Toen ze eindelijk haar onderrok over haar kousen omlaag kon gooi en, wilde ze graag zo snel mogelijk de blauwe jurk aantrekken en de hitte buiten in stappen om aan Elaynes ogen te ontsnappen. Elayne was net klaar de rijen kleine knoopjes op haar rug dicht te doen – voortdurend mompelend dat niemand haar had geholpen, als of je bij een broek hulp nodig had – toen de wagendeur open werd gegooid en een golf warme lucht binnenstroomde. Geschrokken sprong Nynaeve op en bedekte met beide handen haar boezem voor ze zichzelf daarvan kon weerhouden. Het was echter Birgitte die naar binnen klom en niet Valan Luca, dus probeerde ze net te doen of ze de hals goed trok.
De langere vrouw, die net zo’n fel blauw kledingstuk droeg, trok inwendig vermaakt met een grijns haar zwarte vlecht over haar blote schouder. ‘Als je de aandacht wilt trekken, ga er dan niet aan frommelen. Dat valt te veel op. Haal gewoon diep adem.’ Ze deed het voor en lachte om Nynaeves norse gezicht.
Met moeite bedwong Nynaeve haar boosheid, maar waarom ze dat deed, begreep ze eigenlijk niet. Ze kon zich nauwelijks voorstellen dat ze zich schuldig over het gebeurde voelde. Gaidal Cain was waar schijnlijk blij dat hij aan die vrouw was ontsnapt. En Birgitte kon haar haar kappen op de manier die ze het liefst had. Niet dat dat ergens mee te maken had. ‘Ik heb in Tweewater eens iemand net als jij gekend, Maerion. Kalle kende iedere koopmansknecht bij de voor naam en had voor hen geen enkel geheim.’
Birgittes glimlach verstrakte. ‘En ik heb vroeger eens een vrouw als jij gekend. Mathena keek ook zo uit de hoogte op mannen neer en liet zelfs een arme vent op het schavot brengen, omdat hij haar per ongeluk in haar blootje zag zwemmen. Ze was zelfs nog nooit gezoend tot Zheres een kus van haar stal. Daarna zou je hebben gedacht dat ze voor het eerst mannen had ontdekt. Ze werd zo stapel gek dat Zheres op een berg ging wonen om aan haar te ontsnappen. Kijk maar uit voor de man die jou als eerste kust. Vroeg of laat zul je toch mee moeten doen.’
Met gebalde vuisten kwam Nynaeve op haar af. Probeerde het in ie der geval. Elayne stond er ineens tussen en hief beide handen op.
‘Jullie allebei! Stop ermee. Nu!’ zei ze en probeerde hen beiden even hooghartig aan te kijken. ‘Lini zei altijd: “Wachten maakt van mannen beren in een schuur en van vrouwen katten in een zak”, maar jullie stoppen nu met elkaar te krabben. Ik wil het niet meer heb ben.’
Tot Nynaeves verbazing werd Birgitte zelfs rood en ze mompelde narrig een verontschuldiging. Natuurlijk was die voor Elayne bestemd, maar dat ze het deed, was verrassend. Birgitte had ervoor gekozen zich aan Elayne vast te klampen – ze hoefde zich niet te verbergen maar na drie dagen had de hitte op haar een even nare invloed als op Elayne. Nynaeve schonk de erfdochter haar kilste blik. Haar was het tenminste gelukt heel gelijkmoedig te blijven bij al dat wachten, terwijl zij tweeën elkaar op de huid zaten – zij wel – maar Elayne had boter op haar hoofd.
‘Goed,’ zei Elayne nog steeds even ijzig, ‘heb je een reden om als een stier binnen te stormen of ben je vergeten hoe je aan moet kloppen?’ Nynaeve deed haar mond al open om bij wijze van zachte vermaning iets over katten en zakken te mompelen, maar Birgitte was haar voor en zei strak: ‘Thom en Juilin zijn terug uit de stad.’
‘Terug!?’ riep Nynaeve uit en Birgitte keek haar even aan voor ze Elayne antwoord gaf. ‘Heb jij ze er niet heen gestuurd?’
‘Ik niet,’ zei Elayne bars.
De erfdochter was de deur al uit, met Birgitte op haar hielen, voor Nynaeve een woord kon zeggen. Ze kon hen alleen maar mopperend volgen. Elayne hoefde het niet in haar hoofd te halen dat zij de bevelen gaf. Nynaeve had het haar nog steeds niet vergeven dat ze de mannen zoveel had onthuld.
