Выбрать главу

Ze dwaalden door een oerwoud van kromgegroeide bomen en geelachtig mos waar alle dierengeluiden opgenomen waren en vreemd weerkaatsten van de muren van het warme, dampige park.

Ten slotte, nog steeds prikkelbaar en zorgelijk en nauwelijks afgeleid door al die dingen, lieten ze zich door de Stem de weg naar hun kamer wijzen. Buiten, zo werd hen meegedeeld, was over Worlorn de echte schemering gevallen.

Dirk stond in de smalle ruimte tussen het bed en de muur toen hij de knoppen in de juiste volgorde indrukte. Gwen zat vlak achter hem.

Het duurde lang voor Ruark antwoordde, te lang. Dirk vroeg zich bezorgd af of er iets ergs gebeurd was. Maar juist op dat moment verdween het trillende, blauwe oproepsignaal uit beeld, en het ronde gezicht van de ecoloog uit Kimdiss vulde het scherm. Achter hem was het stof van een verlaten appartement te zien, als door een grauwsluier.

‘En?’ vroeg Dirk. Hij keek om naar Gwen. Ze beet op de rand van haar lip en haar rechterhand rustte op het jade-en-zilver van de armband die ze nog om haar linkerarm droeg.

‘Dirk? Gwen? Zijn jullie daar? Ik kan jullie niet zien, nee, mijn scherm is donker.’ Ruarks fletse ogen schoten rusteloos heen en weer onder de sluike strengen van zijn nog fletsere haar.

‘Natuurlijk zijn wij het,’ snauwde Dirk. ‘Wie anders zou dit nummer oproepen?’

‘Ik kan jullie niet zien,’ herhaalde Ruark.

‘Arkin,’ zei Gwen vanaf haar plaats op het bed, ‘als je ons zou kunnen zien, zou je weten waar wij waren.’

Ruarks hoofd knikte. Zijn beginnende onderkin was net zichtbaar. ‘Ja, daar dacht ik niet aan. Je hebt gelijk. Beter als ik het niet weet, ja.’

‘Het duel,’ drong Dirk aan. ‘Vanmorgen. Wat is er gebeurd?’

Is alles goed met Jaan?’ vroeg Gwen.

‘Er is geen duel geweest,’ vertelde Ruark hun. Zijn ogen bleven heen en weer schieten, op zoek naar een punt om zich op te richten, veronderstelde Dirk. Of misschien was hij bang dat de Kavalaren hem in het lege appartement zouden verrassen. ‘Ik ging kijken, maar nee hoor, geen duel.’

Gwen zuchtte hoorbaar. ‘Dus maakt iedereen het goed? Jaan?’

‘Jaantony maakt het prima, en Garsey en de Braiths ook,’ zei Ruark. ‘Er is niet geschoten of gedood, maar toen Dirk niet kwam om volgens schema te sterven, werd iedereen dol, ja.’

‘Vertel op,’ zei Dirk kalm.

‘Ja, nou, jij was er de oorzaak van dat het andere duel werd uitgesteld. ’

‘Uitgesteld?’ zei Gwen.

‘Uitgesteld,’ bevestigde Ruark. ‘Ze gaan nog wel vechten, volgens de afspraak en met dezelfde wapens, maar niet nu. Bretan Braith deed een beroep op de scheidsrechter. Hij zei dat hij het recht had om eerst tegen Dirk aan te treden, omdat zijn grieven tegen Dirk niet gewroken zouden worden als hij zou komen te sterven in het duel met Jaan en Garsey. Hij eiste dat het tweede duel zou worden uitgesteld tot Dirk zou zijn gevonden. De scheidsrechter stemde toe. Een werktuig van de Braiths, die scheidsrechter, ja, hij was het eens met alles wat die beesten wilden. Roseph hoog-Braith noemden ze hem, een uiterst boosaardig mannetje. ’

‘De IJzerjades,’ zei Dirk. ‘Jaan en Garse. Hebben zij nog iets gezegd?’

‘Jaantony niet. Hij zei helemaal niets, maar bleef heel stil in zijn hoek van het doodsvierkant staan. Alle anderen renden schreeuwend en gillend rond, echt op zijn Kavalaans. Niemand anders stond zelfs maar binnen het vierkant, alleen Jaan, nee, niemand, maar hij bleef daar staan en keek rond alsof hij verwachtte dat het duel elk ogenblik zou beginnen. Garsey, tja, die werd heel kwaad. Eerst, toen je niet kwam, maakte hij er grapjes over dat je ziek zou zijn, daarna was hij een poosje ijskoud en stil, net als Jaan, maar later werd hij wat minder boos, denk ik, want hij begon te redetwisten met Bretan Braith en de scheidsrechter en de andere deelnemer aan het duel, Chell. Alle Braiths waren erbij, misschien als getuigen. Ik wist niet dat we in Larteyn nog zoveel gezelschap hadden, nee. Nou ja, in theorie wist ik het wel, maar het ziet er anders uit als ze allemaal op één plaats bij elkaar komen. Er waren er ook een paar van Shanagate maar de dichter van Roodstaal was niet gekomen, dus misten we er drie, jullie tweeën en hij. Anders was het net een bijeenkomst van het stadsbestuur geweest, iedereen heel formeel gekleed.’ Hij gniffelde.

