Выбрать главу

Ik geeuwde en nam een hap van het broodje (ansjovis, ham en mayonaise en iets dat niet helemaal sla en tomaten was) — en keek om me heen. De plaats naast me was leeg, maar Ster scheen net opgestaan te zijn; ze was niet gekleed. Ze lag op haar knieën in het midden van het vertrek en tekende het een of andere grote patroon op de vloer.

‘Goedemorgen, kletskous,’ zei ik. ‘Pentagram?’

‘Mmm —’ antwoordde ze zonder op te kijken. Ik ging naar haar toe en bekeek haar werk. Wat het ook was, het was niet gebaseerd op een vijf-puntige ster. Het had drie hoofdpunten, was erg ingewikkeld, er stonden hier en daar aantekeningen — en ik kende de taal noch het schrift — en het enige wat ik eruit kon opmaken was dat het een vooraanzicht van een vierdimensionale kubus scheen te zijn. ‘Heb je al ontbeten, liefje?’

‘Ik vast vanmorgen.’

‘Je bent al mager. Is dat een tesseract?’

Hou op!

Toen streek ze haar haar achterover, keek op en glimlachte treurig. ‘Het spijt me, lieveling. De heks is een kreng, dat is een feit. Maar kijk alsjeblieft niet over mijn schouder. Ik moet dit uit mijn geheugen doen; ik heb mijn boeken in het moeras verloren — en het is moeilijk. En nu geen vragen, toe, alsjeblieft. Je zou mijn zelfvertrouwen aan het wankelen kunnen brengen — en ik moet volstrekt zelfvertrouwen hebben.’

Ik maakte een dienaar. ‘Neem me niet kwalijk, Vrouwe.’

‘Doe niet zo formeel tegen me, lieveling. Houd nu maar van me en geef me vlug een kus — en laat me dan met rust.’

Dus boog ik me voorover en gaf haar een kus met hoge calorische waarde — met mayonaise — en liet haar met rust.

Ik kleedde me terwijl ik het broodje en het bier soldaat maakte en ging toen naar een natuurlijke nis vlak bij de bewaking in de gang, die als herentoilet aangewezen was. Toen ik terugkwam stond Rufo te wachten met de riem van mijn zwaard. ‘Baas, jij zou nog te laat zijn als je opgehangen werd.’

‘Dat zou ik hopen.’

Een paar minuten later stonden we op dat diagram, Ster als spil en Rufo en ik als links- en rechtsback. Hij en ik hadden van alles aan ons hangen, ik twee veldflessen en de riem van Sters zwaard (op het laatste gaatje) zowel als de mijne, Rufo droeg Sters boog over zijn schouder en twee pijlenkokers plus haar verbandtrommel en de lunch. We hadden allebei de handboog gespannen onder onze linkerarm; we hadden allebei ons zwaard getrokken. Sters maillot zat vanachteren in mijn riem als een slordige staart, haar jasje zat in Rufo’s riem gesjord terwijl haar halve laarzen en hoed in zakken zaten gepropt — enz. We leken wel een uitdragerij.

Maar daardoor hadden Rufo en ik onze linkerhand vrij. We gingen met ons gezicht naar buiten gekeerd met getrokken zwaard staan, strekten onze linkerhand achteruit en die greep Ster stevig vast. Ze stond precies in het midden, met haar benen gespreid en stevig neergepoot. Ze was gekleed in hetgeen beroepshalve voor heksen vereist is als ze zwaar werk te doen hebben, n.1. nog geen haarspeld. Ze zag er luisterrijk uit, verward haar, schitterende ogen en verhit gezicht en ik betreurde het dat ik haar mijn rug moest toekeren.

‘Klaar, mijn dappere ridders?’ vroeg ze; er klonk opwinding in haar stem.

‘Klaar,’ verklaarde ik.

Ave, Imperatrix, nos morituri te —’

‘Scheid daarmee uit, Rufo! Stilte!’ Ze begon zangerig te spreken in een mij onbekende taal. De haren in mijn nek gingen overeind staan.

Ze zweeg, kneep veel harder in onze handen en riep, ‘Nu!

Zo plotseling als een dichtgesmeten deur bevind ik me als een Booth Tarkington-held in een Mickey Spillane-situatie.

