‘Dat weet ik helemaal niet,’ zei hij knorrig. ‘Eens moet de eerste keer zijn. Van schurken kun je voorspellen wat ze zullen doen, maar jij bent een man van eer en dat benauwt me. Kunnen we dit niet over de zie-spreek afhandelen?’
‘Stel je niet aan, Rufo. Ik heb niemand anders tot wie ik me kan wenden. Ik wil dat je eerlijk tegen me spreekt. Ik weet dat een adviseur in huwelijksmoeilijkheden het er dik moet opleggen, zijn cliënt niet moet sparen. Terwille van het bloed dat we samen verloren hebben vraag ik je me raad te geven. En eerlijk, natuurlijk!’
‘ ‘Natuurlijk’ ook nog? De laatste keer dat ik dat gewaagd heb, wilde je me mijn tong afsnijden.’ Hij keek me somber aan. ‘Maar ik ben altijd een idioot geweest als er vriendschap aan te pas komt. Luister, ik zal het goed met je maken. Jij praat, ik luister... en als je zo lang praat dat mijn vermoeide oude nieren zich beklagen en ik gedwongen ben je welkome gezelschap een ogenblik vaarwel te zeggen... nou, dan zul jij dat verkeerd begrijpen en in je wiek geschoten verdwijnen en dan praten we er niet meer over. Goed?’
‘Oké.’
‘De Voorzitter luistert. Gaat Uw gang.’
Dus begon ik te praten. Ik praatte over mijn dilemma en mijn frustraties, waarbij ik mezelf noch Ster spaarde (het was ook om harentwille en er hoefde niet over onze intiemste zaken gesproken te worden; die waren althans prima). Maar ik vertelde over onze ruzies en over veel dingen die beter in de familie kunnen blijven, ik moest wel.
Rufo luisterde. Na een korte tijd stond hij op en begon hij op en neer te lopen; hij zag er bedrukt uit. Hij was verontwaardigd over de mannen die Ster mee naar huis gebracht had. ‘Ze had haar kameniersters niet moeten laten binnenkomen. Maar vergeet dat maar, jongen. Zij denkt er nooit aan dat mannen verlegen zijn, terwijl vrouwen alleen maar gebruiken kennen. Laat ze zich dat maar veroorloven.’
Later zei hij: ‘Op Jocko hoef je niet jaloers te zijn, jongeman. Die slaat punaises in met een voorhamer.’
‘Ik ben niet jaloers.’
‘Dat zei Menelaos ook. Maar je moet ruimte overlaten om te geven en te nemen. Dat moet in elk huwelijk.’
Tenslotte was ik klaar, nadat ik hem Sters voorspelling dat ik weg zou gaan verteld had. ‘Ik geef haar nergens de schuld van en dat ik er over gepraat heb heeft me al een heleboel duidelijk gemaakt. Ik kan me er nu wel doorheen bijten, me goed gedragen en een goede echtgenoot zijn. Ze getroost zich verschrikkelijke opofferingen om haar werk te doen — en het minste wat ik kan doen is het gemakkelijker voor haar maken. Ze is zo lief en zacht en goed.’
Rufo bleef staan, een eindje van me af met zijn rug tegen zijn bureau. ‘Vind je dat?’
‘Dat weet ik.’
‘Ze is een ouwe lellebel!’
Ik sprong met één beweging uit mijn stoel en op hem af. Ik trok mijn zwaard niet. Daar dacht ik helemaal niet aan en ik zou het trouwens toch niet gedaan hebben. Ik wilde hem in mijn handen krijgen en hem straffen omdat hij op die wijze over mijn geliefde had gesproken.
Hij kaatste over het bureau als een bal en tegen de tijd dat ik de hele kamer door was, stond Rufo er achter, met één hand in een la.
‘Wat een stouterd,’ zei hij. ‘Omar, ik wil je helemaal niet scheren.’
‘Kom tevoorschijn en vecht als een man.’
‘Nooit, oude vriend. Eén stap dichterbij en je bent hondenvoer. Al die mooie beloften van je, al dat smeken van je. ‘Spaar me niet’ heb je gezegd. ‘Leg het er dik op’ heb je gezegd. ‘Spreek eerlijk,’ heb je gezegd. Ga in die stoel zitten.’
‘ ‘Eerlijk spreken’ betekent nog niet beledigen.’
‘Wie moet dat beoordelen? Kan ik mijn opmerkingen ter goedkeuring voorleggen voor ik ze maak? Herstel je gebroken belofte niet met kinderlijke on-logica. En zou je me willen dwingen een nieuw vloerkleed te kopen? Ik houd nooit een tapijt waarop ik een vriend gedood heb; de vlekken maken me somber. Ga in die stoel zitten.’
Ik ging zitten.
‘Nu,’ zei Rufo, die bleef waar hij was, ‘zul jij luisteren terwijl ik praat. Of misschien zul je opstaan en verdwijnen. In welk geval ik waarschijnlijk zo blij zal zijn dat ik je lelijke gezicht voor het laatst gezien heb, dat het daarmee afgelopen is. Of het is mogelijk dat ik zo geërgerd zal zijn omdat je me onderbreekt, dat je in de deuropening dood valt, want ik heb een heleboel opgekropt en sta op uitbarsten. Net zoals je wilt.
