‘Jij niet,’ zei Sheriam tegen haar. ‘Geen enkel lid van deze raad. Je was het ermee eens, Mijrelle, om dit door te zetten toen je ermee instem de in de raad zitting te nemen. En dat betekent dat je er niet als een vrijbuiter vandoor kunt gaan als je je verveelt. Ik vrees dat er, voor we klaar zijn, meer opwinding zal zijn dan iemand van ons wenst.’
Onder andere omstandigheden zou ze een voortreffelijke Amyrlin Ze tel zijn geweest, maar nu was ze gewoon te sterk en te zeker van zich zelf. ‘Maar Groene zusters... Ja, ik denk van wel. Twee?’ Haar groene ogen gleden langs de andere zusters. ‘Voor de zekerheid?’
‘Kiruna Nachiman?’ stelde Anaiya voor en Beonin voegde eraan toe: ‘Bera Harkin?’ De anderen knikten, behalve Mijrelle, die geërgerd haar schouders optrok. Een Aes Sedai pruilde niet, maar ze kwam er dichtbij.
Siuan haalde voor de tweede keer opgelucht adem. Ze wist zeker dat haar redenering klopte. Rhand was ergens verdwenen en als hij zich ergens tussen de Rug van de Wereld en de Arythische Oceaan bevond, zou het van de geruchten hebben gegonsd. En waar hij was, zou Moiraine zijn, met haar hand aan zijn halsband. Kiruna en Be ra zouden zeker bereid zijn een brief aan Moiraine te geven en beschikten samen over zeven zwaardhanden om moordlustige Aiel tegen te houden.
‘We willen jou en Leane niet vermoeien,’ vervolgde Sheriam. ‘Ik zal een van de Gele zusters vragen om jullie twee na te kijken. Misschien kan ze enige hulp bieden om alles wat gemakkelijker te maken. Bo vendien zal ik kamers laten zoeken waar jullie kunnen rusten.’
‘Als je onze meesteresse van de ogen-en-oren wordt,’ voegde Mijrelle er behulpzaam aan toe, ‘moet je sterk genoeg zijn.’
‘Ik ben niet zo teer als u schijnt te denken,’ verweerde Siuan zich. ‘Als dat zo was, hadden wij u geen tweeduizend span kunnen volgen. Elke mogelijke zwakte die ik na het sussen bezat, is verdwenen, geloof me.’ De waarheid was dat ze een middelpunt van macht had herwonnen en dat wilde ze niet loslaten, maar dat kon ze niet zo maar zeggen. Al die bezorgde ogen gericht op haar en Leane! Nou ja, van Carlinya niet bijzonder, maar van de anderen!
Licht, ze laten ons door een Novice onder de dekens stoppen!
Een klop op de deur werd meteen gevolgd door de binnenkomst van Arinvar, de zwaardhand van Sheriam. De slanke Cairhienin was niet groot, had ondanks het grijs bij zijn slapen een hard gezicht en bewoog als een sluipende luipaard. ‘Er bevinden zich zo’n twintig ruiters ten oosten van ons,’ zei hij plompverloren. ‘Geen Witmantels,’ nam Carlinya aan, ‘dan had je het anders gefor muleerd, neem ik aan.’
Sheriam wiep haar een blik toe. Veel zusters raakten geprikkeld wan neer iemand tussen een Aes Sedai en haar gaidin kwam. ‘We kunnen niet toestaan dat ze ontkomen en misschien verslag doen van onze aanwezigheid. Kunnen ze gevangen worden genomen, Arinvar? Dat heb ik liever dan ze te doden.’
‘Het kan allebei moeilijk zijn,’ antwoordde hij. ‘Machan zegt dat ze gewapend zijn en er ervaren uitzien. Tienmaal meer waard dan jongere mannen.’
Morvrin liet een boos geluid horen. ‘We doen het een of het ander. Vergeef me, Sheriam. Arinvar, kunnen de gaidins enkele fittere zusters heimelijk zo dichtbij krijgen dat ze Lucht om hen heen kunnen weven?’
Hij schudde nauwelijks zichtbaar zijn hoofd. ‘Machan zegt dat ze misschien een paar zwaardhanden hebben gezien die de wacht hiel den. Ze zouden het zeker opmerken als we er een of twee van u in de buurt proberen te krijgen. Ze rijden echter nog steeds in onze richting.’
Siuan en Leane waren niet de enigen die elkaar geschrokken aankeken. Er waren maar weinig mensen die een zwaardhand, ook zon der zijn bijzondere mantel, zagen als hij niet gezien wilde worden. ‘Dan moet je doen wat je het beste lijkt,’ zei Sheriam. ‘Neem hen gevangen als het mogelijk is, maar niemand mag ontsnappen om ons te verraden.’
