‘Ze loopt ook overal rond te neuzen,’ nam Salita het meteen over toen Janya even stopte, ‘en die stalknecht van haar ook.’ Haar gezicht bleef onbewogen en ze schikte haar stola alsof dat al haar aandacht opeiste, maar ze praatte snel door alsof ze bang was dat de Bruine zuster het weer over zou nemen. ‘Ze hebben allebei een pak slaag gekregen toen ze een stel zusters probeerden af te luisteren, en ik betrapte Nicola op heterdaad toen ze bij een van de Reisterreinen naar binnen probeerde te gluren. Ze zei dat ze alleen maar een Poort wilde zien, maar volgens mij probeerde ze de weving te leren. Voor ongeduld kan ik begrip opbrengen, maar leugens mogen niet getolereerd worden. Ik denk niet dat Nicola ooit de stola zal verwerven. Ik vraag me eerlijk gezegd af of ze niet zo snel mogelijk weggestuurd moet worden. Het mag dan zo zijn dat iedereen in het Boek van Novices bijgeschreven kan worden,’ eindigde ze met een uitdrukkingsloze blik naar Egwene, ‘maar toelating moet geen formaliteit worden.’
Tiana tuitte woedend haar lippen, wat het kuiltje in haar wang nog eens extra benadrukte. Je zou bijna vergeten dat ze al meer dan dertig jaar de stola droeg en denken dat ze zelf nog een Novice was. ‘Zolang ik Meesteres der Novices ben, bepaal ik of een meisje weggestuurd wordt of niet,’ zei ze driftig, ‘en ik ben niet van plan om een meisje met Nicola’s potentieel kwijt te raken.’ Nicola zou op een dag een zeer sterke geleidster zijn. ‘Of Sharina’s potentieel,’ voegde ze daar met een grijns aan toe, terwijl ze geërgerd haar rok gladstreek. Sharina’s potentieel was buitengewoon groot. Ze was voor zover bekend sterker dan wie dan ook uit de geschiedenis en zou waarschijnlijk zelfs Nynaeve voorbijstreven. Sommigen dachten dat ze zo sterk zou worden als maar mogelijk was, maar dat was pure speculatie. ‘Als u last hebt van Nicola, Moeder, zal ik daar iets aan doen.’
‘Ik was gewoon nieuwsgierig,’ zei Egwene voorzichtig en weerhield zich ervan om voor te stellen dat Nicola en haar vriendin goed in de gaten gehouden moesten worden. Ze wilde het niet over Nicola hebben. Voor ze het wist, zou ze moeten kiezen tussen liegen of het onthullen van zaken die geheim moesten blijven. Het speet haar dat ze Siuan niet haar gang had laten gaan met het regelen van twee dodelijke ongelukjes.
Ze schudde geschokt haar hoofd bij die gedachte. Was ze zo veranderd sinds Emondsveld? Ze wist dat ze vroeg of laat soldaten de dood in zou jagen. Ze dacht ook dat ze iemand ter dood zou kunnen veroordelen als dat nodig was. Was het niet beter om één iemand terecht te stellen als dat honderden of zelfs duizenden levens zou redden? Nicola en Areina waren alleen maar gevaarlijk omdat ze geheimen wisten die Egwene Alveren in verlegenheid konden brengen. Ach, Mijrelle en de anderen zouden er met wat zweepslagen van afkomen, wat ze natuurlijk niet leuk zouden vinden. Maar een onbehaaglijk gevoel, hoe erg ook, mocht nooit een reden zijn om te doden.
Plotseling realiseerde Egwene zich dat ze haar voorhoofd fronste. Tiana en de twee Gezetenen keken haar aan en Janya deed niet eens de moeite om haar nieuwsgierigheid te verbergen. Om de aandacht af te leiden verschoof Egwene haar blik naar de tafel waar Kairen en Asmanaille weer aan het werk waren gegaan. Het witte gedeelte op Asmanailles beker was een stukje opgeschoven, maar in die korte tijd had Kairen haar ingehaald. Haar bokaal was ook nog eens twee keer groter dan de beker.
‘Je wordt er steeds beter in, Kairen,’ zei Egwene goedkeurend. De Blauwe zuster keek naar haar op en haalde diep adem. Haar ovale gezicht was een en al rust met in het midden twee ijzig blauwe ogen. ‘Je hoeft er niet veel voor te kunnen, Moeder. Je moet alleen de weving plaatsen en dan wachten.’ Dat laatste woord klonk een beetje bits en er was ook een kleine pauze voor het woord Moeder. Kairen had Salidar verlaten voor een zeer belangrijke opdracht, maar die was buiten haar schuld om volledig mislukt. Toen ze weer in Morland terugkwam, stond alles op zijn kop en droeg een meisje die ze nog als Novice gekend had de stola van de Amyrlin. Kairen bracht de laatste tijd veel tijd door met Lelaine.
