Egwene glimlachte bijna. Ze had met opzet gewacht met praten. Kennelijk vond Delana het niet leuk om dochter genoemd te worden door een-vrouw die jonger dan de meeste Novices was. Jonger dan de meeste Novices die de Toren ontvlucht waren, en zelfs jonger dan de meeste nieuwkomers. Delana was zelf echter ook nog te jong om Gezetene te zijn. En ze kon zich minder goed beheersen dan de herbergiersdochter. ‘En waarom zou ik dat willen weten?’
‘Omdat het de laatste paar dagen ter sprake is gekomen in de Zaal. Het is geen voorstel, maar Varilin, Takima en Magla hadden het erover. Faiselle en Saroiya leken geïnteresseerd in wat ze te zeggen hadden.’
Kalm of niet, Egwene voelde een vlaag van woede in zich opkomen die ze met moeite kon onderdrukken. Die vijf waren Gezetenen voordat de Toren brak. Belangrijker nog, ze waren verdeeld tussen de twee grote kampen die probeerden de Zaal in handen te krijgen, wat erop neerkwam dat ze Romanda of Lelaine volgden. Die twee zouden elkaar nooit een duimbreed toegeven en hadden hun volgelingen in een ijzeren greep.
Egwene wilde graag geloven dat anderen door de gebeurtenissen in paniek raakten, maar dat gold niet voor Romanda en Lelaine. Al een halve week werden alle verhalen over Elaida en het heroveren van de Toren overstemd door bezorgde gesprekken over die onmogelijk krachtige en lange uitbarsting van de Kracht. Bijna iedereen wilde weten waar het door veroorzaakt werd, maar was tegelijkertijd doodsbenauwd. Het lukte Egwene gisteren pas om de Zaal ervan te overtuigen dat het voor een klein gezelschap veilig moest zijn om naar de plek van de uitbarsting te Reizen. De overblijfselen van de weving waren zo krachtig dat iedereen nog precies kon aanwijzen waar die had plaatsgevonden. De meeste zusters wachtten in spanning af totdat Akarrin en de anderen weer terug waren. Elke Ajah had vertegenwoordigd willen zijn, maar Akarrin was de enige Aes Sedai die bereid was te gaan.
Lelaine en Romanda leken zich echter geen zorgen te maken. Het schouwspel was hevig en duurde lang, maar het was ook heel ver weg en had geen zichtbare schade tot gevolg gehad. Het was vrijwel ’ zeker het werk van de Verzakers en dus was de kans dat ze iets te weten kwamen miniem, laat staan dat ze er iets tegen konden doen. Het was zinloos om er tijd en moeite aan te verspillen terwijl ze zo’n belangrijke taak voor zich hadden. Dat zeiden ze allebei, en ze waren ontstemd dat ze het met elkaar eens waren. Ze waren het er echter ook over eens dat de stola en staf van Elaida afgepakt moesten worden. Romanda was hier bijna even fanatiek in als Lelaine. Lelaine was al woedend toen Elaida een Blauwe Amyrlin afzette, maar toen Elaida afkondigde dat de Blauwe Ajah ontbonden werd, ging ze bijna door het lint. Als zij het goed vonden dat er over onderhandelingen gepraat werd... Er was geen touw aan vast te knopen. Het laatste wat Egwene wilde, was dat Delana of iemand anders vermoedde dat Sheriam en de anderen meer waren dan een stel waakhonden die op haar moesten letten. Toch riep ze hen met een luide stem bij zich. Ze waren slim genoeg om hun geheimen voor zich te houden, al was het alleen maar omdat ze door hun Ajahs levend gevild zouden worden als hier ook maar iets van uitlekte. Zonder zich te haasten reden ze naar voren en omringden haar. Hun gezichten waren maskers van Aes Sedai-kalmte en -geduld. Egwene vroeg Delana te herhalen wat ze gezegd had. Hoewel de Grijze zuster aanvankelijk op afzondering had aangedrongen, sputterde ze nauwelijks tegen. Het was in één klap afgelopen met de kalmte en het geduld. ‘Dit is waanzin,’ zei Sheriam voordat iemand anders iets kon zeggen. Ze klonk boos en misschien ook wel een beetje bang. Dat was niet vreemd, want haar naam stond op een lijst van zusters die gesust moesten worden. ‘Niemand gelooft volgens mij dat onderhandelingen echt mogelijk zijn.’
‘Dat lijkt mij ook niet,’ voegde Anaiya daar droogjes aan toe. Haar gezicht paste meer bij een boerenvrouw dan bij een Blauwe zuster. Ze kleedde zich eenvoudig met goede wollen kleren, maar ze bereed haar vosruin even makkelijk als Delana haar merrie. Er waren maar weinig dingen die Anaiya van de wijs konden brengen. Het sprak voor zich dat onderhandelingen voor de Blauwe Gezetenen geen optie waren. Anaiya zag er niet oorlogszuchtig uit, maar voor Blauwen was dit een strijd op leven en dood waarin praten geen zin had. ‘Elaida is vrij duidelijk geweest over de toestand.’
