‘Ster, zou jij negen maanden ongemakken willen doorstaan — en misschien in het kraambed sterven — om mij een paar ogenblikken ergernis te besparen?’
‘Ik ga niet dood. Drie kinderen, weet je nog wel? Normale bevallingen, geen complicaties.’
‘Maar, zoals je gezegd hebt, dat was ‘vele jaren geleden’.’
‘Dat geeft niets.’
‘Eh, hoeveel jaar?’ (’Hou oud ben je, vrouw van me?’ De vraag die ik nooit heb durven stellen.)
Ze keek van haar stuk gebracht. ‘Komt dat er op aan, Omar?’
‘Eh, ik geloof het niet. Jij weet meer van geneeskunde dan ik —’
Ze zei langzaam: ‘Je vroeg me eigenlijk hoe oud ik ben, is het niet?’
Ik zei niets. Ze wachtte en vervolgde toen: ‘Een oude spreuk uit je eigen wereld zegt dat een vrouw zo jong is als ze zich voelt. En ik voel me jong en ik bén jong en ik heb levenslust en ik kan een baby — of nog vele baby’s — in mijn eigen buik dragen. Maar ik weet — o, of ik dat weet — dat jij je er niet alleen om bekommert dat ik te rijk ben en een positie bekleed die niet gemakkelijk is voor een echtgenoot. Ja, dat weet ik maar al te goed; mijn eerste man heeft me er om verstoten. Maar hij was van mijn leeftijd. Het wreedste en onrechtvaardigste wat ik gedaan heb is dat ik wist dat mijn leeftijd je zou kunnen schelen — en dat ik mijn mond gehouden heb. Daarom was Rufo zo diep verontwaardigd. Nadat jij die avond in de grot van het Woud der Draken in slaap gevallen was, heeft hij me dat met scherpe woorden verteld. Hij zei dat hij wist dat ik het niet beneden mijn waardigheid achtte jonge jongens te verleiden maar dat hij nooit gedacht had dat ik zo laag zou zinken dat ik er een tot een huwelijk zou verlokken zonder het eerst te vertellen. Hij had nooit een hoge dunk van zijn oude grootmoeder gehad, zei hij, maar deze keer —’
‘Houd je mond, Ster!’
‘Ja, Heer.’
‘Het maakt geen steek verschil!’ en ik zei het zo vlak dat ik het geloofde — en ik geloof het nu nog. ‘Rufo weet niet wat ik denk. Jij bent jonger dan de dageraad van morgen — en dat zul je altijd blijven. En nu wil ik er geen woord meer over horen.’
‘Ja, Heer.’
‘En daar houd je ook mee op. Je kunt gewoon zeggen, ‘Oké, Omar’.’
‘Ja, Omar! Oké!’
‘Zo is het beter. Tenzij je weer op een pak slaag uit bent. En daar ben ik te moe voor.’ Ik veranderde van onderwerp. ‘Wat die andere kwestie betreft: het heeft geen zin jouw mooie buik uit te rekken als er andere methoden beschikbaar zijn. Ik ben een boertje van buuten, dat is het; ik ben niet gewend aan de gewoonten in de grote stad. Toen je voorstelde om het zelf te doen, bedoelde je toen dat ze je weer in elkaar kunnen zetten zoals je vroeger was?’
‘Nee. Ik zou gewoon een koekoeksmoeder zijn zowel als de genetische moeder.’ Ze glimlachte en ik begreep dat ik vorderingen maakte. ‘Maar ik zou heel wat van dat geld sparen dat jij niet wilt uitgeven. Die gezonde, stoere vrouwen die de kinderen van andere mensen krijgen rekenen een hoog tarief. Na vier baby’s kunnen ze met pensioen gaan — na tien zijn ze rijk.’
‘Dat zou ik ook denken, dat ze veel rekenen! Ster, ik heb geen bezwaar tegen geld uitgeven. Ik wil wel toegeven, als jij het zegt, dat ik meer verdiend heb door mijn werk als beroepsheid dan ik uitgeef. Dat is ook een zware baan.’
‘Je hebt het verdiend.’
‘Deze steedse manier van kinderen krijgen — kun je het uitzoeken? Een jongen of een meisje?’
‘Natuurlijk. Mannen-voortbrengende kronkelaars zwemmen sneller, ze kunnen gesorteerd worden. Daarom zijn Wijsheden gewoonlijk mannen — ik was geen vooraf beraamde kandidaat. Je zult een zoon hebben, Omar!’
‘Ik heb misschien wel liever een meisje. Ik heb een zwak voor kleine meisjes.’
