‘Men houdt mij voor een goede schutter,’ zei hij en kerfde op borst hoogte een kruis in de stam van een hoge eik. Hij had iets van zijn opgewektheid terug en mat zwierig vijftig passen af. ‘Ik neem het eerste schot, zodat je kunt zien wat je te wachten staat.’ Birgitte plukte de boog uit zijn hand en liep nog eens vijftig passen verder; terwijl hij haar verbluft nakeek. Ze bekeek de boog hoofd schuddend, maar plaatste hem op haar voet en had hem al in één vloeiende beweging gespannen voor Luca, Elayne en Nynaeve naast haar stonden. Birgitte trok een pijl uit de koker die hij haar voor hield, bekeek hem even en gooide hem toen als afval weg. Luca frons te, wilde wat zeggen, maar ze gooide de tweede pijl ook opzij. De volgende drie ploften eveneens op de met bladeren bedekte grond, voor ze er een met de punt in de grond naast haar stak. Van de een entwintig hield ze er vier over.
‘Ze kan het,’ fluisterde Elayne en probeerde er al haar zekerheid in te leggen. Nynaeve knikte grimmig. Als ze die honderd goudmarken moesten betalen, zouden ze heel gauw de juwelen van Amathera moeten verkopen. De pandbrieven waren eigenlijk waardeloos, zoals ze Nynaeve had uitgelegd. Als ze die gebruikten, zouden het voor Elaida net wijsvingers zijn die haar vertelden waar ze waren geweest of zelfs waar ze zich nu bevonden.
Als ik op tijd mijn mond had open gedaan, had ik dit kunnen voorkomen. Als mijn zwaardhand moet ze doen wat ik zeg. Of niet?
De gebeurtenissen van die ochtend bewezen niet dat gehoorzaamheid een deel van de binding vormde. Hadden de Aes Sedai die ze had bespied, de mannen ook een eed af genomen? Nu ze erover nadacht, meende ze dat een dat had gedaan. Birgitte legde een pijl aan, hief de boog en schoot af, zonder tijd om te mikken. Elayne kromp in elkaar, maar de stalen punt trof precies het hart van het uitgesneden kruis. Voor de pijl was uitgetrild, streek de tweede er vlak naast. Daarna wachtte Birgitte een ogenblik, tot de pijlen niet meer trilden. Een zucht steeg uit de toeschouwers op toen de derde pijl de eerste doormidden spleet, maar dat was nog niets vergeleken met de volkomen stilte toen de laatste pijl de twee de even netjes doormidden schoot. Eén keer kon toeval zijn, maar tweemaal...
Luca keek of zijn ogen uit de kassen rolden. Met open mond staar de hij naar de boom, toen naar Birgitte, naar de boom, naar Birgit te. Ze bood hem de boog aan en hij schudde zwakjes het hoofd. Opeens smeet hij de pijlkoker opzij, spreidde beide armen met een blijde kreet: ‘Geen messen! Pijlen! Op honderd pas!’ Nynaeve zocht steun bij Elayne toen de man uitlegde wat hij bedoelde, maar liet geen enkel bezwaar horen. Thom en Juilin haalden geld op. De meesten gaven hun munten met een zucht of een lach af, maar Juilin moest Latelle bij de arm grijpen toen ze probeerde weg te glippen, en haar boos toespreken voor ze de munten uit haar beurs haalde. Dus dat hadden ze uitgespookt. Ze zou hen hier ferm over onderhouden. Later echter. ‘Nana, je hoeft hier niet mee door te gaan.’ Maar Nynaeve staarde Birgitte slechts met grauwe ogen aan. ‘Onze weddenschap?’ vroeg Birgitte, toen Luca aanstalten maakte weg te lopen. Hij grijnsde, zocht langzaam in zijn beurs en gooide haar een munt toe. Elayne ving de glans van goud in de zon op, ter wijl Birgitte de munt bekeek en hem meteen teruggooide. ‘Jouw in zet was een penner; daar hebben we om gewed.’ Luca’s ogen sprongen van verbazing wijd open, maar het volgende ogenblik lachte hij en drukte de goudmark in haar handen. ‘Je bent ieder koperstuk ervan waard. Wie had dat gedacht! De koning van Geldan zelf komt misschien naar jouw opvoering kijken. Birgitte en haar pijlen. We gaan de boog en de pijlen zilverkleurig verven.’ Wanhopig probeerde Elayne Birgittes aandacht te trekken. Als het idee van die man werd uitgevoerd, konden ze net zo goed een weg wijzer voor Moghedien plaatsen.
