Toen de Aanvaarde weg was, deed Egwene haar hand omhoog en keek met een frons naar wat eronder lag. Het was een gevouwen briefje dat Theodrin neergelegd had toen ze haar ring kuste. De rimpels op haar voorhoofd werden nog dieper toen ze het briefje openvouwde. Het handschrift op het kleine blaadje zag er vloeiend en netjes uit, maar op een van de hoeken zat een inktvlek. Theodrin was gewoonlijk erg netjes. Misschien probeerde ze te voldoen aan het beeld dat men van Bruinen had.
Romanda heeft twee zusters naar Cairhien laten Reizen om een gerucht onder de Gele Gezetenen te onderzoeken. Ik weet niet wat het gerucht is, Moeder, maar daar kom ik wel achter. Een van hen had het over Nynaeve. Ik weet niet of ze in Cairhien is, maar ze heeft hoe dan ook iets met het gerucht te maken.
Dat dwaze mens had zelfs haar naam onder aan het briefje gezet! ‘Wat is dat, Moeder?’
Egwene schrok en kon nog net de inklapbare stoelpoot pakken voordat ze op de grond viel. Ze keek boos naar Siuan die bij de tentflappen stond met haar blauwgerande stola over haar armen en haar leren mappen tegen haar borst gedrukt. Ze trok haar wenkbrauwen op toen ze Egwenes schrik zag.
‘Hier,’ zei Egwene geërgerd en wierp haar het briefje toe. Dit was niet de tijd om angstig en zenuwachtig te zijn! ‘Heb je het al van Kairen gehoord?’ Natuurlijk had ze dat gehoord, maar Egwene zei toch: ‘Heb je alle benodigde stappen ondernomen?’ Benodigde stappen. Licht, ze klonk even pompeus als Romanda. Ze was écht gespannen. Ze bedacht pas op het laatste ogenblik dat ze een ban tegen luistervinken moest weven; pas toen de ban geplaatst was, bedacht ze dat vandaag geen goede dag was om te laten merken dat ze Siuan onder vier ogen wilde spreken.
Siuan was niet gespannen. Ze had wel ergere stormen meegemaakt. En ze was niet verdronken, zoals sommige mensen zouden zeggen. Vandaag was voor haar een zwak windje. ‘Dat is nergens voor nodig zolang we niet zeker zijn van de boten, Moeder,’ antwoordde ze rustig. Ze legde haar mappen op tafel en schoof ze netjes tussen de inktpot en de zandkoker. ‘Hoe minder tijd Bode heeft om na te denken, hoe minder kans dat ze in paniek raakt.’ Ze was zo kalm als wat. Zelfs twee vermoorde zusters konden Siuan niet van haar stuk brengen. Of dat een Novice een van die twee moest vervangen. Ze trok echter wel de wenkbrauwen op toen ze het briefje las. ‘Eerst besluit Faolain zich schuil te houden,’ snauwde ze toen ze klaar was met lezen, ‘en nu geeft Theodrin dit aan u in plaats van mij. Dat dwaze kind heeft nog minder hersens dan een visvogel! Je zou bijna denken dat ze wil dat iemand ontdekt dat ze Romanda voor u in de gaten houdt.’ In de gaten houden. Dat was een beleefde manier om ‘verspieden’ te zeggen. Ze waren allebei bedreven in woordspelletjes. Zo ging dat als je Aes Sedai was. Maar Egwene had er vandaag geen trek in.
‘Misschien wil ze wel echt dat iemand haar ontmaskert. Misschien heeft ze er genoeg van dat Romanda haar zegt wat ze moet doen, zeggen en denken. Er was hier net een Aanvaarde die Theodrin spottend aankeek, Siuan.’
Siuan maakte een wuivend gebaar. ‘Romanda probeert iedereen te vertellen wat hij of zij moet doen. En denken. Dat verandert allemaal wel zodra Theodrin en Faolain op de Eedstaf kunnen zweren. Ik denk niet dat iemand erop zal staan dat ze nu voor de stola getest worden. Tot die tijd moeten ze alles maar nemen hoe het komt.’
‘Dat is niet goed genoeg, Siuan.’ Egwene moest haar best doen om normaal te klinken. Ze had vooraf al een vermoeden gehad van wat die twee te wachten stond, toen ze hen beval zich bij Romanda en Lelaine te voegen. Ze moest toen weten waar de Gezetenen mee bezig waren. Dat moest ze nog steeds weten, maar ze was hen wel wat verplicht. Zij waren de eersten geweest die trouw aan haar zwoeren en ze hadden dat vrijwillig gedaan. Daar kwam bij... ‘Wat voor Theodrin en Faolain geldt, geldt ook voor mij. Als Aanvaarden hen al zo behandelen...’ Ze maakte zich geen zorgen over de Aanvaarden. Zusters, en vooral Gezetenen, waren echter een ander verhaal. ‘Siuan, ik kan de eenheid van de Toren niet herstellen als de Aes Sedai aan me twijfelen.’
