Выбрать главу

‘Niet erg. Vooral haar geest. Door wat jij deed, kon zij ontsnappen, maar pas nadat...’ Elayne kon het niet over haar lippen krijgen. Er waren nog te veel verse wonden. ‘Ze geeft zichzelf de schuld. Ze denkt dat... alles... haar schuld is doordat ze jouw hulp heeft ingeroepen.’

‘Als ze me dat niet had gevraagd, zou Moghedien haar nu hebben leren smeken. Ze is even onvoorzichtig als Gaidal.’ Birgittes stem klonk droog, wat niet paste bij haar vochtige wangen. ‘Ze heeft me er niet met de haren bij gesleurd. Als zij verantwoording opeist voor de gevolgen, dan eist zij de verantwoordelijkheid voor mijn daden op.’ Het was vreemd dat haar boosheid de boventoon voerde, ik ben een vrije vrouw en ik neem mijn eigen beslissingen. Ze heeft het niet voor mij besloten.’

‘Ik moet zeggen dat je dit beter opneemt dan... ik zou doen.’ Ze had eerst Nynaeve willen zeggen. Dat was wel waar, maar het andere ook. ‘Ik zeg altijd: als je het schavot op stapt, geef je de menigte een grap, de beul een munt en maak je de val met een glimlach rond je lippen.’ Birgittes glimlach was grimmig. ‘Moghedien heeft de val geplaatst, maar mijn nek is nog niet gebroken. Misschien zal ik haar nog ver bazen voor dit alles voorbij is.’ De glimlach ging over in een frons toen ze Elayne opnam, ik kan je... voelen. Als ik mijn ogen dicht doe, denk ik dat ik je zelfs een span verder kan aanwijzen.’ Elayne haalde diep adem. ‘Ik heb je gebonden, je bent mijn zwaard hand,’ zei ze haastig. ‘Je lag op sterven en helen hielp niet en...’ De vrouw keek haar aan. Niet langer fronsend, maar haar ogen stonden verontrustend scherp, ik had geen andere keus, Birgitte, anders zou je gestorven zijn.’

‘Een zwaardhand,’ zei Birgitte langzaam, ik denk dat ik me een geschiedenis herinner over een vrouwelijke zwaardhand, maar dat was in een leven van zo lang geleden dat ik er het fijne niet meer van weet.’

Het was tijd opnieuw diep adem te halen en ditmaal zocht Elayne moeizaam naar de juiste woorden. ‘Er is iets wat je moet weten. Je komt er vroeg of laat toch achter en ik heb besloten geen dingen meer te verzwijgen voor mensen die recht hebben het te weten, tenzij het werkelijk noodzakelijk is om...’ Een derde diepe zucht, ik ben geen Aes Sedai, maar een Aanvaarde.’

Heel lang bleef de vrouw met de goudblonde staart haar aankijken en schudde toen langzaam haar hoofd. ‘Een Aanvaarde. In de Trollok-oorlogen heb ik een Aanvaarde gekend die een vent bond. Ba rashelle zou de volgende dag worden beproefd voor haar verheffing tot Aes Sedai en zou zeker de stola ontvangen, maar ze was bang dat een vrouw die op dezelfde dag zou worden beproefd, hem zou kiezen. In de Trollok-oorlogen achtte de Toren het noodzakelijk vrouwen zo vroeg mogelijk te verheffen.’

‘Wat gebeurde er?’ kon Elayne niet nalaten te vragen. Barashelle? De naam klonk bekend.

Birgitte verstrengelde haar vingers op de deken, schoof haar hoofd opzij op het kussen en mat zich een blik aan van spottend medele ven. ‘Onnodig te zeggen dat ze de proef niet mocht afleggen toen de waarheid bekend werd. De noodzaak was niet groot genoeg voor zo’n overtreding. Ze dwongen haar de binding van de arme kerel aan een ander over te geven en om haar geduld bij te brengen plaatsten ze haar in de keukens bij de werkmeiden en spitdraaisters. Ik heb gehoord dat ze daar drie jaar moest blijven en toen ze eindelijk de stola ontving, koos de Amyrlin Zetel zelf een zwaardhand voor haar. Anselan, een man met een verweerd gezicht en zo koppig als een bok. Ik kwam ze enkele jaren later tegen en ik wist niet wie de baas was. Ik denk dat Barashelle er ook niet zeker van was.’

‘Niet zo prettig,’ mompelde Elayne. ‘Drie jaren in de... wacht eens, Barashelle en Anselan?’ Dat kon niet hetzelfde paar zijn; in het ver haal werd nergens vermeld dat Barashelle een Aes Sedai was. Maar ze had twee verschillende versies gehoord en van Thom nog een der de. In al die verhalen moest Barashelle heel lang zwaar werk ver richten om de liefde van Anselan te winnen. Tweeduizend jaren konden veel veranderen in een geschiedenis.

