‘Maar waarom?’
‘Nessus is nog steeds de eigenaar van de Grote Gok. De Grote Gok is de enige manier om de mensheid in minder dan vele eeuwen naar de Wolken van Maghellaen te krijgen. We raken de Grote Gok kwijt als we zonder Nessus de Ringwereld verlaten.’
‘Wat, wat lomp, Louis!’
‘Hoor nou es. Je zei zelf dat als de poppenbazen niet met de Kzinti hadden gedaan wat ze hebben gedaan, we nu allemaal slaven van ze zouden zijn. Da’s waar. Maar als de poppenbazen de Vruchtbaarheidsvoorschriften niet hadden veranderd, was je niet eens geboren!’
Ze lag star tegen hem aan. Haar gedachten waren in haar gezicht te zien, en haar gezicht was net als haar ogen: stijf dicht.
Hij bleef het proberen. ‘Wat de poppenspelers hebben gedaan hebben ze een hele tijd geleden gedaan. Kun je niet vergeven en vergeten?’
‘Nee!’ Ze rolde van hem vandaan, onder de warme overalls uit en het ijzige water in. Louis aarzelde, ging toen achter haar aan. Een koude, natte schok … hij kwam boven water … Teela zat weer op haar plekje onder de waterval.
En glimlachte uitnodigend. Hoe konden haar stemmingen zo snel wisselen?
Hij zwom naar haar toe.
‘Dat is een charmante manier om een man te vertellen dat ie zijn mond moet houden,’ lachte hij. Ze kon hem onmogelijk hebben verstaan. Hij kon zichzelf niet eens horen, met al dat water dat om hen heen naar beneden raasde. Maar Teela lachte terug, al even geluidloos, en stak haar armen naar hem uit.
‘Het waren toch maar stomme argumenten!’ gilde hij.
Het water was koud, koud. Teela was de enige warmte. Ze knielden neer, de armen om elkaar, gesteund door een ruwe plaat rots, vlak onder water.
Het was een verrukkelijke mengeling van warm en koud, een puur genoegen om daar samen de liefde te bedrijven. Het loste geen problemen op, maar voor problemen kon je weglopen.
Ze liepen terug naar de cyclettes, een beetje rillend in hun verwarmde cocons. Louis zei niets. Teela ook niet. Zwijgend liepen ze voort, en speelden met hun in elkaar verstrengelde vingers. ‘Goed dan,’ zei ze opeens. ‘Als je Spreker zover kunt krijgen, dan mag je Nessus terughalen.’
‘Dank je,’ zei Louis. En liet zijn verbazing duidelijk blijken. ‘Het is alleen maar voor de Grote Gok,’ zei ze. ‘En bovendien lukt ’t je toch niet.’
Er was tijd voor een maaltijd en verplichte oefeningen: opdrukken en op de plaats draven, en voor onverplichte oefeningen: boompje klimmen.
Even later kwam Spreker terug. Zijn mond was niet met bloed bespat. Bij zijn cyclette gekomen, draaide hij geen allergiepil, maar een natte baksteenvormige klomp warme lever. De machtige jager keert huiswaarts, dacht Louis, maar hij hield zijn kaken stevig op elkaar.
Het was bewolkt geweest toen ze landden. Het was nog steeds betrokken, een eenvormig loden grijs, toen ze terugkeerden. En Louis ging verder per intercom.
‘Maar het was zo lang geleden!’
‘Een kwestie van eer heeft niets te maken met tijd, Louis, al zou jij daar natuurlijk geen weet van hebben. Verder bevinden zich de resultaten van zijn bemoeiingen in onze onmiddellijke omgeving. Waarom heeft Nessus een Kzin uitgezocht als reisgezelschap?’
‘Dat heeft ie verteld.’
‘Waarom heeft hij Teela Brown uitgekozen? Hij-die-het-verst-in-de-achterhoede-is moet Nessus hebben opgedragen om erachter te komen of de mensen psychisch geluk hebben geërfd. Hij moest ook te weten zien te komen of Kzinti dociel geworden zijn. Hij koos mij uit omdat ik als ambassadeur bij een karakteristiek arrogant ras waarschijnlijk wel blijk zal geven van de dociliteit die zijn volk nastreeft.’
‘Daar heb ik ook aan gedacht.’ Louis had de gedachte nog verder doorgezet. Had Nessus opdracht gekregen om sterrezaadlokkers ter sprake te brengen, om Sprekers reacties te peilen? ‘Het maakt niets uit. Ik zeg dat ik niet dociel ben.’
‘Wil je nu eindelijk eens ophouden met dat woord? Het misvormt je hele denken!’