‘Elaida is irrationeel,’ zei Carlinya met een hoofdbeweging waardoor haar kap van haar donkere krullen afgleed. Geërgerd trok ze haar kap weer op zijn plaats. Carlinya liet zelden haar emoties zien, maar haar bleke wangen waren bijna even rood als die van Sheriam en er klonk woede in haar stem. ‘Ze denkt toch niet dat we nu allemaal terug komen kruipen? Hoe kan Saroiya denken dat ze met minder genoegen zal nemen?’
‘Kruipen is echter precies wat Elaida geëist heeft,’ mopperde Morvrin vinnig. Haar gewoonlijk onbewogen gezicht zag er zuur uit en haar mollige handen hadden de teugels stevig beet. Ze keek zo kwaad naar een zwerm eksters.die van de paarden schrokken en uit een berkenbos vlogen, dat het leek alsof ze elk ogenblik uit de lucht konden vallen. ‘Takima luistert soms graag naar haar eigen stem. Dat móét wel de reden zijn dat ze dit gezegd heeft.’
‘Dat geldt vast ook voor Faiselle,’ zei Mijrelle fronsend. Ze keek boos naar Delana alsof het allemaal haar schuld was. Ze had een olijf, kleurige huid en stond zelfs bij de Groenen bekend om haar opvliegendheid. ik had nooit dit soort praat van haar verwacht. Ze heeft zich nooit eerder zo dwaas gedragen.’
‘Ik kan niet geloven dat Magla zoiets echt meent,’ hield Nisao vol, terwijl ze iedereen om beurten aankeek. ‘Dat kan gewoon niet. Om te beginnen zit Magla, hoe vervelend het ook klinkt, volledig bij Romanda onder de plak. Magla schrikt al als Romanda niest. En het enige waar Romanda over twijfelt, is of Elaida zweepslagen moet krijgen voordat ze verbannen wordt.’
Delana’s gezichtsuitdrukking was zo neutraal dat ze waarschijnlijk een glimlach onderdrukte. Dit was duidelijk waarop ze gehoopt had. ‘Romanda heeft dezelfde invloed op Saroiya en Varilin. Takima en Faiselle durven evenmin een stap te nemen zonder Lelaines toestemming. Toch zeiden ze wat ze zeiden. Ik denk dat uw raadsvrouwen er net zo over denken als de meeste zusters, Moeder.’ Ze keek Egwene zijdelings aan terwijl ze haar handschoenen rechttrok. ‘U kunt dit in de kiem smoren als u kordaat handelt. U kunt daarbij op de steun van de Ajahs rekenen. En in de Zaal op die van mij, natuurlijk. Mijn steun en genoeg steun van anderen om dit de kop in te drukken.’ Alsof Egwene steun nodig had om dat te bewerkstelligen. Misschien probeerde ze bij haar in het gevlei te komen. Of misschien wilde ze alleen maar laten doorschemeren hoe belangrijk ze het vond om Egwene te steunen.
Beonin had al die tijd gezwegen. Ze trok haar mantel om zich heen en staarde naar een vlek tussen de oren van haar merrie, totdat ze plotseling haar hoofd schudde. Haar grote blauw-grijze ogen gaven gewoonlijk een geschrokken uitdrukking aan haar gezicht, maar nu keek ze haar metgezellen een voor een woedend aan, ook Egwene. ‘Waarom kan er niet onderhandeld worden?’ Sheriam knipperde verbaasd met haar ogen en Morvrin opende met een frons haar mond, ’ maar Beonin praatte door en richtte nu haar woede op Delana. Haar Tarabonse accent was sterker dan gewoonlijk. ‘We zijn allebei Grijs. We onderhandelen, we bemiddelen. Elaida heeft heel strenge voorwaarden gesteld, maar zo gaat dat vaak aan het begin van onderhandelingen. We kunnen de Witte Toren herenigen en ieders veiligheid garanderen door te praten.’
‘We vellen ook oordelen,’ snauwde Delana, ‘en Elaida is schuldig bevonden.’ Dat was niet helemaal waar, maar zij leek het meeste van iedereen geschrokken te zijn van Beonins uitbarsting. Het zuur droop van haar stem af. ‘Misschien ben jij wel bereid om over zweepslagen te onderhandelen. Ik niet, en ik denk ook niet dat je veel medestanders zult vinden.’
‘De toestand is veranderd,’ hield Beonin vol. Ze strekte haar hand bijna smekend naar Egwene uit. ‘Elaida had nooit die verklaring over de Herrezen Draak uitgevaardigd als ze hem niet kon beheersen. Die uitbarsting van saidar was een waarschuwing. De Verzakers zijn actief en de Witte Toren moet...’