‘Niet prettig, nee,’ beaamde Birgitte en opeens waren haar ogen veel te groot en onschuldig in haar bleke gezicht. ‘Aangezien je zult willen dat ik dat vreselijke geheim voor me houd, neem ik aan dat je me niet zo achter mijn vodden zult zitten als sommige Aes Sedai. Het gaat niet goed samen: jij mij maar opjagen, zodat ik me gedwongen voel het te zeggen, als ik van je af wil.’

Als vanzelf schoot Elaynes kin omhoog. ‘Dat lijkt verdacht veel op een dreigement. Ik kan niet goed tegen dreigen, niet van jou of ie mand anders. Als je denkt...’

De vrouw richtte zich op, pakte haar bij de arm en onderbrak haar verontschuldigend. Haar greep was al veel krachtiger. ‘Alsjeblieft, ik bedoel het niet op die manier. Gaidal beweert dat ik evenveel gevoel voor grapjes heb als een rots die in een shojakring wordt gegooid.’ Haar gezicht betrok even bij het noemen van Gaidal, maar kreeg snel weer zijn gewone uitdrukking. ‘Je hebt mijn leven gered, Elayne. Ik zal je geheim bewaren en je als zwaardhand dienen. En je vriendin zijn als je dat wilt.’

‘Ik zal er trots op zijn jouw vriendin te zijn.’ Shojakring? Dat zou ze een volgende keer wel vragen. Birgitte was misschien wel sterker, maar ze had rust nodig, geen vragen. ‘Trots op mijn zwaardhand.’ Het leek erop dat ze de Groene Ajah moest kiezen, om ook Rhand te kunnen binden. De droom zat nog helder in haar geheugen en ze was van plan hem over te halen dat op de een of andere manier te aanvaarden. ‘Kun je misschien proberen... je gevoel voor grapjes... wat aan te passen?’

‘Ik zal het proberen,’ zei Birgitte op een toon alsof ze beloofde een berg op te tillen. ‘Maar als ik je zwaardhand moet zijn, zelfs in het geheim, zal ik ook je zwaardhand zijn. Je kunt je ogen amper open houden. Het wordt tijd dat je gaat slapen.’ Zowel Elaynes wenk brauwen als kin schoten omhoog, maar de ander gaf haar geen kans iets te zeggen. ‘Afgezien van veel andere dingen behoort een zwaard hand ook zijn... haar Aes Sedai te zeggen wanneer ze zich afbeult. Of dat ze wat voorzichtiger moet zijn wanneer zij denkt dat ze de Doemkrocht in kan lopen. En om haar in leven te houden, zodat ze kan doen wat ze moet doen. Ik ga die dingen voor jou doen. Je hoeft geen aanval in je rug te verwachten wanneer ik bij je ben, Elayne.’ Zij had geen behoefte aan slaap, veronderstelde ze, maar Birgitte wel. Elayne deed de lampen op half en zorgde ervoor dat de vrouw ging liggen en kon gaan slapen, hoewel dat pas gebeurde nadat Birgitte had gezien dat ze voor haarzelf een kussen en dekens op de vloer tussen de bedden had neergelegd. Ze hadden nog een verschil van mening over wie op de vloer moest slapen, maar Birgitte was nog zo zwak dat het Elayne geen moeite kostte haar in het bed te houden. Nou ja, niet zoveel moeite. Nynaeves zachte gesnurk werd gelukkig niet eenmaal onderbroken.

Zelf viel ze niet snel in slaap, wat ze Birgitte ook had wijsgemaakt. De vrouw kon zonder kleren haar neus niet buiten de wagen vertonen, maar ze was groter dan Nynaeve of zijzelf. Ze ging tussen de bedden zitten en begon de zijden donkergrijze rijkleding bij de zoom uit te leggen. De volgende ochtend zou er amper tijd zijn om meer te doen dan snel te passen en de nieuwe zoom vast te stikken. De slaap overviel haar toen ze nog maar de helft had losgetornd. Opnieuw kreeg ze de droom van de binding met Rhand, meerdere keren. Soms knielde hij vrijwillig neer en soms moest ze doen wat ze met Birgitte had gedaan. Ze moest zelfs een keer zijn slaapkamer binnensluipen terwijl hij sliep. Birgitte stond nu ook bij de andere vrouwen. Dat vond Elayne niet zo erg. Ook niet van Min, Egwene, Aviendha of Nynaeve, hoewel ze zich niet kon voorstellen wat Lan over dat laatste zou zeggen. Maar de anderen... Ze had juist Birgitte, in de van kleur veranderende mantel van een zwaardhand, bevolen om Berelain en Elaida drie jaar lang naar de keuken te sturen, waarop de twee vrouwen haar opeens begonnen te stompen. Ze werd wakker doordat Nynaeve zich verstapte toen ze bij Birgitte wilde gaan kijken om te zien hoe die eraan toe was. Achter de kleine raampjes was het grijs van de vroege dageraad te zien.