13
Hoogzetels
Zaide en de twee windvindsters verlieten Elaynes vertrekken, uiterlijk sierlijk en ongehaast, maar met bijna even weinig ceremonieel als waarmee ze waren binnengekomen. Ze spraken enkel de wens uit dat het Licht Elayne mocht verlichten en bewaren. Voor Atha’an Miere was dat bijna hetzelfde als wegsnellen zonder groeten. Elayne dacht dat als Zaide inderdaad de volgende Vrouwe der Schepen wilde worden, ze waarschijnlijk een rivale had die ze hoopte te verslaan. Het kon goed zijn voor Andor als Zaide inderdaad de troon van de Atha’an Miere besteeg, of hoe het Zeevolk dat ook noemde. Akkoord of niet, ze zou zich er altijd van bewust zijn dat Andor haar had geholpen, en dat moest wel een goede zaak zijn. Maar als ze er niet in slaagde, dan zou iedereen ook weten naar wie de voorkeur van Andor was uitgegaan. Hoe je het ook wendde of keerde, het was allemaal onzeker. Het hier en nu was iets heel anders.
‘Ik verwacht niet dat iemand een gezant aanraakt,’ zei ze zachtjes toen de deuren achter hen gesloten waren, ‘maar van nu af aan wil ik dat de beslotenheid van mijn vertrekken wordt gerespecteerd. Zelfs gezanten mogen niet zomaar binnenwandelen. Begrepen?’ Rasoria knikte, haar gezicht van steen, maar de kleur op haar wangen verraadde dat ze zich evenzeer schaamde als Birgitte dat ze het Zeevolk binnen had gelaten. De binding kronkelde en Elayne voelde haar eigen gezicht rood worden van schaamte. ‘Jullie hebben niets verkeerd gedaan, niet echt, maar laat het niet weer gebeuren.’ Licht, nu klonk ze als een dom wicht! ‘We zullen het er niet meer over hebben,’ zei ze stijfjes. O, Drakenvuur op Birgitte en de binding! Zaide zou zich écht niet met minder dan geweld hebben laten tegenhouden. Ze schaamde zich dat ze de vrouw, die toch al zo’n hoofdpijn had, zo vernederde. En Aviendha had geen reden om op die vleiende manier te grijnzen. Elayne wist niet hoe of wanneer haar zuster had gehoord dat zij en Birgitte elkaar soms weerspiegelden, maar Aviendha vond het allemaal reuze grappig. Haar gevoel voor humor kon soms vrij platvloers zijn.
‘Jullie laten elkaar nog eens smelten,’ zei ze lachend. ‘Maar die grap heb je al uitgehaald, Birgitte Trahelion.’ Birgitte keek haar boos aan. Plotseling kwam er schrik in plaats van schaamte door de binding, maar Aviendha keek zo onschuldig dat haar ogen bijna uit haar hoofd vielen.
Ze kon er maar beter niet naar vragen, besloot Elayne. Wanneer je vragen stelt, zei Lini altijd, dan moet je ook luisteren naar de antwoorden, of je nu wilt of niet. En zij wilde het niet horen, niet in aanwezigheid van Rasoria, die geconcentreerd naar de vloertegels keek, en de rest van de gardevrouwen in de voorkamer, die deden alsof ze niet luisterden. Ze had zich nooit gerealiseerd hoe belangrijk beslotenheid was tot ze het volkomen kwijt was. Of bijna volkomen dan. ‘Ik ga mijn bad afmaken,’ zei ze rustig. Bloed en as, welke grap had Birgitte met haar uitgehaald? Iets waarvan ze smolt? Het kon niet veel voorstellen als ze nog steeds niet wist wat het was. Helaas was het badwater lauw geworden. Daar wilde ze niet echt in zitten. Nog even in bad zou heerlijk zijn geweest, maar ze had geen zin om te wachten tot de badkuipen emmer voor emmer waren leeggehaald en weer gevuld met warm water. Het hele paleis zou nu wel weten dat ze terug was en de huisvrouwe en de hoofdschrijver zouden staan te trappelen om hun dagelijkse verslag uit te brengen. Dat deden ze elke dag wanneer ze in de stad was, en ze zouden extra gehaast zijn omdat ze een dag weg was geweest. Plicht kwam voor plezier als je een land wilde regeren. En dat gold dubbel voor iemand die de troon nog moest bestijgen.
