Выбрать главу

Rhand voelde zich ongeduldig toen de lange rij voorbij schoof en voor hem neerknielde, waarbij Cairhienin en Tyreners elkaar afwisselden, zoals hij had bevolen. Het was volgens Moiraine allemaal nodig – ook volgens de stem van Lews Therin in zijn hoofd – maar voor hem betekende het slechts vertraging. Hij moest zich verzekeren van hun trouw, al was het maar een dun laagje, zodat hij Cairhien veilig kon maken. Daarmee móést hij beginnen voor hij het tegen Sammael op kon nemen. En dat ga ik doen! Ik heb nog te veel te doen; hij mag me vanuit het struikgewas niet de enkels breken. Hij zal merken wat het betekent de Draak te wekken!

Hij begreep niet waarom opeens het zweet bij de mannen en vrouwen voor hem uitbrak en zij hun lippen nat maakten voor ze neer knielden en de belofte van hun trouw stamelden. Maar hij zag het kille licht in zijn eigen ogen niet.

47

De prijs van een schip

Het was ochtend. Nynaeve was klaar met zich te wassen, droogde zich af en trok aarzelend schoon zijden ondergoed aan. Zijde was niet zo koel als linnen en ook al was de zon net op, de warme wagen voorspelde al dat het een snikhete dag zou worden. Bovendien was het kledingstuk zo gemaakt dat ze bang was dat het ding in een hoopje rond haar enkels zou vallen wanneer ze verkeerd ademhaal de. Nou ja, het was niet zo klam van het nachtzweet als dat wat ze net opzij had gegooid.

Verontrustende dromen hadden haar slaap verstoord, dromen over Moghedien, waardoor ze als een speer in haar bed overeind was geschoten. Maar deze dromen waren nog altijd beter dan de dromen waarvan ze niet wakker schrok – dromen over Birgitte die pijlen op haar afschoot en mét miste, dromen over de volgelingen van de Profeet die het beestenspul in rep en roer brachten, dromen waarin ze voor altijd vastzaten in Samara omdat er nooit een schip verscheen, of dromen over hun aankomst in Salidar, waar Elaida dan het bewind voerde. Of weer over Moghedien, die zich daar eveneens bevond. Uit die laatste droom was ze huilend wakker geworden. Het kwam uiteraard door haar zorgen en het was heel natuurlijk. Drie nachten hadden ze hier gestaan en er was geen enkel schip langs gekomen. Drie bloedhete dagen waarop ze geblinddoekt tegen dat vervloekte schot had gestaan. Dat zou iedereen overspannen maken, ook als je geen zorgen had over een Moghedien die steeds dichterbij kwam. Maar gelukkig zou ze hen niet in Samara vinden alleen om dat ze wist dat ze bij een beestenspul zaten. Er waren rondreizende potsenmakers van overal ter wereld hier bij elkaar gekomen. Het was echter gemakkelijker redenen voor onbezorgdheid te vinden, dan niet bezorgd te zijn. Maar waarom maakte ze zich zoveel zorgen over Egwene.

Ze stak een gespleten takje in een schoteltje met zout en soda en begon ijverig haar tanden te poetsen. In bijna elke droom had Egwene tegen haar staan kleppen, maar ze begreep niet wat Egwene met al die dromen te maken had.

Feitelijk vormden haar zorgen en gebrek aan slaap slechts gedeelte lijk de oorzaak van haar slechte bui vanmorgen. Dat andere deel was van minder belang, maar bestond wel echt. Een steentje in je schoen was een kleine zorg vergeleken met een afgehakt hoofd, maar als het steentje echt was en het beulsblok mogelijk nooit... Ze kon onmogelijk naar haar spiegelbeeld kijken en haar ongevlochten, loshangende haren niet zien. Al borstelde ze de hele dag, die koperrode kleur zou nooit minder afgrijselijk worden. Ze wist bovendien maar al te goed dat een blauw gewaad lag uitgespreid op het bed achter haar. Een tint blauw waar een ketellappersvrouw nog van zou blozen en de jurk was even laag uitgesneden als het rode evenbeeld, dat aan de haak hing. Daarom had ze dit gewaagde strakke ondergoed aan. Volgens Valan Luca was één zo’n gewaad onvoldoende. Clarine was bezig met een tweede stel. Een in het knalgeel en het ander zou iets met strepen worden. Nynaeve wilde niet van strepen horen. Die man had me toch minstens de kleur kunnen laten kiezen, dacht ze, hard met het twijgje borstelend. Of Clarine. Maar nee-, hij had zijn eigen ideeën en hij vroeg nooit wat. Valan Luca niet, nee. Zijn smaak liet haar de halslijn soms vergeten. Ik hoor hem dit recht in zijn gezicht te smijten!

