Hou op met dat stomme gedoe, vermaande ze zich ferm. Dit zegel houdt de kerker van de Duistere gesloten. Je verbeelding slaat op hol. Toch liet ze de beurs als een dode rat van een week oud op het rode gewaad vallen dat Luca had laten maken, waarna ze hem erin rol de en het hele geval stevig en snel dichtknoopte. Dat zijden pakje ging in de rol kleren die ze mee zou nemen, en dat geheel zou ze weer in haar goede grijze reismantel wikkelen. Die paar duim ertussen was voldoende om elk gevoel van sombere duisternis weg te nemen; des ondanks wilde ze haar handen wassen. Hoefde ze maar niet te weten dat het zegel daar lag. Ze was stom aan het doen. Elayne zou haar uitlachen, Birgitte ook, en terecht.
Uiteindelijk vormden de kleren die ze mee wilde nemen, twee pakken en ze had spijt van ieder lapje dat ze achter moest laten. Zelfs de laag uitgesneden blauwe zijden jurk. Niet dat ze zoiets ooit nog aan zou trekken – en het rode geval wilde ze zeker niet aanraken tot ze het hele pak aan een Aes Sedai in Salidar kon overhandigen – maar onwillekeurig telde ze alle kosten op van kleren, paarden en wagens die ze na Tanchico hadden gemaakt. Plus de koets en de potten verf. Zelfs Elayne zou in elkaar krimpen als ze er ooit aan zou denken. Die jonge vrouw dacht dat de hoeveelheid munten in haar beurs on uitputtelijk was.
Ze was nog bezig met haar tweede pak kleren toen Elayne terug kwam om zich zwijgend in iets van blauwe zijde te steken. Zwijgend, afgezien van haar gemompel toen ze haar armen ver naar achter moest buigen om de knopen dicht té doen. Nynaeve zou hebben geholpen als ze het had gevraagd, maar aangezien dat niet gebeurde, bekeek ze de ander op blauwe plekken en wonden bij het omkleden. Ze had gekrijs menen te horen vlak voordat Elayne naar binnen stap te en als Birgitte en zij elkaar echt waren aangevlogen... Ze wist niet zeker of ze blij moest zijn dat ze niets ontdekte. Een rivierboot kon net zo beklemmend werken als deze wagen en het zou heel onpret tig worden als de twee vrouwen elkaar voortdurend in de haren zaten. Daarentegen zou het ook kunnen helpen als de twee vrouwen hun afgrijselijke stemming wat lucht konden geven. Elayne zei geen woord terwijl ze haar bezittingen bij elkaar pakte, zelfs niet toen Nynaeve heel beminnelijk vroeg waar ze op af gevlogen was, alsof ze op een roestdistel was gaan zitten. Dat leverde haar slechts een opgeheven kin en een kille blik op, alsof het meisje dacht reeds op moeders troon te zitten.
Zo nu en dan werd ze zelfs nog stiller, op een manier die veel meer zei dan woorden. Toen ze de drie beurzen zag, wachtte ze even voor ze die oppakte en werd het beduidend killer in de wagen, ofschoon de beurzen gewoon haar helft waren. Nynaeve was het zat over het beheer van de munten te bekvechten. Dat meisje mocht zelf zien hoe alles wegsijpelde en beseffen dat er voorlopig niets meer bij zou komen. Toen het echter tot Elayne doordrong dat de ring was verdwenen en het donkerhouten kistje er nog steeds stond... Ze pakte het kistje op, sloeg het deksel open en kneep haar lippen op elkaar, kijkend naar de andere twee ter’angrealen die ze al die tijd vanaf Tyr bij zich hadden gehad. Een kleine ijzeren schijf met aan beide kanten een heel fijne spiraal, en een smal plaatje van zo’n drie duim lang, schijnbaar van amber maar toch harder dan staal, waar in op de een of andere wijze een slapende vrouw was geëtst. Met allebei kon je Tel’aran’rhiod betreden, zij het niet zo gemakkelijk als met de ring. Om ze te gebruiken moest je Geest geleiden, de enige van de Vijf Krachten die je in je slaap kon geleiden. Het had Nynaeve heel eerlijk geleken die twee voor Elayne te laten liggen, aangezien zij op de ring zou passen. Elayne deed het dekseltje met een klap dicht zonder iets te laten blijken en stopte het kistje toen bij de zilveren pijl. Haar zwijgen was overdonderend.
Elayne maakte eveneens twee pakken, maar die van haar waren groter, doordat ze niets achterliet, alleen de witte jas en broek met de lovertjes. Nynaeve slikte de opmerking dat ze wat was vergeten maar in. Ze zou het moeten zeggen ondanks al dat gemok, maar zij wist hoe een goede verstandhouding in stand bleef. Ze beperkte zich tot eenmaal snuiven, nadat Elayne opzichtig de a’dam aan haar pakken had toegevoegd, al maakte Nynaeve uit haar blik op dat ze al haar bezwaren uitvoerig bekend achtte. Tegen de tijd dat ze uit de wagen stapten, kon de stilte in stukjes worden gebroken en gebruikt voor het koelen van wijn.