‘Weet je ook wat er nu gaat gebeuren?’ vroeg Dirk.

‘Maak je geen zorgen,’ zei Ruark. ‘Jullie houden je allebei verborgen en nemen het schip, ja. Ze kunnen jullie niet opsporen, met een hele planeet om te jagen! De Braiths zullen niet eens gaan zoeken, denk ik. Het is wel zo dat ze je een drogmens noemden. Bretan Braith beweerde dat en zijn partner sprak van oude tradities, en andere Braiths ook, en de scheidsrechter zei ja, als je niet kwam duelleren, dan was je beslist geen echte man. Daarom zullen ze jacht op je maken, misschien, maar niet met een speciaal doel, je bent nu gewoon maar een dier dat afgeslacht moet worden, elk ander dier is ook goed. ’

‘Drogmens,’ zei Dirk hol. Vreemd genoeg had hij het gevoel dat hij iets verloren had.

‘Voor Bretan Braith en dat soort lui, ja. Ik denk dat Garse harder zijn best zal doen om je te vinden, maar hij zal je niet als een dier opjagen. Hij zwoer dat je zou duelleren, eerst met Bretan Braith en dan met hem, of misschien eerst met hem.’

‘En Vikary?’ vroeg Dirk.

‘Ik heb je verteld dat hij helemaal niets zei, niets.’

Gwen stond op van het bed. ‘Je hebt alleen maar over Dirk gepraat,’ zei ze tegen Ruark. ‘Wat zeiden ze over mij?’

‘Over jou?’ Ruarks fletse ogen glinsterden. ‘De Braiths zeiden dat jij ook een drogmens was, maar Garse stond dat niet toe. Hij dreigde te duelleren met iedereen die jou zou aanraken. Roseph hoog-Braith wauwelde maar wat. Hij wilde jou net als Dirk voor drogmens uitmaken maar toen werd Garsey heel kwaad en ik begrijp dat Kavalaanse duellisten scheidsrechters die verkeerde beslissingen nemen kunnen uitdagen, al zijn ze wel verplicht zich aan de genomen beslissing te houden. Dus, lieve Gwen, jij bent nog steeds betheyn en beschermd en als ze je te pakken krijgen, brengen ze je alleen maar terug. Naderhand zul je gestraft worden, maar dat zal een straf zijn die IJzerjade je oplegt. Eigenlijk praatten ze niet al te veel over jou, er werden veel meer woorden aan Dirk besteed. Je bent maar een vrouw, hè?’

Gwen zei niets.

‘We bellen je over een paar dagen weer,’ zei Dirk.

‘Dirk, dan moet het op een afgesproken tijd zijn, hè? Ik zit niet altijd in dit stofnest.’ Ruark grinnikte nogmaals.

‘Over drie dagen, weer met de schemering. We moeten ons nog buigen over de manier waarop we het schip kunnen bereiken. Ik neem aan dat Jaan en Garse de ruimtehaven zullen bewaken als het zover is.’

Ruark knikte. ‘Ik zal erover nadenken.’

‘Kun je ons aan wapens helpen?’ vroeg Gwen plotseling.

‘Wapens?’ De Kimdissi klakte met zijn tong. ‘Je wordt al echt een Kavalaanse, Gwen. Maar ik kom van Kimdiss. Wat weet ik van lasers en zo, van die gewelddadige dingen? Maar ik kan het proberen, voor jou, voor Dirk, mijn vriend. We praten er verder over als we elkaar weer spreken; nu moet ik gaan.’

Zijn gezicht verdween en Dirk schakelde het scherm uit voordat hij zich tot Gwen wendde. ‘Wil je tegen ze vechten? Is dat verstandig?’

‘Ik weet het niet,’ zei ze. Ze liep langzaam naar de deur, draaide zich om en liep weer terug. Toen bleef ze staan; de kamer was zo klein dat heftig ijsberen onmogelijk was.

‘Stem!’ riep Dirk, als bij plotselinge ingeving. ‘Is er in Uitdaging een wapenwinkel? Een plek waar we lasers of andere wapens kunnen aanschaffen?’

‘Het spijt mij u te moeten meedelen dat de normen van ni-Emerel het dragen van persoonlijk wapentuig verbieden,’ antwoordde de Stem.

‘Sportwapens ook?’ opperde Dirk. ‘Voor de jacht, of voor schijfschieten?’