De droge hitte leek buiten nog erger, ondanks het feit dat de zon nog steeds achter de zeildoeken omheining van het beestenspul stond. Het zweet stond op haar voorhoofd voor ze van het laddertje af was, maar ditmaal trok ze geen lelijk gezicht.
De twee mannen zaten op lage krukjes bij het kampvuur. Hun haren zaten in de war en ze leken met hun jas in het zand te hebben gerold. Onder een opgepropte doek die Thom tegen zijn hoofd druk te, liep een straaltje bloed uit in een gedroogde rode driehoek. Ook zijn witte snorpunt kleurde. Een lichtpaarse bult, zo groot als een kippenei, stak vlak naast Juilins oog omhoog en hij hield zijn duim dikke vechtstok van licht gekleurd hout vast met een hand die in een slordig, bebloed verband was gewikkeld. De belachelijke rode hoge hoed achter op zijn hoofd was zichtbaar platgetrapt. Aan de geluiden achter de omheining te horen waren de paarden knechten de stallen al aan het schoonmaken en ongetwijfeld zou Cerandin er ook zijn met haar s’redits, aangezien niemand van de mannen bij hen in de buurt wilde komen, maar het was nog niet zo druk rond de wagens. Petra rookte een langstelige pijp, terwijl hij Clarine hielp met het ontbijt. Twee Chavana’s bekeken een of ander toe stel met Muelin, de slangenvrouw, terwijl de andere twee stonden te praten met twee van de zes tuimelaarsters die Luca had overgenomen van het spul van Sillia Cerano. Ze beweerden zusters te zijn en dat ze Murasaka heetten, maar verschilden in uiterlijk en huidskleur nog meer dan de Chavana’s. Een van het tweetal zat in een fleurige zijden mantel bij Brugh en Taeric en had blauwe ogen en bijna wit haar; de ander was zowat even donker als haar ogen. Alle anderen waren al gekleed voor de eerste opvoering: de mannen met ontblote borst en kleurige broeken – die van Muelin felrood – en een strak bijpassend vestje, Clarine in een hoog bij de hals gesloten kleed met groene lovers.
Enkelen wierpen een blik op Thom en Juilin, maar gelukkig vond niemand het nodig aan de twee mannen te vragen hoe het met hen was. Het kwam wellicht doordat ze er zo hondsmoe bij zaten, met ingezakte schouders en de ogen op de grond bij hun laarzen gericht. Ongetwijfeld wisten ze dat hun een uitbrander stond te wachten waarvan hun vel zou verschroeien. Nynaeve was dat in ieder geval zeker van plan.
Elayne snakte echter naar adem toen ze de twee mannen zag en hol de naar ze toe, knielde naast Thom neer en alle boosheid leek in een oogwenk te zijn vervlogen. ‘Wat is er gebeurd? O Thom, je arme hoofd! Wat moet dat pijn doen! Dit kan ik niet aan! Nynaeve zal je mee naar binnen nemen om het te verzorgen. Thom, je bent te oud om je in dit soort twisten te mengen!’
Verontwaardigd weerde hij haar zo goed hij kon af, terwijl hij de wonddoek tegen zijn hoofd gedrukt hield. ‘Laat zitten, kind. Ik heb weleens iets ergers gehad dan dit door uit mijn bed te vallen. Laat maar zitten.’
Nynaeve was niet van plan iets te helen, al was ze er boos genoeg voor. Ze plantte zich voor Juilin, zette haar vuisten in haar zij en trok een gezicht van ‘verkoop me geen onzin en geef me duidelijk antwoord’. ‘Wat hadden jullie op het oog om er zonder iets te zeggen tussenuit te knijpen?’ Dat was ook een goed begin om Elayne te laten weten dat zij de leiding had. ‘Als je de keel was afgesneden in plaats van zo’n aardappel bij je oog op te lopen, hoe hadden wij dan kunnen weten wat er met jullie was gebeurd? Er was geen enkele reden om erheen te gaan! Geen enkele! We moeten een boot vinden!’ Juilin keek boos naar haar op en schoof zijn hoed naar voren. ‘Een boot vinden, hè? Dus daarom hangen jullie drie hier maar kalm rond als...’ Hij zweeg toen Thom luid kreunde en opzij zakte. Nadat de oude speelman Elayne, die bezorgd sputterde, had gekalmeerd met tegenwerpingen dat dit maar een kleine inzinking was en dat hij zo aan een paleisdans kon beginnen – en Juilin veelbetekenend had aangekeken in de duidelijke hoop dat het de vrouwen niet op zou vallen – wendde Nynaeve zich weer vervaarlijk tot de donkere Tyrener, om te horen wat hij dan wel mocht denken wat hun wachten hier betekende.