Выбрать главу

Louis dook bijna onder de Ring door. Een gedachte hield hem tegen. De man met het haviksgezicht die heerste over de banketzaal zou nooit zijn gebukt, zelfs niet bij het betreden van dit hoogste heiligdom. Louis liep op de Ring af en erdoorheen, en kwam er zo achter dat het een holo-projectie was.

Hij bleef achter de Kzin staan.

Het scherm was omringd door panelen met bedieningsorganen.

Alle knoppen waren groot en massief, en van zilver, en ze waren ook allemaal gemaakt in de vorm van een dierekop. De panelen zelf waren voorzien van kronkels en allerhande ronde bogen. Mooi gemaakt, dacht Louis. Decadent?

Het scherm stond aan, maar het beeld was niet vergroot. Erin kijken had veel weg van op de Ringwereld neerzien vanuit de baan van de schaduwvlakken. Louis voelde iets van déjà vu. ‘Zoëven had ik een meer gedetailleerd beeld,’ zei de Kzin. ‘Als ik me goed herinner …’ Hij beroerde een knop, en het beeld dijde zo snel uit dat Louis’ hand naar een remhendel tastte. ‘Ik wil je de randmuur laten zien. Rrrr, een beetje verder …’ Hij raakte een andere grillig gevormde knop aan, en het beeld gleed weg. Ze keken over de rand van de Ringwereld.

Ergens waren er telescopen om ze dit uitzicht te bieden. Waar? Op de schaduwvlakken gemonteerd?

Ze keken neer op anderhalfduizend kilometer hoge bergen. En het beeld werd steeds groter toen Spreker knoppen vond die nog verder gingen. Louis stond paf toen hij zag hoe abrupt de bergen, die afgezien van hun grootte een heel natuurlijke indruk maakten, werden afgekapt door de messcherpe schaduw van de ruimte.

Toen zag hij wat er over de toppen van de bergen liep.

Het was maar een serie zilveren stippen, maar hij wist wat het zou zijn. ‘Een lineaire versneller.’

‘Ja,’ zei Spreker. ‘Zonder transfercabines is dat de enige manier om Ringwereld-afstanden af te leggen. Dit moet het belangrijkste transportsysteem zijn geweest.’

‘Maar het is vijftienhonderd kilometer hoog. Liften?’

‘Ik heb overal langs de randmuur liftkokers gevonden. Daar, bijvoorbeeld.’ Nu was de zilveren draad een serie minuscule ronde lussen, ver uit elkaar, en allemaal verborgen voor mensen op de Ringwereld zelf door een bergtop. Een buis die zo dun was dat Louis hem bijna niet kon zien leidde van een van de lussen de helling van een berg af, een laag wolken in, onderaan de atmosfeer van de Ringwereld.

Spreker zei: ‘De elektromagnetische lussen zijn dikgezaaid om de liftkokers heen. Elders staan ze veel verder uit elkaar, een miljoen kilometer wel, af en toe. Ik vermoed dat ze alleen maar dienen om te starten en te stoppen en te leiden. Een wagen zou kunnen worden geaccelereerd tot vrije val, langs de rand glijden met een relatieve snelheid van 1220 kilometer per seconde, om weer tot staan gebracht te worden bij een liftschacht, door een tweede serie lussen.’

‘Het kost je wel maximaal tien dagen om te komen waar je zijn wilt. En dan tel ik de acceleratietijd niet eens mee.’

‘Dat betekent niets. Het kost jullie zestig dagen om bij Zilverogen te komen, de verst van de Aarde verwijderde menselijke wereld. Je zou vier keer zoveel tijd nodig hebben om de bekende ruimte van rand tot rand over te steken.’

Dat was waar. En de leefruimte op de Ringwereld was groter dan die van de hele bekende ruimte samen. Ze wilden ruimte hebben toen ze dit ding bouwden. ‘Heb je ook tekenen van activiteit gezien? Wordt de lineaire versneller nog steeds gebruikt?’

‘Je vraag is zinloos. Ik zal het je laten zien.’ Het beeld convergeerde, gleed opzij, werd langzaam groter. Het was nacht. Donkere wolken gleden over donker land, en toen …

‘Stadslichten.’ Louis knikte. Nou zeg. Het was allemaal wat te snel gegaan. ‘Dus niet alles is dood. We kunnen hulp krijgen.’

‘Dat denk ik niet. Misschien is dit wel moeilijk te vinden … aha!’

