Liandrin keek speurend naar Chesmals gezicht, naar dat van Temaile, ze zocht een of ander teken van medeleven, medelijden, wat dan ook. Chesmals ogen stonden streng en koud. Temailes ogen glansden, ze raakte haar lippen aan met het puntje van haar tong en glimlachte. Geen vriendelijke glimlach.
‘Jij dacht iets van wilsdwang te hebben opgestoken,’ vervolgde Moghedien. ‘Ik zal je nog iets meer bijbrengen.’ Liandrin huiverde even. Moghediens ogen vulden haar gezichtsveld terwijl de stem van de Verzaker haar oren, haar hele hoofd doordrong. ‘Leef!’ Het ogen blik ging voorbij en het zweet parelde op Liandrins gezicht, terwijl de Uitverkorene haar toelachte.
‘Wilsdwang kent vele beperkingen, maar een opdracht om je eigen diepste zielswens te vervullen, houdt een leven lang stand. Jij zult in leven blijven, hoe vaak je ook jezelf van het leven wilt beroven. En daaraan zul je denken. Je zult vele nachten huilen en verlangen naar je dood.’
De stroom die Liandrins tong vasthield, verdween en ze had amper tijd om te slikken. ‘Alstublieft, Hoge Meesteresse, ik zweer u dat ik niet...’ Moghedien haalde uit en Liandrins hoofd galmde, zilver zwarte vlekjes dansten voor haar ogen.
‘Er zitten... aantrekkelijke kanten aan... lichamelijke pijn,’ zuchtte de vrouw. ‘Smeek je om meer?’
‘Alstublieft, Hoge Meesteresse...’ De tweede klap liet haar haren alle kanten opzwieren. ‘Meer?’
‘Alstublieft...’ De derde klap ontzette bijna haar kaak. Haar wang brandde.
‘Als je niet meer kunt verzinnen, ga ik niet luisteren. In plaats daar van luister je naar mij. Ik denk dat wat ik voor jou heb uitgedacht, zelfs Semirhage plezier zou doen.’ Moghediens glimlach was bijna even duister als die van Temaile. ‘Je blijft leven, niet gesust, maar met de wetenschap dat je pas kunt geleiden als je iemand vindt die de stroom losknoopt. En dat is nog maar het begin. Evon zal heel blij zijn met zijn nieuwe keukenhulp en ik weet zeker dat die Arene-vrouw met jou heel veel gesprekken over haar man wil hebben. Het zal zelfs zo zijn dat ze jouw gezelschap zeer op prijs zal stellen, zodat ik betwijfel of je de komende jaren nog wel buiten zult komen. Lange, langejaren, waarin je wenst mij gehoorzaam te hebben gediend.’ Liandrins mond bewoog, wilde ‘nee’ en ‘alstublieft’ smeken, maar ze huilde te hard om de woorden te kunnen uiten. Moghedien keek Temaile aan en zei: ‘Maak haar klaar voor die twee. En zeg tegen hen dat ze haar niet mogen doden of verminken. Ik wil dat ze blijft geloven dat ze ooit zal ontkomen. Zelfs een vergeefse hoop zal haar in een leven van lijden gevangenhouden.’ Ondersteund door Chesmals arm draaide ze zich om en de stromen Lucht lieten Liandrin los.
Haar benen voelden als stro en ze zakte omlaag, tot ze als een mie zerig hoopje op het tapijt lag. Alleen het schild bleef. Tevergeefs beuk te ze erop toen ze achter Moghedien aan kroop, trachtend de zoom van haar rok te grijpen, gebroken snikkend: ‘Alstublieft, Hoge Mees teresse.’
‘Ze zitten in een beestenspul,’ vertelde Moghedien aan Chesmal. ‘On danks al jullie gezoek, moest ik ze zelf vinden. Een beestenspul is niet moeilijk op te sporen.’
‘Ik zal trouw dienen,’ huilde Liandrin. Vrees maakte haar benen en armen als water, ze kon niet snel genoeg kruipen om hen in te halen. Ze keken niet eens om terwijl ze brabbelend over het tapijt achter hen aan kroop. ‘Bind me, Hoge Meesteresse, wat dan ook, ik zal uw trouwe hond zijn.’
‘Elk beestenspul dat ik ken, trekt naar het noorden,’ zei Chesmal, haar stem een en al ijver om haar mislukte speurtocht goed te maken. ‘Naar Geldan, Hoge Meesteresse.’
‘Dan ga ik naar Geldan,’ zei Moghedien. ‘Laat snelle paarden komen en volg...’ De slaapkamerdeur viel dicht en maakte de rest on hoorbaar.
‘Ik zal een trouwe hond zijn,’ snikte Liandrin op het tapijt. Ze keek op en knipperde haar tranen weg toen ze zag dat Temaile haar op nam, glimlachend en haar armen wrijvend. ‘We kunnen haar over weldigen, Temaile. Wij drieën samen kunnen...’
