Het water zou afkoelen als ze nog langer wachtte, daarom pakte Elayne een stuk zeep met rozengeur van Sefanie aan en liet ze Naris haar rug schrobben met een borstel. Als er nieuws van Gawein of Galad was geweest, zou Birgitte dat meteen hebben gezegd. Ze keek er evenzeer naar uit als Elayne. Gaweins terugkeer was een gerucht waarvan ze zéker wilden dat het de straten zou bereiken. Birgitte voerde haar taken als kapitein-generaal goed uit en Elayne wilde haar die positie laten behouden als ze haar kon overtuigen, maar als Gawein er was, zouden beide vrouwen zich een beetje kunnen ontspannen. De meeste soldaten in de stad waren huurlingen en er waren er net genoeg om de stadspoorten te bemannen en het juiste beeld te geven langs de mijlenlange muren rond de Nieuwe Stad. Maar die troepen bestonden nog steeds uit meer dan dertig compagnieën, elk met een eigen kapitein die onvermijdelijk trots was, geobsedeerd door zijn eigen verlangens en altijd bereid om te vechten vanwege een ingebeelde belediging van een andere kapitein. Gawein was zijn hele leven voorbereid op het aanvoeren van legers. Hij kon de vechters wel aan zodat zij haar handen vrij zou hebben om de troon veilig te stellen.
Bovendien wilde ze hem gewoon weg hebben bij de Witte Toren. Ze bad dat een van zijn boodschappers had kunnen ontkomen en dat hij al ver langs de rivier was gevorderd. Egwene en haar leger waren nu al meer dan een week bezig met de belegering van Tar Valon. Het zou een wrede wending van het lot zijn als Gawein zich gevangen zou voelen tussen zijn eed om de Toren te beschermen en zijn liefde voor Egwene. Erger nog, hij had die eed al eens gebroken, of tenminste ruim opgevat, uit liefde voor zijn zuster en misschien voor Egwene. Als Elaida ooit zou vermoeden dat Gawein had geholpen bij de ontsnapping van Siuan, dan zou het krediet dat hij had opgebouwd door Siuan als Amyrlin te vervangen als een dauwdruppel verdampen. En als hij dan nog binnen Elaida’s bereik was, zou hij in een cel worden gegooid en geluk hebben als hij aan de beul kon ontkomen. Elayne nam hem zijn keuze om Elaida te helpen niet kwalijk; hij wist in die tijd niet beter. Een groot aantal zusters was ook verward geweest over wat er gaande was. Veel van hen leken dat nog steeds te zijn. Hoe kon ze van Gawein verlangen dat hij zag wat de Aes Sedai niet eens konden zien?
En wat Galad betreft... Ze had hem nooit gemogen. Dus zou hij haar ook wel niet aardig vinden, en Gawein nog wel het minst. Galad had vast gedacht dat hij ooit de Eerste Prins van het Zwaard zou worden, tot Gawein werd geboren. Haar vroegste herinneringen aan hem waren van toen hij een jongen was, een jongeman die zich gedroeg als een vader of oom in plaats van een broer, en die Gawein zijn eerste zwaardlessen gaf. Ze wist nog dat ze bang was dat hij Gaweins hoofd zou opensplijten met het oefenzwaard. Maar hij had hem alleen wat blauwe plekken bezorgd, wat te verwachten viel als je als jongeling met het zwaard oefende. Galad wist wat juist was en was ook bereid dat te doen, wat de prijs ook was voor anderen of hemzelf. Licht, hij was een oorlog begonnen om haar en Nynaeve te helpen ontsnappen uit Samara, en hij had waarschijnlijk van het begin af aan geweten hoeveel hij riskeerde! Galad was een tijdje verliefd op Nynaeve geweest – het was moeilijk te geloven dat hij dat nog steeds was, nu hij een Witmantel was, en het Licht mocht weten waar hij uithing en wat hij deed – maar de waarheid was dat hij die oorlog was begonnen om zijn zuster te redden. Ze kon niet goedkeuren dat hij een Kind van het Licht was, ze kon hem niet aardig vinden, maar ze hoopte dat hij veilig en gezond was. Ze hoopte ook dat hij zijn weg terug naar Caemlin zou vinden. Nieuws over hem zou bijna even welkom zijn als nieuws over Gawein. Dat verraste haar, maar het was waar.
