Выбрать главу

‘Het spijt mij u te moeten mededelen dat de normen van ni-Emerel alle bloedsporten en spellen die gebaseerd zijn op gesublimeerde gewelddadigheid verbieden. Als u behoort tot een cultuur waar zulke bezigheden gewaardeerd worden, wees er dan van verzekerd dat dit niet als belediging van uw thuiswereld bedoeld is. Deze vormen van recreatie zijn mogelijk op andere plaatsen in Worlorn.’

‘Vergeet het maar,’ zei Gwen. ‘Het was toch een slecht idee.’

Dirk legde zijn handen op haar schouders. ‘We hebben hoe dan ook geen wapens nodig,’ zei hij met een glimlach, ‘hoewel ik moet toegeven dat ik me misschien prettiger zou voelen als ik er een had. Maar ik betwijfel of ik het zou weten te gebruiken als het nodig was.’

‘Ik zou het wel weten,’ zei ze. Haar ogen — haar grote, groene ogen — hadden iets hards dat Dirk nog nooit gezien had. Een enkel, vreemd moment moest hij denken aan Garse Janacek met zijn ijsblauwe verachting.

‘Hoe dat zo?’ vroeg hij.

Ze maakte een ongeduldig gebaar en haalde haar schouders op, zodat zijn handen er afgleden. Ze wendde zich van hem af. ‘In het veld gebruiken Arkin en ik projectielgeweren. Om kleine zendernaaldjes af te vuren als we proberen het spoor van een dier te volgen, de migratiepatronen daarvan te bestuderen. En ook verdovingspijltjes. Er bestaan kleine sensorimplantaten, niet groter dan een vingernagel, die je alles kunnen vertellen wat je maar zou willen weten over een levensvorm — manier van jagen, voedselpatroon, paringsgedrag, de hersengolven in verschillende levensstadia. Als je genoeg van dat soort aanwijzingen hebt, kun je een heel ecosysteem uitwerken aan de hand van de gegevens die je van verschillende soorten binnenkrijgt. Maar allereerst moet je je spionnen inplanten en dat doe je door het slachtoffer met een pijl te verdoven. Ik heb duizenden van die dingen afgevuurd. Ik ben trefzeker. Ik zou alleen willen dat ik eraan gedacht had er een mee te nemen.’

‘Dat is iets anders,’ zei Dirk. ‘Een wapen gebruiken voor zo’n doel, of een man doodschieten met een laser. Ik heb geen van tweeën ooit gedaan, maar ik denk niet dat ze ook maar enigszins te vergelijken zijn.’

Gwen leunde tegen de deur en bekeek hem vanaf een paar meter afstand met een zure blik. ‘Denk je dat ik niet in staat zou zijn een mens te doden?’

‘Nee.’

Ze glimlachte. ‘Dirk, ik ben het kleine meisje niet meer dat je op Avalon hebt gekend. Tussen toen en nu heb ik een paar jaar op Hoog Kavalaan doorgebracht. Dat waren geen makkelijke jaren. Ik heb meegemaakt dat andere vrouwen me in mijn gezicht spuugden. Ik heb Garse Janacek wel duizend preken horen afsteken over de verplichtingen van het jade-en-zilver. Ik ben door andere Kavalaren zo vaak drogmens en betheyn-teef genoemd dat ik soms op die namen reageer.’ Ze schudde haar hoofd. Onder de brede haarband die ze strak om haar voorhoofd droeg, waren haar ogen harde groene stenen. Jade, dacht Dirk dom, jade als de stenen in de armband die ze nog steeds om had.

‘Je bent boos,’ zei hij. ‘Het is makkelijk om boos te worden. Maar ik heb je gekend, liefste, en in wezen ben je een zachtaardig mens.’

‘Dat was ik. En ik probeer het nog te zijn. Maar het is lang geleden, Dirk, heel lang geleden, het is zo gegroeid en het enige wat aan al die jaren echt goed is geweest, is Jaan Vikary. Ik heb het aan Arkin verteld; hij weet hoe ik me voel, wat ik heb gevoeld. Er zijn tijden geweest dat ik er na aan toe was iemand te doden — heel erg na. Speciaal Garse, omdat hij op een heel merkwaardige manier toch een deel van mij is en nog veel meer een deel van Jaan, en het grijpt je meer aan als het iemand is voor wie je genegenheid voelt, iemand van wie je bijna zou kunnen houden, ware het niet dat...’

Ze zweeg. Haar armen waren strak voor haar borst gekruist en ze had een frons op haar voorhoofd, maar ze zei niets meer. Ze moest de uitdrukking op zijn gezicht hebben gezien, dacht Dirk. Hij vroeg zich af hoe hij keek.

