Выбрать главу

‘Mogelijk toon ik mijn benen,’ blafte Elayne en er verschenen vuur rode vlekjes op haar wangen, ‘maar ik loop tenminste niet zo te koop met mijn... Heb jij ook van haar gedroomd?’

Het duurde niet lang om alle gegevens te vergelijken, hoewel Elayne nog steeds haar giftige tong liet werken; Nynaeve had een volmaakte reden om Egwene uit te schelden en Elayne had ongetwijfeld gedroomd dat ze voor Rhand pralend heen en weer stapte in haar lovertjesjasje, of nog minder. Zoiets te zeggen was gewoon eerlijk. Des ondanks werd het al snel duidelijk dat Egwene in hun dromen dezelfde dingen had gezegd en dat liet weinig ruimte over voor twijfel. ‘Ze bleef volhouden dat ze er echt was,’ mompelde Nynaeve, ‘maar ik meende dat het bij de droom hoorde.’ Egwene had hun vaak genoeg verteld dat het mogelijk was in een droom tegen iemand te praten, maar ze had nooit gezegd dat zij het kon. ‘Waarom zou ik het geloven? Ik bedoel, ze zei dat ze eindelijk had ontdekt dat een of andere speer die hij nu bij zich draagt, uit Seanchan komt. Dat is belachelijk!’

‘Natuurlijk.’ Elayne trok een wenkbrauw op een ergerlijke manier hoog op. ‘Net zo belachelijk als Cerandin en haar s’redit tegen te komen. Er móéten andere Seanchaanse vluchtelingen zijn, Nynaeve, en een speer is waarschijnlijk wel het minste wat ze hebben achtergelaten.’

Waarom kon die vrouw nooit iets zeggen dat niet van weerhaken was voorzien? ik heb gemerkt hoe goed jij het geloofde.’ Elayne gooide de gestrikte vlecht over haar schouder en schudde haar verwaande hoofd, ik hoop dat het goed gaat met Rhand.’ Nynaeve snoof. Egwene had gezegd dat hij enkele dagen rust nodig had voor hij weer op kon staan, maar hij was geheeld. De ander sprak door. ‘Niemand heeft hem ooit bijgebracht dat hij niet te veel hooi op zijn vork moet nemen. Weet hij niet dat de Kracht hem kan doden als hij te veel aantrekt of te veel weeft wanneer hij moe is? Dat is in ieder geval hetzelfde als bij ons.’

Dus ze wilde van onderwerp veranderen, niet? ‘Misschien weet hij het niet,’ vertelde Nynaeve haar liefjes, ‘aangezien er geen Witte Toren voor mannen bestaat.’ Wat haar op iets anders bracht. ‘Denk je echt dat het Sammael was?’

De vraag overviel Elayne, die al een snedige opmerking klaar had, dus keek ze Nynaeve laaiend van opzij aan en slaakte toen misnoegd een zucht. ‘Daar hebben wij weinig aan, niet? Waar wij over zouden moeten denken, is de ring weer te gebruiken. Voor meer dan een ontmoeting met Egwene. We moeten nog zoveel leren. Hoe meer ik leer, hoe meer ik besef hoeveel ik nog niet weet.’

‘Nee.’ Nynaeve verwachtte eigenlijk niet dat de ander meteen de ter’angreaal zou pakken, maar onwillekeurig deed ze een stap naar het kacheltje toe. ‘Geen uitstapjes voor ons beiden meer naar Tel’aran’rhiod, behalve om haar te spreken.’

Elayne praatte gewoon door alsof ze niets merkte. Nynaeve had het net zo goed tegen zichzelf kunnen hebben. ‘Maar we hoeven toch niet te geleiden? Op die manier verraden we onszelf ook niet.’ Ze keek niet naar Nynaeve, maar er klonk wat stekeligs in haar stem door. Zij hield vol dat ze de Kracht konden gebruiken als ze zouden oppassen. Voor zover Nynaeve wist, deed Elayne het ook stiekem, ik wil wedden dat als een van ons vannacht het Hart van de Steen zou bezoeken, Egwene er zal zijn. Licht, als wij in haar dromen konden praten, hoefden we ons geen zorgen te maken of we Moghedien in Tel’aran’rhiod tegen zullen komen.’

‘Dus jij denkt dat je het gemakkelijk kunt leren?’ vroeg Nynaeve droog. ‘Als dat zo is, waarom heeft ze het ons dan nog niet geleerd? Waarom heeft ze dat al niet eerder gedaan?’ Maar ze was er met haar hart niet bij. Zij was degene die bezorgd was over Moghedien. Elayne wist dat die vrouw gevaarlijk was, maar het was net zoiets als beseffen dat een adder gevaarlijk was. Elayne wist het, maar Nynaeve was gebeten. En in staat zijn elkaar te spreken zonder de Wereld der Dromen te betreden was heel waardevol; bovendien konden ze zo Moghedien vermijden.