‘Finagle’s zwarte geest!’

Het kasteel, duidelijk hun eigen kasteel, zweefde statig boven een veld van licht. Ramen, neon, stromen zwevende lichtvlekken (dat moesten wagens zijn) … vreemd gevormde zwevende gebouwen … prachtig was het.

‘Banden. Driggit! We kijken naar oude opnamen. Ik dacht dat het live-uitzendingen zouden zijn.’ an verrukkelijk ogenblik had het erop geleken dat hun zoektocht voorbij was. Verlichte steden vol bedrijvigheid, de precieze lokatie op een kart aangegeven … maar deze beelden moesten eeuwen, beschavingen oud zijn.

‘Dat dacht ik ook gisteravond, vele uren lang. Ik vermoedde pas hoe de zaak in elkaar zat toen ik de duizenden kilometers meteoorkrater niet kon vinden die zijn geslagen bij de landing van de Leugenaar.’

Sprakeloos mepte Louis de Kzin op diens blote roze-met-lavendel schouder. Hoger kon hij niet komen.

De Kzin negeerde de vrijpostige opwelling. ‘Toen ik het kasteel had gelokaliseerd, ging het heel snel. Let op.’ Hij liet het beeld snel naar bakboord glijden. Het donkere land werd vager, alle details verdwenen. Toen waren ze boven een zwarte oceaan.

De camera scheen weg te glijden, omhoog …

‘Zie je? Een baai van een van de grote zoute oceanen ligt op ons pad naar de randmuur. De oceaan zelf is een paar keer zo groot als de grootste op Kzin of de Aarde. De baai is ter grootte van de grootste oceaan op Kzin.’

Nog meer vertraging! Kunnen we er over komen?’

‘Misschien wel. Maar er staat ons nog meer uitstel te wachten. Ik heb gisteravond de dichtstbijzijnde ruimtehaven bestudeerd.’ Ze stonden middenin de miniatuur-Ringwereld en keken door een rechthoekig scherm in het verleden.

Het verleden dat ze zagen werd gekenmerkt door geweldige prestaties. Spreker had het scherm gericht op de ruimtehaven, een brede uitstekende lijst op de naar de ruimte toegekeerde kant van de randmuur. Ze zagen hoe een enorme stompneuzige cilinder, de duizend raampjes helder verlicht, landde met gebruikmaking van elektromagnetische steunvelden. De velden hadden verschillende gloeiende pasteltinten, waarschijnlijk om de mensen achter de bedieningsorganen in staat te stellen ze visueel te bedienen. ‘De tape is eindeloos,’ zei Spreker. ‘Als je het laatste hebt gehad, begint hij gewoon weer opnieuw. Ik heb er gisteravond een tijdje naar zitten kijken. De passagiers schijnen recht de randmuur in te lopen, alsof er een soort osmoseproces plaatsvindt.’

‘Jah.’ Louis zat in zak en as. De lijst van de ruimtehaven was van hen uit gezien ver weg naar draaiwaarts — een afstand die spotte met wat ze nu al hadden afgelegd.

‘Ik heb een schip zien vertrekken. Ze maakten geen gebruik van de lineaire versneller. Die gebruiken ze alleen maar bij landingen, om de snelheid van het schip aan die van de ruimtehaven aan te passen. Voor een start wippen ze het schip gewoon van de Ring af, de ruimte in.

Wat de bladeter had vermoed is dus juist. Weet je nog, de klapdeurconstructie? De Ringwereld draait met een snelheid die meer dan groot genoeg is voor een stuwschep aandrijving. Louis, luister je wel?’

Louis schrok op. ‘Sorry. Het enige waar ik aan kan denken is dat dit onze reis zo’n miljoen kilometer langer maakt.’

‘Misschien is het mogelijk om het hoofdvervoerssysteem te gebruiken, de kleine lineaire versneller bovenop de randmuur.’

‘Geen schijn van kans. Waarschijnlijk ligt het ding in puin. De beschaving vertoont de neiging om zich te verspreiden, als dat via een transportsysteem mogelijk is. En zelfs als we het aan de praat krijgen, dan is het nog zo dat we niet de kant van een lift-schacht opgaan.’

Dat is waar,’ zei de Kzin. ‘Ik heb gekeken of ik er een zag.’

Op het rechthoekige scherm was het schip nu geland. Zwevende wagens sleepten een gelede buis naar de hoofdsluis van het schip. Passagiers stapten de buis in.