‘Ga je eigen zwaard maar halen, kwaje meid. Dat pak rammel is al veel te lang uitgesteld.’
Plotseling grinnikte ze, een en al wildebras. ‘Maar, lieveling, mijn zwaard is in Karth Hokesh. Weet je dat niet meer?’
‘Deze keer zul je het niet kunnen voorkomen!’ Ik greep haar beet. Aan Ster heb je je handen vol, ze is zo glad als een aal en heeft verbijsterende spieren. Maar ik ben groter en ze stribbelde niet zo hard tegen als ze gekund zou hebben. Maar ik had toch ontvellingen en kneuzingen voor ik haar benen klem gezet had en haar een arm had omgedraaid. Ik gaf haar een paar flinke klappen, hard genoeg om van elke vinger een rode afdruk achter te laten en vond het toen welletjes. Zeg me nu eens, kwamen die woorden regelrecht uit haar hart — of speelde de pienterste vrouw in twintig universa toneel?
Later zei Ster: ‘Ik ben blij dat je borst geen prikkend bos is, zoals bij sommige mannen, schoonheid.’
‘Ik ben ook z’n mooie baby geweest. Hoeveel borsten heb je gecontroleerd?’
‘Willekeurige staaltjes. Lieveling, heb je besloten me te houden?’
‘Nog een poosje. Als je je goed gedraagt, natuurlijk.’
‘Ik zou liever gehouden worden omdat ik me slecht gedraag. Maar — nu je murw bent — als je dat bent — moest ik je maar liever nog iets vertellen — en een pak slaag krijgen als het niet anders kan.’
‘Dat wil je veel te graag. Eens per dag is het maximum, hoor je?’
‘Zoals U wilt, Heer. Jewèl, Baas. Ik zal morgenochtend mijn zwaard laten halen en dan kun je me op je gemak slaag geven. Als je tenminste denkt dat je me krijgen kunt. Maar ik moet je dit vertellen om het van me af te wentelen.’
‘Er ligt niets op je. Tenzij —’
‘Toe! Je bent bij onze geneeskundigen geweest.’
‘Eens per week.’ Het eerste wat Ster bevolen had was een zo volledig medisch onderzoek dat een legerkeuring erbij vergeleken oppervlakkig was. ‘De Opper-Pil houdt vol dat mijn wonden nog niet genezen zijn, maar ik geloof hem niet; ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.’
‘Hij houdt je aan het lijntje, Omar — op mijn bevel. Je bent genezen, ik ben niet onbedreven, ik ben erg precies geweest. Maar — lieveling, ik heb het uit een egoïstisch oogpunt gedaan en nu moet jij me zeggen of ik weer wreed en onrechtvaardig tegenover je heb gehandeld. Ik geef toe dat ik het heimelijk heb gedaan. Maar ik heb het met goede bedoelingen gedaan. Ik weet echter, omdat ik dat als eerste les van mijn beroep heb geleerd, dat goede bedoelingen de bron van meer dwaasheid zijn dan alle andere oorzaken tezamen.’
‘Ster, waar klets je toch over? Vrouwen zijn de bron van alle dwaasheid.’
‘Ja, liefste. Omdat ze altijd goede bedoelingen hebben — en dat kunnen bewijzen. Mannen handelen soms uit berekenend eigenbelang, wat veiliger is. Maar niet vaak.’
‘Dat komt doordat de helft van hun voorouders vrouwen zijn. Waarom moest ik telkens weer bij de dokter op bezoek terwijl dat niet nodig was?’
‘Ik heb niet gezegd dat het niet nodig was. Maar jij denkt er misschien anders over. Omar, je bent al een eind op weg met Lang-Leven behandelingen.’ Ze keek naar me alsof ze gereed was te pareren of zich terug te trekken.
‘Nou breekt mijn klomp!’
‘Heb je er bezwaar tegen? In deze fase kan het nog teruggeschakeld worden.’
‘Ik heb er niet over nagedacht.’ Ik wist dat Lang-Leven op Centrum beschikbaar was, maar ik wist ook dat het strikt beperkt was. Iedereen kon het krijgen — vlak voor zijn emigratie naar een dun bevolkte planeet. Permanente bewoners moesten oud worden en sterven. Dit was één zaak waarbij een van Sters voorgangers zich met een plaatselijke regering had bemoeid. Centrum, waar ziekten praktisch overwonnen waren, waar grote welvaart heerste, dat een baken vormde voor ontelbare volkeren, was overbevolkt geraakt, in het bijzonder toen Lang-Leven de gemiddelde sterfte-leeftijd omhoog joeg. Deze strenge wet had de menigte uitgedund. Er waren mensen die al jong tot Lang-Leven overgingen, door een Poort traden en het er in de wildernis op waagden. Er waren er meer, die wachtten op die eerste steek die het besef van de dood met zich meebrengt en dan tot de conclusie kwamen dat ze nog niet te oud waren voor een verandering. En sommigen hielden zich kalm en stierven wanneer hun tijd gekomen was.
