Выбрать главу

Vier paar Aes Sedai-ogen schoten naar de andere vrouwen, maar her kenden hen niet meteen. Ze namen hen fronsend op en keken elkaar aan. Geen van de zwaardhanden wendde zijn ogen af van Logain of nam de handen van zijn zwaard.

‘Sussen kan dit tot gevolg hebben,’ mompelde Mijrelle ten slotte, ik heb verslagen gelezen die daarop duidden.’

‘Hun gezichten vertonen trekken die veel van de hunne weg hebben,’ zei Sheriam langzaam, iemand kan hun evenbeeld hebben gevonden, maar waarom?’

Siuan en Leane meesmuilden niet meer. ‘Wij zijn wie wij zijn,’ zei Leane kortaf. ‘Ondervraag ons. Geen enkele bedriegster kan weten wat wij weten.’

Siuan wachtte de vragen niet af. ‘Mijn gezicht kan dan wel veranderd zijn, maar ik weet in ieder geval wat ik doe en waarom. Dat is meer dan ik van jullie kan zeggen, durf ik te wedden.’ Min kreunde bij het horen van haar stalen stem, maar Mijrelle knik te. ‘Dat is de stem van Siuan Sanche. Zij is het.’

‘Stemmen kunnen worden nagebootst,’ merkte Carlinya op, nog steeds koel en kalm.

‘Maar hoeveel herinneringen kunnen worden aangeleerd?’ vroeg Anaiya met een strenge frons. ‘Siuan – als jij het bent – op je tweeën twintigste naamdag hadden we een meningsverschil, jij en ik. Waar gebeurde het en wat was het gevolg?’

Siuan glimlachte de oudere vrouw vol vertrouwen toe. ‘Tijdens uw les aan de Aanvaarden over de oorzaak van het feit dat er zoveel naties na Artur Haviksvleugels dood uit zijn rijk voortkwamen en weer ten onder gingen. Ik ben het overigens op enkele punten nog steeds niet met u eens. Het gevolg was dat ik gedurende twee maanden drie uur per dag in de keukens moest werken. “In de hoop dat de hitte mijn hartstocht zou overwinnen en verminderen,” meen ik dat u zei.’ Als ze had gedacht dat één antwoord zou volstaan, had ze het mis. Anaiya had nog meer vragen, voor beide vrouwen, evenals Carlinya en Sheriam, die blijkbaar tegelijk met de twee vrouwen Novice en Aanvaarde was geweest. Ze draaiden allemaal om het soort herin neringen dat geen bedriegster kon Ieren, taken die moesten worden vervuld, geslaagd of mislukt kattenkwaad, de heersende mening over verschillende zusters. Min kon niet geloven dat twee meisjes die de Amyrlin Zetel en de Hoedster der Kronieken zouden worden, zo vaak op het strafbankje hadden gezeten. Ze kreeg wel de indruk dat dit maar het topje van de ijsberg was en dat Sheriam een heel goede tweede na hen was geweest. Mijrelle, de jongste, beperkte zich tot vermakelijke opmerkingen, tot Siuan iets zei over een forel in Saroiya’s badkuip en een Novice die een halfjaar haar geest mocht gaan oefenen. Niet dat Siuan veel over de manieren van anderen kon zeggen. Wassen van de onderkleding van een minder geliefde Aanvaar de met jeukkruid in haar Novicetijd? De Toren uitsluipen om te gaan vissen? Zelfs een Aanvaarde mocht, op enkele vastgestelde uren na, alleen mét toestemming de Toren verlaten. Siuan en Leane hadden zelfs samen een emmer water half laten bevriezen en hem zo opgesteld dat een Aes Sedai die hen – ten onrechte, volgens hen – met de zweep had gestraft, een koud stortbad zou krijgen. Aan de glinste ring in Anaiya’s ogen te zien was het maar goed dat ze in die tijd niet waren betrapt. Uit wat Min van de opleiding van Novices en Aan vaarden wist, mochten deze vrouwen zich gelukkig prijzen dat ze nog zo lang hadden mogen blijven om Aes Sedai te worden, en nog meer dat hun huid nog gaaf was.

‘Ik ben tevreden,’ zei de moederlijke vrouw ten slotte, rondkijkend. Mijrelle knikte nadat Sheriam het had gedaan, maar Carlinya zei: ‘Nog steeds blijft de vraag wat we met haar doen.’ Ze keek recht naar Siuan, zonder met haar ogen te knipperen en de anderen leken opeens niet op hun gemak. Mijrelle kneep haar lippen op elkaar en Anaiya staarde naar de grond. Sheriam streek haar rok goed en ver meed naar de nieuwkomers te kijken.

