‘Dat leidt ons weg van de hoofdstraten en de bloedpoorten. Vervloekt, we kunnen hem tussen al die mensen wel kwijtraken.’
‘Doe het!’ Ze haalde langzaam adem en zorgde ervoor dat haar woorden minder schril klonken, ik moet hem zien.’ Uno keek haar zo bloeddorstig aan dat tien pas verder mensen op zij stapten, maar ze sloegen wel de hoek om, de smalle straat in. Tijdens het afslaan draaide ze haar hoofd iets, net genoeg om vanuit haar ooghoeken te gluren voordat de hoek van een kleine taveerne haar het zicht ontnam. De sneeuwwitte mantel met de vlammende zon sprong tussen de mensen uit. Ze kon zich niet vergissen in het knappe gezicht, een gezicht dat ze verwachtte. Van alle Witmantels had alleen Galad een reden om haar te volgen.
40
Het Rad weeft
Zodra Galad door de taveerne op de hoek uit het zicht werd genomen, zochten Nynaeves ogen snel de zijstraat af. Er borrelde woede in haar op, zowel op zichzelf als op Galadedrid Damodred.
Hersen loze wolkop! De kasseienstraat was smal en zag eruit als vele andere, met grijze winkels, huizen en taveernes, en met in de late middag overal mensen verspreid. Als je de stad niet was ingegaan, had hij je nooit gevonden. Te verspreid om je te verbergen. Je moest zo nodig de Profeet bezoeken. Je moest zo nodig, omdat je geloofde dat de Profeet je weg zou goochelen voor Moghedien hier zou komen. Wanneer zul je eens gaan leren dat je van niemand afhankelijk kunt zijn, alleen van jezelf? In een oogwenk maakte ze haar keus. Als Galad de hoek om zou komen en hen niet zag, zou hij meteen in de winkels gaan kijken en waarschijnlijk ook in de taveernes. ‘Deze kant op.’ Ze hield haar rok bijeen, schoot de dichtstbijzijnde steeg in en drukte zich tegen de muur. Niemand keek echt op, hoe schichtig ze ook deed, en wat dat zei over de toestand in Samara, wilde ze niet eens bedenken. Uno en Ragan stonden al naast haar voor ze stilstond en drukten haar dieper de steeg in, achter een gebarsten emmer en een regenton die zo droog was dat de duigen elk ogenblik binnen de ijzeren banden in elkaar zouden klappen. Gelukkig deden ze wat ze wilde. In zekere zin. Gespannen hielden ze hun handen aan het lange gevest boven hun schouders en stonden klaar om haar te beschermen, of zij dat nu wilde of niet. Laat ze, stommeling! Dacht je echt dat je jezelf kon beschermen?
Ze was in ieder geval kwaad genoeg. Uitgerekend Galad! Ze had nooit het beestenspul moeten verlaten. Een dwaze nuk, een die alles kon verpesten. Ze kon hier evenmin geleiden als bij Masema. De mogelijkheid dat Moghedien of de Zwarte zusters in Samara waren, maakte haar voor haar bescherming afhankelijk van de twee mannen. Daardoor zette haar kwaadheid zich nog steviger in haar vast. Ze had een gat in de muur achter zich kunnen bijten. Ze wist waar om alle Aes Sedai behalve de Roden een zwaardhand hadden. Ver standelijk wist ze dat. In haar hart wilde ze enkel snauwen. Galad verscheen. Hij baande zich langzaam een weg tussen de mensen in de straat en zijn ogen gleden zoekend rond. Ieder ander zou zijn doorgelopen – en dat moest hij ook doen – maar zijn ogen richtten zich meteen op de steeg. Op hen. Hij had niet eens het fatsoen verheugd of verrast te zijn.
Uno en Ragan bewogen als één man toen Galad zich naar de steeg wendde. In een oogwenk had de eenogige man zijn zwaard getrokken en had Ragan niet alleen hetzelfde gedaan, maar haar ook verder de steeg in geduwd. Ze stelden zich achter elkaar op. Als het Galad lukte langs Uno te komen, moest hij Ragan nog verslaan. Nynaeve klemde haar tanden op elkaar. Ze kon al dat gedoe met zwaarden overbodig en nutteloos maken. Ze kon de Ware Bron voelen, als een onzichtbaar licht boven haar schouders, wachtend tot ze zou geleiden. Ze kon het. Als ze durfde.
Galad bleef in de toegang tot de steeg staan. Zijn mantel was terug geslagen, een hand rustte achteloos op zijn gevest, een toonbeeld van strakke, veerkrachtige gratie. Afgezien van zijn blinkende kuras had hij op een paleisfeest kunnen zijn.
