Egwene snoof. Kindjes? Het was dus een meerling. Aviendha vond het vreemd genoeg niet vervelend dat Elayne zwanger was, hoewel Egwene er zeker van was dat ze van Rhand hield. Aielgebruiken waren eigenaardig, om het maar zacht uit te drukken. Egwene had zoiets echter niet achter Elayne gezocht! En Rhand! Niemand had gezegd dat hij de vader was en ze durfde er niet naar te vragen. Maar ze kon wel tellen en ze betwijfelde ten zéérste of Elayne met een andere man had geslapen. Ze besefte opeens dat ze donkere en zware wollen kleding aanhad en een sjaal die veel dikker dan die van Aviendha was. Kleren die ze in Tweewater droegen. Dat soort kleding droeg je als je in de Vrouwenkring zat. Als bijvoorbeeld een dwaze, ongetrouwde vrouw zwanger was geraakt. Ze haalde diep adem en had toen haar rijgewaad met groene borduursels weer aan. De rest van de wereld was niet als Tweewater. Licht, dat moest ze nu toch onderhand wel weten. Ze hoefde het niet leuk te vinden, maar ze moest het aanvaarden.
‘Als het maar goed gaat met haar en haar... kindjes.’ Licht, hoevéél kindjes? Dat kon problemen opleveren bij de bevalling. Nee; ze ging het niet vragen. Elayne had ongetwijfeld de beste vroedvrouw van Caemlin. Ze kon maar beter snel van onderwerp veranderen. ‘Heb je iets van Rhand gehoord? Of Nynaeve? Ik wil nog wel even een woórdje met haar wisselen na de manier waarop ze er met hem tussenuit is geknepen.’
‘We hebben van geen van beiden iets gehoord,’ antwoordde Aviendha terwijl ze haar sjaal voorzichtig schikte als een Aes Sedai die de Amyrlin niet in de ogen wilde kijken. Was haar toon ook voorzichtig?
Egwene klikte met haar tong en werd boos op zichzelf. Ze begon nu echt overal samenzweringen te zien en alles verdacht te vinden.
Rhand hield zich schuil en dat was dat. Nynaeve was Aes Sedai en mocht doen wat ze wilde. Zelfs als de Amyrlin hun iets bevolen had, vonden Aes Sedai vaak een manier om te doen wat ze zelf wilden. Maar de Amyrlin zou Nynaeve Almaeren een lesje leren als ze haar te pakken kreeg. En wat Rhand betreft... ik vrees dat jullie wat problemen gaan krijgen,’ zei ze.
Een mooie zilveren theepot op een zilveren dienblad en twee groene kommen van porselein verschenen op tafel. Er kwam stoom uit de tuit. Ze had de thee al meteen in de kommen kunnen laten verschijnen, maar je kon iemand alleen een kom thee aanbieden door het in te schenken. Zelfs als het thee betrof die even echt was als een droom. Je kon van de dorst omkomen als je probeerde te drinken wat je in Tel’aran’rhiod vond, laat staan als je het zelf maakte, maar deze thee smaakte alsof de bladeren uit een nieuwe kist kwamen en ze er precies genoeg honing in had gedaan. Ze ging op een van de stoelen zitten, nam een slok en legde uit wat er in de Zaal was gebeurd en waarom.
Aviendha hield haar kom vast zonder te drinken en keek strak naar Egwene. Haar donkere rok en witte blouse veranderden in jas en broek van de cadin’sor, bruin en grijs om in de schaduw op te kunnen gaan. Haar lange haar was opeens kort en werd verhuld door een sjoefa, een zwarte sluier tot op haar borst. Hoewel de Maagden van de Speer geen juwelen droegen, zat de ivoren armband nog steeds om haar pols.
‘En dat allemaal door die uitbarsting,’ mompelde ze half tegen zichzelf nadat Egwene klaar was. ‘Omdat ze denken dat de Schaduwzielen een wapen hebben.’ Dat was een beetje vreemd uitgedrukt, ‘Wat kan het anders zijn?’ vroeg Egwene nieuwsgierig. ‘Heeft een van de Wijzen iets gezegd?’ Het was al lang geleden dat ze dacht dat Aes Sedai alles wisten, en soms hadden Wijzen kennis waar zelfs de meest onverstoorbare zuster steil van achterover zou slaan. Aviendha keek nadenkend en haar kleding veranderde weer in de rok, blouse en sjaal, om even later weer in het blauw zijden gewaad met kant te veranderen. Deze keer had ze zowel de Kandoraanse ketting als de ivoren armband om. De droomring hing natuurlijk nog steeds om haar hals. Er verscheen een sjaal om haar schouders. Het was ijskoud in de kamer en dat dunne laagje kant verschafte geen enkele warmte. ‘De Wijzen weten even weinig als jouw Aes Sedai. Ze zijn alleen wel minder bang, denk ik. Het leven is een droom en vroeg of laat wordt iedereen wakker. We dansen de speren met Bladerblaker.’ Egwene had die naam voor de Duistere altijd vreemd gevonden aangezien er geen bomen in de Woestenij stonden. ‘Maar niemand die aan de dans meedoet, weet zeker of ze het overleeft of overwint. Ik denk niet dat de Wijzen een verbond met de Asha’man zouden overwegen. Is dit wel verstandig?’ voegde ze er voorzichtig aan toe. ik maak uit je woorden op dat je er niet blij mee bent.’
‘Er is geen andere keus,’ zei Egwene schoorvoetend. ‘Dat gat is drié span breed. Voor zover ik kan zien is dit onze enige hoop.’ Aviendha keek in haar kom. ‘En als de Schaduwzielen nou geen wapen hebben?’
Plotseling besefte Egwene wat Aviendha deed. Ze werd opgeleid tot Wijze en ondanks haar kleding gedróég ze zich als een Wijze. Dat was waarschijnlijk de reden dat ze die sjaal droeg. Een deel van Egwene wilde glimlachen. Haar vriendin was steeds minder die driftige Speervrouw die ze had leren kennen. Een ander deel van haar herinnerde zich dat de Wijzen niet altijd dezelfde doelen als de Aes Sedai voor ogen hadden. Dingen waar de zusters aan hechtten, betekenden soms niets voor de Wijzen. Het maakte haar verdrietig dat ze Aviendha als een Wijze zag en niet als een vriendin. Een Wijze die bezig was met wat goed was voor de Aiel en niet met wat goed was voor de Witte Toren. Het was wel een goede vraag. ‘We krijgen vroeg of laat te maken met de Zwarte Toren, Aviendha, en Moria had gelijk: er. zijn al te veel Asha’man om ze allemaal te kunnen stillen. Het zou ook beslist niet verstandig zijn om dat voor de Laatste Slag te doen. Misschien dat een droom me een andere weg toont, maar dat is nog niet gebeurd.’ Geen van haar dromen had tot nu toe iets nuttigs opgeleverd. ‘Dit is een begin om te leren hoe we ze moeten aanpakken. En het gaat hoe dan ook door. Zodra de Gezetenen het over meer eens zijn dan dat er een verdrag gesloten moet worden. Dus we moeten ermee leren leven. En misschien is het op de lange termijn wel de beste oplossing.’
Aviendha glimlachte. Ze zag er opgelucht uit, maar ze klonk serieus. ‘Jullie Aes Sedai denken altijd dat mannen dwazen zijn. Vaak zijn ze dat niet. Vaker dan jullie denken. Pas goed op met die Asha’man. Mazrim Taim is verre van dwaas. Volgens mij is hij een zeer gevaarlijk man.’