‘We weten nog steeds alles wat we vroeger wisten,’ opperde Leane, haar plotselinge frons min of meer bezorgd. ‘We kunnen nuttig zijn.’ Siuan keek donker; Leane leek vermaakt toen de misdrijven en straffen uit haar jeugd waren opgerakeld, maar Siuan had ieder woord verafschuwd. In tegenstelling tot de smeulende woede in haar ogen klonk haar stem maar een tikkeltje strak. ‘Jullie wilden weten hoe wij jullie hebben gevonden. Ik heb een faktoor opgezocht die ook voor de Blauwe Ajah werkt en zij gaf me Sallie Daera.’ Min begreep het niet. Sallie Daera, wie was dat? Maar Sheriam en de anderen knikten elkaar toe. Siuan had hen, behalve het hoe, ook nog iets anders verteld, besefte Min. Ze liet hen weten dat ze nog steeds banden had met de ogen-en-oren die haar als Amyrlin hadden gediend.

‘Ga jij daar zitten, Min,’ zei Sheriam en wees naar een vrij tafeltje in een hoek. ‘Of ben je nog steeds Elmindreda? En neem Logain met je mee.’ Zij en de andere drie namen Siuan en Leane mee verder de gelagkamer in. Er voegden zich nog twee vrouwen in rijkleding bij hen, voor ze achter een nieuwe deur van ongeschaafde planken in een achterkamer verdwenen.

Zuchtend pakte Min Logains arm beet en bracht hem naar de tafel, zette hem op een ruwhouten bank en vond voor zichzelf een wiebe lende stoel met spijlen in de rugleuning. Twee zwaardhanden stelden zich vlakbij op, leunend tegen de muur. Ze leken Logain niet in het oog te houden, maar Min kende de gaidins. Ze zagen alles en konden in een oogwenk, zelfs in hun slaap, het zwaard trekken.

Dus geen open armen bij hun welkom, zelfs nu Siuan en Leane waren herkend. Nou ja, wat had ze verwacht? Siuan en Leane waren de twee machtigste vrouwen in de Witte Toren geweest, nu waren ze niet eens Aes Sedai meer. De anderen wisten zeer waarschijnlijk niet hoe ze zich moesten gedragen. En dan aankomen met een gestilde valse Draak. Siuan kon maar beter niet liegen over haar plannen met hem of dingen verlangen. Min dacht niet dat Sheriam en de anderen zo geduldig als Logain zouden zijn.

Sheriam had haar tenminste herkend. Ze ging weer staan, lang genoeg om door een gebroken raam naar buiten te kijken. Hun paarden stonden nog aan de paal vastgebonden, maar een van de zwaard handen die niet oplette, zou haar al gegrepen hebben voor ze de teugels van Wilderoos los had kunnen krijgen. Tijdens haar tijd in de Toren had Siuan veel moeite gedaan haar te vermommen. Zin loos, meende ze nu. Ze dacht echter dat niemand van hen over haar visioenen had gehoord. Siuan en Leane hadden dit strikt voor zich zelf gehouden. Min zou het erg op prijs stellen als dat zo bleef. Als deze Aes Sedai er lucht van kregen, zouden ze haar net als Siuan in een vangnet snoeren en zou ze nooit bij Rhand kunnen komen. Ze zou dan niet kunnen gebruiken wat Leane haar had geleerd. Siuan helpen deze bijeenkomst te vinden en ervoor te zorgen dat de Aes Sedai Rhand gingen bijstaan, was prachtig en heel belangrijk, maar zij had ook een persoonlijk doeclass="underline" een man die haar nog geen twee keer had aangekeken, verliefd op haar laten worden voordat hij krankzinnig werd. Misschien was zij wel even gek als waartoe hij was gedoemd. ‘Dan past dit paar uitstekend bij elkaar,’ mompelde ze in zichzelf.

Een groenogige Novice met sproeten bleef bij haar tafel staan. ‘Wil je iets eten of drinken? Er is een stoofschotel en wilde-perenmoes. Misschien is er ook nog kaas.’ Ze deed zo verschrikkelijk veel moei te niet naar Logain te kijken dat ze net zo goed met uitpuilende ogen kon gaan staren.

‘Peren en kaas lijken me lekker,’ zei Min. De laatste twee dagen had ze honger gehad. Het was Siuan gelukt bij een beek wat vis te vangen, maar daarvoor was Logain altijd op jacht gegaan, wanneer ze niet in een herberg of een boerderij hadden gegeten. Volgens haar waren gedroogde bonen geen eten. ‘En wat wijn, als je dat hebt. Maar eerst graag wat inlichtingen. Waar zijn we, of is dat hier ook geheim? Dit dorp heet Salidar?’

‘In Altara. De Eldar ligt ongeveer een span naar het westen en aan de andere kant ligt Amadicia.’ Het meisje deed een vergeefse poging een geheimzinnige Aes Sedai na te bootsen. ‘Waar kun je een Aes Sedai beter verstoppen dan op een plek waar ze nooit worden gezocht?’