Выбрать главу

Elayne deed moeite om haar gezicht onbewogen te houden. De vrouw kondigde gewoon aan dat ze van plan was elke loslopende Aes Sedai in Caemlin bij de kraag te grijpen en mee te nemen? En het klonk bovendien alsof ze geenszins van plan was windvindsters achter te laten. De moed zonk Elayne in de schoenen. Totdat Reanne terugkeerde waren er zeven Kinsvrouwen met voldoende kracht om een Poort te weven, maar twee van hen konden niet eens een Poort maken die groot genoeg was voor een paardenkar. Zonder de windvindsters zou het bevoorraden van Caemlin vanuit Tyr en Illian op zijn minst problematisch worden. De Zilveren Zwaan! Licht, wie Zaide ook gestuurd had, zij zou elk woord van het akkoord dat ze had gesloten bekendmaken! Egwene zou niet blij zijn dat ze de vuile was buiten had gehangen. Ze dacht niet dat ze ooit zoveel problemen tegelijkertijd had gekregen door één korte verklaring. ‘Ik betreur uw verlies, en het verlies van de Atha’an Miere,’ zei ze, terwijl ze razendsnel nadacht. ‘Nesta din Reas was een bewonderenswaardige vrouw.’ Ze was een vrouw geweest met een sterke persoonlijkheid. Elayne was altijd blij geweest als ze na een ontmoeting met haar met haar stola had kunnen weglopen. En over stola’s gesproken, ze had geen tijd om zich aan te kleden. Zaide zou waarschijnlijk niet wachten. Ze snoerde haar badmantel dichter om zich heen. ‘We moeten praten. Laat wijn brengen voor onze gasten, Essande, en thee voor mij. Slappe thee.’ Ze zuchtte bij de waarschuwing die door de binding met Birgitte kwam. ‘In de kleinere zitkamer. Wilt u mij volgen, golfvrouwe?’

Tot haar verrassing knikte Zaide alsof ze dit had verwacht. Dat zette Elayne aan het denken over Zaides kant van hun akkoord. De akkoorden; het waren er eigenlijk twee, en dat was misschien belangrijk.

Niemand had verwacht dat de kleinere zitkamer snel gebruikt zou worden, en het was er koud, zelfs nadat Sefanie aan was komen snellen met een vonkwiel om de grote witte haard aan te steken. De vlammen sprongen op van het vethout en kregen houvast op het houtblok, terwijl de vrouwen plaatsnamen in de stoelen met lage rugleuningen die in een halve cirkel voor de haard stonden. Elayne trok haar badmantel zorgvuldig over haar knieën en wenste dat Zaide een uurtje later was gekomen zodat ze zich fatsoenlijk had kunnen aankleden. De windvindsters wachtten geduldig tot de golfvrouwe was gaan zitten en namen toen aan weerszijden van haar plaats. Birgitte stond voor de schrijftafel met haar handen op haar heupen en haar voeten gespreid. Haar gezicht was een donderwolk. Door de binding was duidelijk te voelen dat ze een van de Atha’an Miere de nek wilde omdraaien. Aviendha leunde ontspannen tegen een van de kasten, en toen Essande haar badmantel bracht en die nadrukkelijk voor haar openhield, trok ze die aan en leunde weer met haar armen over elkaar tegen de kast. Ze had saidar losgelaten maar de schildpad lag nog in haar handpalm, en Elayne vermoedde dat ze elk ogenblik de Kracht weer kon oproepen. Noch de blik in Aviendha’s kille groene ogen, noch de frons op Birgittes gezicht deerde het Zeevolk in het minst. Ze waren wie ze waren en ze wisten wie ze waren.

