Выбрать главу

Sterrezaadlokker

‘Ze hadden moeten knielen,’ zei Louis klaaglijk. ‘Dat zette me op ’t verkeerde spoor. En de communicatieschijf zei de hele tijd “architect”, terwijl het “god” had moeten zijn.’

‘God?’

‘Ze hebben goden gemaakt van de bewoners van de Ringwereld. Ik had moeten merken hoe stil het was. Driggit, alleen die priester zei wat, de rest zweeg als het graf! Ze deden allemaal alsof ze luisterden naar een oude litanie. Alleen reageerde ik steeds weer op de verkeerde manier.’

‘Een godsdienst! Wat vreemd. Maar je had niet moeten lachen,’ zei Teela ernstig. ‘Niemand lacht in een kerk, zelfs toeristen niet.’

Ze vlogen onder een steeds kleiner wordende rand zon boven hen. De Ringwereld was boven zichzelf te zien: een boog van gloeiende blauwe stukken, met de minuut feller van kleur.

‘Toen vond ik een grappige gedachte,’ zei Louis. ‘Het is nog steeds grappig. Ze zijn vergeten dat ze op een ring wonen. Ze denken dat ’t een boog is.’

Een scherp suizend geluid kwam door de sonische capsule, werd een ogenblik lang een razende storm, en hield toen abrupt op. Ze vlogen nu sneller dan het geluid.

Zignamuklikklik werd kleiner achter hen. De stad zou zich nooit kunnen wreken op de demonen. De mensen zouden hen waarschijnlijk nooit meer zien.

‘Het ziet eruit als een boog,’ zei Teela.

‘Ja, je hebt gelijk. Ik had niet moeten lachen. Maar we zijn in zoverre gelukkig dat we onze fouten achter ons kunnen laten. Het enige dat we ooit hoeven te doen is opstijgen. Dan kan niemand ons nog wat doen; en in te halen zijn we ook niet.’

‘Een paar fouten moeten we met ons meedragen,’ zei Spreker. ‘Eigenaardig dat je dat zegt.’ Louis krabde afwezig aan zijn reus die even gevoelig was als een blok hout. De verwonding zou genezen voor de pijnstiller zou zijn uitgewerkt.

Een paar fouten moeten we met ons meedragen …

Maar Spreker moest aan iets anders hebben gedacht toen hij dat zei. Aan wat?

De lijn die de dag scheidt van de nacht wordt de terminator genoemd. De terminator van de Aarde is te zien van de Maan, en ook wanneer je in een baan om de Aarde draait, maar niet wanneer je je op de Aarde zelf bevindt.

Maar de rechte lijnen die donker van licht scheidden op de boog van de Ringwereld, waren allemaal terminators.

De terminator schoot van draaiwaarts op de vliegcyclettes af. Hij liep van de grond tot de hemel, van oneindigheid-bakboord tot oneindigheid-stuurboord. Hij kwam op hen toe als was hij een zichtbaar gemaakt noodlot, als een bewegende muur, te groot om te kunnen worden ontweken.

Toen was hij bij hen. De corona boven hen werd feller, vlamde toen hel op, toen het wegglijdende schaduwvlak een schijfje zon blootgaf. Louis keek naar de nacht aan zijn linker, en de dag aan zijn rechterhand, terwijl de schaduw van de terminator weggleed over een eindeloze vlakte. Een vreemde zonsopgang, speciaal in scène gezet voor Louis Wu de toerist.

Ver van hen vandaan, aan stuurboord, voorbij het punt waar het land tot nevel werd, werden de scherpe contouren van een berg zichtbaar in het nieuwe daglicht.

‘Vuist-van-God,’ zei Louis Wu en proefde de rollende klanken van de naam in zijn mond. Wat een naam voor een berg! Maar vooraclass="underline" wat een naam voor de grootste berg ter wereld!

Louis Wu de mens had last van pijntjes. Als zijn lichaam zich niet snel begon aan te passen dan zouden zijn verkrampte gewrichten hem dwingen om voorgoed in een zittende houding te blijven, en zou hij nooit een vin meer verroeren. En verder begonnen zijn voedselblokken te smaken naar — ja, naar blokken. En ook was hier en daar zijn neus nog steeds ongevoelig. En er was nog steeds géen kraantje voor koffie.

Maar Louis Wu de toerist vermaakte zich uitstekend.

Neem de vluchtreflex van de poppenspelers nou es. Niemand had ooit vermoed dat het ook wel es een vechtreflex zou kunnen zijn. Een reflex waarbij het hoefje van het derde been wordt vrijgemaakt voor een moordende uithaaclass="underline" Louis had het Nessus zien doen; de poppenbaas had iemands hart door een verbrijzelde ruggegraat getrapt. En niemand had het ooit vermoed. Alleen Louis Wu wel.