Siuan snoof heel hard. ‘Moeder, zelfs Lelaine en Romanda weten nu dat u echt de Amyrlin Zetel bent, of ze dat toegeven of niet. Die twee hadden nog niet eens naar Deane Aryman geluisterd. Volgens mij beginnen ze u steeds meer als een nieuwe Edarna Noregovna te zien.’
‘Dat zal allemaal best,’ zei Egwene droog. Deane werd gezien als de redster van de Toren na de ramp met Artur Haviksvleugel die Bonwhin veroorzaakt had. Edarna was van alle .vrouwen met de staf en stola politiek gezien het meest bedreven. Ze waren allebei zeer krachtige Amyrlins geweest. ‘Maar volgens jou moest ik vooral oppassen dat ik niet als Shein Chunla eindigde.’ Shein was in het begin een sterke Amyrlin die de Toren en de Zaal goed in bedwang had, maar uiteindelijk werd ze een speelpop die deed wat haar gezegd werd. Siuan knikte goedkeurend en instemmend. Ze leerde Egwene de geschiedenis van de Toren en had het vaak over Amyrlins die een fatale fout hadden gemaakt. Daar viel ze zelf ook onder. ‘Maar dit is iets heel anders,’ mopperde ze terwijl ze met haar vingers tegen het briefje tikte. ‘Als ik Theodrin te pakken krijg, zal ze wensen dat ze nog een Novice was. En Faolain! Als ze denken dat ze er nu nog tussenuit kunnen knijpen, zal ik ze ontgraten alsof het knorvissen zijn!’
‘Wie ga je ontgraten?’ vroeg Sheriam terwijl ze door de ban heen naar binnen stapte.
Egwene viel bijna weer op de grond. Ze moest echt een stoel vinden die niet elke keer in elkaar klapte als ze bewoog. Ze durfde te wedden dat Edarna nooit opsprong alsof ze stekeleik op haar rug had. ‘Het heeft niets met jou te maken,’ zei Siuan terwijl ze het briefje in de vlam van de tafellamp hield. Toen het even daarna opgebrand was, sloeg Siuan de as van haar handen. Alleen Egwene, Siuan en Leane wisten hoe het zat met Faolain en Theodrin. En de twee zusters zelf natuurlijk. Al waren er een hoop dingen waar zij weer niets van wisten.
Sheriam liet zich niet door deze opmerking van de wijs brengen. De rossige Hoedster leek helemaal hersteld te zijn van haar zenuwinzinking in de Zaal. Ze had weer een deel van haar waardigheid terug. Toen ze Siuan het briefje zag verbranden, kneep ze lichtjes met haar groene ogen. Ze raakte de smalle blauwe stola om haar hals aan alsof ze zichzelf eraan wilde herinneren dat ze hem om had. Ze hoefde Siuans bevelen niet op te volgen – Egwene vond het te wreed om haar Hoedster dat aan te doen – maar Sheriam wist donders goed dat ze Siuan evenmin bevelen hoefde te geven. Dat vond ze vast niet leuk nu Siuan zoveel zwakker in de Kracht was dan zij. Ze vond het ook vast niet leuk dat er geheimen waren die ze niet mocht weten. Daar moest Sheriam maar mee leren leven.
Ze had ook een stuk papier bij zich en legde dat voor Egwene op tafel. ‘Ik kwam Tiana onderweg tegen, Moeder, en ze vroeg of ik dit aan u wilde geven.’
‘Dit’ was het dagelijkse verslag over wegloopsters. Die verslagen kwamen niet meer elke dag, of zelfs elke week, sinds de Novices in families ingedeeld waren. Nichten steunden elkaar als ze verdrietig of gefrustreerd waren en zorgden ervoor dat er geen stomme fouten gemaakt werden, zoals weglopen. Er stond maar één naam op het vel. Nicola Trehil.
Egwene zuchtte en legde het vel neer. Ze had gedacht dat Nicola’s leergierigheid haar ondanks al haar frustratie zou weerhouden van weglopen. Toch kon ze niet zeggen dat ze het jammer vond. Nicola was een gewetenloze intrigante en tot alles bereid om verder te komen. Ze had hoogstwaarschijnlijk hulp gehad. Areina zou er geen problemen mee hebben om paarden te stelen zodat ze konden vluchten.