‘Er zijn de Atha’an Miere twintig onderwijzers beloofd,’ zei Elayne met lichte nadruk. Zaide had gezegd dat ze aan haar waren beloofd en dat zij de betaling zou innen, maar dit akkoord was gesloten met Nesta din Reas. Natuurlijk dacht Zaide waarschijnlijk dat zij de nieuwe Vrouwe der Schepen zou worden. ‘Goede onderwijzers, die worden uitgekozen door de Amyrlin Zetel. Ik weet dat de Atha’an Miere er trots op zijn dat zij hun overeenkomsten volledig naleven en de Toren zal ook voldoen aan haar verplichtingen. Maar u weet dat, toen de zusters ermee instemden te gaan onderwijzen, dit tijdelijk was. En er is een geheel gescheiden akkoord gesloten met de Vrouwe der Schepen. U hebt dat ook toegegeven toen u beloofde dat windvindsters Poorten zouden weven om proviand van Illian en Tyr naar Caemlin te brengen. U zou zich toch ook niet met de zaken der landgebondenen hebben ingelaten om een andere reden dan het afbetalen van een schuld. Maar als u vertrekt helpt u ons niet langer, en hebben wij geen verplichting meer tot onderwijzen. Ik ben bang dat u ook geen onderwijzers bij de Zilveren Zwaan zult vinden. De Atha’an Miere zullen moeten wachten tot de Amyrlin Zetel onderwijzers zendt. Zoals is overeengekomen met de Vrouwe der Schepen.’ Jammer dat ze niet van hen kon eisen dat ze uit de buurt van de herberg bleven, maar misschien was het daarvoor al te laat, en elke reden die ze kon bedenken klonk hol. Een loos argument zou Zaide alleen maar sterker maken. De Atha’an Miere waren felle onderhandelaars. Scrupuleus, maar fel. Ze moest heel langzaam, heel voorzichtig handelen.

‘Mijn zuster heeft u beet, Zaide din Parede,’ gnuifde Aviendha en sloeg op haar dij. ‘U hangt aan uw enkels, zogezegd.’ Dat was een straf van het Zeevolk die ze eindeloos grappig vond. Elayne onderdrukte haar ergernis. Aviendha greep elke kans aan om het Zeevolk bij de neus te nemen – daar was ze mee begonnen toen ze uit Ebo Dar vluchtten en ze was er eigenlijk nooit mee opgehouden – maar dit was niet het juiste tijdstip.

Chanelle verstrakte, haar kalme gezicht stond nu boos. De slanke vrouw was al meer dan eens slachtoffer geweest van het jolijt van Aviendha, waaronder een betreurenswaardige gebeurtenis met oosquai, een zeer sterke drank van de Aiel. Ze werd zowaar omgeven door de gloed van saidar! Zaide kon dit niet zien, maar ze wist van de oosquai en dat Chanelle brakend naar haar bed was gedragen, en ze hief een afwerende hand op naar de windvindster. De gloed nam af, maar Chanelles gezicht stond donker. Misschien bloosde ze, maar ze kon ook woedend zijn.

‘Wat u zegt kan wel waar zijn,’ zei Zaide, wat bijna een belediging was, vooral tegenover een Aes Sedai. ‘In elk geval was Merilille daar geen deelgenoot van. Zij stemde lang voordat ze Caemlin bereikte al toe een van de onderwijzers te zijn en ze gaat met mij mee om haar lessen voort te zetten.’

Elayne haalde diep adem. Ze hoefde niet eens te proberen Zaide om te praten. Een groot deel van de invloed van de Witte Toren was gebaseerd op het feit dat zusters hun woord hielden, evenzeer als het Zeevolk. Dat bekénd was dat ze woord hielden. O, de mensen zeiden wel dat je goed moest luisteren om zeker te weten dat een Aes Sedai ook echt beloofde wat je dacht dat ze beloofde, en dat was vaak wel waar, maar zodra de belofte duidelijk was, was dat zo goed als een eed onder het Licht. Het was niet waarschijnlijk dat de windvindsters Merilille zouden laten ontkomen. Ze hielden haar nu al nauwlettend in het oog. ‘U zult haar misschien terug moeten laten keren als ik haar nodig heb.’ Als Vandene en de twee helpers bewijzen zouden vinden dat ze van de Zwarte Ajah was. ‘Wanneer dat gebeurt, zal ik voor vervanging zorgen.’ Niet dat ze wist wie ze zover zou kunnen krijgen.

‘Ze moet de rest van het jaar nog dienen. Ten minste een jaar, volgens het akkoord.’ Zaide gebaarde alsof ze wat toegaf. ‘Zolang u maar begrijpt dat haar vervangster moet komen voordat zij vertrekt. Ik laat haar niet gaan zonder dat ik een ander in haar plaats heb.’

‘Dat aanvaard ik,’ antwoordde Elayne kalm. Ze zou wel moeten, want ze had geen keus!