Выбрать главу

Na ongeveer een uur keerde Nynaeve terug. Haar voeten waren smerig; op haar wangen glommen nieuwe tranen, ik hield het buiten niet meer uit,’ zei ze, de mantel aan de haak hangend. ‘Ga maar slapen. Ik waak. Ik wil haar in het oog houden.’ Elayne stond langzaam op en streek haar rok goed. Misschien hielp het Nynaeve als ze alles op een rijtje kon zetten, terwijl ze een tijd bij Birgitte oppaste, ik heb ook nog geen zin om te slapen.’ Ze was uitgeput maar over haar slaap heen. ‘Ik denk dat ik even een om metje maak.’ Nynaeve knikte slechts, terwijl ze op Elaynes plekje op het bed ging zitten. Haar vuile voeten bungelden over de rand, haar ogen waren strak op Birgitte gericht.

Tot Elaynes verbazing sliepen Thom en Juilin ook nog niet. Ze hadden een klein vuurtje naast de wagen aangelegd en zaten in kleer makerszit tegenover elkaar uit langstelige pijpen te roken. Thom had zijn hemd gefatsoeneerd en Juilin had een jas aangeschoten, de mouwen omgeslagen, maar geen hemd. Ze keek even rond voor ze bij hen ging zitten. In het kamp bewoog niets. Het was donker, afgezien van het licht van dit vuur en uit de woonwagen. Niemand zei iets terwijl ze haar rok schikte. Daarna keek Juilin Thom aan, die knikte en de dievenvanger pakte iets op. ‘Deze heb ik op de plek gevonden waar zij lag,’ zei de bruine man. ‘Alsof hij uit haar hand was gevallen.’ Elayne nam de zilveren pijl langzaam aan. Zelfs de veren leken van zilver.

‘Opvallend,’ merkte Thom gemoedelijk bij zijn pijp op. ‘Dit plus de vlecht... Ieder verhaal vermeldt om de een of andere reden haar vlecht.

Hoewel ik er ook enkele zonder de vlecht heb gehoord, waarin ze onder een andere naam voorkomt. En ook een paar met andere namen mét vlecht.’

‘Ik geef niks om verhalen,’ bracht Juilin naar voren. Hij klonk net zo rustig als Thom. Er was veel voor nodig om deze twee mannen hun kalmte te laten verliezen, is zij het? Het is al erg – ook als zij het niet is – als een naakte vrouw zo uit het niets verschijnt, maar... Waar zijn we door jou en Ny... Nana bij betrokken geraakt?’ Hij was ongerust. Juilin maakte geen fouten en versprak zich nooit. Thom zat stil aan zijn pijp te puffen en wachtte af.

Elayne draaide de pijl in haar handen rond en deed of ze hem bestudeerde. ‘Ze is een vriendin,’ zei ze eindelijk. Totdat – tenzij – Birgitte haar van haar belofte ontsloeg, diende ze zich eraan te houden. ‘Ze is geen Aes Sedai, maar ze heeft ons geholpen.’ Ze keken haar afwachtend aan en wilden meer horen. ‘Waarom hebben jullie dit niet aan Nynaeve gegeven?’

Ze wisselden weer zo’n blik; mannen leken hele gesprekken te kunnen voeren met hun ogen, tenminste, in aanwezigheid van vrouwen. Zij maakte er in ieder geval uit op dat ze het hunne dachten over haar geheimen. Vooral omdat ze bijna zeker wisten wie het was. Niettemin had ze haar woord gegeven.

‘Ze leek van streek,’ zei Juilin, die bedaard aan zijn pijp zat te zuigen, terwijl Thom de zijne uit zijn mond nam en zijn witte snor punten omhoog blies.

‘Van streek? De vrouw kwam in haar nachtgoed naar buiten, zag er volkomen verloren uit en toen ik haar vroeg of ik kon helpen, beet ze mijn hoofd niet af, maar huilde ze uit op mijn schouder!’ Hij trok aan zijn linnen hemd en mompelde iets over nat. ‘Elayne, ze bood haar verontschuldigingen aan voor elk boos woord dat ze ooit tegen me had geuit, wat zo ongeveer de helft is van alles wat ze heeft gezegd. Ze zei dat ze afgeranseld moest worden, of wellicht was dat al gebeurd, want de helft van de tijd was er geen touw aan vast te knopen. Ze zei dat ze een lafaard was en een koppige dwaas. Ik weet niet wat er met haar aan de hand is, maar ze is spannen ver uit haar gewone doen.’

‘Ik heb eens een vrouw gekend die zich ook zo gedroeg,’ vertelde Juilin, in de vlammen turend. ‘Ze werd wakker, zag een inbreker in haar slaapkamer en stak hem midden in zijn hart. Nadat ze de lamp had aangestoken, zag ze dat het haar man was. Zijn boot was eerder binnengelopen. Ze liep een halve maand net zo rond als... Nana nu.’ Zijn mond verstrakte. ‘Waarna ze zich verhing.’

