Het kamp was rustig, nu overal het avondeten werd klaargemaakt op kleine vuurtjes bij de wagens. Petra voedde de mannetjesleeuw en gooide met een stok grote lappen vlees tussen de spijlen door. De leeuwinnen zaten reeds vriendschappelijk over hun vlees gebogen en lieten af en toe een grauw horen wanneer iemand te dicht bij de kooi kwam. Nynaeve bleef bij Aludra’s wagen staan. De Vuurwerkster was aan het werk met een houten stamper en vijzel op een tafel die uit de zijkant van de wagen was neergeklapt, in zichzelf mompelend over het spul dat ze aan het mengen was. Drie Chavana’s glimlachten Nynaeve uitnodigend toe en wenkten haar. Brugh niet. Die was nog laaiend over zijn lip, hoewel ze hem een zalfje had gegeven om de zwelling te verminderen. Als ze de anderen misschien even hard raakte, zouden ze naar Luca luisteren – nog belangrijker: naar haar luisteren! – en beseffen dat ze niet gediend was van hun glimlachjes. Het was jammer dat baas Luca zijn eigen bevelen zo slecht nakwam. Latelle kwam terug van de berenkooi en glimlachte haar strak toe, eigenlijk meer meesmuilend. Nynaeve keek vooral naar Cerandin, die de stompe teennagels van de enorme grijze s’redits aan het bij vijlen was met een vijl die geschikt leek voor metaal. ‘Die vrouw daar gebruikt haar voeten en handen bewonderens waardig handig,’ zei Aludra. ‘Kijk me niet zo woest aan, Nana,’ voeg de ze eraan toe, terwijl ze haar handen afklopte, ik ben je vijand niet. Hier, probeer deze nieuwe vuurstokjes eens.’ Nynaeve pakte het houten kistje van de donkerharige vrouw behoedzaam aan. Het was een vierkant blok dat ze met gemak met één hand kon vasthouden, maar ze gebruikte beide. ‘Ik dacht dat je ze strijkers noemde?’
‘Of het een, of het ander. Vuurstokjes zeggen toch veel beter wat het zijn dan strijkers, ja toch? Ik heb de gaatjes waar ze insteken wat gladder gemaakt, zodat ze niet meer door het hout worden ontstoken. Goed idee, niet? En de koppen zijn van een nieuwe samenstelling. Probeer ze eens en zeg me wat je ervan vindt.’
‘Ja, natuurlijk. Dank je wel.’
Nynaeve haastte zich verder voor de vrouw haar een tweede kistje kon opdringen. Ze hield het ver van zich af, bang dat het zou ontploffen. Aludra liet die nieuwe strijkers of vuurstokjes, of hoe ze ook besloot die morgen weer te noemen, door iedereen proberen. Je kon er in ieder geval een vuur of een lamp mee aansteken. Ze konden ook in vlammen uitbarsten als de grijsblauwe koppen langs elkaar of een ruw oppervlak streken. Zelf hield ze het liever op de vuurslag van metaal en steen, of een kooltje dat netjes in een bakje zand werd bewaard. Dat was veel veiliger.
Juilin ving haar op voor ze een stap op het laddertje naar binnen kon zetten en zijn ogen gleden naar haar opgezette oog. Ze wierp hem zo’n woedende blik toe dat hij terugdeinsde en de belachelijke hoge hoed van zijn hoofd graaide, ik ben de rivier overgelopen,’ zei hij.
‘Er zit een honderdtal Witmantels in Samara. Ze kijken slechts toe en de Geldaanse soldaten kijken even hard terug. Ik heb er echter één herkend. Die jonge vent die bij Het Licht van de Waarheid in Sienda rondhing.’
Ze schonk hem een glimlach en weer stapte hij haastig achteruit, haar behoedzaam opnemend. Nét wat ze nog nodig hadden. ‘Jij brengt ons altijd zulk fijn nieuws, Juilin. We hadden je in Tanchico achter moeten laten, of beter nog, in de haven van Tyr.’ Dat was niet erg eerlijk. Het was beter dat ze van hem hoorde dat Galad er was dan dat ze hem onverwachts tegen het lijf liep.
‘Dank je, Juilin. Nu weten we tenminste dat we naar hem uit moeten kijken.’ Zijn knikje was nauwelijks een antwoord op haar wel willende dank. Hij haastte zich weg en zette zijn hoed met een klap op zijn hoofd, alsof hij erop rekende dat ze hem ging slaan. Mannen hadden geen manieren.
Binnen in de wagen was het veel schoner dan toen Thom en Juilin hem hadden gekocht. De bladderende verf was geheel weggeschuurd – de mannen hadden de hele tijd gemopperd – en de kastjes en het tafeltje dat aan de vloer stond vastgeschroefd, waren gewreven tot ze glommen. Het bakstenen kacheltje met de tinnen pijp werd nooit gebruikt – de nachten waren warm genoeg en als ze hierbinnen gingen koken, zouden Thom en Juilin nooit meer iets doen – maar het was een goede plek om hun kostbaarheden te bewaren, de beurzen en de sieradenkistjes. De wasleren beurs met het zegel had ze zo ver mogelijk naar achteren geschoven en daarna niet meer aangeraakt. Elayne zat op een van de smalle bedden en schoof iets onder de deken toen Nynaeve naar binnen klom, maar vóór ze kon vragen wat het was, riep Elayne uit: ‘Je oog! Wat is er gebeurd?’ Ze moest haar haren weer met hennenpeper wassen; bij de wortels van haar zwarte vlechten waren hier en daar goudblonde plekjes zichtbaar. Het moest om de paar dagen gedaan worden.