‘Misschien heb je gelijk,’ zei ze na een poosje terwijl ze haar armen uit elkaar trok. ‘Misschien zou ik niemand kunnen doden. Maar weet je, ik heb soms het gevoel dat ik het wel zou kunnen. En op dit moment, Dirk, zou ik erg graag een geweer hebben.’ Ze lachte droog. ‘Natuurlijk was het me op Hoog Kavalaan niet veroorloofd een wapen te dragen. Wat moet een betheyn met een wapen? Haar bond en zijn teyn beschermen haar. En een vrouw met een geweer zou zichzelf kunnen doodschieten. Jaan... nou ja, Jaan heeft gevochten om een massa dingen te veranderen. Hij doet zijn best. En per slot van rekening ben ik hier. De meeste vrouwen verlaten de stenen bescherming van hun vestiging nooit meer zodra ze het jade-en-zilver hebben aangenomen. Maar hoewel hij zijn uiterste best doet, en ik waardeer dat, begrijpt Jaan dit toch niet. Hij is uiteindelijk een hoogbonder en hij vecht ook tegen andere dingen, en telkens als ik hem iets vertel, zegt Garse juist het tegenovergestelde. Soms merkt Jaan het niet eens. En de kleinere dingen, zoals het idee dat ik een wapen zou dragen, zijn volgens hem onbelangrijk. Ik heb er een keer met hem over gesproken, en toen wees hij me erop dat ik tegen het dragen van wapens in het algemeen was, tegen dat hele kunstmatige gedoe van die duel-leercode, en dat is zo. En toch, Dirk, weet je, ik begreep wat je gisteravond tegen Arkin zei, dat je met Bretan Braith wilde vechten ondanks het feit dat je je niet gebonden voelt aan zijn code. Soms heb ik dat gevoel ook gehad.’

De lichten in de kamer flikkerden kort en werden gedimd, daarna schenen ze weer helder, ‘Wat is dat?’ zei Dirk, terwijl hij opkeek.

‘De bewoners hoeven zich niet ongerust te maken,’ zei de Stem op zijn effen bastoon. ‘De korte energiestoring op uw verdieping is inmiddels weer hersteld.’

‘Energiestoring!’ Plotseling zag Dirk het voor zich, het beeld van Uitdaging — het hermetisch gesloten, raamloze, geheel ingekapselde Uitdaging — zonder energie. Het idee stond hem niet erg aan. ‘Wat is er aan de hand?’

‘Maakt u zich alstublieft niet ongerust,’ herhaalde de Stem, maar de lichten aan het plafond logenstraften die woorden. Ze doofden helemaal, en een seconde lang stonden Gwen en Dirk in een beangstigende, totale duisternis.

‘Ik denk dat We er beter aan doen om weg te gaan,’ zei Gwen toen de lichten weer aangingen. Ze draaide zich om en schoof de kastdeur open om hun bagage eruit te halen. Dirk ging haar helpen.

‘Raakt u alstublieft niet in paniek,’ zei de Stem. ‘Voor uw eigen veiligheid verzoek ik u dringend om in uw kamer te blijven. De situatie is onder controle. Uitdaging beschikt over allerlei ingebouwde veiligheidsmaatregelen, alsmede back-ups voor alle belangrijke systemen.’

Ze waren klaar met pakken. Gwen liep naar de deur. ‘Draait u nu op reservekracht?’ vroeg ze.

‘De verdiepingen één tot vijftig, 251 tot 300, 351 tot 451 en 501 tot 550 zijn nu aangesloten op het reservesysteem,’ gaf de Stem toe. ‘Dit is geen reden tot alarm. Robottechnici repareren zo snel mogelijk de hoofdinstallatie en er zijn nog andere noodvoorzieningen voor het onwaarschijnlijke geval dat ook het reservesysteem zou uitvallen.’

‘Ik begrijp het niet,’ zei Dirk.’ Waarom? Wat is de oorzaak van deze storingen?’

‘Maakt u zich niet ongerust,’ zei de Stem.

‘Dirk,’ zei Gwen rustig. ‘Laten we gaan.’ Ze liep de deur uit, een tas in haar rechterhand en haar sensorpak aan een riem over haar linkerschouder. Dirk pakte de twee andere tassen op en volgde haar de kobaltblauwe gangen in. Ze haastten zich naar de liftkokers, Gwen een eindje voor Dirk uit. De tapijten dempten het geluid van hun voetstappen.

‘Bewoners die in paniek raken, zullen zichzelf eerder schade toebrengen dan degenen die veilig op hun kamers blijven tijdens de duur van dit kleine ongemak,’ berispte de Stem hen.

‘Vertel ons wat er aan de hand is, misschien veranderen we dan van gedachte,’ zei Dirk. Ze stopten niet en gingen niet langzamer lopen.