Выбрать главу

‘Ik heb geruchten gehoord,’ vervolgde Galad langzaam, ‘dat hij een Shienaraan is. Het kan toch niet zo zijn dat je hierbij betrokken bent, hè?’ Zijn woorden klonken naar haar smaak veel te vragend. ‘Geen van beiden is de Profeet, Galad,’ zei ze zuur. ‘Ik ken hen al langer en dat kan ik je verzekeren. Uno. Ragan. Tenzij jullie van plan zijn je nagels met je zwaard af te snijden, zouden jullie je zwaarden terug kunnen steken? Nou?’ Ze aarzelden voor ze haar bevel uit voerden. Uno mopperde binnensmonds en keek woest, maar ten slot te deden ze het. Mannen luisterden gewoonlijk na ferme woorden. De meesten. Soms, in ieder geval.

‘Ik dacht ook niet dat zij het waren, Nynaeve.’ Galads nog drogere toon streek haar tegen de haren in, maar toen hij verder sprak, klonk hij eerder verveeld dan hooghartig. En bezorgd. Wat haar nog meer ergerde natuurlijk. Uitgerekend hij bezorgde haar hartkloppingen en uitgerekend hij was zo onbeschaamd bezorgd, ik weet niet waar jij en Elayne in verzeild zijn geraakt en daar geef ik ook niet om, zo lang ik jullie eruit kan krijgen voor jullie iets overkomt. Er vindt weinig handel plaats over de rivier, maar binnen enkele dagen zal er wel een geschikte rivierboot, groot of klein, aanmeren. Zeg me waar ik jullie kan vinden en ik zal plaatsen bespreken naar de eerste de bes te stad in Altara. Vandaar kunnen jullie verder naar Caemlin.’ Onwillekeurig viel haar mond open. ‘Bedoel je dat je een schip voor ons gaat zoeken?’

‘Dat is nu het enige dat ik voor jullie kan doen.’ Het klonk veront schuldigend en hij schudde het hoofd, alsof hij het met zichzelf niet eens was. ‘Ik kan jullie niet naar een veilige plek begeleiden, want mijn plicht ligt hier.’

‘We zouden je niet in het uitvoeren van je plicht willen belemmeren,’ zei ze enigszins ademloos. Als hij dat anders opvatte, mocht hij dat. Nu was haar grootste hoop dat hij hen met rust zou laten. Hij leek de behoefte te hebben zich te verdedigen. ‘Het is nauwelijks veilig jullie alleen verder te sturen, maar met een boot kunnen jullie al een heel eind op weg zijn voor de hele grensstreek ontploft. En dat gaat vroeg of laat gebeuren. Daar is maar één vonkje voor nodig en dat zal de Profeet ook zeker treffen, als er al niet eerder iets anders gebeurt. Jullie moeten ervoor zorgen in Caemlin te komen, jij en Elayne. Het enige dat ik jullie vraag, is daarheen te gaan. De Toren is niet de juiste plaats voor jullie twee. Of voor...’ Hij perste zijn tanden op elkaar, al had hij net zo goed door kunnen praten en Egwene noemen.

Het kon geen kwaad als Galad ook naar een boot uitkeek. Als Masema al kon vergeten of hij de taveernes wel of niet ging sluiten, kon hij ook vergeten dat iemand naar een boot uit moest kijken. Vooral als hij bedacht dat handige vergeetachtigheid haar in Samara kon houden om hem met zijn eigen plannen te helpen. Het kon geen kwaad, mits ze Galad kon vertrouwen. Als ze dat niet kon, zou ze moeten hopen dat hij niet zo goed met het zwaard was als hij zelf meende te zijn. Het leek flink gedacht, maar niet zo flink bij wat miscchien kon gebeuren – zóu gebeuren – als hij niet te vertrouwen bleek, ik ben wat ik ben, Galad, en Elayne is net zo.’ Die rondedans bij Masema had een vieze smaak in haar mond achtergelaten. Gewoon wat om de waarheid heen draaien, zoals in de Witte Toren, moest lukken. ‘En jij bent nu wat je bent.’ Ze trok haar wenkbrauwen veel betekenend op, terwijl ze de witte mantel opnam. ‘De Witmantels haten de Toren en ze haten geleidsters. Nu jij bij ze hoort, kan ik me voorstellen dat nog voor de avond valt vijftig man mij zullen gaan zoeken en me een pijl in de rug schieten, als ze me niet in een kerker kunnen gooien. Mij, en Elayne erbij.’

Galads hoofd schoot boos omhoog. Wellicht was hij beledigd. ‘Hoe vaak moet ik dat nog zeggen? Ik zou nooit willen dat mijn zus iets overkomt... Of jou.’