Ze wist echter dat ze het niet zou doen. Birgitte liep uitdagend in dit soort kleren rond zonder een blosje op haar wangen. Die vrouw was echt heel anders als in die verhalen over haar! Maar ze ging die stomme kleren niet zonder meer aantrekken omdat Birgitte dat deed. Ze was trouwens helemaal niet met haar aan het wedijveren. Het was enkel doordat... ‘Als je iets móét,’ brom de ze met het takje in haar mond, ‘kun je er maar beter aanwennen.’

‘Wat zei je?’ vroeg Elayne. ‘Als je van plan bent te gaan praten, haal dan dat ding uit je mond. Het geluid is anders walgelijk.’ Nynaeve veegde haar kin af en keek woest om. Elayne zat met op getrokken benen op haar eigen smalle bed en vlocht haar zwartge verfde haren. Ze had haar witte kniebroek vol lovertjes al aangetrokken, en een veel te dun, sneeuwwit, zijden hemd met roesjes om de hals. Haar lovertjesjasje lag naast haar. Wit. Zij had ook twee stel voor de uitvoering, met een derde in het verschiet. Alles in het wit. ‘Als je je zo uitdost, Elayne, moet je niet zo gaan zitten. Dat is niet netjes.’

De andere vrouw keek nors, maar zette toch haar voeten met de muiltjes op de grond. En stak meteen de kin op die hooghartige manier van haar in de lucht, ik denk dat ik deze morgen misschien een wandelingetje in de stad ga maken,’ zei ze koeltjes, nog steeds met haar vlecht bezig. ‘Deze wagen is... beklemmend.’

Nynaeve spoelde en spoog in de wasbak. Luid. De wagen leek in derdaad met de dag kleiner te worden. Misschien konden ze elkaar zo veel mogelijk ontlopen – het was haar idee geweest en iedere dag had ze er meer spijt van – maar dit werd steeds belachelijker. Drie dagen van stilzwijgen met Elayne, behalve voor hun optreden, begonnen op drie weken stilte te lijken. Of drie maanden. Nooit eerder had ze geweten dat Elayne zo’n scherpe tong bezat. Er moest een schip komen. Wat voor schip dan ook. Ze zou er iedere munt die in het stenen kacheltje was verborgen voor over hebben, ieder juweel, alles, als er vandaag een schip kwam. ‘Nou, dat zal zeker geen aan dacht trekken, nietwaar? Maar wellicht is wat oefening wel goed voor je. Of misschien is het gewoon omdat die kniebroek zo mooi om je heupen valt.’

Elaynes blauwe ogen vonkten, maar ze hield haar neus in de lucht en praatte kil door. ‘Ik heb vannacht over Egwene gedroomd en over haar verhalen over Rhand en Cairhien – ik maak me zorgen over wat daar gebeurt, zelfs als jij dat niet doet – tussen dat alles door zei ze dat je steeds meer een krijsende helleveeg werd. Niet dat ik dat ook denk, ik zou viswijf hebben gezegd.’

‘Luister eens goed naar me, stuk venijnig verdriet. Als jij niet...’ Nog steeds laaiend klapte Nynaeves mond abrupt dicht en ze haai de langzaam adem. Met de grootste moeite dwong ze zich kalm te praten. ‘Je hebt van Egwene gedroomd?’ Elayne knikte kortaf. ‘En ze had het over Rhand en Cairhien?’ De jongere vrouw richtte over dreven vermoeid haar ogen op het dak en werkte verder aan haar vlecht. Nynaeve maakte haar vuist vol koperachtig rood haar open en dwong zich verder niet te bedenken hoe ze die bloederfdochter van dat vervloekte Andor wat fatsoen bij kon brengen. Als ze niet gauw een boot vonden... ‘Als je aan iets anders kunt denken dan aan hoe je nog meer been kunt vertonen dan je nu al doet, zou je het mogelijk belangwekkend vinden dat zij ook in mijn dromen voorkwam. Ze vertelde dat Rhand gisteren een grote overwinning in Cairhien heeft behaald.’