‘Een jongen, een meisje — of allebei. Of net zoveel als je er hebben wilt.’
‘Ster, laat me erover nadenken. Er zijn zo veel gezichtspunten — en ik kan niet zo goed denken als jij.’
‘Poeh!’
‘Als je niet beter denkt dan ik, worden de klanten beduveld. Mmm, kan mannelijk zaad net zo gemakkelijk bewaard worden als eitjes?’
‘Veel gemakkelijker.’
‘Dat is alles wat we nu hoeven weten. Zó benauwd van spuiten ben ik nu ook weer niet; ik heb in het Leger genoeg in de rij gestaan. Ik zal naar de kliniek of wat het ook is gaan en daarna kunnen we het op ons gemak regelen. Als we een besluit genomen hebben’ — ik haalde mijn schouders op — ‘posten we een briefkaart en als je ‘klik!’ hoort, zijn we ouders. Of iets dergelijks. Daarna kunnen de technici en die potige grieten hun gang gaan.’
‘Ja, mijn — Oké, lieveling!’
Het ging een stuk beter. Bijna haar kleine-meisjesgezicht. In ieder geval haar zestienjarig gezicht, met een nieuwe feestjurk en jongens nog maar een griezelig, verrukkelijk gevaar. ‘Ster, je hebt daarstraks gezegd dat het vaak niet het tweede, maar soms zelfs het tweeëntwintigste geschilpunt is dat er op aan komt.’
‘Ja.’
‘Ik weet wat er mis met me is. Ik kan het je vertellen — en misschien weet Hare Wijsheid dan een oplossing.’
Ze knipperde met haar ogen. ‘Als je het me kunt vertellen, schat — Hare Wijsheid zal het oplossen al moet ik de hele tent afbreken en op een andere manier weer opbouwen — van hier tot aan de volgende melkweg — en anders trek ik me uit die Wijsheid-zaken terug.’
‘Dat klinkt meer als mijn Geluksster. Goed, het is niet dat ik een gigolo ben. Ik heb in ieder geval mijn koffie en gebakjes verdiend; het scheelde maar een haar of de Zielenverslinder had mijn ziel verslonden, hij was er precies van op de hoogte — hij... het — het wist dingen die ik al lang vergeten was. Het was zwaar werk en dat moet goed betaald worden. Het is ook je leeftijd niet, liefste. Wat kan het iemand schelen hoe oud Helena van Troje is? Jij hebt eeuwig precies de goede leeftijd — kan een man meer boffen? Ik ben niet jaloers op je positie; die zou ik nog niet willen hebben al zat er franje aan. Ik ben niet jaloers op de mannen in je leven — de geluksvogels! Nu zelfs niet, zolang ik maar niet over ze val als ik naar de badkamer ga.’
‘Er zijn nu geen andere mannen in mijn leven, Heer Echtgenoot.’
‘Ik heb geen reden om dat te denken. Maar volgende week is er ook nog en zelfs jij kunt daarover geen Visioen hebben, geliefde. Je hebt me verteld dat het huwelijk geen vorm van sterven is — en jij bent kennelijk niet dood, jij dartel wijfje.’ ‘Misschien geen Visioen,’ gaf ze toe. ‘Maar wel een gevoel.’
‘Ik zal er toch maar niet op wedden. Ik heb het Kinsey Rapport gelezen.’
‘Welk rapport?’
‘Hij heeft de Zeemeermintheorie weerlegd. Over getrouwde vrouwen. Vergeet het maar. Hypothetische vraag: Als Jocko op Centrum op bezoek kwam, zou je dan nog hetzelfde denken? We zouden hem moeten uitnodigen om hier te logeren.’
‘De Doral zal Nevia nooit verlaten.’
‘Ik geef hem geen ongelijk, Nevia is prachtig. Ik zei ‘Als’ — Als hij komt bied je hem dan ‘dak, tafel en bed’ aan?’
‘Dat moet jij beslissen, Heer,’ zei ze vastberaden. ‘Laten we het met andere woorden zeggen: Verwacht je van mij dat ik Jocko zal vernederen door zijn gastvrijheid niet op dezelfde manier te beantwoorden? De hoffelijke oude Jocko die ons in leven liet toen hij er recht op had ons te doden? Wiens milddadigheid — pijlen en vele andere zaken met inbegrip van een nieuwe verbandtrommel — ons in leven hield en ons hielp het Ei te heroveren?’
‘Volgens de Neviaanse gebruiken van dak en tafel en bed,’ hield ze vol, ‘neemt de echtgenoot de beslissing, Heer Echtgenoot.’