Выбрать главу

Of ze nu door kleine gehuchten met een paar stenen huizen of dorpen met honderd huizen reden, overal stopten kinderen met spelen of emmers water tillen om te staren naar de soldaten die over de besneeuwde wegen voorbijkwamen. Ze hadden geen banieren bij zich, maar sommige soldaten droegen de Vlam van Tar Valon op hun mantel of mouwen. De vreemde mantels van de zwaardhanden gaven aan dat een aantal vrouwen Aes Sedai was. Zelfs zo dicht bij de stad kwamen er hier tot voor kort bijna nooit zusters voorbij, en voor kinderen leken ze zo uit een sprookjesboek weggelopen. Maar goed, datzelfde gold waarschijnlijk ook voor de soldaten. De boerderijen die Tar Valon van voedsel voorzagen, bedekten het grootste deel van het landoppervlak. De velden om de enorme huizen en hoge stallen van steen of baksteen werden afgebakend door stenen muren, met hier en daar wat struikgewas en bomen. Groepjes boerenkinderen renden vaak een stuk met de ruiters mee en sprongen als hazen door de sneeuw. De meeste volwassenen bleven binnen, maar zij die buiten waren, dik ingepakt tegen de kou, keken geen ogenblik naar de soldaten, zwaardhanden en Aes Sedai. Het zou binnenkort lente worden en Aes Sedai hadden op het ploegen en planten geen enkele invloed. Als het Licht het wilde, zou dat zo blijven. Een geleide had geen enkel nut als ze niet in een opstelling tegen mogelijke aanvallen reden. Heer Garet liet een groot aantal rijders voor de groep uit en aan de flanken rijden. Een paar ruiters dekten de aftocht, terwijl hij het leeuwendeel van de soldaten leidde, achter de zwaardhanden, die op hun beurt vlak achter Sheriam en de ‘raad’ reden. Ze vormden samen een brede ring rond Egwene, die zich bijna kon voorstellen dat ze alleen met Delana reed. Zolang ze niet om zich heen of voor zich keek. In plaats van de Grijze Gezetene meteen uit te horen vergeleek Egwene de hoeves waar ze langsreden met de hoeves in Tweewater. Het was een lange rit terug naar het kamp, aangezien niemand een Poort mocht weven op plaatsen waar dat gezien kon worden. Er was genoeg tijd om te horen wat Delana te zeggen had misschien was het besef dat Tweewater niet langer haar thuis was de reden dat ze die hoeves bestudeerde. De waarheid onder ogen zien was geen verraad, maar dat betekende niet dat ze Tweewater mocht vergeten. Je kon vergeten wie je was als je vergat waar je vandaan kwam. Soms leek de herbergiersdochter uit Emondsveld wel een onbekende. Al deze hoeves zouden in Emondsveld uit de toon vallen, maar ze kon niet precies zeggen waarom. De huizen hadden een andere vorm, de daken stonden wat schuiner. Je kon op sommige plekken door de sneeuw zien dat de daken hier vaker van leisteen dan van stro waren. In Tweewater was er nu natuurlijk ook minder stro en meer baksteen dan vroeger. Dat had ze in Tel’aran’rhiod gezien. Dingen veranderden soms zo langzaam dat je het niet eens doorhad, of veel sneller dan je zou willen, maar ze veranderden hoe dan ook.

Niets bleef hetzelfde, ook al dacht je van wel. Of hoopte je van wel. ‘Er zijn zusters die denken dat hij uw zwaardhand wordt,’ zei Delana plotseling met een zachte stem. Het leek wel alsof ze het over koetjes en kalfjes had. Al haar aandacht ging uit naar het rechttrekken van haar mantelkap. Ze reed heel goed paard en bewoog zo makkelijk met haar merrie mee dat het leek alsof ze niet merkte dat het dier er was. ‘Er zijn er zelfs een paar die denken dat hij het al is. Ik heb er al een tijdje geen gehad, maar het kan heel geruststellend zijn om een zwaardhand te hebben. Als je de juiste kiest.’ Egwene trok een wenkbrauw omhoog terwijl Delana doorpraatte. Ze was er trots op dat ze de vrouw niet aanstaarde; dit was wel het laatste gespreksonderwerp dat ze verwacht had. ‘Heer Garet brengt veel tijd met u door. Hij is wat ouder dan gewoonlijk, maar Groenen kiezen de eerste keer vaak een man met meer ervaring. Ik weet dat u nog niet tot een Ajah behoort, maar voor mijn gevoel bent u Groen. Ik vraag me af of Siuan blij of boos zal zijn als u hem bindt. Ze hebben een zeer bijzondere relatie, als je het zo kunt noemen, maar dat lijkt haar geenszins in verlegenheid te brengen.’

