‘Je had het daarnet over selectief,’ zei Spreker.
‘Ik was gewoon …’ stotterde Louis.
‘De poppenspelers zetten het menselijke ras in tegen dat van de Kzinti, om ervoor te zorgen dat de expansiezucht van de Kzinti aan banden werd gelegd. Ze hadden een sterrezaadlokker. Louis. Daarmee lokten ze een schip van de Buitenstaanders de menselijke ruimte binnen, om ervoor te zorgen dat de mens de overwinning behaalde. Een experiment in selectief fokken, noemde jij het.’
‘Floor nou es, dat is een heel onzekere serie veronderstellingen. Als je nou even kalm blijft … Naar die serie veronderstellingen is bij ons allebei opgekomen.’
‘Um.’
‘Ik verkeerde in onzekerheid of het beter was Nessus nu meteen hiermee te confronteren, of dat ik moest wachten tot we ons doel hadden bereikt: de Ringwereld verlaten. Nu jij op de hoogte bent van de toestand heb ik geen keus.’
‘Mau …’ Louis deed zijn mond dicht. De sirene had hem toch overstemd. Spreker had de knop voor ‘noodtoestand’ ingedrukt. De sirene was een maniakale mechanische krijs, een subsonisch en supersonisch geluid dat zo door je heen knarste dat het pijn deed. Nessus kwam met een ruk tevoorschijn. ‘Ja? Ja?’
Spreker brulde zijn antwoord. ‘Jullie hebben je in een oorlog gemengd, in het voordeel van de vijand! Jullie daad staat gelijk aan een oorlogsverklaring aan het Patriarchaat!’
Teela had haar intercom net op tijd aangezet om het laatste stuk te horen. Louis ving haar blik op, schudde zijn hoofd. Bemoei je er niet mee.
De hoofden van de poppenspeler golfden heen en weer als slangen; hij was duidelijk verbaasd. Zijn stem was zonder inflexie. zoals gebruikelijk. Waar heb je het over?’
‘De Eerste Oorlog tegen de Mens. Sterrezaadlokkers. De hyper-aandrijving van de Buitenstaanders.’
Een driehoekig hoofd verdween uit beeld. Louis zag een zilveren vliegcyclette uit de formatie wegglijden, en hij wist dat het Nessus was.
Hij maakte zich niet al te veel zorgen. De andere twee cyclettes waren net zilveren muggen, zo ver waren ze van hem vandaan, en zo ver van elkaar. Als er een gevecht op de grond had plaats gevonden, dan zou iemand ernstig gewond hebben kunnen raken. Maar wat kon er hier in de lucht gebeuren? De cyclette van de poppenspeler moest wel sneller zijn dan die van Spreker. Nessus zou daar heus wel voor gezorgd hebben; als het nodig was zou hij sneller moeten kunnen zijn dan een Kzin.
Alleen was de poppenspeler niet op de vlucht geslagen. Hij maakte een bocht om achter Spreker te komen.
‘Ik wil je niet doden,’ zei Spreker-tot-Dieren. ‘Als je van plan bent me aan te vallen, bedenk dan wel dat het bereik van je tasp wel eens minder zou kunnen zijn dan dat van het graafwerktuig van de Slavendrijvers. GRAUW!’
De strijdkreet van de Kzin was bloedstollend. Louis’ spieren verstarden, net als bij tetanus. Hij was zich maar nauwelijks bewust van het feit dat de zilveren stip wegdraaide van Sprekers cyclette. Maar hij zag wel Teela’s blik: pure bewondering in haar ogen. En haar mond was opengevallen.
‘Ik ben niet van plan je te vermoorden,’ zei Spreker wat kalmer. ‘Maar ik wil wel antwoorden hebben, Nessus. We weten dat jouw ras in staat is sterrezaden een bepaalde richting op te sturen.’
‘Ja,’ zei Nessus. Zijn cyclette schoot weg naar bakboord met een snelheid die aan het ongelooflijke grensde. De ijzige kalmte van Nessus en Spreker was een illusie: Louis Wu kon geen uitdrukking lezen op het gezicht van een buitenaards wezen, en de buitenaardse wezens konden geen menselijke uitdrukking leggen in het Interwerelds.
Nessus vluchtte voor zijn leven, maar de Kzin vloog nog steeds in formatie. Hij zei: ‘Ik wil antwoorden hebben, Nessus.’
