Birgitte werd wakker en beweerde dat ze even sterk was als altijd en bovendien een razende honger had. Elayne betwijfelde of Nynaeve haar bui van zelfverwijt al te boven was. Ze wrong niet met haar handen, zei ook niets, maar terwijl Elayne haar handen en gezicht waste, alles uitlegde over het beestenspul en waarom ze daar nog een tijdje moesten blijven, schilde Nynaeve haastig rode peren en gele appels, sneed ze in partjes, verwijderde het klokhuis, sneed brokjes kaas en overhandigde dit alles op een bord aan Birgitte, samen met een beker aangelengde wijn met honing en kruiden. Ze zou het de vrouw hebben gevoerd als haar dat was toegestaan. Nynaeve waste Birgittes haren in witte hennenpeper tot het even zwart was als dat van Elayne – Elayne deed haar eigen haar natuurlijk zelf. Ze schonk Birgitte haar mooiste ondergoed en kousen en keek teleurgesteld toen een paar muiltjes van Elayne beter pasten. Ze stond erop Birgitte in de donkergrijze jurk te helpen, zodra haar haren met een doek waren gedroogd en weer opnieuw gevlochten. Hij moest rond haar heupen en haar borsten worden uitgelegd, maar dat zou moeten wachten. Ze wilde zelfs eigenhandig de zoom vaststikken. De ongelovige blikken van Elayne dreven haar weer naar haar eigen bezigheden en deden haar onder het wassen mompelen dat ze even goed kon naai en als ieder ander. Als ze dat wilde.
Toen ze eindelijk naar buiten gingen, keek net het eerste scherpe gouden randje van de zon boven de bomen in het oosten uit. Dit stukje van de ochtend voelde bedrieglijk aangenaam aan. Er stond geen enkel wolkje aan de strakblauwe hemel en tegen de middag zou de lucht wel weer heet en kurkdroog aanvoelen.
Thom en Juilin leidden het span al naar de wagen en overal in het kamp heerste de drukte van de voorbereiding van het vertrek. Pruiler was reeds gezadeld en Elayne bedacht dat ze vandaag niet moest vergeten om te zeggen dat ze zelf paard wilde rijden voor een van de mannen het zadel in bezit nam. Ook als Thom en Juilin er het eerste waren, zou ze niet al te teleurgesteld zijn. Vanmiddag zou ze voor het eerst voor toeschouwers op het slappe koord dansen. Het pakje dat Luca haar had laten zien, maakte haar wat zenuwachtig, maar gelukkig had ze er niet zo over gezeurd als Nynaeve. Luca zelf schreed met grote stappen door het kamp, de rode mantel fladderde achter hem aan. Hij schoot alle kanten op en verstrekte ie dereen overbodige aanwijzingen. ‘Latelle, maak die bloedberen wakker! Ik wil ze overeind hebben, grauwend, wanneer we door Samara trekken! Clarine, pas deze keer beter op je honden! Als er weer eentje achter een kat aan gaat... Brugh, jij en je broers voeren je kunstjes vlak voor mijn wagen uit, let erop. Vlak ervoor. Dit moet een keurige optocht worden, geen wedstrijd wie van jullie het snelst de losse koprol kan doen! Cerandin, hou de zwijnpaarden in toom! Ik wil dat de monden van de toeschouwers openvallen van verbazing, niet dat ze doodsbang weghollen!’
Hij bleef bij hun wagen staan, keek Nynaeve en haar boos aan en had nog wat over voor Birgitte. ‘Heel vriendelijk van jullie om met de anderen mee te gaan, vrouw Nana en mijn vrouwe Morelin. Ik dacht dat jullie tot de middag bleven slapen!’ Hij gaf Birgitte een knikje. ‘Jullie maken een praatje met iemand van de andere kant van de rivier, nietwaar? Nou, we hebben geen tijd voor bezoekers. Ik ben van plan voor de middag alles te hebben opgesteld en de eerste uit voering in volle gang te zien.’
Nynaeve leek bedremmeld door de woordenvloed, maar na zijn twee de zin werd elke woedende blik met gelijke munt terugbetaald. Hoe onhandig ze zich ook tegenover Birgitte gedroeg, haar houding te genover anderen hield ze niet in toom. ‘Wij zullen even snel klaar zijn als alle anderen, baas Luca, prent dat maar in je hoofd! Boven dien maken enkele uren geen verschil. Er staan genoeg mensen aan de andere kant van de rivier te kijken. Zelfs als er maar een op de honderd komt kijken, heb je meer toeschouwers dan je ooit had kunnen dromen. Als wij besluiten op ons gemak te ontbijten, kun je met je duimen draaien en wachten. Je krijgt niet wat je wilt, als je ons achterlaat.’
