Выбрать главу

Ze viel hem in de rede. ‘De laatste plek waar iemand, wie dan ook, ons zal zoeken, is bij het beestenspul.’ Behalve Moghedien dan. ‘Je vindt toch dat we zoveel mogelijk uit het zicht moeten blijven? Als je een kamer vindt, zul je er waarschijnlijk iemand uit moeten gooi en. Een Kind van het Licht die voor twee vrouwen een kamer op eist? Dat zou de tongen in rep en roer brengen en de aandacht trekken als vliegen naar paardenmest.

Zijn grimas toonde dat hij dat niet leuk vond en hij keek woest naar Uno en Ragan, alsof het hun schuld was, maar hij was slim genoeg om naar iets verstandigs te luisteren. Ze diende hem echter zoveel mogelijk uit de buurt van het beestenspul te houden. Een glimp van zijn zus in die witte lovertjesbroek en zijn ontzetting zou elke op stand van Masema overstemmen. ‘Denk er wel aan dat je ver van het beestenspul wegblijft. In ieder geval tot je een boot vindt. Kom dan ’s avonds naar de wagens van de kunstenmakers en vraag naar Nana.’ Dat vond hij zo mogelijk nog erger, maar ze was zijn woorden vastberaden voor. ‘Ik heb nog geen enkel Kind bij een voorstelling gezien. Als jij wel komt, denk je dan niet dat de mensen het zullen opmerken en zich het waarom zullen afvragen?’ Zijn glimlach bleef prachtig, maar er waren te veel tanden zichtbaar. ‘Blijkbaar heb je overal een antwoord op. Heb je er dan tenminste geen bezwaar tegen als ik je terugbreng?’

‘Dat heb ik zeker. Er zullen nu toch al geruchten de ronde doen. Zo’n honderd mensen moeten ons hier hebben zien praten.’ Ze kon de straat achter de drie mannen niet meer zien, maar twijfelde er niet aan dat de voorbijgangers hen nog steeds opmerkten en Uno en Ragan hadden hun zwaarden nog niet weggestoken. ‘En als je mij begeleidt, worden het er tienmaal zoveel.’

Hij kromp in elkaar, zowel van spijt als instemming. ‘Overal een antwoord op,’ mopperde hij. ‘Maar hierin heb je gelijk.’ Hij had het overduidelijk niet willen toegeven. ‘Luister naar me, Shienaranen,’ zei hij, omkijkend, en opeens was zijn stem als van staal, ik ben Galadedrid Damodred en deze vrouw staat onder mijn bescherming. Net als voor haar reisgenote zou ik mijn dood een klein verlies achten als ik daarmee een ongeluk voor hen voorkom. Als hen door jullie ook maar iets naars overkomt, zal ik jullie twee weten te vinden en doden.’ Hij negeerde de plotseling effen gezichten even volledig als de zwaarden en richtte zijn ogen weer op haar. ‘Ik neem aan dat je me nog steeds niet wilt vertellen waar Egwene is?’

‘Het enige dat je hoeft te weten is dat ze heel ver hier vandaan is.’ Ze sloeg haar armen over elkaar en voelde haar hart onder haar rib ben tekeergaan. Maakte ze een gevaarlijke fout vanwege een knap gezicht? in veiliger omstandigheden dan jij ooit kunt scheppen.’ Hij keek haar aan of hij haar niet geloofde, maar ging er niet verder op door. ‘Als ik geluk heb, vind ik binnen een dag of twee een vaar tuig. Blijf tot dat moment zo dicht mogelijk bij... bij die Valan Luca. Hou je op de achtergrond en zorg ervoor dat je niet opvalt. Zo veel als mogelijk is, met die haarkleur. En zeg tegen Elayne dat ze niet meer voor me moet vluchten. Het Licht schijne op jullie, zodat ik jullie ongedeerd zal terugzien en het zal dubbel zo helder moeten schijnen om jullie tegen alle narigheid bij je sluiptocht uit Geldan te beschermen. Die Licht schennende schurken van de Profeet zijn over al, schenden wet en mensen, en dan noem ik de struikroversbenden nog niet eens, die hun voordeel doen met deze wetteloosheid. Samara zelf is een wespennest, maar als jullie je rustig houden – en overtuig mijn koppige zus ervan dat ze daar goed aan doet – zal ik ervoor zorgen dat je weg kunt zijn voor je gestoken wordt.’ Het kostte haar moeite niets terug te zeggen. Aannemen wat ze hem had verteld en het dan als gebod terugspelen! Hierna ging hij Elayne en haar zeker in wol verpakken en op een plank zetten!

Zou het niet beter zijn als iémand dat deed? vroeg een stemmetje. Heb je al niet voldoende moeilijkheden veroorzaakt door je eigen zin te doen?

Ze bracht het stemmetje tot zwijgen. Het luisterde niet maar begon de rampen en halve rampen op te sommen die haar koppigheid had veroorzaakt.