‘Ik vind het niet prettig jou met deze last op te zadelen, kind,’ voeg de Thom er zachtmoedig aan toe, ‘maar als ze geholpen kan worden, ben jij de enige van ons drieën die dat kan. Ik weet hoe ik een man uit zijn ellende kan helpen. Ik geef hem een schop onder zijn achterste, ik voer hem dronken of ik zoek een leuke mei...’ Hij grom de en bromde, deed net of hij moest hoesten en streek met zijn knokkels langs zijn snor. Dat hij haar als een dochter zag, had als nadeel dat hij leek te denken dat ze pas twaalf was. ‘Het punt is eigenlijk dat ik niet weet hoe ik dit moet aanpakken. En al is Juilin bereid haar op zijn knie te vertroetelen, toch denk ik dat ze hem daar niet erg dankbaar voor zal zijn,’

‘Ik vertroetel nog liever een vangvis,’ mompelde de dievenvanger, maar het klonk minder ruw dan wanneer hij het gisteren zou heb ben gezegd. Hij was even bezorgd als Thom, maar wilde het minder laten merken.

‘Ik zal doen wat ik kan,’ verzekerde ze hun, en ze keek weer naar de pijl. Het waren goede mannen en ze wilde liever niet tegen hen liegen of dingen voor hen verzwijgen. Zeker niet als het niet echt nodig was. Nynaeve beweerde dat je mannen voor hun eigen bestwil diende te sturen, maar daar kon je ook te ver mee gaan. Het was niet eerlijk de mannen in gevaren te brengen waar ze niets van wisten. Dus vertelde ze het. Over Tel’aran’rhiod en dat de Verzakers waren uitgebroken en over Moghedien. Natuurlijk niet alles. Sommige gebeurtenissen in Tanchico waren zo beschamend voor haar geweest dat ze er niet eens aan wilde denken. Haar belofte aan Birgitte hield ze en er bestond feitelijk geen enkele noodzaak om iedere kleinigheid over wat Moghedien Nynaeve had aangedaan uit de doeken te doen. Daarom was het wat moeilijker om te verklaren wat er die nacht was gebeurd, maar ze slaagde erin. Ze vertelde hun alles wat ze volgens haar moesten weten, voldoende om ze voor het eerst te laten beseffen tegen wie ze het opnamen. Niet alleen tegen de Zwarte Ajah daar hadden ze indertijd heel glazig bij zitten kijken – maar ook tegen de Verzakers en dat een van hen waarschijnlijk jacht op Nynaeve en haar maakte. Ze maakte hun duidelijk en dat hun vrienden en bekenden het gevaar liepen tussen jager en prooi bekneld te raken.

‘Zo, nu weten jullie het. Aan jullie de keus om te blijven of weg te gaan,’ besloot ze. Daar liet ze het bij en ze zorgde ervoor Thom niet aan te kijken. Ze wilde wanhopig graag dat hij besloot te blijven, maar was niet van plan dat met één blik te laten merken, ik heb je nog niet de helft geleerd van wat je moet weten als je een even goede koningin wilt worden als je moeder,’ zei hij zo ruw mogelijk, wat hij weer verknoeide door met een knokige vinger een zwarte haarlok uit haar gezicht te strijken. ‘Zo gemakkelijk kom je niet van me af, kind. Ik ben van plan jou de meesteres van Daes Dae’mar te maken, al moet ik ervoor in je oor blijven toeteren tot je doof bent. Ik heb je nog niet eens geleerd hoe je met een mes omgaat. Ik heb het je moeder proberen bij te brengen, maar ze zei altijd dat ze in nood een man kon opdragen zijn mes te gebruiken. Een dwaze manier om het zo te bekijken.’

Ze boog zich naar voren en drukte een kus op zijn getaande wang. Hij knipperde met zijn ogen en trok zijn borstelige wenkbrauwen hoog op, waarna hij met een glimlach de pijp weer in zijn mond stak. ‘Je kunt mij ook een zoen geven,’ merkte Juilin droog op. ‘Rhand Altor laat mijn ingewanden eruit snijden wanneer ik jou niet even gezond en wel terugbezorg als je bij je vertrek was.’ Elayne hield haar kin hoog. ‘Ik wil niet dat je vanwege Rhand Altor blijft, Juilin.’

Terugbezorgen? Welja!

‘Je blijft alleen als je dat zelf wilt. En ik ontsla jou, en jou, Thom!’ – hij had zitten grinniken bij de opmerking van de dievenvanger – ‘niet van je belofte om te doen wat je gezegd wordt.’ Thoms geschrokken ogen waren heel bevredigend. Ze wendde zich weer tot Juilin. ‘Jullie volgen mij – en Nynaeve, natuurlijk – in de volle wetenschap welke vijanden we tegenover ons hebben. Anders mogen jullie je spullen inpakken en op Pruiler wegrijden, waarheen je maar wilt. Ik geef hem aan jullie.’ Juilin zat zo recht als een paal en zijn lichtbruine huid werd steeds donkerder, ik heb nog nooit in mijn leven een vrouw die in gevaar verkeerde in de steek gelaten.’ Hij richtte de pijpensteel als een wapen op haar. ‘Als je me wegstuurt, blijf ik je op de hielen zitten als een scheerder op een sternjacht.’ Zo had ze het eigenlijk niet bedoeld, maar het volstond. ‘Goed dan.’ Ze stond op, ging kaarsrecht staan, de zilveren pijl langs haar zij, en behield haar licht ijzige stemming. Ze dacht dat ze eindelijk beseften wie de leiding had. ‘Het wordt al gauw licht.’ Had Rhand inderdaad de onbeschaamdheid gehad tegen Juilin ‘terugbezorgen’ te zeggen? Thom zou een tijdlang met die dievenvanger mee moeten lijden, maar met zo’n grijns verdiende hij dat ook.