‘Je vermoedens berusten op waarheid,’ zei de poppenspeler. ‘Ons onderzoek naar veilige methoden om de uitroeiing te bewerkstelligen van de bloeddorstige, vleesetende Kzinti toonde aan dat je ras een groot potentieel heeft en dat het mogelijkerwijs ons van nut zou kunnen zijn. We namen stappen om ervoor te zorgen dat jullie je ontwikkelden tot een niveau waarop jullie op vreedzame wijze om konden gaan met rassen van andere werelden. Onze methoden waren indirect, en heel veilig.’
‘Heel veilig. Nessus, dit staat me niets aan.’
‘Mij ook niet,’ zei Louis Wu.
Hij was niet voorbijgegaan aan het feit dat zowel Nessus als Spreker nog steeds Interwerelds sprak. Ze hadden hem buiten het gesprek kunnen houden door de Heldentaal te gebruiken. Ze hadden er echter de voorkeur aan gegeven om de mensen bij het gesprek te betrekken, want de twist betrof ook Louis Wu.
‘Jullie hebben ons gebruikt,’ zei hij. ‘Jullie hebben ons even grondig gebruikt als de Kzinti.’
‘Maar tot ons nadeel,’ wierp de Kzin tegen.
‘Er kwamen ook een aantal mensen om in de oorlogen tussen Mens en Kzin.’
‘Louis, laat ’m met rust.’ Teela Brown voegde zich bij de strijdenden. Driggit, als de poppenspelers er niet waren geweest, dan zouden we nu allemaal slaven van de Kzinti zijn. Ze zorgden ervoor dat de Kzinti de beschaving niet vernietigden!’
Spreker glimlachte en zei: ‘Wij hadden ook een beschaving.’
De poppenbaas was een zwijgend, spookachtig beeld, een één-ogige python, die klaarstond om toe te slaan. De andere mond bestuurde waarschijnlijk zijn cyclette, nu een heel eind van de andere drie vandaan.
‘De poppenspelers hebben ons gebruikt,’ zei Louis Wu. ‘Gebruikt als een stuk gereedschap, om ervoor te zorgen dat de Kzinti evolueerden.’
‘Maar het werkte!’ hield Teela vol.
Het geluid was bijna het spinnen van een kat, een zacht, dreigend gegrauw. Maar niemand zou de uitdrukking op Sprekers gezicht voor een glimlach hebben kunnen houden.
‘Het werkte!’ vloog Teela op. ‘Jullie zijn nu een vreedzaam ras, Spreker. Jullie leiden een gewoon bestaan naast …’
‘Zwijg, mens!’
‘Naast wezens die jullie gelijke zijn,’ zei ze edelmoedig. ‘Jullie hebben geen ander ras meer aangevallen sinds …’
De Kzin haalde het gewijzigde graafwerktuig van de Slavendrijvers te voorschijn en hield het voor de intercom zodat Teela het kon zien. Ze hield abrupt op met praten.
Wij hadden ook het slachtoffer kunnen zijn,’ zei Louis.
Ze luisterden alle drie aandachtig. ‘Wij hadden ook het slachtoffer kunnen zijn,’ herhaalde hij. ‘Als de poppenspelers een bepaalde karaktertrek of eigenschap in de mens hadden willen zweeg. ‘O,’ zei hij. ‘Teela. Ja, natuurlijk.’
De poppenspeler reageerde niet.
Teela schoof heen en weer onder Louis’ blik. ‘Wat is er aan de hand, Louis? Louis!’
‘Sorry. Er kwam net een gedachte in me op … Nessus, vertel eens wat. Vertel eens wat over de Vruchtbaarheidsvoorschriften.’
‘Louis, ben je nou gek geworden?’
‘Juuuhh,’ zei Spreker-tot-Dieren. ‘Daar had ik zelf ook wel aan gedacht, mettertijd. Nessus?’
‘Ja,’ zei Nessus.
De cyclette van de poppenspeler was een in de verte verdwijnende zilveren stip, bijna onzichtbaar tegen een groter, vager helder punt voor hen, iets verder van hen vandaan dan twee punten op Aarde van elkaar verwijderd kunnen zijn. Het beeld op de intercom was het onveranderlijke, onleesbare rare gezicht van een poppenbaas: een platte driehoekige schedel en slappe grijp lippen. Hij zag er niet gevaarlijk uit, deze poppenspeler.
‘Jullie hebben geknoeid met de Vruchtbaarheidsvoorschriften van de Aarde.’
‘Waarom?’
‘Wij mogen mensen graag. We vertrouwen mensen. We hebben tot wederzijds voordeel handel gedreven met mensen. Het is in ons voordeel om mensen het leven gemakkelijker te maken, want het is wel zeker dat zij eerder de Wolken van Magelhaen bereiken dan wij.’