Выбрать главу

Zaide glimlachte flauwtjes en liet de stilte voortduren. Chanelle schoof met haar voeten, meer uit ongeduld dan dat ze van plan was op te staan. De golfvrouwe bewoog zich niet. Ze wilde duidelijk nog iets, misschien nog een akkoord en het was duidelijk dat ze wachtte tot Elayne als eerste weer sprak. Elayne nam zich voor te wachten. Het vuur laaide en knetterde, vonken schoten omhoog naar de schoorsteen en warmte straalde de kamer in, maar haar vochtige badmantel nam de kou in de lucht op en bracht die op haar huid over. Ze kon best een beetje kou negeren, maar hoe negeerde je kou én nattigheid? Ze beantwoordde de blik van Zaide afgemeten en weerspiegelde haar vage glimlach. Essande keerde terug met Naris en Sefanie, die gevlochten dienbladen droegen. Op een ervan stonden een zilveren theepot in de vorm van een leeuw en fijne groene kommen van Zeevolkporselein, op het andere gedreven zilveren kommen en een hoge wijnkan waar de geur van kruiden uit opsteeg. Iedereen nam wijn behalve Elayne, die niet eens de keuze kreeg. Ze keek in haar thee en zuchtte. Ze kon de bodem van haar kom duidelijk zien. Als ze die thee nog slapper maakten, kon ze even goed water drinken!

Even later beende Aviendha door de kamer om haar wijnkom terug te zetten op het dienblad dat op een van de kasten stond en voor zichzelf een kom thee in te schenken. Ze knikte naar Elayne en glimlachte met een mengeling van medelijden. Ze deed alsof ze echt de voorkeur gaf aan waterige thee boven wijn. Ondanks zichzelf lachte Elayne terug. Eerstezusters deelden de goede én de slechte dingen. Birgitte grijnsde over de rand van haar zilveren kom en dronk die vervolgens in één teug halfleeg. Door de binding voelde Elayne dat Birgitte het grappig vond dat ze zo sikkeneurig was. En ze voelde ook haar hoofdpijn, die geenszins minder geworden was. Elayne wreef over haar slapen. Ze had Merilille kunnen vragen Birgitte te helen. Een aantal Kinsvrouwen waren beter in Heling dan Merilille, maar zij was de enige zuster in het paleis die er iets van kon.

‘U hebt zeer veel behoefte aan vrouwen die Poorten kunnen weven,’ zei Zaide plotseling. Haar volle lippen glimlachten niet meer. Ze waardeerde niet dat ze als eerste had moeten spreken. Elayne nipte van het armzalige aftreksel dat men thee noemde en zweeg.

‘Misschien zou het het Licht behagen als ik hier een of twee windvindsters achterlaat,’ ging Zaide door. ‘Voor een bepaalde tijd.’ Elayne keek ingespannen en deed of ze nadacht. Ze had die vrouwen nódig, en meer dan een of twee. ‘Wat zou u in ruil verlangen?’ vroeg ze uiteindelijk.

‘Een vierkante mijl grond langs de rivier de Erinin. Goede grond, let wel. Geen moerasland of zompige bodem. Het moet de Atha’an Miere tot in de eeuwigheid toebehoren. Onder onze wetten, niet die van Andor.’ Dat laatste voegde ze toe alsof het een kleine kanttekening was, nauwelijks de moeite van het noemen waard. Elayne verslikte zich in haar thee. De Atha’an Miere vonden het vreselijk de zee te verlaten, haatten het om geen zicht op de zee te hebben. En Zaide vroeg om een stuk land dat duizend mijl van het dichtstbijzijnde zoute water lag? En dat moest ook nog gewoon onvoorwaardelijk worden overgedragen! Cairhienin en Morlanders en zelfs Altaranen hadden bloed vergoten bij hun pogingen delen van Andor in te nemen, en Andoranen hadden met bloed betaald om hen buiten te houden. Toch was een vierkante mijl niet veel; een kleine prijs om Caemlin bevoorraad te houden. Niet dat ze Zaide dat zou laten merken. En als het Zeevolk meteen in Andor zou gaan handelen, dan zouden Andoraanse goederen in de schepen van het Zeevolk overal met hen mee kunnen gaan. Zaide wist dit vast al, maar het had geen zin om haar te laten merken dat Elayne eraan gedacht had. De binding met haar zwaardhand maande haar tot voorzichtigheid, maar er waren tijden dat je doortastend moest zijn, zoals Birgitte als geen ander zou moeten weten.

‘Soms valt thee verkeerd.’ Geen leugen; slechts een afleiding. ‘Voor een vierkante mijl van Andor verdien ik meer dan twee windvindsters. De Atha’an Miere krijgen twintig onderwijzers om hulp te bieden bij het gebruik van de Windkom, en wanneer zij vertrekken krijgt u twintig vervangers. U hebt eenentwintig windvindsters. Voor een mijl van Andor zou ik ze alle eenentwintig moeten krijgen, en nog eenentwintig in hun plaats wanneer zij vertrekken, zolang als de Aes Sedai het Zeevolk onderwijzen.’ Het was beter om de vrouw niet te laten denken dat dit haar manier was om het aanbod zonder meer van de hand te wijzen. ‘Natuurlijk gelden de gebruikelijke belastingen voor goederen die van dit stukje land naar Andor worden gebracht.’