‘Dat moet je maar aan Siuan zelf vragen.’ Egwenes glimlach was een beetje venijnig. Haar toon overigens ook. Ze begreep zelf ook niet helemaal waarom Garet Brin haar zijn diensten had aangeboden, maar de Zaal van de Toren had wel wat beters te doen dan te roddelen als een stel dorpsvrouwen. ‘Zeg maar tegen wie het wil horen dat ik nog niemand gebonden heb, Delana. Heer Garet brengt tijd met me door, zoals je net zei, omdat ik Amyrlin ben en hij mijn generaal is. Herinner ze daar ook maar meteen aan.’ Delana dacht dus dat ze Groen was. Dat was de Ajah van haar keuze, alhoewel ze eerlijk gezegd slechts één zwaardhand wilde. Maar Gawein was in Tar Valon of op weg naar Caemlin. Het zou nog wel even duren voor ze hem te pakken had. Ze bleef Daishars nek aaien en probeerde haar glimlach niet in een boze blik te laten veranderen. Het was fijn om even niet over de Zaal of andere zaken na te denken. Door de Zaal begreep ze nu waarom Siuan er zo vaak als een beer met kiespijn uitzag toen ze Amyrlin was.

‘Het is niet zo dat er uitgebreid over dit onderwerp gesproken wordt,’ mompelde Delana. ‘Nog niet, althans. Men vraagt zich echter wel af of u een zwaardhand gaat binden en wie. Ik betwijfel of Garet Brin als goede keuze beschouwd zou worden.’ Ze draaide zich om in haar zadel om achter zich te kijken. Naar heer Garet, dacht Egwene, maar toen de Gezetene terugdraaide, zei ze zachtjes: ‘U hebt Sheriam natuurlijk niet zelf als Hoedster gekozen, maar u moet weten dat de anderen ook door de Ajahs aangesteld zijn om u in de gaten te houden.’ Omdat haar appelgrijze merrie kleiner dan Daishar was, moest ze naar Egwene opkijken. Ze deed haar uiterste best om dat niet zo over te laten komen. Haar blauwe ogen werden opeens heel fel. ‘Sommigen dachten dat Siuan u... te goed... raad gegeven had door de manier waarop u Elaida de oorlog verklaarde. Maar zij koestert natuurlijk nog wrok door wat haar overkomen is, nietwaar? Sheriam wordt nu als de hoofdschuldige gezien. Hoe dan ook, de Ajahs willen vooraf ingelicht zijn als u weer met een verrassing komt aanzetten.’

‘Bedankt voor de waarschuwing,’ zei Egwene beleefd. Hoofdschuldige? Omdat ze had bewezen dat ze niet dé speelpop van de Zaal was, vroeg men zich dus af wiens speelpop ze dan wel was. Gelukkig wist niemand hoe het zat met haar raadsvrouwen. Hopelijk bleef dat ook zo.

‘Er is nóg een reden waarom u op uw hoede moet zijn,’ ging Delana verder. De felheid van haar ogen sprak haar zorgeloze toon tegen. Ze vond dit belangrijker dan ze aan Egwene wilde laten merken. ‘U kunt ervan uitgaan dat de raad die ze u geven rechtstreeks afkomstig is van de overste van hun Ajah. En zoals u weet kunnen de overste en de Gezetenen van een Ajah niet altijd even goed met elkaar opschieten. Als u hun raad te goed opvolgt, kunt u onenigheid met de Zaal krijgen. Niet alle besluiten houden verband met de oorlog, maar u zult vast willen dat een paar ervan goedgekeurd worden.’

‘Een Amyrlin hoort naar alle partijen te luisteren voor ze een besluit neemt,’ antwoordde Egwene, ‘maar ik zal je waarschuwing in gedachten houden als ze me raad geven, Dochter.’ Dacht Delana soms dat ze een dwaas was? Misschien probeerde ze haar wel boos te krijgen. Woede zorgde vaak voor overhaaste beslissingen en onbezonnen woorden die soms niet meer teruggenomen konden worden. Ze wist niet waar Delana op doelde, maar Gezetenen probeerden je op allerlei manieren te manipuleren. Sinds ze tot Amyrlin verheven was, had ze al aardig wat kunnen oefenen op het ontwijken van manipulatie. Door diep en regelmatig te ademen zocht en vond ze de balans van rust. Daar had ze de laatste tijd jammer genoeg veel te veel oefening in gehad.

De Grijze zuster keek naar haar op met een volkomen rustig gezicht. Maar haar ogen waren nu zo fel als bliksemschichten. ‘Misschien wilt u wel weten hoe men tegenover onderhandelingen met Elaida staat, Moeder.’