Выбрать главу

Cerandin schudde opnieuw het hoofd. ‘Moet ik Mer, Sanit en Nerin aan de zorg van mannen toevertrouwen die te bang zijn om in hun buurt te komen? Nee, Morelin. Wij blijven bij baas Luca. Jij ook. Dat is veel beter. Weet je nog hoe toegetakeld je was toen jullie bij ons kwamen? Naar zoiets wil je toch niet terug?’ Elayne haalde diep adem en kwam een stap dichterbij. Alleen Birgitte kon haar nog horen, maar ze wilde elk risico voorkomen. ‘Cerandin, mijn echte naam is Elayne van Huis Trakand, erfdochter van Andor. Op een dag word ik koningin van Andor.’ Als ze dacht aan het optreden van de vrouw op de eerste dag van hun ontmoeting en nog meer aan wat ze hun over Seanchan had verteld, zou dat voldoende moeten zijn om alle weerstand te overwinnen. In plaats daarvan keek Cerandin haar recht in de ogen. ‘Je beweerde op die eerste dag al een hoogvrouwe te zijn, maar...’ Ze perste haar lippen op elkaar en keek naar Elaynes broek. ‘Je bent een goede koorddanseres, Morelin. Als je oefent, kun je goed genoeg worden om ooit voor de keizerin zelf op te treden. Iedereen heeft zijn plaats en iedereen behoort op die plaats.’

Heel even bewoog Elaynes mond alsof ze iets wilde zeggen. Cerandin geloofde haar niet! ik heb genoeg tijd verknoeid, Cerandin.’ Ze wilde de arm van de vrouw vastpakken, om haar zo nodig met geweld mee te trekken, maar Cerandin greep haar hand beet, draai de en onder het slaken van een gil stond de erfdochter met wijd open gesperde ogen opeens op haar tenen en vroeg zich af wat haar als eerste zou overkomen: een gebroken pols of de arm uit de kom. Birgitte bleef gewoon wachten, de armen over elkaar en ze had nog het lef een wenkbrauw vragend op te trekken.

Elayne perste haar tanden op elkaar. Ze zou niét om hulp vragen. ‘Laat me los, Cerandin,’ eiste ze en ze had liever gehad dat het niet zo hijgend klonk, ik zei dat je me los moest laten!’ Even later deed Cerandin het en zette ze oplettend een stap achter uit. ‘Je bent een vriendin, Morelin, en zult dat blijven. Je kunt op een dag een vrouwe worden. Je hebt de manieren en als je de aandacht van een heer kunt trekken, neemt hij je misschien op als een van zijn asa’s. Een asa wordt soms zijn vrouw. Ga met het Licht, Morelin. Ik moet mijn werk afmaken.’ Ze stak haar prikstok uit naar Mer, die zijn slurf eromheen sloeg, en het grote dier liet zich zwaar en log wegleiden.

‘Cerandin!’ zei Elayne scherp. ‘Cerandin!’ De witharige vrouw keek niet om. Elayne keek Birgitte woedend aan. ‘Aan jou heb ik ook niets!’ snauwde ze en ze beende weg voor de ander kon antwoorden. Birgitte haalde haar in en ging naast haar lopen. ‘Uit wat ik heb gehoord en gezien, heb je behoorlijk veel tijd aan die vrouw besteed om haar wat ruggengraat te geven. Dacht je echt dat ik je ging helpen om dat weer ongedaan te maken?’

‘Zoiets heb ik niet geprobeerd,’ mopperde Elayne. ‘Ik probeerde voor haar te zorgen. Ze is heel ver van huis en overal waar ze komt, is ze een vreemdeling en er zullen mensen zijn die haar niet zo vriendelijk zullen behandelen als ze horen waar ze vandaan komt.’

‘Ze lijkt me heel goed in staat voor zichzelf te zorgen,’ merkte Birgitte droogjes op. ‘Maar ja, dat heb je haar toch ook geleerd? Misschien was ze hulpeloos vóór je haar ontmoette.’ Elaynes blik leek van haar af te glijden als ijs van koud staal.

‘En jij bleef gewoon staan kijken. Terwijl je wordt geacht mijn...’ Ze keek rond; het was maar een blik, maar verschillende hoofden van paardenknechten doken weg. ‘Mijn zwaardhand te zijn. Je wordt geacht te helpen als ik me moet verdedigen en ik niet kan geleiden.’ Ook Birgitte keek om zich heen, maar jammer genoeg was er niemand zo dichtbij dat ze haar mond hield, ik zal je beschermen wan neer je in gevaar bent, maar als het enige gevaar erin bestaat dat je over de knie wordt gelegd omdat je je gedraagt als een verwend nest, zal ik moeten beslissen of je niet beter een lesje kunt leren, waardoor je een volgende keer niet hetzelfde of nog erger overkomt. Aan haar vertellen dat je een erfgename van de troon bent! Echt! Als je Aes Sedai wilt worden, moet je oefenen hoe je de waarheid kunt ver draaien, zodat je er geen puinhoop van maakt.’ Elaynes mond viel open. Pas toen ze over haar eigen voeten struikelde, was ze in staat iets te zeggen. ‘Maar ik ben de erfdochter!’