‘Ik wil jullie niet doden, Shienaranen, geen van beiden,’ zei hij rus tig tegen Uno. Nynaeve had Egwene en Elayne horen praten over Galads bekwaamheid met het wapen, maar voor het eerst besefte ze dat hij weleens zo goed kon zijn als ze beweerden. Hij dacht ten minste dat hij dat was. Twee ervaren krijgslieden met getrokken zwaarden stonden voor hem en hij nam hen op zoals een wolfshond een paar erfhonden zou aankijken, niet uit op een gevecht maar vol vertrouwen dat hij beiden aankon. Hij verloor hen geen moment uit het oog, maar richtte zich tot Nynaeve. ‘Een ander zou een winkel of een herberg zijn ingegaan, maar jij doet nooit wat anderen ver wachten. Kun je tegen ze zeggen dat ik met je wil praten? Het is niet nodig dat ik ze eerst moet doden.’
Geen enkele voorbijganger bleef staan, maar hoewel de drie mannen haar het zicht benamen, kon ze zien hoe hoofden opzij werden gedraaid om te kijken waarom de Witmantel daar stond. Waardoor ze tevens de zwaarden zagen. Er zouden geruchten ontstaan die zich als op vleugels zo snel zouden verspreiden dat schemerzwaluwen er traag bij leken.
‘Laat hem door,’ beval ze. Toen Uno en Ragan onverzettelijk bleven staan, herhaalde ze het krachtiger. Toen pas schoven ze langzaam op zij, voor zover de smalle steeg dat toeliet. Hoewel beiden geen woord zeiden, leken ze in zichzelf te mompelen. Galad stapte soepel langs hen heen, de Shienaranen blijkbaar vergetend. Ze vermoedde dat ie mand die dat geloofde, een ernstige fout maakte; de mannen met de haarknot deden dat in ieder geval niet.
Afgezien van een Verzaker kon ze niemand anders bedenken die ze nu niet had willen zien, maar met zijn gezicht vlak bij haar voelde ze heel goed hoe snel haar ademhaling ging en haar hart klopte. Het was belachelijk. Waarom kon die man niet lelijk zijn? Of minstens gewoontjes.
‘Jij wist dat ik wist dat je mij volgde.’ De beschuldiging was hoor baar in haar woorden, hoewel ze niet zeker wist waar ze hem van beschuldigde. Omdat hij niet deed wat ze had verwacht en gewenst, bedacht ze spijtig.
‘Dat nam ik aan toen ik je herkende, Nynaeve. Ik weet nog dat je in het algemeen meer ziet dan je laat merken.’
Ze wilde zich niet laten afleiden door zijn lof. Als ze bedacht waar dat bij Valan Luca toe had geleid... ‘Wat doe je hier in Geldan? Ik dacht dat je onderweg was naar Altara.’
Heel even keek hij met zijn mooie donkere ogen op haar neer en lach te toen onverwachts. ‘Nynaeve, jij bent de enige in de hele wereld die mij de vraag zou stellen die ik aan jou moet stellen. Goed, ik geef je antwoord, al zou het andersom moeten zijn. Ik had een opdracht naar Salidar in Altara te trekken, maar alles veranderde toen die man, de Profeet... Wat is er? Ben je ziek?’
Nynaeve dwong zich een effen gezicht te zetten. ‘Natuurlijk niet,’ zei ze boos. ‘Met mijn gezondheid is het uitstekend, dank je vriendelijk.’ Salidar! Natuurlijk! De plaatsnaam ontvlamde in haar hoofd als een vuurstokje van Aludra. Al dat diepe nadenken, en hier gaf Galad zo maar waar ze zelf niet meer op kon komen. Als Masema nu maar snel een boot vond. Als ze er nu maar voor kon zorgen dat Galad hen niet zou verraden. Zonder dat Uno of Ragan hem natuurlijk hoefden te doden. Wat Elayne ook over hem zei, ze zou het niet op prijs stellen wanneer haar broer in deze steeg zou sneuvelen. Haar leugentje dat Elayne niet bij haar was, zou geen enkele kans maken, dacht ze. ‘Ik ben enorm geschokt jou hier te zien.’
‘Minder geschokt dan ik toen ik merkte dat jullie Sienda waren ontvlucht.’ Zijn strengheid paste onbehaaglijk goed op het knappe gezicht, maar zijn toon verknoeide het. Een beetje. Het was net of hij een klein meisje dat na bedtijd het huis was uitgeslopen om in een boom te klimmen een standje gaf. ‘Ik was bijna doodziek van zorgen over jullie. Wat haalden jullie je in Lichrsnaam in je hoofd!? Heb ben jullie enig idee van de gevaren die jullie lopen? En dan trekken jullie uitgerekend hierheen. Elayne wil altijd een paard in volle galop zadelen, als ze dat kan, maar ik dacht dat jij verstandiger was. Die zogenaamde Profeet...’ Hij zweeg en nam de andere twee mannen op. Uno had zijn zwaard op de grond gezet en hield zijn handen op elkaar op de weerstang. Ragan leek geheel verdiept in het nakijken van de scherpte van zijn zwaard.