Выбрать главу

Nynaeve was boos maar ook heel beschaamd. Ze hadden er bijna alles uitgeflapt, terwijl Egwene had gevraagd het niet te doen. En Birgitte. Hoe kon je iets geheim houden als de ander het wist? Haar schaamte won het en saidar glipte als los zand tussen haar vingers door.

Met een schok ontwaakte Nynaeve, de donkergele ter’angreaal stevig in een hand gelemd. De beugellamp was omlaag gedraaid tot een klein vlammetje. Elayne lag tegen haar aangedrukt nog te slapen, de ring aan het koord was in haar keelholte gegleden. In zichzelf mompelend klom ze over de ander heen om het plaatje weg te leggen en goot wat water in de bak om haar gezicht en nek op te frissen. Het water was lauw, maar voelde koel aan. In het scha duwlicht meende ze in de spiegel te zien dat ze bloosde. Nou, er was weinig evenwicht hersteld. Hadden ze elkaar maar ergens anders ontmoet. Had ze maar niet als een dom meisje haar mond voorbij gepraat. Het zou beter zijn gegaan als zij de ring had gehad en er voor de andere vrouwen niet als een geest had uitgezien. Het was allemaal de schuld van Thom en Juilin. En van Uno. Als die haar niet kwaad hadden gemaakt... Nee, het was Neres’ schuld. Hij... Ze pakte met beide handen de lampetkan op en spoelde haar mond. Ze probeer de slechts die droge mond van het slapen kwijt te raken. Met gekookte kattenvaren en maarnebladpoeder had het niets te maken. Zeker niet.

Toen ze zich omdraaide, kwam Elayne net overeind om het leren koordje van de ring los te maken. ‘Ik zag dat je saidar kwijtraakte, dus ben ik naar Elaida’s werkkamer gegaan. Ik vond dat ik niet zo lang moest blijven om jou niet bezorgd te maken. Ik heb geen nieuws, alleen dat Shemerin gevangen moet worden gezet en tot Aanvaarde moet afdalen.’ Ze stond op en legde de ring terug in het kistje. ‘Kunnen ze dat? Een Aes Sedai afzetten?’

‘Weet ik niet. Ik denk dat Elaida doet waar ze zin in heeft. Egwene zou die Aielkleren niet moeten dragen. Ze staan haar niet goed.’ Nynaeve liet haar adem ontsnappen, die ze enige tijd had ingehouden. Blijkbaar wilde Elayne vergeten wat Egwene had gezegd. Dat mocht ze van Nynaeve. ‘Nee, dat doen ze zeker niet.’ Ze stapte het bed weer in en schoof door naar de wand. Ze sliepen om beurten aan de buitenkant.

‘Ik heb zelfs niet eens de kans gekregen een boodschap voor Rhand door te geven.’ Elayne stapte er ook in en de lamp ging uit. De kleine raampjes lieten enig maanlicht door. ‘En eentje voor Aviendha. Als ze namens mij op hem past, moet ze ook op hem passen.’

‘Hij is geen paard, Elayne. Hij is niet je bezit.’

‘Dat heb ik ook nooit gezegd. Hoe zou jij je voelen als Lan met een Cairhiense aanpapt?’

‘Doe niet zo dwaas. Ga slapen.’ Nynaeve groef zich diep in haar kleine kussen. Misschien had zij een boodschap voor Lan moeten afge ven. Al die Tyreense en Cairhiense edelvrouwen. Die een man enkel honing om de mond smeerden in plaats van hem de waarheid te zeggen. Hij kon maar beter niet vergeten aan wie hij toebehoorde. Achter Boannda reikte het bos tot aan het water, een ononderbroken wildernis van bomen en klimplanten. Dorpen en boerderijen ver dwenen. De Eldar kon hier door een oerwoud lopen en duizenden spannen van de beschaafde wereld af liggen. Vijf dagen na hun ver trek uit Samara werden vroeg in de middag de ankers midden in een rivierbocht uitgeworpen, terwijl de enige roeiboot de laatste reizigers naar een oever vervoerde van gebarsten droge klei, begrensd door lage beboste heuvels. Zelfs de grote wilgen en diep wortelende eiken bomen droegen enige vergeelde bladeren.

‘Een halsketting aan die man geven was overbodig,’ merkte Nynaeve op, kijkend naar de boot met vier roeiers die Juilin en de laatste vijf Shienaranen kwam afzetten. Ze hoopte dat ze niet onnozel was geweest. Neres had haar zijn kaart van dit riviergedeelte laten zien en gewezen op het tekentje dat Salidar aangaf. Het was twee span van de rivier, maar hier was niets dat erop wees dat er ooit binnen enige afstand een dorp had gelegen. ‘Ik heb hem meer dan genoeg betaald.’