In ieder geval luisterde Elayne nog. ‘Ik vraag me af waarom ze zo hardnekkig herhaalde dat we het niemand mochten vertellen. Dat begrijp ik niet.’ Bezorgd beet ze op haar lip. ‘Er bestaat een tweede reden om zo snel mogelijk met haar te praten. Op dat moment vond ik het volkomen onbelangrijk, maar de laatste keer dat ze met me sprak, verdween ze midden in een zin. Wat ik me nu herinner: vlak ervoor keek ze opeens verbaasd en verschrikt.’ Nynaeve haalde diep adem en drukte beide handen tegen haar maag in een vergeefse poging het misselijke gekriebel te stillen. Het lukte haar echter op vlakke toon te zeggen: ‘Moghedien?’

‘Licht, wat heb jij leuke ideeën. Nee. Als Moghedien in onze dromen kon komen, zouden we het volgens mij nu wel weten.’ Elayne rilde een beetje, dus ze had wel enig idee hoe gevaarlijk de Verzaker was. ‘Zo’n soort blik was het trouwens niet. Ze was bang, maar niet zo erg als anders.’

‘Dan bestaat er wellicht geen enkel gevaar. Misschien...’ Nynaeve dwong zich de handen in haar zij te zetten en perste boos haar lippen op elkaar. Ze wist alleen niet goed waarop ze boos was. De ring weg te leggen, uit het zicht, behalve voor hun ontmoetingen met Egwene, was een goed idee. Was. Elk waagstuk in de Wereld der Dromen kon hen bij Moghedien doen belanden en uit haar buurt blijven was een uitstekend plan. Ze wist dat ze was afgetroefd. Die gedachte stak, iedere keer weer erger, maar het was gewoon waar. Nu echter bestond de kans dat Egwene hulp nodig had. Een kleine kans. Maar dat ze terdege voor Moghedien op haar hoede was, betekende nog niet dat ze die mogelijkheid onderschatte. Het zou kunnen zijn dat Rhand op dezelfde manier een Verzaker achter zich aan had zoals Moghedien naar haar en Elayne op jacht was. Aan Egwenes verslag van Cairhien en de bergen te horen, kreeg ze de indruk van een man die een ander uitdaagde ruzie te maken. Niet dat ze ook maar iets kon bedenken om daar wat aan te doen. Egwene echter... Af en toe had Nynaeve de indruk dat ze de belangrijkste reden vergeten was waarom ze uit Emondsveld was vertrokken. Om de jon gemensen uit haar dorp die in het web van een Aes Sedai waren ver strikt, te beschermen. Ze waren niet zoveel jonger – een paar jaar maar – maar het verschil leek groter doordat zij de Wijsheid van het dorp was. De vrouwenkring in Emondsveld zou nu zeker al een nieuwe Wijsheid hebben gekozen, maar desondanks bleven het nog steeds haar dorp en haar mensen. In het diepst van haar hart voelde ze zich nog steeds de Wijsheid. Op de een of andere manier was de bescherming van Rhand, Egwene, Mart en Perijn tegen de Aes Sedai echter overgegaan in hulp bieden om te overleven en vervolgens, zon der het hoe en wanneer goed te beseffen, was ook dit streven weer in andere doelen veranderd. Ze was naar de Witte Toren gegaan om te leren hoe ze Moiraine het best ten val kon brengen, maar nu koesterde ze de vurige wens te leren helen. Haar haat jegens de Aes Sedai voor hun bemoeizucht ging nu vergezeld van de wens er ook een te worden. Eigenlijk wilde ze niet, maar alleen op die manier kon ze leren wat ze wilde leren. Alles was net zo’n wirwar geworden als een web van de Aes Sedai, zijzelf eveneens, en een uitweg zag ze niet. Ik ben nog steeds wie ik altijd ben geweest. Ik zal ze helpen, zo goed als ik kan.

‘Vannacht,’ verkondigde ze, ‘ga ik de ring gebruiken.’ Ze zette zich op het bed en begon haar kousen aan te trekken. Dikke wol was met deze hitte niet aangenaam, maar nu ging een stukje van haar lichaam in ieder geval behoorlijk gekleed. Stevige kousen en stevige schoenen. Birgitte droeg muilen van brokaat en kant-zijden kousen, die er wel koel uitzagen. Ze bande die gedachte stevig uit haar hoofd. ‘Enkel om te zien of Egwene in de Steen is. Zo niet, dan keer ik terug en gebruiken we de ring niet meer tot de volgende afspraak.’ Elayne keek haar aan zonder met de ogen te knipperen, waardoor ze aan haar kousen begon te rukken en zich steeds minder op haar gemak voelde. De vrouw zei geen woord, maar haar nietszeggende ogen maakten duidelijk dat Nynaeve mogelijk loog. Dat vond Nynaeve althans. Het hielp niet dat de gedachte flinterdun aan de rand van haar bewustzijn fladderde. Ook niet dat ze er heel gemakkelijk voor kon zorgen dat de ring niet haar huid raakte wanneer ze ging slapen. Ze kon geen echte reden aanvoeren waarom Egwene van nacht in het Hart van de Steen zou staan te wachten. Ze had het niet echt overwogen; de gedachte was vanzelf aan komen drijven. Het was haar eigen idee geweest, en dat maakte het moeilijk om Elayne aan te kijken. Stel dat ze bang was voor Moghedien? Het was louter gezond verstand, hoe bitter het ook smaakte dat toe te geven. Ik zal doen wat ik moet doen. Ze onderdrukte uit alle macht de misselijke vlinders onder in haar buik.