‘Blijven? Waarom zou ik blijven? Ik heb je vanaf het begin gezegd dat we alleen maar naar Geldan wilden gaan en daaraan is niets ver anderd.’
‘Waarom? Nou, om mijn kinderen te dragen, natuurlijk.’ Met beide handen pakte hij haar hand. ‘Nana, jouw ogen drinken mijn ziel, jouw lippen ontvlammen mijn hart, jouw schouders doen mijn bloed razen, jouw...’
Snel onderbrak ze hem. ‘Je wilt met me trouwen?’ vroeg ze ongelovig.
‘Trouwen?’ Ogenknipperend. ‘Tja... eh... ja. Ja, uiteraard.’ Zijn stem klonk weer krachtiger en hij drukte haar vingers tegen zijn lippen. ‘We zullen trouwen in de eerste stad waar ik het huwelijk kan regelen. Ik heb nooit eerder een vrouw gevraagd met me te trouwen.’
‘Dat neem ik zonder meer aan,’ zei ze zwakjes. Het kostte moeite haar handen los te wringen. ‘Ik voel me gevleid, baas Luca, maar...’
‘Valan, Nana, Valan.’
‘Maar ik moet je afwijzen. Ik ben aan een ander beloofd.’ Nou ja, in zekere zin was dat zo. Lan Mandragoran mocht zijn zegelring dan wel beschouwen als een geschenkje, maar zij vatte het anders op. ‘En ik ga.’
‘Ik hoor je in te pakken en mee te dragen.’ Stof en scheuren bedier ven de zwierige en welsprekende mantelzwaai toen hij zich oprichtte. ‘Na verloop van tijd vergeet je die man wel.’
‘Als je dat probeert, laat ik Uno ervoor zorgen dat je zou wensen liever in worstjes te zijn gesneden.’ Dat ontmoedigde de dwaze kerel amper of eigenlijk geheel niet. Ze porde hard in de borst van de man. ‘Je kent me in het geheel niet, baas Luca. Je weet niets van me. Mijn vijanden, waar jij zo gemakkelijk overheen stapt, zouden je levend villen en op je botten dansen en je zou ontzettend dankbaar moeten zijn als dat het enige was. Luister, ik vertrek en heb geen tijd om naar je gevlij te luisteren. Nee, hou je mond! Ik ben vastbesloten en jij kunt er niets aan veranderen, dus kun je net zo goed stoppen met je gefleem.’
Luca zuchtte diep. ‘Nana, voor mij ben jij de enige vrouw die bestaat. Laat andere mannen maar saaie grietjes met hun verlegen zuchtjes kiezen. Een man zal weten dat hij iedere keer door het vuur zal moeten lopen en met zijn blote handen een leeuwin zal moeten temmen om jou te mogen benaderen. Elke dag zal een avontuur zijn en elke nacht...’ Zijn glimlach leverde hem bijna een oorvijg op. ‘Ik zal je terugvinden, Nana, en je zult mij kiezen. Hier, in mijn hart, weet ik het.’ Met een indrukwekkende stomp tegen zijn borst gaf hij zijn mantel een nog uitbundiger zwaai mee. ‘En jij weet het ook, liefste Nana. In je lieve hartje weet je dat.’
Nynaeve wist niet of ze haar hoofd moest schudden of hem aangapen. Mannen waren gek. Alle mannen.
Hij stond erop haar naar haar wagen te begeleiden, haar arm vast houdend of ze een dans gingen openen.
Elayne stapte stevig door tussen de opgewonden paardenknechten die snel de wagens klaarmaakten, de schreeuwende mensen, hinni kende paarden, brommende beren en grauwende luipaarden. Ze merkte dat ze binnensmonds liep te mopperen, wat goed paste bij alle dierengeluiden om haar heen. Nynaeve moest nodig wat zeggen over dat tonen van haar benen. Zij had heus wel gezien dat dat mens bij Valan Luca’s komst rechter ging staan. En ook dieper ademhaal de. Net als wanneer Galad er was, trouwens. En ze vond een broek helemaal niet zo fijn. Hij zat trouwens wel gemakkelijk en was koeler dan een rok. Ze kon bijna begrijpen waarom Min graag in man nenkleren rondliep. Het enige moeilijke was dat gevoel te overwinnen dat je jasje net een rok was die tot je heupen reikte. Dat had ze tot nog toe op kunnen brengen. Maar ze was zeker niet van plan dat aan Nynaeve met haar giftong te laten merken. Dat mens had moeten beseffen dat Galad geen ogenblik zou bedenken dat de kosten weleens hoger zouden zijn dan een belofte waard was. En aan haar had het niet gelegen, ze had het haar vaak genoeg verteld. En de Profeet erbij halen! Nynaeve deed gewoon maar wat, zonder goed na te denken.