‘Ik heb gezegd,’ vervolgde hij, ‘dat mijn grootmoeder een ouwe lellebel is. Ik heb het grof gezegd om je spanning te ontladen — en nu zul je vermoedelijk niet al te beledigd zijn over een heleboel beledigende dingen die ik nog te zeggen heb. Zeis oud, dat weet je, hoewel het je ongetwijfeld meestal gemakkelijk valt dat te vergeten. Ik vergeet het zelf meestal, terwijl ze zelfs al oud was toen ik een baby was die nog niet zindelijk was en kraaide als ik Haar zag. Een lellebel is Ze, dat weet je ook. Ik had kunnen zeggen ‘een vrouw met ervaring’, maar ik moest je ermee om je oren slaan; je hebt het aldoor ontweken zelfs terwijl je me vertelde hoe goed je het weet — en hoe weinig je erom geeft. Grootmoeder is een ouwe lellebel, daar beginnen we mee.
‘En waarom zou Zij iets anders zijn? Geef zelf het antwoord maar. Je bent geen idioot, je bent alleen maar jong. Gewoonlijk heeft Zij maar twee genoegens en aan een ervan kan ze niet toegeven.’
‘Wat is dat?’
‘Uit sadistische kwaadaardigheid verkeerde vonnissen vellen, daar kan Zij niet aan toegeven. Laten we dus dankbaar zijn dat er in Haar lichaam een onschadelijke veiligheidsklep is ingebouwd, anders zouden we allemaal afschuwelijk moeten lijden tot iemand er in slaagde Haar te vermoorden. Jongen, beste jongen, kun je bevroeden hoe dodelijk vervelend Zij de meeste dingen moet vinden? Je eigen animo is na een paar maanden al verdwenen. Bedenk eens wat het moet zijn om jaar na jaar dezelfde ellendige vergissingen aan te horen met niets anders om naar uit te zien dan een handige moordenaar. Wees dan dankbaar dat Zij nog steeds genoegen schept in één onschuldig genoegen. Dus is Zij een ouwe lellebel en dat bedoel ik niet oneerbiedig; ik breng een saluut aan een weldadig evenwicht tussen twee dingen die Zij zijn moet om haar werk te kunnen doen.
‘Dat ze met jou op een mooie dag op een heuvel een dwaas rijmpje heeft opgezegd heeft er geen eind aan gemaakt dat Zij is wat Zij is. Jij denkt dat Zij er sedertdien niet aan toegegeven heeft, dat Zij Zich alleen aan jou gehouden heeft. Mogelijk heeft Zij dat gedaan, als je Haar woorden juist hebt weergegeven en ik die op de juiste manier begrijp; Zij spreekt altijd de waarheid.
‘Maar nooit de hele waarheid — wie kan dat wel? — en Zij is door de waarheid te vertellen de meest bekwame leugenares die je ooit ontmoeten zult. Ik vrees dat je geheugen het een of andere woord ontgaan is waardoor ze kon ontsnappen zonder jouw gevoelens te kwetsen.
‘Als dat zo is, waarom zou Zij dan meer doen dan jouw gevoelens te ontzien? Ze houdt veel van je, dat is duidelijk — maar hoeft Zij daar zo fanatiek over te doen? Haar hele opleiding, Haar speciale aanleg zijn erop gericht fanatisme altijd te vermijden, de juiste oplossing te vinden. Zelfs als Zij tot nog toe geen schoenen door elkaar gegooid heeft, als je nog een week of een jaar of twintig jaar blijft en de tijd komt dat Zij het zal willen doen, dan zal Zij methoden weten te vinden, Zij zal in woorden niet tegen je liegen — en Zij zal Haar geweten geen geweld aandoen, omdat Zij dat niet heeft. Alleen maar Wijsheid, uiterst pragmatisch.’
Rufo schraapte zijn keel. ‘En nu de weerleggingen, de contrapunten en de tegenstellingen. Ik mag mijn grootmoeder graag en ik houd zo veel van Haar als mijn schrale aard me toestaat en ik respecteer Haar tot in haar bedrieglijke ziel — en ik zou jou of ieder ander vermoorden die Haar een strobreed in de weg legt of Haar ongelukkig maakt — en dat wordt maar gedeeltelijk veroorzaakt doordat Zij me een schim van Haar eigen Ik heeft meegegeven zodat ik Haar begrijp. Als Zij lang genoeg ontkomt aan het mes van een moordenaar of een bom of vergif, zal Zij de geschiedenis ingaan als ‘De Grote’. Maar jij had het over Haar ‘verschrikkelijke opofferingen’. Belachelijk! Ze vindt het heerlijk om ‘Hare Wijsheid’ te zijn, het Middelpunt waar alle werelden om draaien. Ik geloof ook niet dat Zij dat zou opgeven voor jou of vijftig betere mannen. Nogmaals, Zij loog niet, zoals jij het verteld hebt — Zij zei ‘Als’... wetende dat er veel kan gebeuren in dertig jaar of in vijfentwintig, waaronder vrijwel de zekerheid dat je niet zo lang zou blijven. Zwendel.