Neem de sterrezaadlokker nou es. Wat een poëtische gedachte, zo’n ding. Een eenvoudig apparaatje, dat al duizenden jaren geleden was uitgevonden, had Nessus gezegd. En geen poppenspeler had er ooit aan gedacht het bestaan ervan te vermelden, tot gisteren.

Maar poppenbazen waren zo volmaakt onpoëtisch.

Wisten de poppenbazen waarom schepen van de Buitenstaanders sterrezaden volgden? Verkneukelden ze zich omdat ze het wisten? Of waren ze achter dat geheim gekomen, en hadden ze het vervolgens weggegooid, omdat het niet relevant was in hun streven naar het eeuwige leven?

Nessus had zijn intercom uitgezet. Hij sliep waarschijnlijk. Louis stuurde een oproepsein, zodat de poppenspeler het lampje op zijn bedieningspaneel zou zien en contact zou opnemen als hij wakker werd.

Wist hij het?

De sterrezaden: dingen zonder verstand, die in grote aantallen aanwezig waren in de kern van het melkwegstelsel. Hun metabolisme: de zonnefenix; hun voedseclass="underline" de schaarse waterstof van de interstellaire ruimte. Ze bewogen zich voort door middel van een fotonzeil, enorm groot, met een hoog reflecterend vermogen, dat op dezelfde manier kon worden gehanteerd als een parachute. Een sterrezaad legde zijn ei meestal aan de rand van de intergalactische ruimte, en ging dan weer, zonder ei, terug naar de kern. Als het ei was uitgekomen, moest het sterrezaadjong zelf de weg naar huis zien te vinden, meegevoerd door de protonwind naar de warme, waterstofrijke kern.

Waar de sterrezaden gingen, daar gingen ook de Buitenstaanders. Waarom volgden de Buitenstaanders sterrezaden? Een zinloze vraag, maar wel een poëtische.

Misschien toch niet zo poëtisch. In het verleden, zo ongeveer halverwege de eerste Mens-Kzin oorlog, was een sterrezaad zig gegaan inplaats van zag, en het schip van de Buitenstaanders dat het volgde was langs Procyon gekomen. En was daar lang genoeg gebleven om Tisgelukt een hyperaandrijving te verkopen.

Het schip zou even goed in een stuk van de ruimte terecht hebben kunnen komen dat van de Kzinti was.

En waren de poppenspelers rond die tijd niet druk bezig de Kzinti te bestuderen?

‘Driggit! Dat komt ervan als je je gedachten de vrije loop laat. Discipline, dat heb ik nodig.’

Maar waren ze met dat onderzoek bezig, of waren ze dat niet? Natuurlijk waren ze dat wel. Nessus had het zelf gezegd. De poppenspelers waren bezig geweest met een onderzoek naar de Kzinti, om te zien of die veilig konden worden uitgeroeid.

Toen had de Mens-Kzin oorlog hun probleem opgelost. Een schip van de Buitenstaanders was puur bij toeval in de menselijke ruimte terechtgekomen en had daar Tisgelukt een hyperaandrijving verkocht, terwijl de armada van de Kzinti van de andere kant op het door de mens bewoonde stuk van de melkweg af kwam stormen. Toen de oorlogsschepen van de mens eenmaal hyperaandrijving hadden, waren de Kzinti geen bedreiging meer voor mens en poppenspeler.

‘Nee, dat zouden ze toch niet durven?’ zei Louis tegen zichzelf. De gedachte ontzette hem.

Als Spreker er ooit …’ Maar die mogelijkheid was nog erger. Ten experiment in selectief fokken,’ zei Louis hardop. ‘Selectief-het-mos-nie-magge-fokken. Maar ze hebben ons gebruikt. Ze hebben ons gebruikt!’

‘Ja,’ zei Spreker-tot-Dieren.

Een ogenblik was Louis er zeker van dat hij zich dat had ingebeeld. Toen zag hij Sprekers transparante miniatuurhoofd boven aan zijn dashboard. Hij had de intercom open laten staan. ‘Drigg en nog eens drigg! Je zat te luisteren!’

‘Niet omdat ik dat zo graag wilde, Louis. Ik was vergeten mijn intercom af te zetten.’

‘O.’ Te laat herinnerde Louis zich hoe Spreker naar hem had gegrijnsd, zogenaamd buiten gehoorbereik, toen Nessus klaar was met zijn beschrijving van een sterrezaadlokker. Herinnerde zich dat de oren van een Kzin de oren zijn van een carnivoor die jaagt op wat hij eet. Herinnerde zich dat de glimlachreflex van de Kzin is bedoeld om de tanden te ontbloten voor het gevecht.