Выбрать главу

‘Toch lijkt Aryn mij heldhaftig genoeg,’ zei Dirk scherp. ‘Op Avalon zouden we hem waarschijnlijk geëerd hebben omdat hij de slaven vrijliet, ook al had hij niet gewonnen.’

Janacek keek hem woedend aan, zijn blauwe ogen vonkten in zijn smalle gezicht. Hij plukte geërgerd aan zijn rode baard. ‘t’Larien, die opmerking is nou precies waarvoor ik je waarschuwde. Eyn-kethi zijn geen slaven, ze zijn eyn-kethi. Je oordeelt verkeerd en je vertaling is vals.’

‘Volgens jou,’ merkte Dirk op. ‘Maar volgens Ruark...’

‘Ruark.’ Janaceks toon was smalend. ‘Is die Kimdissi de bron van al je informatie over Hoog Kavalaan? Ik merk dat ik mijn tijd en woorden aan je heb verspild, t’Larien. Je bent al vergiftigd en je hebt er geen behoefte aan om het te begrijpen. Je bent een werktuig van de manipulators van Kimdiss. Ik zal je niets meer uitleggen.’

‘Mooi,’ zei Dirk. ‘Vertel me dan maar waar Gwen is.’

‘Dat heb ik al gedaan.’

‘Wanneer komt ze dan terug?’

‘Laat, en dan zal ze moe zijn. Ik weet zeker dat ze er dan geen behoefte aan zal hebben om jou te zien.’

‘Je houdt haar inderdaad bij me vandaan!’

Janacek zweeg even. ‘Ja,’ zei hij ten slotte met grimmige mond. ‘Dat is het beste. t’Larien, voor jou zowel als voor haar, hoewel ik niet verwacht dat je het zult geloven.’

‘Daar heb je het recht niet toe.’

‘In jullie cultuur. In onze maatschappij heb ik alle recht. Je zult niet meer met haar alleen zijn.’

‘Gwen maakt geen deel uit van die verdomde, verziekte Kavalaanse cultuur van jullie,’ antwoordde Dirk.

‘Ze is er niet in geboren maar toch heeft ze het jade-en-zilver aangenomen, en de benaming betheyn. Nu is ze een Kavalaanse.’

Dirk beefde, hij kon zich niet meer beheersen. ‘Wat zegt ze daar zelf over?’ vroeg hij, terwijl hij een stap naar Janacek toe deed. ‘Wat heeft ze de afgelopen nacht gezegd? Heeft ze gedreigd weg te gaan?’ Hij porde de Kavalaar met zijn vinger. ‘Heeft ze gezegd dat ze met mij mee wilde, was dat het? En jij hebt haar geslagen en weggevoerd?’

Janacek keek dreigend en duwde Dirks hand met kracht weg. ‘Dus je bespioneert ons ook nog! Je doet het slecht, maar desondanks is het beledigend, t’Larien. Alweer een fout. De eerste fout heeft Jaan gemaakt door je van alles te vertellen, je te vertrouwen en je zijn bescherming aan te bieden.’

‘Ik heb niemands bescherming nodig!’

‘Denk je dat? De misplaatste trots van een idioot. Alleen de sterken horen de bescherming af te wijzen die aan de zwakken geboden wordt, maar degenen die werkelijk zwak staan hebben protectie nodig.’ Hij draaide zich om. ‘Ik zal geen tijd meer aan je verspillen,’ zei hij, terwijl hij naar de eetkamer liep. Er stond een klein, zwart kistje op tafel. Janacek opende het door de beide sloten tegelijk opzij te schuiven en het deksel open te klappen. Dirk zag dat er vijf rijen van de zwarte ijzeren banshee-speld op rood vilt in lagen. Janacek hield er een omhoog. ‘Weet je heel zeker van dat je er geen wilt hebben? Korariels" Hij grijnsde.

Dirk vouwde zijn armen over elkaar en verwaardigde zich niet om die vraag te beantwoorden.

Janacek wachtte een ogenblik op zijn reactie. Toen die uitbleef, legde hij de banshee-speld weer op zijn plaats en sloot het kistje. ‘Kwailenkinderen zijn niet zo kieskeurig als jij,’ zei hij. ‘Nu moet ik dit naar Jaan brengen. Maak dat je wegkomt.’

