Выбрать главу

‘Jouw vrouw?’ vroeg Hanlon voorzichtig. De andere man glimlachte zelfgenoegzaam.

‘Zo goed als. De vrouwe vond dat ik maar even goed kon gebruiken wat jij niet nodig had. In ieder geval houden Fallie en ik elkaar ’s nachts warm.’ Murellin begon om de tafel te lopen, nog steeds grijnzend, maar nu naar de vrouw. Op dat ogenblik klonk er een kreet door de gang en stond hij met een zucht stil terwijl zijn grijns wegstierf van zijn gezicht.

‘Falion!’ riep de scherpe stem van Shiaine van veraf. ‘Breng Hanlon naar boven en snel een beetje!’ Falion zette de kan met zoveel kracht op tafel dat er wijn over de rand klotste en was al onderweg naar de deur voor Shiaine uitgesproken was. Als de andere vrouw riep, sprong Falion op.

Hanlon sprong ook op, maar om een andere reden. Hij haalde haar in en greep haar arm, net toen ze een voet op de trap wilde zetten. Hij keek snel achterom en zag dat de keukendeur dicht was. Misschien voelde Murellin de kou toch. Hij sprak in ieder geval zachtjes. ‘Wat was dat allemaal?’

‘Dat gaat je niets aan,’ zei ze kortaf. ‘Kun je me iets bezorgen om hem in slaap te krijgen? Iets wat ik in zijn bier of wijn kan doen? Hij drinkt alles, het maakt niet uit hoe het smaakt.’

‘Als Shiaine denkt dat ik haar niet gehoorzaam, dan is het wél mijn zaak. En jij zou dat ook zo moeten zien, als je meer dan twee gedachten tegelijk aankunt.’

Ze hief haar gezicht op en keek hem langs haar lange neus aan, koud als een vis. ‘Dit gaat jou niets aan. Wat Shiaine betreft, ben ik nog steeds van jóu wanneer jij hier bent. Er zijn namelijk wat zaken veranderd.’ Plotseling werd zijn pols stevig vastgegrepen door iets onzichtbaars en werd zijn hand van haar mouw getrokken. Iets anders greep zijn keel en kneep erin tot hij geen adem meer kon krijgen. Vruchteloos graaide hij met zijn linkerhand naar zijn dolk. Haar stem bleef kalm. ik dacht dat bepaalde andere zaken daarom overeenkomstig moesten veranderen, maar Shiaine kan niet logisch nadenken. Zij zegt: als de Grote Meester Moridin de straf wil verlagen, zal hij dat wel zeggen. Moridin heeft me aan haar gegéven. Murellin is haar manier om te zorgen dat ik dat begrijp. Haar manier om te zorgen dat ik haar hondje ben tot zij anders beslist.’ Ze haalde diep adem en de druk verdween van zijn pols en keel. Lucht had nog nooit zo zoet gesmaakt. ‘Kun je me bezorgen wat ik vraag?’ zei ze, zo kalm alsof ze niet zojuist had geprobeerd om hem te vermoorden met die bloedige Kracht. Alleen al de gedachte dat hij daardoor was aangeraakt bezorgde hem kippenvel.

‘Ik kan...’ begon hij schor, stopte om te slikken en wreef over zijn keel. Het voelde alsof er een strop om zijn nek had gezeten, ik kan je wel iets bezorgen wat hem zo diep in slaap brengt dat hij nooit meer wakker wordt.’ Zodra het veilig was, zou hij haar uitbenen als een gans.

Ze snoof minachtend. ‘Shiaine zou mij als eerste verdenken, en ik kan beter mijn eigen polsen doorsnijden dan bezwaar maken tegen iets wat zij doet. Het is genoeg als hij de hele nacht slaapt. Laat het denkwerk aan mij over, daar worden we allebei beter van.’ Ze legde een hand op de bewerkte trapleuning en keek omhoog. ‘Kom. Als ze nú zegt, bedoelt ze ook nu.’ Jammer dat hij haar niet kon opknopen.

Hij volgde haar, zijn laarzen stampend op de treden en kabaal makend in de voorhal, toen hij bedacht dat hij de bezoeker niet had horen vertrekken. Tenzij het huis een geheime uitgang had die hij niet kende, waren er alleen de voordeur, de keukendeur en een tweede achterdeur die alleen via de keuken bereikbaar was. Het leek er dus op dat hij die soldaat zou ontmoeten. Misschien moest het een verrassing zijn. Hij liet stiekem zijn dolk in de schacht glijden. Zoals verwacht brandde er in de grote open haard van blauwgeaderd marmer in de voorste zitkamer een knapperend vuur. Het was een kamer die er om vroeg geplunderd te worden; er stonden porseleinen vazen van het Zeevolk op de goudomrande tafels en er lagen kleden die een goede prijs zouden opbrengen. Behalve dat een van die kleden nu waarschijnlijk waardeloos was. Er lag een vorm onder een deken in het midden van de kamer, en als de vent onder die deken het kleed niet met zijn bloed besmeurd had, zou Hanlon de laarzen opeten die eronder vandaan staken.