Aviendha haalde de handdoek van haar hoofd en schudde haar haren uit, blijkbaar opgelucht dat ze niet meer in het water hoefde. Ze liep naar de kleedkamer, deed haar badmantel uit voor ze de deur bereikte en had de meeste van haar kleren al aan toen Elayne en de diensters binnenkwamen. Ze liet zich zonder al te veel morren verder aankleden door Naris, hoewel er weinig meer te doen viel dan in de zware wollen rokken te stappen. Ze sloeg de handen van de dienster weg en knoopte zelf de veters van haar zachte, kniehoge laarzen dicht.
Voor Elayne was het minder eenvoudig. Behalve in noodgevallen voelde Essande zich gepasseerd wanneer ze haar kledingkeuze niet met haar overlegde. Met persoonlijke bedienden moest je uitkijken, die relatie lag heel gevoelig. Een persoonlijke bediende wist altijd meer van je geheimen dan je dacht; ze zag je op je onvoordeligst: nukkig, moe, huilend op je kussen, in razernij en depressief. Respect werkte twee kanten op, anders zou de toestand onhoudbaar zijn. Dus zat Aviendha op een van de gevoerde banken en liet Naris haar haren kammen. Elayne koos voor een eenvoudig grijs gewaad van fijne wol met groene borduursels op de hoge hals en mouwen, afgezet met zwart vossenbont. Ze had geen moeite met beslissen, maar Essande kwam steeds met zijden gewaden aanlopen die waren afgezet met parels of saffieren of vuurdruppels, elk nog rijkelijker versierd dan het vorige. Het maakte niet uit dat de troon nog niet van haar was; Essande doste haar het liefst elke dag uit als een koningin die audiëntie hield.
Dat was ooit logisch geweest, toen er elke dag delegaties van kooplieden kwamen om een petitie in te dienen of hun respect te betuigen, vooral uitlanders die hoopten dat de problemen in Andor geen invloed op hun handel zouden hebben. Het oude gezegde dat degene die Caemlin had, Andor had, was nooit juist geweest. Bovendien dachten de kooplieden dat de kans dat ze inderdaad de troon zou bestijgen door de aankomst van Arymilla’s leger was afgenomen. Ze konden de Huizen aan de zijden van beide partijen even gemakkelijk tellen als geld. Zelfs Andoraanse kooplieden vermeden nu het koninklijk paleis. Ze bleven zo veel mogelijk weg uit de Binnenstad zodat niemand zou denken dat ze naar het paleis waren gegaan. Bankiers kwamen onder kappen en in anonieme rijtuigen. Er was niemand die haar kwaad toewenste, voor zover ze wist, en er was zeker niemand die haar boos wilde maken, maar ze wilden Arymilla ook niet boos maken, niet nu. Maar de bankiers kwamen wel, en tot dusver had ze niets gehoord over kooplieden die petities indienden bij Arymilla. Dat zou een eerste teken zijn dat haar zaak verloren was.
Het kostte Elayne twee keer zo lang als noodzakelijk om het gewaad in te komen, aangezien Sefanie haar van Essande mocht helpen. Het meisje hijgde steeds omdat ze nog niet gewend was om iemand anders aan te kleden en bang was dat ze voor de ogen van Essande een fout zou maken. Dat zou ze veel erger vinden dan een fout maken voor de ogen van haar meesteres, vermoedde Elayne. Vrees maakte de stevige jonge vrouw onhandig, haar onhandigheid maakte haar zorgvuldiger, en door haar zorgvuldigheid maakte ze zich meer zorgen over fouten, zodat ze nóg langzamer bewoog dan de breekbare oudere vrouw ooit had gedaan. Uiteindelijk zat Elayne dan tegenover Aviendha en liet ze Essande een ivoren kam door haar lokken halen. In Essandes ogen was het één ding om een van de meisjes een gewaad over Elaynes hoofd te laten glijden en de knoopjes dicht te maken, maar het was iets heel anders om hen het haar van Elayne in de war te laten maken.