‘En waarom heb je het ons niet verteld?’ vroeg Sheriam kalm met een stalen ondertoon. Als Meesteresse der Novices had ze nooit met stemverheffing gesproken, al zou een Novice dat veel liever hebben gehoord. ‘Drie Aanvaarden, Aanvaarden!, worden uit de Toren gestuurd om jacht te maken op dertien volleerde Zwarte zusters. Ge bruik je kleuters om het gat in je boot te dichten, Siuan?’
‘Wij zijn geen kinderen meer,’ merkte Nynaeve verhit op. ‘Van die dertien zusters zijn er verschillende dood, en we hebben tweemaal hun plannen gedwarsboomd. In Tyr hebben we...’ Carlinya snoerde haar als met een ijzig mes de mond. ‘Je hebt ons alles over Tyr verteld, kind. En over Tanchico. En over hoe je Moghedien versloeg.’ Haar mond verwrong zich grimmig. Eerder had ze al gezegd dat Nynaeve een zottin was om niet spannen ver uit de buurt van een Verzaker te blijven en dat ze geluk had het er levend te hebben afgebracht. Dat Carlinya niet wist hoezeer ze gelijk had ze hadden niet alles verteld – veroorzaakte nog meer kramp in Nynaeves maag. ‘Jullie zijn kinderen en mogen je gelukkig prijzen dat we je niet tuchtigen. En hou nu je mond tot we je toestemming geven iets te zeggen.’ Nynaeve werd vuurrood, hoopte dat ze het als schaamte zouden opvatten en hield haar mond. Al die tijd was Sheriam Siuan aan blijven kijken. ‘Nou? Waarom heb je nooit verteld dat je drie kinderen voor de leeuwen hebt geworpen?’
Siuan haalde diep adem, maar vouwde haar handen en boog boet vaardig haar hoofd. ‘Het leek me geen zin te hebben, Aes Sedai, om dat er zoveel andere belangrijke zaken gaande waren. Ik heb niets achtergehouden als er ook maar de minste aanleiding was het te ver tellen. Ik heb u tot het kleinste feitje alles over de Zwarte Ajah verteld. Ik heb geruime tijd niet geweten waar deze twee zich bevonden en waar ze mee bezig waren. Het voornaamste is echter dat ze nu hier zijn én de drie ter’angrealen bij zich hebben. U zult beseffen wat het betekent toegang te hebben tot Elaida’s werkkamer, tot haar papieren, al is het in stukjes en beetjes. U zou zonder dit gegeven nooit hebben vernomen dat zij weet waar u zich bevindt, tot het te laat zou zijn geweest.’
‘Dat beseffen wij,’ zei Anaiya en ze wierp een blik op Morvrin, die nog steeds fronsend naar de ring stond te kijken. ‘Het komt enkel dat het middel daartoe ons lichtelijk overvalt.’
‘Tel’aran’rhiod,’ zuchtte Morvrin. ‘Het is in de Toren niet meer dan een onderwerp van studie, bijna een legende. En dan nu: droom loopsters bij de Aiel. Wie had ooit gedacht dat de Wijzen van de Aiel kunnen geleiden, of nog sterker, dit alles kunnen doen?’ Nynaeve had dat graag geheim willen houden – zoals wie Birgitte in werkelijkheid was en nog enkele andere zaken die ze hadden kunnen verzwijgen – maar er ontglipte je altijd wat als je werd onder vraagd door vrouwen die, zo nodig, met hun blik gaten in steen konden boren. Nou ja, ze moest zich maar gelukkig prijzen dat ze nog iets voor zichzelf hadden weten te behouden. Toen Tel’aran’rhiod eenmaal was genoemd en het feit dat zij de Wereld der Dromen hadden betreden, had een muis een kat de boom in kunnen jagen, voor dat deze vrouwen ophielden met vragen.
Leane deed een klein stapje naar voren, Siuan niet aankijkend. ‘Het belangrijkste is dat u door deze ter’angrealen met Egwene kunt praten, en via haar met Moiraine. Met die twee samen kunt u niet alleen een oogje op Rhand Altor houden, maar zult u ook in staat zijn hem zelfs in Cairhien te beïnvloeden.’
‘Waar hij na de Woestenij heen trok,’ zei Siuan. ‘De Woestenij, waar hij zich, zoals ik u voorspelde, ophield.’ Haar ogen en woorden mochten voor de Aes Sedai zijn bedoeld, haar bittere toon was duidelijk bestemd voor Leane, die wat bromde.
‘Dat heeft veel opgeleverd. Twee Aes Sedai naar de Woestenij gestuurd om op eenden te jagen.’
Er heerste tussen die twee inderdaad een tastbare kilte. ‘Dat is genoeg, kinderen,’ zei Anaiya op een manier of ze echt kin deren waren en zij de moeder die hun kleine ruzietjes gewend was. Ze keek de andere Aes Sedai veelbetekenend aan. ‘Het zou heel goed zijn als we met Egwene kunnen praten.’