Shiaine zat op een bewerkte leunstoel. Ze was een knappe verschijning in goudgeborduurde zijde, met een ingewikkelde riem van geweven goud en een zwaar gouden ketting om haar slanke hals. Glanzend bruin haar viel over haar schouders in een net van zijde. Ze zag er op het eerste gezicht fijntjes uit, maar er was iets wolfachtigs aan haar gezicht en haar glimlach bereikte nooit haar grote bruine ogen. Ze gebruikte een met kant afgezette doek om een kleine dolk met een vuurdruppel op het heft schoon te maken. ‘Ga Murellin zeggen dat ik een... pakketje voor hem heb om straks op te ruimen, Falion,’ zei ze rustig.

Falions gezicht bleef strak als gepolijst marmer, maar ze maakte een verkrampte kniks voor ze de kamer uit rende. Hanlon bekeek de vrouw en haar dolk vanuit zijn ooghoeken, liep naar de man toe en tilde een hoek van de deken op. Glazige blauwe ogen staarden uit een gezicht dat bij leven hard was geweest. De doden leken altijd milder. Hij was blijkbaar toch niet zo voorzichtig en intelligent geweest als Falion had gedacht. Hanlon liet de deken vallen en stond op. ‘Hij heeft iets gezegd waar u het niet mee eens was, Vrouwe?’ vroeg hij mild. ‘Wie was hij?’

‘Hij zei verschillende dingen waar ik het niet mee eens was.’ Ze hield de dolk omhoog, keek of het smalle lemmet schoon was en liet het toen in de goudbewerkte schede om haar middel zakken. ‘Zeg eens, is Elaynes kind van jou?’

‘Ik weet niet wie de vader is van het jong,’ zei hij droog. ‘Waarom, Vrouwe? Denkt u dat ik zachtmoedig aan het worden ben? De laatste meid die beweerde dat ik haar zwanger had gemaakt heb ik in een put geduwd om haar hersens af te laten koelen, en ik heb gezorgd dat ze daar bleef.’ Er stonden een hoge zilveren wijnkan en twee gedreven zilveren bekers op een dienblad, is dit veilig?’ vroeg hij, terwijl hij in de bekers tuurde. Er zat in allebei een beetje wijn en een kleine toevoeging zou van de nu dode man een makkelijk slachtoffer hebben gemaakt.

‘Catrelle Mosenain, de dochter van een ijzerhandelaar uit Maerone,’ zei de vrouw, alsof het algemeen bekend was en hij schrok bijna op. ‘Je hebt haar op haar hoofd geslagen met een steen voordat je haar naar beneden gooide, natuurlijk omdat je niet wilde dat ze verdronk.’ Hoe wist ze de naam van die meid, laat staan dat van die steen? Hij wist zelf niet eens meer hoe ze had geheten. ‘Nee, ik denk niet dat je zachtmoedig wordt, maar ik zou het niet prettig vinden als je vrouwe Elayne kuste zonder dat ik het wist. Dat zou ik echt niet prettig vinden.’

Plotseling keek ze fronsend naar de met bloed bevlekte zakdoek in haar hand, stond sierlijk op om naar de haard te schrijden en liet het doekje in de vlammen vallen. Ze bleef staan om zich te warmen en keek geen ogenblik zijn kant op. ‘Kun je regelen dat een paar van de Seanchaanse vrouwen ontsnappen? Het liefst een van die zogenaamde sul’dam en een damane.’ Ze struikelde een beetje over die vreemde woorden. ‘Maar als dat niet mogelijk is, dan is een paar van die sul’dam ook genoeg. Zij bevrijden dan wel een paar anderen.’

‘Misschien.’ Bloed en as, ze sprong nog erger van de hak op de tak dan Falion vandaag. ‘Het zal niet gemakkelijk zijn, Vrouwe. Ze worden allemaal goed bewaakt.’

‘Ik vroeg niet of het makkelijk was,’ zei ze terwijl ze in de vlammen staarde. ‘Kun je wat wachten weg krijgen bij de voedselpakhuizen? Ik zou er graag een paar echt zien branden. Ik word moe van pogingen die steeds mislukken.’

‘Dat kan ik niet doen,’ mompelde hij. ‘Als u tenminste niet wilt dat ik meteen daarna onderduik. Ze houden een overzicht van opdrachten bij waar een Cairhienin van zou verbleken. En het zou toch niets uithalen, want er komen elke dag meer wagens door die bloedige Poorten.’ Eerlijk gezegd speet hem dat niet. Misschien voelde hij zich ongemakkelijk door de gebruikte middelen, maar het speet hem niet. Hij verwachtte dat het paleis wel de laatste plaats in Caemlin zou zijn waar de honger toesloeg. Hij had meer dan een beleg meegemaakt aan beide kanten van de linie en hij was niet van plan ooit nog soep te koken van zijn laarzen. Maar Shiaine wilde brand.