Galad vatte haar zwijgen blijkbaar als instemming op, draaide zich om en bleef staan. Ragan en Uno hadden zich verplaatst om de uit gang van de steeg af te sluiten en keken haar aan met die vreemde, bedrieglijke kalmte die mannen toonden wanneer ze op een haartje na in geweld zouden uitbarsten. De lucht leek te knetteren en ze maakte haastig een gebaar. De Shienaranen lieten hun zwaard zakken en stapten opzij. Galad nam zijn hand van het zwaard, liep langs hen en verdween in de menigte zonder op of om te kijken. Nynaeve schonk zowel Uno als Ragan een woeste blik, voor ze de andere kant op stapte. Had zij daar alles keurig geregeld en maakten zij het bijna weer stuk. Mannen leken altijd te denken dat geweld alles oploste. Als ze een dikke stok had gehad, zou ze wat ver stand in hun drieën hebben geranseld.

De Shienaranen leken het aan te voelen; ze haalden haar in, de zwaarden wederom in de schede, en volgden haar zonder iets te zeggen, zelfs toen ze tweemaal verkeerd liep en ze op hun schreden moestenterugkeren. Het was heel goed dat ze zwegen. Ze had er genoeg van zich de mond te laten snoeren. Eerst Masema en toen Galad. Nu wil de ze slechts een uiterst doorzichtige smoes om iemand eens flink de waarheid te zeggen. In het bijzonder dat stemmetje in haar hoofd, dat ze in zoverre had onderdrukt dat het nog maar een bromvlieg was, al weigerde die zich stil te houden.

Tegen de tijd dat ze buiten Samara waren en weer op het zanderige karrenspoor liepen, waar amper iemand voorbijkwam, weigerde het stemmetje genegeerd te worden. Ze maakte zich zorgen over de hoog moed van Rhand, maar haar eigen hoogmoed had haarzelf en de anderen als nooit tevoren op de rand van de afgrond geplaatst. Birgit te zat mogelijk al in de afgrond, ook al was ze in leven. Nynaeve kon maar beter de Zwarte Ajah en Moghedien niet uitdagen, niet tot ie mand die wist waar ze mee bezig waren besliste wat er gedaan moest worden. Ze wilde ertegenin gaan, maar sloeg dat even plat als ze Thom en Juilin zou hebben gedaan. Ze ging op reis naar Salidar, om daar de zaak aan de Blauwe zusters over te dragen. Zo hoorde dat. Ze was vastbesloten.

‘Iets gegeten wat slecht is bevallen?’ vroeg Ragan. ‘Je mond staat ver wrongen, alsof je op een rijpe eendenbes kauwt.’ Ze gaf hem een blik die hem meteen het zwijgen oplegde en beende door. Naast haar stapten de Shienaranen gelijk mee op. Wat ging ze met die twee doen? Dat ze hen ergens goed kon gebruiken, betwijfelde ze niet. Hun komst leek te mooi voorbeschikt om er niets mee te doen. Allereerst had ze nu twee paar ogen erbij – nou ja, drie ogen in ieder geval; ze moest leren om zonder te slikken naar dat ooglapje te kijken, al zou het haar dood betekenen – meer ogen erbij om naar een vaartuig uit te kijken, waardoor ze eerder op een boot konden zitten. Het was allemaal best dat Masema of Galad als eerste een vaartuig vonden, maar ze wilde niet dat een van die twee meer van haar zaken te weten kwam dan ze zelf wilde. Het viel ook niet te voorspellen wat die twee nog gingen doen. ‘Volgen jullie mij omdat Masema zei dat jullie voor me moesten zorgen,’ wilde ze weten, ‘of omdat Galad dat zei?’

‘Vervloekt, wat maakt dat nou uit?’ mopperde Uno. ‘Als de Heer Draak jou heeft opgeroepen, dan kun je vervloekt...’ Fronsend sloot hij abrupt zijn mond toen ze haar vinger opstak. Ragan keek ernaar alsof het een wapen was.

‘Willen jullie mij en Elayne helpen naar Rhand te komen?’

‘We hebben toch niets beters te doen,’ antwoordde Ragan droog. ‘Zoals het er nu voor staat, zullen we Shienar pas weer zien als we geen tand meer in onze mond en grijs haar hebben. We kunnen net zo goed met jou meerijden naar Tyr, of waar hij dan ook is.’ Daaraan had ze nog niet gedacht, maar het was verstandig. Twee mannen erbij om Thom en Juilin bij alles te helpen en de wacht te houden. Ze hoefde hun niet te zeggen hoe lang dat kon duren en hoe veel keer ze ergens zouden blijven of een zijweg in zouden slaan. Misschien mocht niemand van de Blauwe zusters in Salidar verder rei zen. Als ze weer bij de Aes Sedai waren, zouden ze weer Aanvaarden zijn. Denk daar verder niet aan! Je gaat erheen en doet het!