‘Als deze tenminste werken zoals beweerd wordt,’ merkte Morvrin op, die de stenen ring op haar handpalm liet dansen en de andere twee ter’angrealen in haar schoot betastte. De vrouw zou nooit geloven dat de hemel blauw was als ze geen bewijs daarvan kreeg. Sheriam knikte. ‘Ja. Dat zal jullie eerste taak zijn, Nynaeve, Elayne. Jullie krijgen de kans Aes Sedai iets te leren. Door ons te laten zien hoe ze te gebruiken zijn.’
Nynaeve maakte een knix en toonde haar tanden. Ze mochten dat naar believen als een glimlach opvatten. Hun iets leren? Jazeker, en daarna nooit meer in de buurt van de ring of die andere twee komen. Elayne zakte eveneens kort door de knie, zo mogelijk nog stijver, en met een koud masker voor haar gezicht. Haar ogen draaiden bijna gretig naar de a’dam.
‘De pandbrieven zullen nuttig zijn,’ merkte Carlinya op. Ondanks al haar witte nuchterheid en heldere denktrant was haar geprikkeldheid in de afgebeten woorden hoorbaar. ‘Garet Brin wil altijd meer goud dan we hebben, maar hiermee kunnen we hem bijna tevreden stellen.’
‘Ja,’ gaf Sheriam toe. ‘We dienen bovendien de meeste munten te nemen. We hebben met de dag, zowel hier als elders, meer monden te voeden en meer schouders te kleden.’
Elayne gaf een genadig knikje, net alsof ze het geld niet zouden heb ben gepakt, wat ze verder ook had gezegd, maar Nynaeve wachtte slechts af. Goud en pandbrieven, zelfs de ter’angrealen, maakten maar een deel van het geheel uit.
‘Voor het overige,’ vervolgde Sheriam, ‘zijn we tot de overtuiging gekomen dat jullie in opdracht de Toren hebben verlaten, hoe onjuist dat ook was, en dat jullie daarvoor niet verantwoordelijk kunnen worden geacht. Nu jullie weer veilig bij ons zijn, kunnen jullie je studie hervatten.’
Nynaeve liet haar adem langzaam ontsnappen. Meer had ze niet ver wacht nadat de ondervraging was begonnen. Niet dat ze er blij mee was, maar voor deze keer zou niemand haar van nukken kunnen beschuldigen. Niet wanneer het naar alle waarschijnlijkheid toch niet zou helpen.
Elayne echter barstte los: ‘Maar...’ Dat was het enige, want Sheriam kapte haar scherp af.
‘Jullie hervatten je studie. Jullie zijn beiden erg sterk, maar nog geen volleerde Aes Sedai.’ Haar groene ogen keken hen scherp aan tot ze begrip zag, waarna ze milder verder sprak. ‘Jullie zijn naar ons te ruggekeerd en al is Salidar niet de Witte Toren, jullie mogen het als zodanig opvatten. Uit wat jullie ons hier hebben verteld, maak ik op dat er nog aanzienlijk meer is.’ Nynaeve snakte naar adem, maar Sheriams ogen gleden naar de a’dam. ‘Het is jammer dat jullie die Seanchaanse vrouw niet hebben meegenomen. Dat hadden jullie zeker moeten doen.’ Om de een of andere reden werd Elayne vuurrood en tegelijk heel boos. Wat Nynaeve betrof, zij was blij dat Sheriam de Seanchaanse bedoelde. ‘Maar Aanvaarden kunnen niet ter ver antwoording worden geroepen omdat ze niet denken als Aes Sedai,’ vervolgde Sheriam. ‘Siuan en Leane zullen nog vele vragen hebben. Jullie werken met hen samen en geven antwoord naar jullie beste ver mogen. Ik vertrouw erop dat ik jullie er niet aan hoef te herinneren geen voordeel te halen uit hun huidige toestand. Enkele Aanvaarden en zelfs enige Novices meenden dat zij de schuld hadden van bepaalde gebeurtenissen en dat ze hen zelfs eigenhandig mochten straffen.’ De milde toon werd staalhard. ‘Die jonge vrouwen voelen zich nu zelf uiterst schuldig. Moet ik meer zeggen?’ Zowel Nynaeve als Elayne haastte zich te antwoorden dat dat on nodig was, wat voor hen inhield dat ze het bijna stotterend ontkenden om zo snel mogelijk naar buiten te komen. Nynaeve wilde niemand de schuld geven, aangezien alle Aes Sedai volgens haar schuldig waren, maar ze had liever niet dat Sheriam boos op haar zou worden. Dit wreef de werkelijkheid nog harder onder haar neus: hun dagen in vrijheid waren zeker voorbij.