Dat was tot nog toe de botste opmerking over de beloofde honderd goudmarken, maar ditmaal bond hem dat niet in. ‘Voldoende mensen? Voldoende mensen! Mensen moet je lokken, vrouw. Chin Aki ma staat er al drie dagen en hij heeft een kerel die met zwaarden en bijlen kunsten vertoont. En negen tuimelaars! Negen! Een of andere vrouw, van wie ik nooit heb gehoord, heeft twee vrouwelijke tuimelaars die aan een hangend touw dingen doen, waardoor de ogen van de Chavana’s uit hun kasseji rollen! Het is ongelooflijk wat voor menigte daarop afkomt! Sillia Cerano heeft mannen die hun gezichten als hofnarren hebben opgeschilderd, elkaar nat gooien met water en elkaar met blazen tegen het hoofd slaan. De mensen hebben alleen daarvoor al een zilveren penner meer over.’ Opeens kneep hij zijn ogen half dicht en richtte zijn aandacht op Birgitte. ‘Wil jij je gezicht beschilderen? Sillia heeft geen vrouw bij haar narren. Enkele paardenknechten willen best meedoen. Het doet geen pijn om met een opgeblazen blaas geraakt te worden en ik betaal je...’ Hij verviel peinzend tot zwijgen – hij hield net zoveel van geld uitgeven als Nynaeve – en in dat ogenblik van stilte merkte Birgitte op: ‘Ik ben geen nar en zal nooit een nar zijn. Ik ben boogschutter.’
‘Boogschieten,’ mopperde hij, de ingewikkelde, glimmend zwarte vlecht opnemend die over haar linkerschouder hing. ‘En ik neem aan dat je jezelf Birgitte noemt. Wat ben je? Een van die gekken die op de Hoorn van Valere jagen? Zelfs als het ding bestaat, wat voor kans heb jij dan om hem eerder te vinden dan een ander? Ik was in Illian toen de Jagers de eed werd afgenomen en op het grote Plein van Tammaz stonden duizenden mensen. Maar de roem die je hóópt te winnen, kan nooit het klappen van de toeschouwers...’ ik ben boogschutter, beste man,’ onderbrak Birgitte hem ferm. ‘Haal een boog en ik schiet beter dan jij of wie je ook aanwijst. Honderd goudkronen tegen een van jou.’ Elayne verwachtte een gilletje van Nynaeve – zij zouden de weddenschap moeten nakomen als Birgitte verloor. Wat Birgitte ook beweerde, Elayne dacht niet dat de vrouw al geheel hersteld was – maar Nynaeve sloot kort haar ogen en haal de diep en lang adem.
‘Vrouwen,’ bromde Luca. Thom en Juilin hoefden toch niet zo te kijken alsof ze het ermee eens waren. ‘Jij past uitstekend bij vróuwe Morelin en Nana, of hoe ze ook heten.’ Met een groots gebaar zwaai de hij zijn zijden mantel rond naar de drukte van mannen en paarden om zich heen. ‘Het is je scherpe oog mogelijk ontgaan, Birgitte, maar ik heb een voorstelling te regelen en mijn rivalen legen reeds de zakken van de Samaranen, stelletje beurzensnijders dat het zijn.’ Birgitte glimlachte, haar lippen krulden licht omhoog. ‘Ben je bang, beste man? We kunnen jouw inzet op een penner zetten.’ Elayne dacht dat Luca een hartaanval kreeg, te oordelen naar de hoogrode kleur van zijn gezicht. Zijn nek leek opeens veel te groot voor zijn hemd. ‘Ik haal mijn boog,’ siste hij bijna. ‘Wat mij betreft, mag je die honderd marken met werken aflossen, met een geverfd gezicht of door de kooien schoon te maken.’
‘Weet je zeker dat je weer voldoende hersteld bent?’ vroeg Elayne aan Birgitte toen hij mopperend wegbeende. Het enige woord dat ze opving, was: ‘Vróuwen’! Nynaeve keek de vrouw met de vlecht aan alsof ze wilde dat de grond zich opende om haar – haarzelf, niet Birgitte – op te slokken. Een aantal paardenknechten stond om de een of andere reden rond Thom en Juilin.
‘Hij heeft mooie benen,’ zei Birgitte, ‘maar ik heb nooit van lange mannen gehouden. Zet er een leuk gezicht op en ze zijn altijd on uitstaanbaar.’
Petra, tweemaal zo breed als ieder ander, had zich bij het groepje mannen gevoegd. Hij zei iets en schudde toen Thom de hand. Ook de Chavana’s stonden erbij. Plus Latelle, die ernstig met Thom sprak terwijl ze duistere blikken op Nynaeve en de twee vrouwen naast haar wierp. Tegen de tijd dat Luca met een ongespannen boog en een koker pijlen terugkeerde, was niemand meer aan het werk. Wagens, paarden en kooien – zelfs de gekluisterde zwijnpaarden – waren in de steek gelaten. De mensen stonden in een groep rond Thom en de dievenvanger. Iedereen volgde Luca, die een klein stukje het kamp uitliep.