat is een hoofdletter ‘Aar’ en een zachte delta.’ Hij voegde er een serienummer van vijf cijfers aan toe. ‘Een beetje vlug!’

Heel kort daarna kwam er een leerjongen aanhollen met een dunne perkamentrol. ‘Bibliothecaris zegt of U er voorzichtig mee wilt zijn. Erg bros zegt hij. Hij zegt —’

‘Stil. Neem me niet kwalijk, lieden.’ Hij bevestigde de rol in een leesapparaat en begon hem af te tasten.

Zijn ogen puilden uit en hij boog zich voorover. ‘Ongeloof —’

Toen mompelde hij: ‘Verbijsterend! Hoe zijn ze daar ooit op gekomen?’ Gedurende verscheidene minuten scheen hij te vergeten dat wij er waren en gaf hij lucht aan: ‘Verwonderlijk! Fantastisch!’ en dergelijke uitdrukkingen.

Ik trok hem aan zijn elleboog. ‘We hebben haast!’

‘Hè? Ja, ja, Heer Held Gordon — Vrouwe.’ Schoorvoetend verliet hij de aftaster, legde zijn handpalmen tegen elkaar en zei, ‘U bent naar het juiste adres gekomen. Geen enkele andere omroeper in heel Nevia zou een onderneming van deze grootte kunnen behandelen. Nu dacht ik — alleen de grote lijn, ik denk hardop — voor de stoet zullen we een beroep moeten doen op het omringende platteland hoewel we ons voor de ketelmuziek zouden kunnen behelpen met dorpelingen als U het bescheiden wilt houden in overeenstemming met Uw reputatie voor waardige eenvoud — zeg één dag voor de optocht en tenminste twee avonden hoempa-muziek met een gagarandeerde geluidssterkte van —’

‘Wacht even!’

‘Heer? Ik verdien hier niets aan; het zal een kunstwerk zijn, een liefdewerk — alleen maar een onkostenvergoeding en een kleinigheid voor mijn vaste uitgaven. Het is ook mijn beroepsoordeel dat een voorafgaande Samoase ceremonie oprechter, roerender ook zou zijn dan de facultatieve Zoeloeritus. Voor een komisch intermezzo — zonder extra onkosten; toevallig is één van mijn kantoormeisjes zeven maanden onderweg, zij zou best het gangpad willen aflopen en de ceremonie onderbreken — en dan is er natuurlijk nog de kwestie van getuigen voor de gemeenschapsvoltrekking, hoeveel voor ieder van U, maar dat hoeven we deze week nog niet te beslissen; we moeten eerst aan de straatversiering denken, en-’

Ik nam haar bij de arm. ‘We gaan weg.’

‘Ja, Heer,’ stemde Ster toe.

Hij liep ons, schreeuwend over verbroken contracten achterna, ik greep naar mijn zwaard en toonde tien centimeter van het lemmet; zijn gegil werd afgebroken. Rufo scheen zijn boze bui te boven te zijn; hij begroette ons beleefd, zelfs vrolijk. We stegen op en verlieten het dorp. We hadden een paar kilometers zuidwaarts gereden toen ik zei: ‘Ster, lieveling —’

‘Heer liefste?’

‘Dat ‘springen over het zwaard’ — is dat werkelijk een huwelijksceremonie?’

‘Een heel oude, liefste. Ik geloof dat het nog dateert van de Kruisvaarders.’

‘Ik heb aangepaste bewoordingen bedacht:

‘Spring schelm, spring prinses met lichte voet ‘Mijn vrouw ben jij en dat voor goed!’

‘— staat je dat aan?’

‘Ja, ja!’

‘Maar als tweede regel moet jij zeggen:

‘Je vrouw ben ik en dat voor goed.’

‘Heb je het?’

Ster haalde snel adem. ‘Ja, mijn liefste!’

We lieten Rufo achter bij de langpaarden, gaven hem geen verklaring en beklommen een lage beboste heuvel. Heel Nevia is mooi, nergens een bierblikje of vuile Kleenex om de schoonheid van dit Eden te ontsieren, maar hier vonden we een tempel in de buitenlucht, een vlakke grazige plek omgeven door overhangende bomen, een betoverde schuilplaats.

Ik trok mijn zwaard en keek er langs, voelde het volmaakte evenwicht terwijl ik de zwakke golvingen weer zag die de vederzachte hamerslagen van een meestersmid hadden achtergelaten. Ik gooide het op en ving het bij de kling.

‘Lees de leuze, Ster.’

Ze ontcijferde het. ‘ ‘Dum Vivimus, vivamus!’ — ‘Laten we léven zolang we leven!’ Ja, mijn liefste, ja!’ Ze drukte er een kus op en overhandigde het mij. Ik legde het op de grond.

‘Ken je je rol?’ vroeg ik.

‘Die is in mijn hart gegrift.’

Ik nam haar hand in de mijne. ‘Spring hoog. Eén... twee... drie!’

XII

Toen ik mijn bruid met een arm om haar middel die gezegende heuvel afgeleid had hielp Rufo ons zonder commentaar opstijgen. Maar het kon hem nauwelijks ontgaan dat Ster me nu aansprak als: ‘Heer Echtgenoot’. Hij steeg op en ging in de achterhoede rijden, op eerbiedige afstand, buiten gehoor.

We reden zeker een uur hand in hand. Elke keer dat ik naar haar keek glimlachte ze; elke keer dat ze mijn blik opving kreeg ze kuiltjes in haar wangen. Ik vroeg op een keer: ‘Hoe spoedig moeten we op ons quivive zijn?’

‘Niet voor we de weg verlaten, Heer Echtgenoot.’

Zo ging het nog een kilometer. Tenslotte zei ze bedeesd: ‘Heer Echtgenoot?’

‘Ja, vrouw?’

‘Denk je nog dat ik ‘een koude en onhandige deern’ ben?’

‘Mmm...,’ antwoordde ik bedachtzaam, ‘ ‘koud’ — nee, ik kan niet naar eer en geweten zeggen dat je koud bent. Maar ‘onhandig’ — Nou ja, vergeleken bij een artieste als bijvoorbeeld Muri —’

‘Heer Echtgenoot!’

‘Ja, ik zei —’

Solliciteer je naar een trap in je maag?’ Ze voegde er aan toe: ‘Amerikaan!’