Ik heb niet eens tijd om te kreunen. Daar is dat ding voor me, gereed om me neer te slaan, dus ik steek mijn zwaard in zijn ingewanden en ruk het weer los terwijl hij besluit naar welke kant hij om zal vallen; dan dien ik zijn maat dezelfde dosis toe. Een ander zit neergehurkt en tracht langs de benen van zijn bendegenoten heen op mijn benen te schieten. Ik heb het zo druk als een eenarmige bever die aan het behangen is en merk nauwelijks de ruk aan mijn riem, als Ster haar zwaard terugpakt.

Dan merk ik het wel, omdat zij de vijand doodt die me wil neerschieten. Ster is overal tegelijk, zo naakt als een kikker en twee maal zo levendig. Tijdens de overgang had ik een gevoel gehad als in een dalende lift en de plotseling verminderde zwaartekracht had vervelend kunnen zijn als we de tijd gehad hadden om er aan toe te geven.

Ster maakt er gebruik van. Na de knaap neergestoken te hebben die trachtte me neer te schieten, zeilt ze over mijn hoofd en het hoofd van een nieuwe lastpost, steekt hem in zijn nek terwijl ze hem passeert en dan is hij geen lastpost meer.

Ik denk dat ze Rufo te hulp komt, maar ik heb geen tijd om te kijken. Ik hoor hem achter me grommen en daardoor weet ik dat hij nog steeds meer uitdeelt dan hij incasseert.

Plotseling gilt hij: ‘Liggen!’ en er komt iets tegen mijn kuiten aan en ik val — ik kom slap neer zoals het hoort en sta op het punt weer overeind te komen als ik besef dat Rufo er de oorzaak van is. Hij ligt op zijn buik naast me en schiet met wat een geweer moet zijn op een bewegend doel buiten op de vlakte, hij ligt zelf achter het lijk van een van onze speelgenoten. Ster ligt ook op de grond, maar ze vecht niet. Iets heeft een gat gemaakt door haar rechterarm tussen de elleboog en de schouder.

Om me heen scheen er niets anders in leven te zijn, maar op honderdvijftig tot tweehonderd meter afstand waren doelen, die snel naderbij kwamen. Ik zag er een vallen, hoorde Zzzzt en rook bij me in de buurt verzengd vlees. Er lag een van die geweren over een lijk links van me; ik greep het en probeerde te begrijpen hoe het werkte. Het had een schouderband en een buis, die een loop zou moeten zijn; verder zag niets er bekend uit.

‘Zo, mijn Held.’ Ster krabbelde naar me toe met haar gewonde arm achter zich aanslepend en een spoor van bloed achterlatend. ‘Aanleggen als een geweer en zo richten. Er is een knopje onder je linkerduim. Druk daarop. Dat is alles — geen afwijking, geen elevatie.’

En geen terugslag zoals ik ondervond toen ik een van de hollende gestalten met het vizier volgde en op het knopje drukte. Er spoot rook uit en hij viel. ‘Dodelijke straal’ of laserstraal of wat dan ook — aanleggen, op het knopje drukken en iedereen die aan de andere kant staat verlaat het feest met een brandgat.

Ik kreeg er nog een paar te pakken, ik werkte van rechts naar links en tegen die tijd had Rufo me de doelen voor de voeten weggemaaid. Nergens bewoog zich nog iets, voor zover ik zien kon.

Rufo keek om zich heen. ‘Blijf maar liever liggen, Baas.’ Hij rolde naar Ster, opende haar verbandtrommel aan zijn riem en bracht provisorisch en snel een kompres op haar arm aan. Toen wendde hij zich tot mij. ‘Hoe erg ben jij gewond, Baas?’

‘Ik? Geen schrammetje.’

‘Wat is dat dan op je tuniek? Ketchup? Vandaag of morgen zal iemand je licht nog eens uitblazen. Laat eens kijken.’

Ik liet hem mijn jasje opendoen. Iemand had met een zaag een gat in mijn linkerzij onder de ribben gemaakt. Ik had het niet gemerkt en niet gevoeld — tot ik het zag en toen deed het pijn en voelde ik me misselijk. Ik keur geweld dat me aangedaan wordt ten sterkste af. Terwijl Rufo het verbond keek ik om me heen om te vermijden er naar te kijken.

We hadden er een stuk of twaalf om ons heen gedood en nog een stuk of zes die gevlucht waren — en ik denk dat we allen gedood hadden die op de vlucht geslagen waren. Hoe? Hoe kan een hond van dertig kilo, die als wapens alleen maar zijn tanden heeft een gewapende man aanvallen, neerslaan en gevangen houden? Antw: door zich met hart en ziel voor de aanval in te zetten.