Elayne pakte haar zusters hand en toen Aviendha probeerde na één kneepje los te laten, hield ze die vast. Na een korte aarzeling kneep Aviendha terug. Op een bepaalde manier was de aanwezigheid van Aviendha een troost voor Elayne geweest bij het verlies van Rhand; ze was niet slechts een zuster, maar een zuster die ook van hem hield. Ze konden op elkaar steunen en elkaar aan het lachen maken als ze eigenlijk wilden huilen, en ze konden samen huilen als dat nodig was. Elke drie nachten één eenzame nacht betekende waarschijnlijk dat ze een op de drie nachten alleen zou huilen. Licht, wat dééd Rhand toch? Dat afschuwelijke baken in het westen straalde nog even sterk als ooit en ze wist zeker dat hij er vlakbij was. Er was helemaal niets veranderd in haar binding met hem, maar ze wist het zeker. Plotseling besefte ze dat ze hard in Aviendha’s hand kneep en dat Aviendha haar hand even stevig vasthield. Ze lieten gelijktijdig een beetje los, maar bleven hand in hand staan.
‘Zelfs wanneer ze afwezig zijn zorgen mannen voor problemen,’ zei Aviendha zachtjes.
‘Zo is het,’ beaamde Elayne.
Monaelle glimlachte over hun uitwisseling. Zij was een van de weinigen die wist van de binding met Rhand en wie de vader van Elaynes kind was. Maar geen van de Kinsvrouwen wist het. ‘Je zou zeggen dat Rhand je wel alle problemen heeft gebracht die hij maar kon, Elayne,’ zei Sumeko zuinigjes. De Wet van de Kinne volgde de regels voor Novices en Aanvaarden, die niet alleen het krijgen van kinderen verbood maar ook alles wat daartoe zou kunnen leiden, en ze hielden zich daar strikt aan. Ooit zou een Kinsvrouw nog eerder haar tong hebben ingeslikt dan te beweren dat een Aes Sedai zich niet aan hun Wet hield. Maar er was sindsdien veel veranderd. ik moet vandaag naar Tyr reizen, dus kan ik morgen een lading graan en olie mee terugnemen. Het wordt al laat, dus als jullie klaar zijn met praten over mannen dan stel ik voor dat jullie Monaelle laten doen waar ze voor gekomen is.’
Monaelle zette Elayne voor de open haard, zo dichtbij dat de warmte van de bijna opgebrande houtblokken bijna onplezierig was – een moeder moest goed warm worden gehouden, zei ze. Toen de gloed van saidar haar omgaf, begon ze draden van Geest en Vuur en Aarde te weven. Aviendha kijk bijna even geboeid toe als Sumeko. ‘Wat is dit?’ vroeg Elayne toen de weving om haar heen viel en in haar lichaam trok. is het net zoiets als Schouwen?’ Elke Aes Sedai in het paleis had haar geschouwd, maar alleen Merilille was voldoende vaardig in de Heling om er iets nuttigs mee te kunnen doen. Maar niemand, ook Sumeko niet, had meer kunnen zeggen dan dat ze zwanger was. Ze voelde een vaag getintel, een soort zoemen in haar lichaam.
‘Doe niet zo dom, meisje,’ zei Sumeko afwezig. Elayne trok een wenkbrauw op en dacht er zelfs even aan om de ring met het Grote Serpent onder haar neus te houden, maar de vrouw met het ronde gezicht leek het niet op te merken. Ze zou de ring misschien ook niet eens hebben opgemerkt. Ze leunde voorover en tuurde alsof ze de weving in Elaynes lichaam kon zien. ‘De Wijzen hebben hun Heling van mij geleerd. En van Nynaeve, neem ik aan,’ gaf ze even later toe. O, Nynaeve zou zijn uitgebarsten als het werk van een Vuurwerker als ze dat had gehoord. Maar Sumeko was Nynaeve allang voorbij gestreefd. ‘En de eenvoudige vorm hebben ze van de Aes Sedai geleerd.’ Haar gesnuif klonk alsof er tentdoek werd gescheurd, wat aangaf wat Sumeko vond van die ‘eenvoudige’ vorm, de enige soort Heling die de Aes Sedai duizenden jaren lang hadden gekend. ‘Dit is iets van de Wijzen zelf.’
‘Het heet Strelen van het Kind,’ zei Monaelle afwezig. Ze had bijna al haar aandacht gericht op de weving. Simpelweg Schouwen om te ontdekken wat iemand mankeerde – het was eenvoudig, als je erover nadacht – zou nu al klaar zijn geweest, maar ze wijzigde de stromen waardoor het zoemen binnen in Elayne veranderde van toonhoogte en dieper werd. ‘Misschien is het een soort Heling, een vorm van Heling, maar wij kennen dit al sinds we naar het Drievoudige Land zijn gestuurd. Sommige manieren waarop de stromen worden gebruikt lijken op wat Sumeko Karistovan en Nynaeve Almaeren ons hebben getoond. Bij het Strelen van het Kind voel je de gezondheid van moeder en kind, en door de stromen te wijzigen kun je bepaalde problemen van beiden verhelpen, maar het werkt niet bij een vrouw die niet zwanger is. Of bij een man, natuurlijk.’ Het zoemen werd luider, tot het scheen dat iedereen het wel moest horen. Elayne had het gevoel dat haar tanden klapperden.
