Op het grote vlakke plateau op Kijknouwes kun je aan de rand van de leegte gaan staan en naar beneden kijken, de oneindigheid in. De berg is maar vijfenzestig kilometer hoog, maar de blik van een mens glijdt langs de bergwand en vindt oneindigheid in de ondoorzichtige nevel die de onderzijde van de berg verhult.
De nevel van de leegte is wit en egaal en uniform. Hij strekt zich in één grote massa uit van de flank van de berg tot de horizon van die wereld. De leegheid kan zijn klauwen uitslaan naar de geest van een mens en die vasthouden, zodat hij verstard en betoverd aan de rand van de eeuwigheid blijft staan, tot iemand hem wegleidt. Ze noemen het Plateautrance.
En als je dan de horizon van de Ringwereld ziet …
‘Maar het is allemaal zelfhypnose,’ zei Louis. Hij keek in de ogen van het meisje. Ze bewoog rusteloos. ‘Ik zou de hypnose waarschijnlijk wel kunnen verbreken, maar waarom zou ik het risico nemen? Laat haar maar slapen.’
‘Ik begrijp het idee “hypnose” niet,’ zei Spreker-tot-Dieren. ‘Ik weet wat het is, maar ik begrijp niet hoe het werkt.’
Louis knikte. ‘Dat verbaast me niet erg. Kzinti kunnen nooit goed worden gehypnotiseerd. Poppenspelers ook niet, trouwens,’ voegde hij eraan toe. Want Nessus was opgehouden met het verzamelen van Ringwereld-levensvormen en was stilletjes naar hen toe komen lopen.
‘We kunnen bestuderen wat we niet kunnen begrijpen,’ zei de poppenspeler. ‘We weten dat er iets in een mens is dat geen beslissingen wil nemen. Een deel van hem wil dat iemand anders zegt wat hij doen moet. De ideale persoon voor een hypnotiseur is iemand die hem volledig vertrouwt en zich goed kan concentreren. Zijn overgave aan de hypnotiseur is het begin van de hypnose.’
‘Maar wat is hypnose?’
‘Een door een bepaalde factor teweeggebrachte staat van monomanie.’
‘Maar waarom zou iemand monomanisch worden?’
Op die vraag had Nessus blijkbaar geen antwoord.
‘Omdat hij de hypnotiseur vertrouwt,’ zei Louis.
Spreker schudde zijn grote hoofd en liep weg.
‘Een dergelijk vertrouwen in elkaar is krankzinnig. Ik moet bekennen dat ik hypnose niet begrijp,’ zei Nessus. ‘Jij, Louis?’
‘Niet helemaal, nee.’
‘Dat is een geruststellende gedachte,’ zei de poppenspeler, en een ogenblik lang keek hij in zijn eigen ogen: een paar pythons die elkaar onderzoekend aanstaarden. ‘Ik zou geen vertrouwen kunnen stellen in iemand die nonsens kan begrijpen.’
‘Wat heb je ontdekt over de planten van de Ringwereld?’
‘Ze schijnen erg te lijken op het leven op Aarde, zoals ik al heb verteld. Maar een aantal vormen schijnen gespecialiseerder te zijn dan je zou mogen verwachten.’
‘Verder geëvolueerd, bedoel je?’
‘Misschien. Maar aan de andere kant heeft een gespecialiseerde vorm hier meer ruimte, op de Ringwereld, bedoel ik, zelfs binnen het door zijn specialisatie sterk beperkte aantal plaatsen waar hij kan groeien. Waar het om gaat, is dat de planten en insekten genoeg overeenkomst vertonen met de soorten die we kennen om ons aan te vallen.’
‘En vice versa?’
‘O ja. Een paar soorten kan ik eten, een paar andere zijn geschikt voor jou. Je zult ze wel stuk voor stuk moeten testen eerst op giftigheid en dan op smaak. Maar elke plant die we vinden kan zo worden gebruikt door de keuken van je cyclette.’
‘Dus we hoeven niet te verhongeren.’
Dit ene voordeel weegt nauwelijks op tegen de gevaren die we moeten doorstaan. Als onze technici er nu maar aan hadden gedacht een sterrezaadlokker mee te geven. Als we die hadden gehad dan zou deze hele tocht onnodig zijn geweest.’
‘Een sterrezaadlokker?’
‘Een eenvoudig apparaatje, duizenden jaren geleden al uitgevonden. Het zorgt ervoor dat de zon van het stelsel waarin je je bevindt elektromagnetische signalen uit gaat zenden, en sterrezaden worden daardoor aangetrokken. Met een lokker zouden we een sterrezaad hierheen kunnen krijgen, en dan konden we contact opnemen met een schip van de Buitenstaanders dat er achteraan kwam.’