Ik kende die steek; hij was me door een mes in een rimboe toegebracht. ‘Ik geloof niet dat ik er bezwaar tegen heb.’
Ze zuchtte van opluchting. ‘Dat wist ik niet en ik had het niet stiekem in je koffie mogen doen. Verdien ik een pak slaag?’
‘We zullen het op de lijst zetten van wat je toekomt en dan krijg je alles tegelijk. Dan zul je wel mank lopen. Ster, hoe lang is Lang-Leven?’
‘Dat is moeilijk te beantwoorden. Maar zeer weinigen van hen die het hebben zijn in hun bed gestorven. Als je zo’n actief leven leidt als ik weet dat jij zult doen — door je temperament — zul je waarschijnlijk niet van ouderdom sterven. En ook niet aan een ziekte.’
‘En zal ik nooit oud worden?’ Je moet er wel even aan wennen.
‘O, jawel, je kunt wel oud worden. Nog erger, seniliteit duurt in verhouding ook langer. Als je dat laat gebeuren. Of als de mensen om je heen het toestaan. Maar — Lieveling, hoe oud zie ik eruit? Vertel me dat niet naar wat je hart je ingeeft, maar naar wat je ogen zien. Naar Aardse normen. Wees eerlijk, ik weet het antwoord.’
Het was altijd een vreugde om naar Ster te kijken, maar ik trachtte haar met een nieuwe blik te bezien, keek naar tekenen van de herfst — naar haar buitenste ooghoeken, haar handen, naar kleine wijzigingen in haar huid — verdorie, zelfs geen spoor van uitrekking, en toch wist ik dat ze een kleinkind had.
‘Ster, toen ik je voor het eerst zag, dacht ik achttien. Je keerde je om en ik verhoogde dat een beetje. Als ik je nu goed bekijk en zonder je complimentjes te maken — niet ouder dan vijfentwintig. En dat komt omdat je trekken rijp lijken. Als je lacht ben je een tiener; als je vleit of stomverbaasd kijkt of plotseling verrukt bent met een jong hondje of poesje of zo iets, ben je zowat twaalf. Van je hals af naar boven, bedoel ik; van je hals af naar beneden kun je niet voor minder dan achttien doorgaan.’
‘Een gezonde achttien,’ voegde ze er aan toe. ‘Vijfentwintig Aardse jaren — naar gelang van de groei op Aarde — is precies de roos waar ik op gemikt heb. De leeftijd waarop een vrouw niet meer groeit en begint te verouderen. Omar, je uiterlijke leeftijd bij Lang-Leven is een kwestie van voorkeur. Neem Oom Jozef — die welke zich soms ‘Graaf Cagliostro’ noemt. Hij heeft zich ingesteld op vijfendertig, omdat hij zegt dat iedereen die jonger is een kwajongen is. Rufo geeft er de voorkeur aan er ouder uit te zien. Hij zegt dat hij er eerbiedig door behandeld wordt en dat het hem afhoudt van vechtpartijen met jongere mannen — en dat hij toch een jongere man kan verbazen als die persé toch vechten wil, want zoals je weet bestaat Rufo’s hogere leeftijd voornamelijk van zijn hals naar boven.’
‘Of om jongere vrouwen te verbazen,’ opperde ik.
‘Met Rufo weet je het nooit. Liefste, ik ben nog niet klaar met mijn verhaal. Een onderdeel ervan is je lichaam te leren zichzelf te herstellen. De taallessen die je hier gehad hebt — bij elke daarvan stond er een hypnotherapeut te wachten om je lichaam een les te geven via je slapende verstand na je taalles. Een onderdeel van uiterlijke leeftijd is cosmetische therapie — Rufo hoeft niet kaal te zijn — maar meer wordt beheerst door het verstand. Als je besloten hebt welke leeftijd je hebben wilt, kunnen ze met inprentingen beginnen.’
‘Ik zal erover denken. Ik wil niet al te veel ouder lijken dan jij.’
Ster keek verrukt. ‘Dank je, lieve. Nu zie je, hoe egoïstisch ik geweest ben.’