Buiten stonden de mannen al klaar. In zichzelf mompelend en ongeduldig haar en Elayne aankijkend. Dat was niet eerlijk. Galad en Uno hadden niets hoeven te pakken. Thoms fluit en harp hingen in kistjes op zijn rug, samen met een klein pak. Juilin, met de hartsvanger aan de riem en leunend op zijn stok, die even lang was als hij, had een zelfs nog kleiner stevig dichtgebonden pakje bij zich. Mannen waren bereid dezelfde kleren te blijven dragen tot ze van hun lijf af rotten.
Natuurlijk stond Birgitte er ook, de boog in de hand, de pijlkoker aan haar heup en haar eigendommen in een mantel gerold, niet min der omvangrijk dan een van Elaynes pakken. Het zou Nynaeve niets verbazen als Birgitte Luca’s kleren er ook in had, maar wat ze nu droeg, zorgde ervoor dat ze even bleef staan. Haar in tweeën gespleten rok had de heel ruime broek uit Tel’aran’rhiod kunnen zijn, al zat er meer goud in dan geel en was deze niet om de enkels dicht gebonden. De korte blauwe jas was van dezelfde stijl. Het raadsel waar die kleren vandaan kwamen, werd opgelost toen Clarine haastig aan kwam schuifelen, steeds maar herhalend dat ze er heel lang mee bezig was geweest, dat het haar ook was tegenge vallen, waarna ze nog twee rokken en een tweede jas aan Birgittes pak toevoegde. Ze zei hoe spijtig ze het vond dat zij het beestenspul verlieten. Ze was niet de enige die voor enkele ogenblikken langs kwam, ondanks de drukte van het bespannen van de wagens en het inpakken. Aludra kwam hun in haar Taraboonse tongval een veiligereis wensen, waar ze ook heen gingen. En met nog twee doosjes vuurstokjes. Zuchtend stopte Nynaeve die in haar kruidentas. Ze had nadrukkelijk de andere in de wagen laten liggen en Elayne had ze op de plank achter een zak bonen geschoven toen ze dacht dat Nynaeve niet keek. Petra bood aan hen naar de rivier te begeleiden en deed net of hij niet zag dat zijn vrouw bezorgd haar ogen half dichtkneep. Hetzelfde deden de Chavana’s, en Kin en Bari, de goochelaars. Maar toen Nynaeve hun zei dat dat niet nodig was, en Petra zijn wenk brauwen fronste, konden ze amper hun opluchting verbergen. Ze had het snel moeten afwimpelen, want Galad en de andere mannen leken hun hulp best te willen. Tot haar verbazing verscheen zelfs Latelle kort, met woordjes van spijt, glimlachjes en ogen die vertelden dat ze bereid was de pakken te dragen als ze daardoor sneller weg waren. Even verbaasd was ze dat Cerandin niet langskwam, hoewel ze er in zekere zin ook blij om was. Mogelijk kon Elayne uitstekend met die vrouw opschieten, maar na het voorval waarbij ze was mis handeld, had Nynaeve telkens als ze er was een spanning gevoeld die nog versterkt werd doordat Cerandin uiterlijk niets liet merken. Luca zelf kwam als laatste en stak Nynaeve een handvol armzalige, door de droogte heel kleine, wilde bloemen toe. Het Licht mocht weten waar hij die vergeeld en wel had gevonden. Hij liet het vergezeld gaan van uitlatingen over onsterfelijke liefde, uitbundige lof voor haar schoonheid en indrukwekkende eden dat hij haar terug zou vinden, al moest hij er alle windstreken voor afreizen. Ze wist niet zeker welke woorden ervoor zorgden dat haar wangen steeds warmer voelden, maar haar ijzige blik veegde de grijns van Juilins gezicht en de verbazing van dat van Uno. Wat Thom en Galad er ook van vonden, ze waren zo verstandig er onbewogen bij te staan. Ze kon het niet opbrengen naar Birgitte en Elayne te kijken. Het ergste was dat ze daar moest staan luisteren, met die verlepte bloemen over haar hand gezakt en met een steeds roder gezicht. Als ze had geprobeerd hem met enkele woorden af te laten druipen, zou het hem slechts hebben aangemoedigd zich nog meer in te spannen, en dat zou de anderen nog veel meer stof tot praten hebben gegeven. Bijna slaakte ze een ontzettende zucht van opluchting toen de idiote man onder uitbundig gewapper met zijn mantel een diepe buiging maakte.