‘Maar de snelheid van sterrezaden is veel lager dan die van het licht. Het zou jaren kunnen duren!’
‘Denk toch eens na, Louis! Hoe lang we ook zouden moeten wachten, we zouden de veilige beslotenheid van het schip niet hebben hoeven te verlaten!’
‘Vind jij dat werkelijk leven?’ snoof Louis. En hij keek naar Spreker, staarde naar Spreker, hield Sprekers blik vast. Spreker-tot-Dieren, een eindje van hen vandaan op de grond ineengerold, staarde naar hem terug en grijnsde als een Alice in Wonderland Cheshire-Kat. Een lang ogenblik bleven ze zo naar elkaar kijken, toen stond de Kzin ogenschijnlijk ontspannen op, en verdween met een sprong in de struiken.
Louis draaide zich om. Op de een of andere manier wist hij dat er iets belangrijks was gebeurd. Maar wat? En waarom? Hij haalde zijn schouders op, zette de vraag van zich af.
Teela, nog steeds in de stoel van haar cyclette, scheen gespan nen verder te vliegen — haar lichaam in de juiste houding om snelheidsverschillen op te vangen. Louis dacht terug aan de paar keer dat hij was gehypnotiseerd door een therapeut. Het had veel geleken op doen alsof. Omhuld door een rozig besef dat hij geen verantwoordelijkheid meer hoefde te dragen had hij toch geweten dat het allemaal een spelletje was dat hij en de hypnotiseur samen speelden. Hij kon er zich elk ogenblik uit losmaken. Maar om de een of andere reden deed je dat nooit.
Teela’s ogen werden opeens helder. Ze schudde haar hoofd, draaide zich om en zag de andere twee. ‘Louis! Hoe zijn we geland?’
‘Op de gebruikelijke manier.’
‘Help me hier eens af.’ Ze stak haai armen uit als een kind op een muur. Louis sloeg zijn armen om haar middel en tilde haar uit de cyclette. De aanraking met haar lichaam joeg een elektrische prikkeling over zijn rug, en in zijn onderlichaam verspreidde zich een warm gevoel. Hij liet zijn handen waar ze waren. ‘Het laatste dat ik me herinner is dat we anderhalve kilometer hoog waren.’
‘Van nu af aan kijk je niet meer naar de horizon.’
‘Wat is er gebeurd? Ben ik achter het stuur in slaap gevallen?’ Ze lachte, en gooide haar hoofd naar achteren, zodat haar haar een grote zachte zwarte wolk werd. ‘En jij helemaal in paniek! Sorry, Louis. Waar is Spreker?’
Die zit een konijn achterna,’ zei Louis. ‘Hee, waarom gaan we zelf ook niet een eindje om, nu we de gelegenheid hebben?’
‘Een wandeling in het bos?’
‘Goed idee.’ Hij keek haar aan en zag dat ze elkaars gedachten hadden gelezen. Hij haalde een deken tevoorschijn uit het bagagerek van zijn cyclette. ‘Klaar.’
‘Jullie verbazen me,’ zei Nessus. ‘Geen van de ons bekende intelligente rassen copuleert zo vaak als jullie. Vooruit maar. Pas op waar je gaat zitten. Bedenk wel dat hier allerlei onbekende levensvormen huizen.’
‘Wist je,’ zei Louis, ‘dat naakt vroeger hetzelfde betekende als onbeschermd?’
Want hij had het idee dat hij met zijn kleren ook zijn veiligheid aflegde. De Ringwereld had een biosfeer die ongetwijfeld bol stond van insekten en bacteriën en dingen met grote tanden en belust op protoplasmisch vlees.
‘Nee,’ zei Teela. Ze stond naakt op de deken en strekte haar armen uit naar de zon, recht boven hem. ‘Een heerlijk gevoel. Weet je dat ik je nog nooit bij daglicht naakt heb gezien?’
‘Insgelijks. Ik zou er nog aan toe kunnen voegen dat je er zo drigg goed uitziet. Hier, ik zal je iets laten zien.’ Zijn hand ging half omhoog naar zijn onbehaarde borst. ‘Drigg …’
‘Ik zie niets.’
‘Het is weg. Dat is nou het vervelende met methusalixer. Geen souvenirs, geen herinneringen. De littekens verdwijnen, en na een tijdje …’ Hij volgde een lijn dwars over zijn borst, maar onder zijn vinger voelde hij niets ongewoons.