‘Niet voor zijn lading,’ merkte Elayne op. ‘Dat hij een smokkelaar is, wil niet zeggen dat wij het recht hebben zijn waar van hem af te pakken.’ Nynaeve vroeg zich af of ze met Juilin had gepraat. Waarschijnlijk niet. Het zou de wet wel weer zijn. ‘Bovendien zijn gele opalen zo opzichtig, vooral in die zetting. Het was het trouwens waard zijn gezicht te zien.’ Opeens giechelde Elayne. ‘Deze keer heeft hij me aangekeken.’ Nynaeve probeerde niet mee te lachen, maar kon het niet bedwingen.

Thom stond al tussen de bomen en probeerde de twee zoontjes van Marigan te vermaken door met gekleurde ballen te spelen die hij uit zijn mouw had getoverd. Jaril en Seve staarden hem zwijgend aan, knipperden amper met hun ogen en hielden elkaar vast. Het had Nynaeve niet echt verbaasd dat Marigan en Nicola haar hadden gevraagd of ze mee mochten komen. Nicola keek nu misschien naar Thom en zat opgetogen te lachen, maar ze zou geen ogenblik van Nynaeves zijde zijn geweken als dat had gemogen. Areina’s vraag haar te vergezellen was echter wel een schok geweest. Ze zat verderop op een omgevallen boom naar Birgitte te kijken, die een nieuw koord aan haar boog bevestigde. Alle drie zouden ze zich moeten voorbereiden op een schok, wanneer ze ontdekten wat Salidar was. Eindelijk zou Nicola haar toevluchtsoord vinden en kreeg Marigan misschien de kans om met haar kruiden te werken als er maar weinig Gele zusters waren.

‘Nynaeve, heb jij weleens gedacht aan... hoe we ontvangen zullen worden?’

Nynaeve keek Elayne verbijsterd aan. Ze waren de halve wereld af gereisd, tenminste bijna, en hadden de Zwarte Ajah tweemaal verslagen. Ze hadden in Tyr hulp gehad, maar in Tanchico waren ze op zichzelf aangewezen. Ze brachten nieuws van Elaida en de Toren dat volgens haar nog niemand in Salidar bezat. Het belangrijkste was dat zij deze zusters met Rhand in gesprek konden brengen. ‘Elayne, ik wil niet zeggen dat we als heldinnen zullen worden ontvangen, maar het zou me verbazen als we niet met kussen worden overladen voor de dag om is.’ Het nieuws over Rhand was dat al waard. Twee bootslieden sprongen in het water om de boot in de stroming vast te houden en Juilin en de Shienaranen kwamen plassend naar de oever, terwijl de twee bemanningsleden weer in de boot klauterden. Op Neres’ Rivierserpent haalden mannen reeds het anker op. ‘Maak een pad voor ons vrij, Uno,’ beval Nynaeve. ‘Ik wil er voor het donker zijn.’ Aan het woud, de klimplanten en het lage struik gewas te zien, zou twee span die tijd wel vragen. Als Neres haar tenminste niet om de tuin had geleid. Daar maakte ze zich meer zorgen over dan al het andere.

50

Lesgeven en les nemen

Ongeveer vier uur later liep het zweet van Nynaeves gezicht en dat had weinig te maken met de onnatuurlijke hitte. Ze vroeg zich af of het niet beter zou zijn geweest als Neres hen om de tuin had geleid of geweigerd had om hen na Boannda nog verder te vervoeren. Het zonlicht van de namiddag viel schuin en fel door vensters, die bijna allemaal kapot waren. Terwijl ze haar rok bijeenpakte, zowel uit ergernis als vanwege het ongemak, probeerde ze niet naar de zes Aes Sedai te kijken die rond een stevige tafel bij de muur stonden. Ze spraken achter een scherm van saidar, zodat ze alleen hun monden zag bewegen. Elayne zat met opgeheven kin, haar handen gevouwen in haar schoot, maar haar strakke ogen en zure mond bedierven haar koninklijke uiterlijk. Nynaeve wist niet eens zeker of ze wel wilde weten wat de Aes Sedai achter het scherm zeiden. De ene verbijste rende schok na de andere had alle hoge verwachtingen doen schemeren. Nog één keer en ze zou gaan krijsen, en ze wist niet of dat door haar woede zou komen of doordat ze geheel buiten zinnen was. Afgezien van hun kleren lag bijna alles wat ze bij zich hadden op de tafel uitgestald: Birgittes zilveren pijl lag voor de gezette Morvrin, de drie ter’angrealen voor Sheriam, het vergulde kistje voor de donkerogige Mijrelle. Geen van de vrouwen keek blij. Carlinya’s gezicht had uit sneeuw gevormd kunnen zijn; zelfs de moederlijke Anaiya toon de een streng masker en Beonins blik van eeuwige grootogige geschoktheid had een merkbaar geplaagd trekje. Geërgerd en nog iets meer. Een enkele keer maakte Beonin een beweging, alsof ze de witte doek over het cuendillarzegel wilde aanraken, maar iedere keer verstarde haar hand en zakte die omlaag.