Выбрать главу

‘Maar goed dat we zijn gegaan,’ gaf hij echter strak als antwoord. ‘Samara is een school zilvertanden rond een lap bloederig vlees. In alle straten is het gepeupel op zoek naar Duistervrienden en naar ie der ander die niet bereid is meteen de Profeet te verwelkomen als de enige ware stem van de Herrezen Draak.’

‘Het is zo’n drie uur geleden bij de rivier begonnen,’ vulde Thom aan, die zich zuchtend liet welgevallen dat Elayne met een vochtige doek zijn hoofd schoonmaakte. Hij scheen haar gemopper te negeren, wat behoorlijk lastig was, aangezien Nynaeve duidelijk woorden hoorde als ‘dwaze oude man’ en ‘iemand nodig om voor je te zorgen voor je de dood vindt’, naast andere woorden die zowel ter neergeslagen als medelijdend klonken. ‘Ik weet niet hoe het begonnen is. Aes Sedai kregen de schuld, hoorde ik, Witmantels, Trolloks, iedereen, niet de Seanchanen, maar als ze die hadden gekend, zouden ze ook de schuld hebben gekregen.’ Hij kromp in elkaar toen Elayne hard drukte. ‘En zojuist waren we iets te persoonlijk betrokken bij een kansje om iets te weten te komen.’

‘Er is brand,’ zei Birgitte. Petra en zijn vrouw zagen haar wijzen en stonden bezorgd te kijken. In de richting van de stad rezen twee donkere rookpluimen boven de omheining uit.

Juilin stond op en keek Nynaeve met harde ogen recht aan. ‘Tijd om te vertrekken. Misschien vallen we te veel op, zodat Moghedien ons kan vinden, maar ik betwijfel het. De mensen vluchten nu letterlijk alle kanten op. Over enkele uren zijn het geen twee branden meer, maar vijftig, en het heeft weinig zin haar te ontlopen om vervolgens door een opstandige menigte in stukken te worden gescheurd. Ze zullen zich op het beestenspul richten, als ze in de stad alles kapot geslagen hebben wat er maar kapot valt te slaan.’

‘Gebruik die naam niet,’ bitste Nynaeve met een frons bestemd voor Elayne, die hem niet opmerkte. Het was altijd verkeerd mannen te veel te vertellen. De moeilijkheid was dat hij gelijk had, maar als je dat een man al te vlug vertelde, was dat ook fout. ‘Ik zal over je voor stel nadenken, Juilin. Ik zou het heel vervelend vinden om zomaar weg te vluchten en dan te horen dat vlak na ons vertrek een boot heeft aangelegd.’ Hij staarde haar aan of ze gek was en Thom schud de zijn hoofd hoewel Elayne dat vasthield. Een man die tussen de wagens aan kwam lopen, monterde Nynaeve op. ‘Misschien is die er al.’

Uno’s geschilderde ooglapje, het litteken op zijn gezicht, het haar knotje en het zwaard op de rug ontlokten Petra en verschillende Chavana’s terloopse knikjes en deden Muelin huiveren. Hij was iedere avond zelf verschenen voor een verslag, ofschoon er geen nieuws was. Zijn komst vanmorgen hield in dat hij iets te melden had. Als altijd schonk hij Birgitte een grijns zodra hij haar zag, en zijn ene oog rolde opzichtig naar haar blote boezem, en als gewoonlijk grijns de zij terug en nam hem lui van top tot teen op. Uitzonderlijk genoeg gaf Nynaeve er ditmaal niet om dat ze zich afkeurenswaardig gedroegen. ‘Ligt er een boot?’

Uno’s grijns verdween. ‘Er ligt een bloe... boot,’ antwoordde hij nors, ‘als je er heelhuids kunt komen.’

‘We hebben alles van de rellen gehoord, maar vijftien Shienaranen kunnen ons er toch wel veilig heen brengen?’

‘Dus jullie hebben ervan gehoord,’ mompelde hij, Thom en Juilin op nemend. ‘Weten jullie vervl... weten jullie dan ook dat Masema’s mensen op straat tegen de Witmantels vechten? Weten jullie dat die bloe... hij zijn mensen heeft opgedragen Amadicia te vuur en te zwaard te veroveren? Er zijn er al duizenden die blo..., hè!, rivier overgestoken.’

‘Dat kan wel zo zijn,’ merkte Nynaeve vastberaden op, ‘maar ik reken erop dat je doet wat je hebt gezegd. Je hebt beloofd mij te gehoorzamen, als je je dat nog herinnert.’ Ze had het ‘mij’ licht bena drukt en keek Elayne veelbetekenend aan.