‘Er zijn nog twee zusters gekomen terwijl je weg was. Ze zijn in de Zilveren Zwaan.’ Birgitte liet het klinken alsof ze alleen maar in de herberg overnachtten omdat alle bedden in het paleis bezet waren. ‘Een Groene met twee zwaardhanden en een Grijze met eentje. Ze kwamen afzonderlijk. Een Gele en een Bruine zijn diezelfde dag vertrokken, dus zijn er nog steeds in totaal tien. De Gele is naar het zuiden gegaan, naar Far Madding. De Bruine ging naar het oosten.’ Sefanie wachtte geduldig naast de badkuip van Aviendha met niets om handen, keek haar zuster aan over Elaynes hoofd en grijnsde. Net als vele anderen in de stad wisten ze dat de aanwezigheid van Aes Sedai in de Zilveren Zwaan betekende dat de Witte Toren Elayne en Huis Trakand steunde. Essande hield de twee meisjes als een havik in de gaten en knikte; zij wist het ook. Elke straatveger en voddenverzamelaar wist dat de Toren verdeeld was, maar ondanks dat had de naam gewicht en bezat een nimmer aflatende kracht. Iedereen wist dat de Witte Toren elke rechtmatige Koningin van Andor had gesteund. De waarheid moest gezegd, de meeste zusters verheugden zich op een zittende vorst die ook Aes Sedai was; de eerste in duizend jaar en de eerste die sinds het Breken van de Wereld openlijk als Aes Sedai bekendstond. Het zou Elayne echter niet verbazen als er een zuster in Arymilla’s kamp zat die discreet onopgemerkt bleef. De Witte Toren had nooit alles op één paard gezet totdat de wedstrijd gereden was.
‘Dat is genoeg zo met die borstel,’ zei ze, terwijl ze geïrriteerd wegdraaide. Het meisje was goed opgeleid en legde de borstel op een kruk. Ze gaf Elayne een grote Illiaanse spons waarmee ze de zeep begon af te spoelen. Wist zij maar wat de aanwezigheid van die zusters betekende. Ze waren als een zandkorrel in haar muiltje, zo klein dat ze zich bijna niet kon voorstellen dat het ongemak veroorzaakte, maar hoe langer het bleef zitten, hoe groter het leek te worden. De zusters in de Zilveren Zwaan werden intussen een aanzienlijke steen, alleen al door hun aanwezigheid.
Al voor ze in Caemlin was aangekomen, was het aantal Aes Sedai in de herberg steeds gewijzigd. Elke week gingen er een paar zusters weg en kwamen er weer andere in hun plaats. Het beleg had niets veranderd; de soldaten rond Caemlin zouden even snel een Aes Sedai tegenhouden als de opstandige edelen in Tyr. Er waren ook een tijdje Rode zusters in de stad geweest. Ze hadden gevraagd naar mannen die onderweg waren naar de Zwarte Toren, maar hoe meer ze ontdekten, hoe meer ze hun misnoegen lieten blijken. Het laatste stel Roden had de stad verlaten op de dag nadat Arymilla voor de muren was verschenen. Elke Aes Sedai die de stad binnenkwam werd zorgvuldig in de gaten gehouden, en geen van de Roden was in de buurt van de Zilveren Zwaan gekomen, dus leek het onwaarschijnlijk dat de zusters door Elaida waren gestuurd om haar te ontvoeren. Ze stelde zich voor dat er overal, van de Verwording tot aan de Zee der Stormen, groepjes Aes Sedai verspreid waren, en dat er doorlopend zusters heen en weer reisden, gegevens verzamelden en deelden. Een typische gedachte. De zusters gebruikten hun ogen-en-oren om de wereld in de gaten te houden en deelden maar zelden wat ze ontdekten, behalve wanneer het om een bedreiging voor de Toren zelf ging. Waarschijnlijk behoorden de zusters in de Zwaan tot diegenen die de onrust in de Toren afwachtten. Ze wachtten waarschijnlijk ook af of Egwene of Elaida als Amyrlin Zetel zou eindigen. Dat was verkeerd – een Aes Sedai moest staan voor wat ze juist vond, zonder zich zorgen te maken of ze zich bij de winnende partij geschaard had! – maar deze zusters baarden haar om een andere reden zorgen.