Zaide hief haar zilveren kom naar haar mond en glimlachte fijntjes. Toch dacht Elayne dat het een glimlach van opluchting was, en niet van overwinning. ‘Goederen die Andor binnenkomen, maar niet de goederen die via de rivier ons stukje land bereiken. Ik kan misschien drie windvindsters achterlaten. Ik laat mijn mensen niet voor u sterven en ik wil ook niet dat andere Andoranen boos op ons zijn omdat het Zeevolk enkelen van hen gedood heeft.’

‘Ze zullen alleen worden ingezet om Poorten te weven,’ zei Elayne, ‘maar ze moeten die weven waar ik het vraag.’ Licht! Alsof ze de Ene Kracht als wapen zou gebruiken! Het Zeevolk deed dit wel, maar zij probeerde uit alle macht om zich te gedragen zoals Egwene eiste, alsof ze de Drie Geloften al had afgelegd. En bovendien, als ze die kampen buiten de muren met saidar zou bestoken, of iemand anders dat zou laten doen, dan zou geen Huis in Andor meer aan haar kant staan. ‘Ze moeten blijven tot de kroon door mij is veilig gesteld, of dat nu een halfjaar duurt of nog langer.’ De kroon zou veel sneller van haar moeten zijn, maar zoals haar verzorgster Lini altijd zei, je telde de pruimen die in de mand lagen, niet die aan de boom hingen. Zodra de kroon echter van haar was, zou ze geen windvindsters meer nodig hebben om de stad te bevoorraden, en eerlijk gezegd zou ze blij zijn als ze van hen af was. ‘Maar drie is bij lange na niet voldoende. U zult Shielyn bij u willen houden, omdat ze uw eigen windvindster is, maar ik wil de rest.’

De penningen aan Zaides ereketting slingerden lichtjes toen de vrouw haar hoofd schudde. ‘Talaan en Metarra zijn nog maar leerlingen. Ze moeten terug naar hun opleiding. De anderen hebben ook verplichtingen. Ik kan er vier missen tot uw kroon is veilig gesteld.’

Van daaraf was het nog slechts een kwestie van sjacheren. Elayne had ook niet verwacht dat ze de leerlingen zou mogen houden, en de windvindsters van de golfvrouwen konden ook niet worden gemist. De meeste golfvrouwen gebruikten hun windvindsters en zwaardmeesters als raadgevers, en zouden even makkelijk afstand van hen doen als zij van Birgitte. Zaide probeerde ook anderen uit te sluiten, zoals windvindsters die dienst deden op grote schepen als klippers en zoevers, maar daarmee zouden de meesten van hen meteen al afvallen, en Elayne weigerde haar eisen bij te stellen als Zaide niet ook haar aanbod bijstelde. Wat de vrouw langzaam deed, elke tegemoetkoming ging moeizaam. Maar niet zo langzaam als Elayne had verwacht. De golfvrouwe had dit akkoord blijkbaar evenzeer nodig als zij vrouwen die Poorten konden weven. ‘Onder het Licht, het is overeengekomen,’ kon ze uiteindelijk zeggen, een kus drukkend op de vingers van haar rechterhand en voorover leunend om haar vingers tegen de lippen van Zaide te drukken. Aviendha grijnsde, duidelijk onder de indruk. Birgitte hield haar gezicht in de plooi, maar Elayne voelde dat ze moeite had te geloven dat het zo goed was gegaan.

‘Het is overeengekomen, onder het Licht,’ mompelde Zaide. Haar vingers op de lippen van Elayne voelden hard en eeltig aan, al had ze vast al vele jaren niet meer zelf aan de touwen gehangen. Ze zag er tevreden uit voor iemand die negen van haar veertien windvindsters had overhandigd. Elayne vroeg zich af hoeveel van die negen vrouwen hun schepen waren kwijtgeraakt door de Seanchanen in Ebo Dar. Het verlies van een schip was een ernstige zaak onder de Atha’an Miere en misschien genoeg reden om nog wat langer van huis weg te blijven. Het maakte niet uit.

Chanelle keek nors, haar getatoeëerde handen grepen de knieën van haar rode brokaten broek. Toch viel het mee als je bedacht dat ze een vrouw van het Zeevolk was die nog langer aan land moest blijven. Zij zou het bevel voeren over de windvindsters die bleven, en ze waardeerde het niet dat Zaide haar onder Elayne en Birgitte had geplaatst. Het Zeevolk zou niet langer door het paleis benen alsof het van hen was en links en rechts eisen kunnen stellen. Maar Elayne vermoedde dat Zaide naar dit onderhoud was gekomen in de wetenschap dat ze een deel van haar mensen zou achterlaten, en dat Chanelle had geweten dat zij ze zou aanvoeren. Dat deed ook niet echt ter zake, en het maakte ook niet uit welk voordeel Zaide dacht te behalen door Vrouwe der Schepen te worden. Ze zag voordelen, dat was zo duidelijk als goed glas. Alles wat ertoe deed was dat Caemlin geen honger zou lijden. Dat en dat... verdómde baken dat nog steeds straalde in het westen. Nee, ze zou koningin worden, en ze kon zich niet aanstellen als een onnozel wicht. Caemlin en Andor waren het enige dat ertoe kón doen.