‘Ze wordt beter; in sómmige dingen,’ zei Janya terwijl ze de Blauwe zuster afkeurend aankeek. Janya dacht waarschijnlijk net als de andere Gezetenen dat Egwene een speelpop van de Zaal zou worden na haar verheffing tot Amyrlin, maar ze leek te hebben aanvaard dat Egwene de stola droeg en dat ze dus door iedereen met respect aangesproken moest worden. ‘Als ze niet wat meer haar best gaat doen, betwijfel ik of ze zo goed als Leane kan worden, laat staan zo goed als u, Moeder. Ik denk eerder dat ze ingehaald gaat worden door Bodewhin. Ik zou niet graag voor een Novice onder willen doen, maar dat zal wel niet voor iedereen gelden.’ Kairens wangen werden langzaam rood en ze richtte haar blik weer op de bokaal. Tiana snoof. ‘Bodewhin is een goede meid, maar ze heeft het drukker met giechelen en dollen met de andere Novices als Sha...’ Ze stopte abrupt met praten om adem te halen. ‘Als er geen toezicht is. Gisteren probeerde ze met Althyn Conly twee voorwerpen tegelijk te doen om te zien wat er zou gebeuren. Die twee dingen smolten samen tot een grote klomp metaal. Die kan niet meer worden verkocht, tenzij je iemand kunt vinden die in twee samengesmolten bekers van ijzer en cuendillar geïnteresseerd is. Het Licht mag weten wat er met de meisjes had kunnen gebeuren. Ze hadden niets, maar wie weet wat er de volgende keer misgaat?’
‘Zorg ervoor dat er geen volgende keer komt,’ zei Egwene afwezig. Ze keek aandachtig naar de witte lijn op Kairens beker die gestaag omhoog kroop. Als Leane deze weving maakte, veranderde zwart ijzer in wit cuendillar alsof het ijzer in melk gedompeld werd. Bij Egwene ging de verandering sneller dan je met je ogen kon knipperen, van zwart naar wit in een flits. Kairen en Leane moesten het worden, maar zelfs Leane was nauwelijks snel genoeg. Kairen had tijd nodig om er beter in te worden. Dagen? Weken? Zoveel als nodig was, want het alternatief was rampzalig voor de betrokken zusters, voor de mannen die vechtend in de straten van Tar Valon zouden sterven, en misschien zelfs voor de Toren. Opeens was Egwene blij dat ze Beonins voorstel had goedgekeurd. Kairen zou misschien harder haar best doen als haar verteld werd wat het plan was, maar ook dat was een geheim dat bewaard moest worden tot de wereld er klaar voor was.
18
Een Gesprek met Siuan
Daishar was natuurlijk al weggebracht toen Egwene de tent verliet, maar de gestreepte stola die uit haar kap hing, maakte nog beter de weg vrij dan het gezicht van een Aes Sedai. Ze liep langs een golf van kniksen, met hier en daar een buiging van een zwaardhand of een ambachtsman die bezig was met een klus. Sommige Novices slaakten een gilletje bij het zien van de stola van de Amyrlin en hele families stapten gehaast van de loopplank om diepe kniksen in de modder te maken. Nadat ze zich genoodzaakt had gezien een paar vrouwen uit Tweewater te laten straffen, ging onder Novices het gerucht dat ze even streng als Sereille Bagand was. Je moest zorgen dat je haar niet boos maakte, want ze scheen een ontzettend opvliegend karakter te hebben. Ze wisten niet genoeg van de geschiedenis om een duidelijk beeld van Sereille te hebben, maar ze scheen de Toren honderd jaar lang met ijzeren hand geregeerd te hebben. De Aanvaarden zorgden er wel voor dat de Novices dat soort verhaaltjes onthielden. Gelukkig zat Egwenes gezicht in haar kap verborgen. Toen voor de tiende keer een familie Novices als bange hazen opzij sprong, liep ze zich zo te verbijten dat haar gezicht haar naam als ijzervreter onmiddellijk bevestigde. Ze had een naar voorgevoel dat Aanvaarden over een paar honderd jaar haar naam in plaats van die van Sereille zouden gebruiken om Novices bang te maken. Ze moest natuurlijk eerst de Toren zien te redden. Alle kleine ergernissen moesten nog even wachten, maar ze had het gevoel dat ze zonder problemen ijzer kon vreten.
Er waren bijna geen mensen te bekennen rond de werkkamer van de Amyrlin, die niet meer was dan een tent met een puntdak en muren van bruine lappen. Het was net als de Zaal een plaats waar je alleen kwam als je er iets te zoeken had of als je bevolen werd te komen. Niemand werd gevraagd om naar de Zaal van de Toren of de Werkkamer van de Amyrlin te komen, en zelfs de onschuldigste uitnodiging werd als een bevel gezien. De tent was dus een oase van rust. Ze stormde langs de tentflappen naar binnen en gooide opgelucht haar mantel van zich af. De twee komforen hielden de tent aangenaam warm zonder veel rook af te geven. De gedroogde kruiden die op de gloeiende kolen waren gegooid, verspreidden een lichtzoete geur.