Dat was echt vervelend, het besef dat ze zich ergerde over een stilte in zijn woorden waaruit duidelijk bleek dat zij er maar wat bij hing. Ze was niet een of andere dwaze meid die haar verstand verloor door mannenogen die er op de een of andere manier in slaagden een vrouw te laten smelten en tegelijk ongelooflijk diep in haar door te dringen. ‘Als jij het zegt,’ zei ze en zijn neus ging weer omhoog. ‘Vertel me waar jullie onderdak hebben gevonden en dan kom ik, of een ander, het zeggen zodra er een boot is gevonden.’ Als Elayne gelijk had, kon hij net zomin liegen als een Aes Sedai, die de Drie Geloften had gezworen, maar ze bleef aarzelen. Eén foutje hier en het kon haar laatste zijn. Ze kon voor zichzelf het risico nemen gevaar te lopen, maar dat gevaar betrof Elayne net zo. En Thom en Juilin trouwens ook; zij was verantwoordelijk voor hen, hoe ze er zelf verder ook over dachten. Maar zij was hier en zij moest de beslissing nemen. Niet dat het ooit anders was. ‘Licht, vrouw, wat wil je nou nog meer?’ gromde Galad, die zijn handen hief alsof hij haar bij de schouders wilde pakken. In een flits van glimmend staal schoot Uno’s wapen tussen hen in, maar Elaynes broer veegde het werkelijk als een twijgje opzij en deed of het er niet was. ‘Ik wil jullie niets doen, nu niet en nooit niet, dat zweer ik op de naam van mijn moeder. Jij zegt dat je bent wat je bent? Ik weet wat je bent. En wat je niet bent. Misschien is de helft van de reden dat ik dit draag’ – hij raakte de rand van zijn mantel aan – ‘dat de Toren jullie erop uit heeft gestuurd, jou, Elayne en Egwene, om het Licht weet wat voor reden, terwijl jullie zijn wat jullie zijn. Het is of je een jongetje dat net geleerd heeft zijn zwaard vast te houden een veldslag in stuurt, en dat zal ik ze nooit vergeven. Er is nog steeds tijd voor jullie twee om eruit te stappen, jullie hoeven dat zwaard niet te dragen. De Toren is te gevaarlijk voor jou en mijn zus, voor al nu. De helft van de wereld wordt te gevaarlijk voor jullie! Laat mij je helpen in veiligheid te komen.’ De gespannen toon werd min der, maar klonk wel rauwer, ik smeek je, Nynaeve. Als Elayne iets overkomt... Ik zou half en half willen dat Egwene hier bij jullie zou zijn, zodat ik...’ Hij streek met zijn hand door zijn haren, keek links en rechts, op zoek naar iets om haar te overtuigen. Uno en Ragan hielden hun zwaarden gereed om hem neer te steken, maar hij leek hen niet te zien. ‘In de naam van het Licht, Nynaeve, geef me alsje blieft de kans iets voor jullie te doen.’

Het was een heel klein dingetje dat de weegschaal in haar hoofd door liet slaan. Ze bevonden zich in Geldan. Amadicia was in werkelijkheid het enige land dat bij wet bepaalde dat geleidsters misdadigsters waren, maar ze bevonden zich hier aan de andere kant van de rivier. Waardoor alleen de eed van Galad als Kind van het Licht streed om voorrang met zijn verplichtingen aan Elayne. Ze liet hun verwant schap in haar strijd prevaleren. Bovendien vond zij hem werkelijk veel te verrukkelijk om hem door Uno en Ragan te laten doden. Al had dat natuurlijk niets met haar beslissing te maken. ‘We zijn bij het beestenspul van Valan Luca,’ zei ze ten slotte. Hij stond fronsend met zijn ogen te knipperen. ‘Valan Luca... Bedoel je die kunstenmakers?’ In zijn stem vocht ongeloof met afkeer, in naam van het Licht, wat doen jullie in zulk gezelschap? Mensen die dat soort voorstellingen geven, zijn niet beter dan... Doet er niet toe. Als jullie geld nodig hebben, kan ik dat geven. Genoeg om jullie in een behoorlijke herberg onder te brengen.’

Aan zijn toon viel duidelijk te horen dat hij zeker wist dat ze dat zouden doen. Geen: ‘Kan ik jullie met enkele kronen helpen?’ of: ‘Zou je willen dat ik een kamer voor jullie zoek?’ Hij vond dat ze in een herberg hoorden, dus moesten ze naar een herberg. De man had mogelijk goed op haar gelet en beseft dat ze een steeg in zou duiken, maar haar echt kennen deed hij niet. Bovendien had ze een reden om bij Luca te blijven.

‘Dacht je nog een kamer of een hooizolder in Samara te vinden?’ vroeg ze, een tikkeltje vinniger dan ze bedoelde, ik weet zeker dat ik...’