Voor Arinvar zich weer opgericht had na een buiging met de hand aan het gevest, kwam een andere man naast hem staan, een donkere beer van een kerel, groot en breed, met haar tot op zijn schouders en een korte baard zonder snor. De soepele bewegingen van een zwaardhand leken hem niet te passen. Hij knipoogde naar Mijrelle, zijn Aes Sedai, terwijl hij met zijn dikke Illiaanse tongval opmerkte: ‘De meeste ruiters zijn afgestapt, maar eentje rijdt alleen door. Zelfs als mijn oude moedertje het anders ziet, zou ik uit die korte glimp toch opmaken dat het Garet Brin is.’
Siuan staarde hem aan, haar handen en voeten opeens koud. Er bestonden sterke geruchten dat Mijrelle echt met deze Nuhel en haar twee andere zwaardhanden was getrouwd, een minachting van ieder gebruik en iedere wet van ieder land waar Siuan ooit van had gehoord. Het was het soort gedachte dat nergens op sloeg, maar zo maar in iemands hoofd opkwam die door en door verbijsterd was. Ze had het gevoel dat er een scheepsmast op haar was neergekomen. Brin! Hier?
Het is onmogelijk. Het is waanzinnig!
De man zou haar toch zeker niet dat hele eind vanwege een... O
ja, dat zou hij en dat kon hij. Die man zeker.
Tijdens hun reis had ze zichzelf wijsgemaakt dat het verstandig en voorzichtig was geen sporen achter te laten. Elaida wist nu eenmaal dat ze, ondanks de geruchten, niet dood waren en ze zou de jacht niet staken tot ze waren gevonden en on schadelijk gemaakt. Het had Siuan geërgerd dat ze uiteindelijk de weg had moeten vragen, maar de gedachte die haar als een haai op eens had gebeten, betrof niet de kans dat Elaida op de een of andere manier een smid in een Altaraans dorpje kon vinden, maar dat de smid een handgeschilderd aanwijsbord voor Brin kon betekenen.
En je dacht toen dat het een stom idee was, nietwaar? Maar nu is hij hier.
Ze herinnerde zich nog goed dat ze tegenover hem had gestaan, toen hij zich in die kwestie van Morland voor haar wil had moeten buigen. Het was of ze een dikke stalen staaf had gebogen, of een of andere enorme veer had ingedrukt die meteen weer op zou springen als ze even losliet. Ze had haar volledige macht moeten inzetten, had hem openlijk moeten vernederen om er zeker van te zijn dat hij zo lang gebogen bleef als zij nodig achtte. Hij kon nauwelijks terugkomen op wat hij haar op zijn knieën had beloofd, terwijl hij haar om vergeving smeekte en vijftig heren en vrouwen van het hof toekeken. Morgase zelf was al moeilijk geweest en Siuan wilde niet het gevaar lopen dat Brin voor Morgase een uitvlucht kon scheppen om Siuans aanwijzingen naast zich neer te leggen. Vreemd dat Elaida en zij in die tijd hadden samengewerkt om Morgase in de pas te laten lopen. Ze moest zich beheersen. Het duizelde haar, ze dacht overal aan, behalve aan het noodzakelijke.
Denk alleen daaraan, vergeet het andere! Dit is geen tijd voor paniek!
‘U moet hem wegsturen. Of hem doden!’
Terwijl deze woorden haar veel te fel ontvielen, wist ze dat ze een fout maakte. Zelfs de zwaardhanden staarden haar aan, en de Aes Sedai... Nooit eerder had ze geweten wat iemand voelde die niet over de Ene Kracht beschikte, wanneer Aes Sedai-ogen zo fel en zo door dringend toekeken. Ze voelde zich naakt en haar minste gedachte leek een open boek. Ofschoon ze wist dat de Aes Sedai geen gedachten konden lezen, wilde ze alles bekennen, voordat ze haar zonden en listen gingen opsommen. Ze hoopte dat haar wangen niet zo rood waren en haar ogen niet zo groot als die van Leane. ‘Jullie weten waarom hij hier is.’ Sheriams stem klonk kalm en zeker. ‘Jullie allebei. En jullie willen hem niet zien. Zo graag zelfs dat jullie willen dat wij hem doden.’
‘Er zijn maar weinig grote krijgsheren in leven.’ Nuhel stak een voor een zijn vingers op. ‘Agelmar Jagad en Davram Bashere zullen de Verwording niet willen verlaten, denk ik, en Pedron Nial zal van weinig nut zijn voor u. Als Rodel Ituralde nog in leven is, zal hij wel ergens vastzitten in wat er van Arad Doman over is.’ Hij stak een dikke duim op. ‘Dan hebben we alleen Garet Brin over.’