Maar Birgitte speelde slechts grijnzend met de munt in haar hand. ‘Verf maakt zo’n armzalige boog nog slechter,’ zei ze ten slotte. ‘En noem me Maerion, zo noemden ze me vroeger.’ Leunend op de boog werd haar glimlach breder. ‘Kan ik ook zo’n rood gewaad krijgen?’ Elayne slaakte een enorme zucht van opluchting. Nynaeve keek of ze wilde overgeven.
37
Opvoeringen in Samara
Waarschijnlijk al voor de honderdste keer hield Nynaeve een lok haar voor haar ogen en zuchtte. Door de wanden van de woonwagen drong het lage gezoem van praten en lachen uit honderden, zo niet duizenden kelen, en verre muziek, die er bijna door werd overstemd. Ze had het niet erg gevonden de optocht door de straten samen met Elayne in de wagen door te brengen – als ze af en toe door de raampjes keek, was ze ervan overtuigd dat ze zeker niet tussen die rumoerige massa’s wilde staan die amper opzij gingen om de wagens door te laten – maar iedere keer als ze naar dat koperachtige rood van haar haren keek, besefte ze dat ze nog veel liever een aantal rad slagen met de Chavana’s had gedaan dan haar haren te verven. Ze lette er goed op zichzelf niet nogmaals op te nemen terwijl ze de grijze omslagdoek omdeed. Ze draaide zich om en schrok toen ze Birgitte in de deuropening zag staan. De vrouw was bij de optocht in de wagen van Petra en Clarine meegereden, zodat Clarine voor de boogschutster eenzelfde gewaad kon maken als ze met Luca’s aan wijzingen voor Nynaeve aan het maken was. Hij had Clarine al gezegd hoe hij het wilde hebben voor Nynaeve ermee in had kunnen stemmen. Birgitte had het nu aan. De zwartgeverfde vlecht hing over een schouder en rustte tussen haar borsten; blijkbaar besefte de vrouw in het geheel niet hoe laag de halslijn was. Birgitte kon geen haartje meer van haar lichte huid vertonen en dan enige aanspraak maken op gepaste kleding. Zelfs nu zou zo’n aanspraak maar zwakjes zijn en eigenlijk een lachertje. Als Nynaeve naar haar keek, voel de ze een loden bol in haar maag, maar niet vanwege de kleding of de blote huid.
‘Als je die kleren gaat dragen, waarom bedek je je dan?’ vroeg Birgitte en deed de deur achter zich dicht. ‘Je bent een vrouw. Wees er trots op.’
‘Als jij meent dat ik het moet doen,’ antwoordde Nynaeve aarzelend en ze liet de doek langzaam tot haar ellebogen afzakken, waardoor het evenbeeld van Birgittes uitdossing zichtbaar werd. Ze voelde zich volkomen naakt, ik dacht alleen... ik dacht...’ Ze greep met beide handen de zijden stof ter hoogte van haar dij stevig vast, maar bleef de ander ferm aankijken. Dat was gemakkelijker, zelfs in de weten schap dat zij hetzelfde droeg.
Birgitte grijnsde. ‘En als ik wil dat je de halslijn nog een duimpje lager schikt?’
Nynaeve deed haar mond open; haar gezicht werd even scharlaken rood als haar jurk, maar ze kon niets uitbrengen. Toen het eindelijk lukte, klonk het of ze werd gewurgd. ‘Dit kan geen duim lager. Kijk eens naar jezelf. Het kan nog geen nageltje lager.’ Birgitte kwam fronsend drie snelle stappen dichterbij, boog iets voor over en hield haar gezicht vlak voor dat Nynaeve. ‘En als ik je zeg dat het echt een duim lager moet?’ snauwde ze met opgetrokken lippen. ‘Stel dat ik je gezicht wil verven om Luca zijn nar te verschaffen? Stel dat ik je helemaal naakt uitkleed en je van top tot teen beschilder? Je zou een mooi doelwit vormen. Ze zullen van ver uit de omstreken aankomen om dat te zien!’
Nynaeves mond bewoog, maar er kwam geen enkel geluid uit. Ze wilde alleen maar haar ogen sluiten en hopen dat het, als ze weer rondkeek, misschien allemaal niet waar was.
Birgitte schudde vol afkeer het hoofd en ging op een bed zitten, een elleboog op haar knie, terwijl ze met haar blauwe ogen Nynaeve scherp opnam. ‘Dit moet ophouden. Wanneer ik je aankijk, krimp je in elkaar. Je rent gaten in je kousen om me van alles te voorzien. Als ik om me heen kijk naar een kruk, zet jij hem al achter me klaar. Als ik mijn lippen aflik, heb je een beker wijn voor me, terwijl ik nog niet eens weet of ik dorst heb. Als ik het goedvond, zou je mijn rug wassen en me mijn muiltjes aantrekken. Nynaeve, ik ben geen monster, geen kreupele en geen kind.’