‘Wij drieën?’ lachte Temaile. ‘Je kunt die dikke Evon niet eens aan.’ Ze kneep haar ogen toe, terwijl ze het schild bestudeerde dat rond Liandrin was aangebracht. ‘Je kunt evengoed gesust zijn.’
‘Luister! Alsjeblieft!’ Liandrin slikte hevig, probeerde duidelijk te spreken, maar het klonk nog steeds gesmoord, en tegelijk volhartstochtelijke aandrang toen ze vurig en vlug verder praatte. ‘We heb ben het gehad over de meningsverschillen tussen de Uitverkorenen. Als Moghedien zich schuilhoudt, doet ze dat voor die anderen. Als wij haar gevangennemen en aan hen overhandigen, denk dan eens aan de rang die we daarmee zullen verwerven. We komen dan boven koningen en koninginnen te staan. We kunnen zelf Uitverkorenen worden.’
Gedurende één ogenblik – een kort gezegend ogenblik – aarzelde de vrouw met het kindergezicht. Toen schudde ze haar hoofd. ‘Jij hebt nooit geweten hoe hoog je je ogen kunt richten. Wie naar de zon reikt, brandt zich. Nee, ik denk niet dat ik me wil branden door al te hoog te reiken. Ik denk dat ik zal doen wat me gezegd is en je al vast wat voor Evon zal gaan klaarmaken.’ Opeens glimlachte ze en toonde haar tanden zodat ze nog meer weg had van een vos. ‘Wat zal hij verrast zijn, als je aan komt kruipen om zijn schoenen te kussen.’
Liandrin krijste al voor Temaile zelfs maar was begonnen.
35
Losgescheurd
Gapend hield Elayne Nynaeve vanuit haar bed in het oog. Steunend op haar elleboog, het hoofd op haar hand en de zwarte haren over haar onderarm. Het was volkomen belachelijk dat Nynaeve erop stond dat degene die Tel’aran’rhiod niet betrad, wakker bleef. Ze wist niet hoelang Nynaeve dacht in de Wereld der Dromen te blijven, maar Elayne had er nu al enkele uren op zitten, niets om te lezen, niets om te naaien, niets om zich mee bezig te houden. Ze moest alleen naar de ander kijken, die languit op haar smalle bed lag. De a’dam verder bestuderen hielp ook niets, omdat ze dacht er alles uit te hebben gehaald wat ze kon ontdekken. Ze had zelfs iets van Heling op de slapende vrouw uitgeprobeerd, waarschijnlijk het enige dat ze beheerste. Nynaeve zou, als ze wakker was, nooit hebben toe gestemd – ze schatte Elaynes vaardigheden met Heling heel laag in – maar haar blauwe oog was nu wel weg. Eigenlijk was dit het in gewikkeldste dat Elayne ooit met Heling had klaargespeeld en ze had er al haar kunde voor nodig gehad. Ze had niets te doen. Als ze over zilver beschikte, kon ze proberen een a’dam te maken. Zilver was niet het enige mogelijke metaal, maar ze zou munten moeten om smelten om voldoende te hebben. Nynaeve zou het zeker niet op prijs stellen in plaats van een aantal zilveren munten een tweede a’dam te vinden. Als Nynaeve Thom en Juilin over de Wereld der Dromen had verteld, had ze Thom voor een praatje kunnen uitnodigen. Het was verrukkelijk met hem te praten. Als een vader die zijn kennis doorgaf aan zijn dochter. Ze had nooit beseft dat het Spel der Huizen in Andor zo diep zat geworteld, al was het gelukkig niet zo diep en heftig als in andere landen. Volgens Thom waren alleen de Grenslanden er volkomen vrij van. Met de Verwording in het noorden en dagelijkse invallen van Trolloks hadden ze geen tijd om plan netjes te bedenken en uit te voeren. Zij en Thom hadden heerlijke gesprekken, nu hij er zeker van was dat ze niet op zijn schoot wilde kruipen. Ze werd vuurrood bij de herinnering; ze had er wel een of twee keer aan gedacht; het Licht zij dank dat ze het niet had gedurfd. ‘“Ook een koningin stoot haar teen, maar een verstandige vrouw kijkt waar ze stapt,”’ haalde ze zachtjes Lini aan. Lini was een wij ze vrouw. Elayne dacht niet dat ze die ene fout nogmaals zou begaan. Ze wist dat ze er vele maakte, maar niet tweemaal dezelfde. Misschien zou ze ooit nog maar zo weinig fout doen dat ze haar moe der op de troon waardig kon opvolgen.
Opeens veerde ze op. Er druppelden tranen uit Nynaeves gesloten ogen langs haar gezicht omlaag en wat Elayne een klein snurkje leek – Nynaeve snurkte, wat ze zelf ook beweerde – was een kreunende snik diep in haar keel. Dat hoorde niet zo te zijn. Als ze gewond was, zou de pijn nu zichtbaar zijn geweest, hoewel ze het pas bij het ontwaken zou voelen. Moet ik haar wekken?