Ze dacht aan iets wat haar eerder was ingevallen en zei: ‘Zou geleiden mijn kind kunnen schaden? Als ik geleid, bedoel ik?’
‘Het is niet schadelijker dan ademhalen.’ Monaelle liet de weving met een grijns vervagen. ‘Je hebt er twee. Het is te vroeg om te zeggen of het meisjes of jongens zijn, maar ze zijn gezond, en jij ook.’ Twee! Elayne en Aviendha lachten blij naar elkaar. Ze kon de vreugde van haar zuster bijna voelen. Ze kreeg een tweeling. Rhands kinderen. Een jongen en een meisje, hoopte ze, of twee jongens. Twee meisjes zouden een probleem vormen bij de troonopvolging. Niemand kreeg ooit de Rozenkroon met iederéén achter zich. Sumeko maakte een nadrukkelijk keelgeluid en gebaarde naar Elayne, en Monaelle knikte. ‘Doe precies wat ik ook deed, dan zul je het zien.’ Ze keek toe hoe Sumeko de Bron omhelsde en een weving vormde en knikte weer. De ronde Kinsvrouw liet de weving over Elayne glijden en slaakte een zucht alsof ze het gezoem zelf voelde. ‘Je hoeft je geen zorgen te maken over barensziekte,’ ging Monaelle door, ‘maar je zult merken dat het je soms moeite zal kosten om te geleiden. De draden kunnen van je wegglippen alsof ze ingevet zijn, of vervagen als de mist, dus zul je meerdere pogingen moeten doen om zelfs maar de eenvoudigste weving te maken en vast te houden. Het kan nog moeilijker worden naarmate je zwangerschap vordert en je zult helemaal niet kunnen geleiden als je aan het baren bent, maar het komt snel weer in orde nadat de kinderen geboren zijn. Je zult ook buien krijgen, als dat al niet zo is; het ene ogenblik moet je huilen en het volgende ben je boos. De vader van je kinderen kan maar beter voorzichtig zijn en zo veel mogelijk afstand houden.’ ik heb gehoord dat ze zijn hoofd er vanmorgen al bijna heeft afgebeten,’ mompelde Sumeko. Ze liet de weving los, ging rechtop staan en schikte haar riem. ‘Dit is heel bijzonder, Monaelle. Ik zou nooit hebben gedacht aan een weving die alleen bij zwangere vrouwen kan worden gebruikt.’
Elayne perste haar lippen op elkaar, beheerste zich en zei: ‘En dat alles kun je met deze weving zien, Monaelle?’ Het was beter als de mensen dachten dat haar kinderen van Doilin Mellar waren. De kinderen van Rhand Altor zouden doelwitten zijn, opgejaagd uit angst of haat of voor gewin, maar niemand zou verder nadenken over de kinderen van Mellar. Misschien niet eens Mellar zelf. Het was het beste, en dat was dat.
Monaelle gooide haar hoofd achterover en lachte zo hard dat ze haar ogen moest deppen met een punt van haar sjaal, ik weet dit alles omdat ik zeven kinderen heb gebaard en drie echtgenoten heb gehad, Elayne Trakand. De gave van het geleiden beschermt je tegen de barensziekte, maar je zult een andere prijs moeten betalen. Kom, Aviendha, probeer het ook eens. Voorzichtig, precies zoals ik deed.’ Aviendha omhelsde gretig de Bron, maar voordat ze een draad had geweven liet ze saidar los en wendde haar hoofd af om naar de donkere muur te kijken. Naar het westen. Elayne, Monaelle en Sumeko deden hetzelfde. Het baken dat zo lang had gestraald, was verdwenen. Het ene ogenblik was het er geweest, de ziedende straling van saidar en toen was het verdwenen alsof het nooit had bestaan. Sumeko’s enorme boezem zwol toen ze diep ademhaalde, ik denk dat er vandaag iets heel moois óf iets heel ergs is gebeurd,’ zei ze zachtjes. ‘En ik denk dat ik bang ben om te weten welk van de twee het is.’
‘Iets moois,’ zei Elayne. Het was gebeurd, wat hét dan ook was en Rhand leefde. Dat was mooi genoeg. Monaelle keek haar vragend aan. Ze wist van de binding en kon de rest wel raden, maar ze speelde slechts bedachtzaam met haar ketting. Ze zou het toch wel snel genoeg uit Aviendha lospeuteren.