‘Zei je iets?’ vroeg Birgitte. Ze had haar rok opgenomen om hem over haar arm mee te dragen en liet daardoor onbeschaamd haar benen vanaf haar blauw brokaten muilen tot ruim boven haar knieën zien. Die strakke zijden kousen toonden veel meer dan een broek. Elayne bleef doodstil staan. ‘Wat vind jij van mijn kleren?’
‘Je kunt je heel gemakkelijk bewegen,’ zei de ander onbewogen. Elayne knikte. ‘Het is natuurlijk goed dat je niet van die dikke billen hebt, met die strakke...’
Woedend doorstappend rukte Elayne het jasje een paar maal zo ver mogelijk omlaag. Die tong van Nynaeve paste goed bij die van Birgitte. Ze had haar echt een soort eed van gehoorzaamheid moeten laten afleggen, of minstens moeten eisen dat ze wat achting zou tonen. Daar zou ze aan moeten denken wanneer ze Rhand aan zich zou binden. Toen Birgitte haar boos kijkend inhaalde, alsof zij meer te horen had gekregen dan ze kon verdragen, spraken ze geen van beiden.
De withharige, in groene glinstertjes geklede Seanchaanse gebruikte haar prikstok om de enorme s’redit te leiden die met zijn kop de zware leeuwenkooi duwde. Een paardenknecht in een groezelig leren vest hield de boom van de wagen omhoog en stuurde de wagen naar een plaats waar de paarden handiger ingespannen konden worden. De leeuw liep heen en weer, zwiepte nu en dan met zijn staart en maak te het schorre blafgeluid dat klonk alsof hij ieder moment kon gaan brullen.
‘Cerandin,’ zei Elayne, ‘ik moet met je spreken.’
‘Even wachten, Morelin.’ Nu al haar aandacht op het grijze dier met de slagtanden was gericht, was haar lispelende spraak bijna niet te verstaan.
‘Nu, Cerandin. We hebben weinig tijd.’
Maar de vrouw liet de s’redit doorgaan tot de paardenknecht riep dat de wagen goed stond, waarna ze ongeduldig vroeg: ‘Heb je wat nodig, Morelin? Ik heb veel te doen. En ik wil me nog omkleden, want dit is geen goede reiskleding.’ Het dier bleef geduldig achter haar staan wachten.
Elaynes mond verstrakte iets. ‘We gaan weg, Cerandin.’
‘Ja, dat weet ik. De onlusten. Dat soort dingen zou niet mogen worden toegestaan. Als die Profeet van plan is ons te na te komen, zal hij merken wat Mer en Sanit kunnen.’ Ze draaide zich om en krab de Mers gerimpelde schouder met de prikstok, waarbij hij met zijn lange neus haar schouder aanraakte. Een slurf noemde Cerandin het. ‘Sommigen geven de voorkeur aan een lopar of grolm in de strijd, maar als je een s’redit goed gebruikt...’
‘Wees even stil en luister,’ onderbrak Elayne haar ferm. Het kostte haar moeite zich in te houden nu de Seanchaanse zo traag van begrip was en Birgitte met over elkaar geslagen armen naast haar stond. Ze wist bijna zeker dat ze haar kans op een volgende snedige op merking afwachtte, ik bedoel niet het beestenspul. Ik bedoel mijzelf, Nana en jou. We schepen ons straks in en vanmiddag zijn we ver buiten bereik van de Profeet.’
Cerandin schudde langzaam het hoofd. ‘Er zijn maar weinig binnenschepen die s’redits kunnen vervoeren, Morelin. Zelfs als je er zo een hebt gevonden, wat heeft het voor zin? Wat zou ik moeten doen? Ik denk dat ik in m’n eentje niet zoveel kan verdienen als bij baas Luca, zelfs niet als jij blijft koorddansen en Maerion blijft boog schieten. Ik neem aan dat Thom zou goochelen. Nee. Nee, het is beter als we allemaal bij het beestenspul blijven.’
‘De s’redits zullen hier moeten blijven,’ gaf Elayne toe, ‘maar baas Luca zal ongetwijfeld goed voor ze zorgen. We gaan niet meer op treden, Cerandin. Dat zal niet meer nodig zijn. Waar ik heen ga, zijn mensen die graag willen horen...’ Ze besefte opeens dat de paarden knecht, een schrale kerel met een buitengewone, gezwollen neus, haar kon horen. ‘Over waar je vandaan komt. Veel meer willen weten dan je ons hebt verteld.’ Nee, hij stond niet af te luisteren, maar te loeren. Beurtelings naar Birgittes boezem en haar benen. Ze keek hem aan tot zijn stomme grijns ziekelijk werd en hij zich snel aan zijn werk wijdde.