‘Louis, waarom ga jij aan de kant van de poppenbaas staan? Waarom wil je zijn gezelschap zo graag?’
Goede vragen, dacht Louis. De poppenspeler verdiende het zeker om wat te zweten. En als wat Louis vermoedde waar was, dan was Nessus helemaal niet in gevaar.
Lag het alleen maar aan het feit dat Louis Wu gesteld was op wezens van andere werelden?
Of lag de zaak algemener? Een poppenspeler was anders. Anderszijn was belangrijk. Een man van Louis Wu’s leeftijd zou zonder afwisseling genoeg krijgen van het leven zelf. Voor Louis was het gezelschap van wezens van andere rassen noodzaak.
De cyclettes gleden omhoog, volgden de helling van de bergen. ‘Gezichtspunten,’ zei Louis Wu. ‘We bevinden ons in een vreemde omgeving, vreemder dan alle werelden van mens of Kzin. Misschien hebben we wel alle soorten inzicht nodig die we kunnen mobiliseren, alleen maar om erachter te komen hoe het hier in elkaar zit.’
Teela applaudisseerde geluidloos. Mooi geredeneerd! Louis knipoogde terug. Een heel menselijke conversatie; Spreker kon onmogelijk nagaan wat ze hadden bedoeld.
‘Ik heb geen Kzin nodig om mij deze wereld uit te leggen. Mijn eigen ogen, neus en oren zijn voldoende.’
‘Dat is nog maar de vraag. Maar je hebt de Grote Gok wél nodig. We hebben allemaal de technologie nodig die in dat schip zit.’
‘Voor winst? Dat is een onwaardig motief.’
‘Driggit, dat is niet eerlijk! De Grote Gok is voor het hele menselijke ras, en voor de Kzinti ook!’
‘Een spitsvondige uitvlucht, meer niet. Al gaat de winst niet naar jou alleen, toch verkoop je je eer voor winst.’
‘Mijn eer is niet in gevaar,’ zei Louis tandenknarsend.
‘Ik vind van wel,’ zei de Kzin. En verbrak de verbinding.
‘Dat is een handig apparaatje, die aan-uit knop,’ zei Teela boosaardig. ‘Ik wist wel dat hij dat zou doen.’
‘Ik ook. Maar heer Finagle nog an toe! Hij is wel moeilijk te overtuigen!’
Voorbij de bergen lag een eindeloze wijde vlakte schapewolkjes, vergrijzend naar de oneindigheidshorizon toe. De cyclettes schenen boven witte wolken te drijven, onder een heldere blauwe hemel waarin de Boog een vage streep was aan de rand van de onzichtbaarheid.
De bergen verdwenen achter hen in de verte. Louis voelde even iets van spijt. De poel in het bos met de watervaclass="underline" ze zouden het nooit meer terugzien.
Een spoor volgde de drie cyclettes: een hekgolf van woelende wolken waar drie sonische klappen over de bewolking streken. Voor hen werd de oneindigheidshorizon maar door één detail doorbroken. Louis kwam tot de conclusie dat het of een berg of een storm was, heel ver van hen vandaan, heel groot. Het had de grootte van een speldeknop die je op armlengte houdt.
Spreker verbrak de stilte. Een opening in het wolkendek, Louis, voor ons uit, naar draaiwaarts.’
‘Ik zie het.’
‘Zie je hoe het licht erdoorheen schijnt? Er weerkaatst heel veel licht van het landschap.’
Dat was zo, de randen van het gat in de wolken gloeiden fel. Hmmm … ‘Is het mogelijk dat we over stukken Ringvloer vliegen? Dat zou nog wel het grootste brok gedegenereerd landschap zijn dat we zijn tegengekomen.’
‘Ik wil het van wat dichterbij gaan bekijken.’
‘Goed,’ zei Louis.
Hij zag dat de stip van Sprekers cyclette pijlsnel draaiwaarts begon af te zwaaien. Met een snelheid van Mach 2 zou Spreker niet meer dan een glimp van de grond opvangen …
Dit was wel een probleem. Waar moest hij naar blijven kijken? Naar de zilveren stip, of het kleine oranje kattehoofd boven zijn dashboard? Het een was echt, het andere was gedetailleerd. Allebei boden ze informatie, maar van een verschillende soort.
In principe bevredigde geen van de twee mogelijke antwoorden. In de praktijk hield Louis ze natuurlijk allebei in het oog.
Hij zag dat Spreker boven het gat was …
In de intercom hoorde hij de echo van het gekrijs van de Kzin. De zilveren stip was opeens feller geworden, en Sprekers gezicht was een helle massa wit licht. Zijn ogen zaten stijf dicht. Zijn mond was open, en krijste.