De ander deed of ze het niet zag, stond op, de bebloede lap in haar hand, en richtte haar aandacht op Uno. ‘Ze hebben mij altijd verteld dat de Shienaranen de dapperste krijgslieden ter wereld waren.’ De scheermesscherpe toon in haar stem was plotseling koninklijk zijig en honingzoet, ik heb heel veel verhalen gehoord over hun dapperheid toen ik klein was.’ Ze liet haar andere hand op Thoms schouder rusten, maar had alleen oog voor Uno. ‘Ik herinner me die nog steeds. Ik hoop dat ze altijd in mijn herinnering kunnen blijven.’ Birgitte kwam een stap dichterbij en begon Uno’s nekspieren te bewerken, hem van dichtbij strak aankijkend. Dat woeste geschilder de oog op het lapje maakte haar geheel niet van streek. ‘Gedurende drieduizend jaar hebben jullie de Verwording bewaakt,’ zei ze teder. Teder! De laatste keer dat ze die toon tegen Nynaeve had aangeslagen, was twee dagen geleden! ‘Drieduizend jaar en nooit ook maar een stap achteruit als die niet tienmaal in bloed was vergolden. We zijn hier dan wel niet in Enkara of op de Soralle Hoogte, maar ik weet wat jij zult doen.’

‘Wat heb jij gedaan?’ grauwde hij. ‘Alle bloedverhalen uit de bloed geschiedenis van de Grenslanden gelezen?’ Meteen dook hij in elkaar en keek Nynaeve schichtig aan. Het was nodig hem nogmaals te zeggen dat ze geen grove spraak van hem wenste te horen. Hij had niet vrolijk gekeken, maar anders zou hij weer in die taal vervallen en Birgitte hoefde haar niet zo fronsend aan te kijken. De Shienaraan richtte zich tot Thom en Juilin. ‘Kunnen jullie met ze praten? Het zijn vervl... zotten als ze dit willen proberen.’

Juilin hief zijn handen en Thom lachte luid. ‘Heb jij ooit een vrouw gekend die naar verstandige woorden luisterde wanneer ze dat niet wilde?’ antwoordde de speelman. Hij kreunde toen Elayne de natte doek wegtrok en de diepe snee in zijn hoofd harder begon te deppen dan strikt noodzakelijk was.

Uno schudde zijn hoofd. ‘Nou ja, als ik dan week gemaakt moet worden, dan wil ik wel week zijn. Maar luister goed naar me: die mensen van Masema zagen de boot, de Rivierserpent of zoiets, nog geen uur nadat die was afgemeerd, maar de Witmantels hebben hem ver overd. Daardoor is dat opstandje ontstaan. Het slechte nieuws is dat de Witmantels nog steeds het haventje bezet houden. Wat nog erger is: misschien is Masema de boot al vergeten. Ik heb hem opgezocht maar hij wilde niks van boten horen. Hij kan alleen nog praten over het ophangen van Witmantels en Amadicia de knie laten buigen voor de Drakenheer, al zal hij het hele land ervoor in de as moeten leggen, maar hij heeft niet de moeite genomen dat van de boot aan zijn volgelingen te vertellen. Er is gevochten bij de rivier en misschien is dat nog steeds gaande. Het zal al verrot moeilijk zijn jullie door die rellen heen te loodsen, maar als er strijd gaande is bij de haven, kan ik niks beloven. En hoe ik jullie op een boot krijg die door Wit mantels wordt bezet, daar durf ik nog niet eens aan te denken!’ Hij zuchtte lang en diep en veegde met de rug van een hand vol littekens het zweet van zijn voorhoofd. De inspanning van zo’n lang verhaal zonder vloeken was hem duidelijk aan te zien.

Nynaeve zou bereid zijn hem nu over zijn taalgebruik met rust te la ten, maar ook al had ze iets willen zeggen, ze kon het niet, zo stom verbaasd was ze. Het moest toeval zijn. Licht, ik zei dat ik alles voor een schip over zou hebben, maar dit heb ik niet bedoeld. Dit niet!

Ze had geen idee waarom zowel Birgitte als Elayne haar zo vlak stond aan te kijken. Ze hadden alles geweten wat zij wist en geen van beiden had deze mogelijkheid genoemd. De drie mannen keken elkaar fronsend aan en beseften blijkbaar dat er iets aan de hand was en eveneens dat ze geen benul hadden wat dat was, waarvoor ze het Licht mocht danken. Het was veel beter als ze niet alles wisten. Het moest gewoon toeval zijn.

In zekere zin was ze meer dan gelukkig dat ze zich op een andere man kon richten die tussen de wagens aan kwam lopen. Daarmee had ze een reden om haar ogen van Elayne en Birgitte af te wenden. Maar bij het zien van Galad zakte haar maag zo ongeveer tot in haar tenen.