‘Cerandin sloeg me toen ik niet keek,’ mompelde Nynaeve. De bekende smaak van gekookte kattenvaren en maarnebladpoeder deed haar tong krullen. Dat was ook niet de reden waarom ze Elayne naar de laatste ontmoeting in Tel’aran’rhiod had laten gaan. Ze ging Egwene niet uit de weg. Het was alleen zo dat zij het vaakst tussen de ontmoetingen door naar de Wereld der Dromen ging; het was een kwestie van eerlijkheid dat Elayne ook de kans kreeg te gaan. Alleen daarom.
Voorzichtig zette ze het doosje vuurstokjes in een kastje, naast twee andere. Het kistje dat vlam had gevat, was allang weggegooid. Ze wist niet waarom ze de waarheid verzweeg. Elayne was blijkbaar de wagen nog niet uit geweest, anders zou ze het al gehoord hebben. Zij en Juilin waren waarschijnlijk de enigen in het kamp die het nog niet wisten, nu Thom vast en zeker elke walgelijke kleinigheid aan Luca had doorgegeven.
Ze haalde diep adem, ging op het andere bed zitten en dwong zich Elayne aan te kijken. Iets in de stilte van de ander vertelde dat ze vermoedde dat er nog meer zou volgen.
‘Ik... vroeg Cerandin naar damane en sul’dam. Ik weet zeker dat ze meer weet dan ze loslaat.’ Ze zweeg om Elayne de kans te geven haar twijfel te uiten over het feit dat ze waarschijnlijk eerder geëist dan gevraagd had, om te zeggen dat de Seanchaanse al alles wat ze wist had verteld, dat ze nooit veel te maken had gehad met damane en zo. Elayne bleef echter zwijgen en Nynaeve besefte dat ze het ogen blik hoopte uit te stellen door ruzie uit te lokken. ‘Ze werd heel op gewonden dat ze verder niets wist, dus schudde ik haar door elkaar. Jij bent echt veel te ver met haar gegaan. Ze hield haar wijsvinger op onder mijn neus.’ Elayne bleef haar aankijken en haar koele blauwe ogen knipperden amper. Nynaeve kon slechts de andere kant op kijken en doorgaan met haar verhaal. ‘Ze... gooide me op de een of andere manier over haar schouder op de grond. Ik stond op en gaf haar een klap, waarna ze me met haar vuist neersloeg. Zo heb ik dat oog opgelopen.’ Ze kon nu net zo goed de rest ook vertellen; Elayne zou het gauw genoeg horen en dan kon het maar beter van haar komen. Ze zou nog liever haar tong hebben uitgerukt. ‘Nou, je snapt, dat pikte ik niet. En we vochten nog een tijdje door.’ Van haar kant was het nauwelijks vechten geweest; ze had alleen geweigerd het op te geven. De bitterste waarheid was dat Cerandin gewoon was op gehouden met haar opzij te gooien en haar op stiekeme maniertjes te laten struikelen, omdat het net was of ze een kind mishandelde. Nynaeve had evenveel kans gekregen als zo’n kind. Had er maar niemand staan kijken, zodat ze had kunnen geleiden; ze was er zeker kwaad genoeg voor geweest. Had er maar niemand staan kijken, punt. Ze wilde dat Cerandin haar links en rechts had gestompt tot er bloed vloeide. ‘Toen overhandigde Latelle haar een stok. Je weet hoe dat mens me terug wil pakken.’ Ze hoefde heel zeker niet te ver tellen dat Cerandin haar met haar hoofd dwars over de wagendissel had vastgehouden. Niemand had haar op die manier mishandeld sinds ze een kan water naar Neysa Ayellin had gegooid, toen ze zes tien was. ‘In ieder geval, Petra kwam tussenbeide.’ Nog net op tijd. De enorme man had ieder als een poesje bij het nekvel gegrepen. ‘Cerandin bood haar verontschuldigingen aan en dat was dat.’ Het was waar dat Petra de Seanchaanse daartoe had gedwongen, maar Nynaeve had het eveneens moeten doen en Petra had die zachte spijkerharde greep rond haar nek niet los willen laten tot ze het had gedaan. Ze had hem zo hard mogelijk midden in zijn maag geslagen, maar hij had geen boe of bah gegeven. Haar hand voelde aan alsof die dik ging worden. ‘Eigenlijk niet veel bijzonders. Ik neem aan dat Latelle wel haar eigen versie zal vertellen. Die vrouw zou ik door el kaar moeten rammelen. Ik heb haar lang niet hard genoeg geraakt.’ Ze voelde zich veel beter nu ze het ware verhaal had gedaan, maar Elayne toonde haar twijfel, waardoor ze liever van onderwerp ver anderde. ‘Wat verberg je daar?’ Ze stak haar hand uit en trok de deken weg, waardoor de zilveren a’dam zichtbaar werd die ze van Cerandin hadden gekregen. ‘Licht nog-aan-toe, waarom wil je ernaar kijken? En als je dat doet, waarom verberg je het dan? Dat is een smerig ding en ik begrijp niet hoe je het aan kunt raken, maar als je dat wilt, moet je het zelf weten.’