Het was vroeg in de middag. De Naaf glansde dof aan het hoogste punt van de hemel, de verspreide lichtjes van de vier zichtbare Trojaanse zonnen slordig om hem heen gearrangeerd. Er stond een sterke oostenwind die bezig was tot een storm aan te zwellen. Door de grijs met rode straten dwarrelde stof.

Dirk zat op een hoek van het dak met zijn benen bungelend boven de straat zijn mogelijkheden te overdenken.

Hij was Garse Janacek gevolgd naar de landingsplaats en had hem zien vertrekken met het kistje met banshees in zijn massieve, vierkante legerdump-voertuig met de olijfgroene bepantsering. De andere twee luchtwagens, de grijze mantavleugel en de heldergele traanvormige wagen, waren ook weg. Hij zat hier vast in Lar-teyn zonder er enig idee van te hebben waar Gwen was of wat ze met haar uithaalden. Even wenste hij dat Ruark ergens in de buurt was. Hij wilde dat hij een eigen luchtwagen hid. Zonder twijfel had hij er een kunnen huren in Uitdaging als hij daaraan had gedacht, of beter nog, op de ruimtehaven, in de nacht van zijn aankomst. In plaats daarvan was hij nu alleen en hulpeloos; zelfs de luchtschuivers waren er niet. De wereld was rood, grijs en zinloos. Hij vroeg zich af wat hij moest doen.

Plotseling wist hij het, terwijl hij daar zo zat en over luchtwagens nadacht. De Festivalsteden die hij had gezien waren allemaal heel verschillend, maar ze hadden één ding gemeen: nergens was voldoende landingsgelegenheid voor het aantal luchtwagens waarover de bevolking ongetwijfeld moest hebben beschikt. Dat hield in dat de steden verbonden moesten zijn geweest door middel van een ander vervoersnet. Wat inhield dat hij mogelijk toch enige bewegingsvrijheid had.

Hij stond op en nam de lift naar beneden, naar Ruarks verblijven onder in de toren. Tussen twee kamerhoge planten met een zwarte bast die in aarden potten stonden, was een kijkscherm aangebracht, donker en onverlicht, precies zoals hij het bij zijn aankomst al had opgemerkt; er waren op Worlorn nog maar heel weinig mensen met wie je contact kon zoeken, of die contact met jou zouden zoeken. Maar er was ongetwijfeld een informatiecircuit. Hij bestudeerde de dubbele rij knoppen onder het scherm, koos er een uit en drukte erop. Het donker verdween en een zachtblauw licht verscheen; Dirk haalde opgelucht adem; het communicatienet werkte dus nog.

Op een van de knoppen stond een vraagteken. Die probeerde hij uit en werd beloond. Het blauwe licht werd helderder en plotseling stond het scherm vol kleine tekentjes, wel honderd nummers voor even zovele basisdiensten, vanaf medische hulp en religieuze informatie tot en met buitenwerelds nieuws.

Hij drukte op de knop voor ‘bezoekerstransport’. Er vlogen lijntjes over het scherm die een voor een Dirks hoop de bodem insloegen. Er waren mogelijkheden tot het huren van een luchtwagen op de ruimtehavens van tien van de veertien steden. Allemaal gesloten. De luchtwagens die nog intact waren, hadden Worlorn samen met de menigte Festivalbezoekers verlaten. Andere steden hadden voorzien in hovercrafts en vleugelboten. Nu niet meer. In Moscel-aan-Zee konden toeristen langs de kust op en neer varen in een echt zeilschip, afkomstig van de Vergeten Kolonie. Buiten dienst. De intercityluchtbus was opgeheven, de door kernenergie aangedreven stratolijn van Tober en de op afstand bedienbare he-liumschepen van Eshellin stonden allemaal aan de grond en waren niet meer beschikbaar. Het kijkscherm toonde een kaart van de ondergrondse hogesnelheidslijn die van de ruimtehaven naar iedere stad had gelopen, maar de kaart was helemaal rood ingekleurd en de legenda eronder legde uit dat rood ‘stilgelegd — niet langer in gebruik’ betekende.

Er was op Worlorn geen andere vervoermogelijkheid meer dan lopen, zo leek het. Plus datgene wat late bezoekers zelf hadden meegebracht.

Met een somber gezicht zette Dirk de handleiding uit. Hij wilde juist het hele scherm uitschakelen, toen hem iets anders inviel. Hij drukte de knop ‘Bibliotheek’ in, en op het scherm verscheen een vraagteken met nadere instructies. Hij voerde de woorden ‘kwallenkinderen’ en ‘definitie’ in. Hij wachtte.