‘Als jij het zegt,’ zei Birgitte, die haar ogen op de lovertjesbroek richt te.

Elayne kon niet meer hebben. Nynaeve met haar tong als een dolk, Cerandin zo koppig als twee muilezels en nu dit. Ze gooide haar hoofd in de nek en krijste van ergernis.

Toen het geluid verstierf, leken alle dieren stil te zijn. Overal stonden paardenknechten haar aan te kijken. Ze negeerde hen koel. Niets kon haar nog op stang jagen. Ze was ijzig kalm en volkomen beheerst.

‘Was dat een schreeuw om hulp,’ zei Birgitte, haar hoofd scheef houdend, ‘of heb je honger? Ik neem aan dat ik nog wel ergens een mei...’ Elayne stormde weg met een grauw waar iedere luipaard trots op zou zijn.

48

Vaarwel

Nadat Nynaeve in de wagen was teruggekeerd, trok ze nette kleren aan, waarbij ze slechts wat vermoeid mopperde dat ze een rij knopen zelf moest losmaken en een rij knopen zelf moest vastmaken. De simpele grijze wol, mooi en goed gemaakt, maar niet echt bijzonder, kon bijna overal zonder opmerkingen gedragen worden, al was het beslist warmer. Maar het voelde fijn weer behoorlijk gekleed te zijn. En op een gekke manier vreemd, alsof ze te veel aan had. Het moest door de hitte komen.

Vlug knielde ze neer voor het bakstenen kacheltje met de tinnen pijp en opende het ijzeren deurtje waarachter hun waardevolle zaken lagen.

Snel stopte ze de gedraaide stenen ring in haar beurs, naast Lans zware zegelring en haar gouden Grote Serpent-ring. Het vergulde kistje met daarin de edelstenen die ze van Amathera hadden gekregen, ging in de leren tas met de zakjes kruiden die ze van Ronde Macura in Mardecin had meegenomen, waarin ook de vijzel en stamper zaten om ze fijn te maken. Ze raakte alles even aan, van allesheel tot de verschrikkelijke dolkwortel, om zichzelf weer te laten weten wat er in zat. De pandbrieven gingen er eveneens in, plus drie van de zes beurzen, geen van alle meer zo dik als ze waren geweest nadat de reis met het beestenspul naar Geldan was betaald. Luca had wellicht weinig belangstelling voor zijn honderd marken, maar hij had min der bedenkingen over de vergoeding van zijn onkosten. Een van de brieven die de drager uit naam van de Amyrlin Zetel machtigde alles te doen wat wenselijk werd geacht, stopte ze bij de ringen. Er waren in Samara slechts vage geruchten doorgedrongen dat er bepaal de problemen in Tar Valon waren geweest. Misschien kon ze ze toch nog gebruiken, zelfs met Siuan Sanches handtekening erop. Het kist je van donker hout liet ze naast de drie beurzen staan, evenals de grove jutezak met de a’dam. Dat ding wilde ze niet aanraken. Daar lag ook de zilveren pijl die Elayne in de nacht van de rampzalige ontmoeting met Moghedien had gevonden. Heel even keek ze er fronsend naar en dacht na over Moghedien. Het was het beste om al het mogelijke te doen om haar te ontlopen.

Dat was het. Ik was één keer de beste. En was de tweede keer als een worstje in de keuken opgehangen. Als Birgitte er niet was geweest...Ze heeft zelf gekozen. De vrouw had het gezegd en het was waar. Ik zou haar weer kunnen verslaan. Dat kan ik. Maar als ik faal...

Als het zou mislukken... Eigenlijk probeerde ze de wasleren beurs te vermijden die achterin zat weggestopt. Ze wist het, terwijl er toch geen haartje verschil bestond tussen de gruwel van de beurs en de gedachte opnieuw van Moghedien te verliezen. Ze haalde diep adem, stak uiterst voorzichtig haar hand naar binnen, trok de beurs aan de koordjes naar buiten en wist dat ze het mis had. Het kwaad leek haar hand te om spoelen, sterker dan ooit, alsof de Duistere werkelijk probeerde door het cuendillarzegel naar buiten te breken. Dan was het toch beter een hele dag stil te staan bij een nederlaag tegen Moghedien; er bestond een wereld van verschil tussen gedachte en werkelijkheid. Het moest verbeelding zijn – in Tanchico had ze het gevoel niet gekregen – maar ze had liever dat Elayne het ding bij zich zou dragen. Of daar in de kachel zou achterlaten.