‘Jij moet ook gaan, Thom,’ zei Elayne. ‘En jij, Juilin. Het heeft geen zin dat jullie hier blijven. Wij hebben jullie nu niet nodig, maar Rhand wel.’ Ze probeerde haar doosje sieraden in Thoms handen te duwen, maar hij weigerde het aan te nemen.
De drie mannen keken naar elkaar op die ergerlijke mannenmanier, en Uno rolde zelfs met zijn ene oog. Nynaeve meende Juilin binnensmonds iets te horen mompelen als ‘heb het wel gezegd’ en ‘koppig’.
‘Misschien over enkele dagen,’ besloot Thom. ‘Een paar dagen,’ beaamde Juilin.
Uno knikte. ‘Ik kan best wat rust gebruiken, als ik tot halverwege Caemlin achterna word gezeten door zwaardhanden.’ Nynaeve keek hen nietszeggend aan en rukte met opzet aan haar vlecht. Elayne had nog nooit haar kin zo hoog gehouden en haar ogen stonden zo hooghartig dat ze er ijs mee kon hakken. Thom en de anderen zouden die tekens onderhand wel kennen; ze kon hun onzin niet toestaan. ‘Als jullie denken dat je nog steeds Rhand Altors bevelen dient op te volgen om ons te...’ begon Elayne ijskoud, terwijl Nynaeve tegelijk opgewonden zei: ‘Jullie hebben beloofd dat je zou doen wat ik zeg en ik ben van plan...’
‘Dat is het niet,’ onderbrak Thom de vrouwen, terwijl hij met een knokige vinger een sliert haar uit Elaynes gezicht streek. ‘Dat is het helemaal niet. Kan een oude, kreupele man niet ergens rusten?’
‘Om jullie de waarheid te zeggen,’ voegde Juilin eraan toe, ‘ik blijf enkel omdat Thom mij nog geld schuldig is van het dobbelen.’
‘Verwacht je van ons dat we twintig paarden van zwaardhanden kunnen stelen alsof het niets is?’ gromde Uno. Hij leek te zijn vergeten dat hij dat juist had aangeboden.
Elayne staarde hem aan, kon geen woorden vinden en zelfs Nynaeve had moeite daar iets op te zeggen. Wat waren ze diep gevallen. Geen van drieën verzette een voet. Het probleem was dat zijzelf inwendig verscheurd was. Ze had besloten dat ze hen weg zou sturen, niet omdat ze niet wilde dat ze bleven rondhangen en zouden zien hoe ze moest buigen en knikken en overal boenen. Helemaal niet. Maar nu Salidar geheel niet was zoals ze het zich had voorgesteld, moest ze toegeven, al ging dat met grote moeite, dat het... troostrijk was te weten dat zij en Elayne meer steun hadden dan Birgitte en Min. Niet dat ze het aanbod om te vluchten zou aangrijpen – als je het tenminste zo zou moeten noemen – onder geen voorwaarde. Hun aanwezigheid zou hun... kunnen troosten. Maar dat zou ze zeker niet laten merken. Dat zou ze ook niet hoeven te doen, aangezien ze zouden vertrekken, wat ze verder ook zeiden. Rhand kon hen waar schijnlijk goed gebruiken en hier zouden ze maar in de weg lopen. Behalve...
Achter haar ging de ongeverfde deur open en Siuan schreed samen met Leane naar buiten. Ze keken elkaar kil aan, voor Leane snoof en verrassend sierlijk weggleed, terwijl ze om Croi en Avar heen liep en in de gang naar de keuken verdween. Nynaeve fronste licht. Te midden van al die ijzigheid was er een ogenblik geweest, een korte knipperende oogopslag, dat ze bijna, vlak voor haar, had gemist. Siuan wendde zich tot haar en bleef toen abrupt staan. Haar gezicht werd uitdrukkingsloos. Iemand anders had zich bij hun groepje gevoegd.
Garet Brin, de gedeukte kuras vastgegespt over zijn eenvoudige bruin gele jas en de met staal beklede handschoenen in zijn zwaardriem gestoken, straalde gezag uit. Het voornamelijk grijze haar en bruine gezicht gaven hem het uiterlijk van een man die alles had gezien en alles had doorstaan.
Elayne glimlachte en knikte welwillend. Dat was wel heel wat anders dan haar stomverbaasde blik toen ze hem bij hun aankomst in Salidar aan het andere eind van de straat had opgemerkt, ik zal niet beweren dat het uitmuntend is u hier te zien, heer Garet. Ik heb gehoord dat er enige moeilijkheden bestaan tussen mijn moeder en u, maar ik weet zeker dat die hersteld kunnen worden. U weet dat mijn moeder al te haastig kan zijn. Ze zal wel bijdraaien en u vragen uw gerechtigde plaats in Caemlin weer in te nemen, daar kunt u van op aan.’
‘Aan alles komt een eind, Elayne.’ Hij negeerde haar verbijstering Nynaeve betwijfelde of iemand die Elaynes hoge stand kende ooit zo kortaf tegen haar was geweest – en wendde zich tot Uno. ‘Heb je na gedacht over wat ik heb gezegd? Shienar bezit de beste zware ruite rij ter wereld en ik heb kerels nodig op het oefenveld.’ Uno fronste en zijn ogen gleden naar Nynaeve en Elayne. Langzaam knikte hij. ‘Ik heb toch niets beters te doen. Ik zal de anderen vragen.’
Brin gaf hem een klap op de schouders. ‘Wat mij betreft, best. En jij, Thom Merrilin.’ Thom had zich half afgewend toen de man erbij kwam staan, terwijl hij langs zijn snor streek en naar de vloer tuurde alsof hij zijn gezicht wilde verbergen. Nu beantwoordde hij de vlakke blik van de man met een even vlakke blik. ‘Ik heb eens een man gekend met net zo’n naam als jij,’ zei Brin, ‘een behendig speler van een bepaald spel.’
‘Ik heb eens een man gekend die sterk op jou leek,’ antwoordde Thom. ‘Hij probeerde uit alle macht mij aan de ketting te leggen. Ik dacht dat hij mijn kop zou afhakken als hij me ooit in handen zou krijgen.’
‘Dat is al heel lang geleden, nietwaar? Mannen doen soms vreemde dingen voor vrouwen.’ Brin wierp een blik op Siuan en schudde het hoofd. ‘Wilt u met me meegaan voor een spelletje Steen, meester Merrilin? Ik wil graag met een man spelen die het spel goed kent, op de manier waarop het in hogere rangen wordt gespeeld.’ Thoms borstelige witte wenkbrauwen schoten bijna even ver omhoog als die van Uno eerder, maar hij bleef Brin strak aankijken, ik zou een spelletje of twee kunnen spelen,’ zei hij uiteindelijk. ‘Als ik de inzet ken. Zolang u begrijpt dat ik niet van plan ben de rest van mijn leven Steen met u te spelen. Ik vind het tegenwoordig onaangenaam om lang ergens te blijven. Mijn voeten kriebelen soms.’
‘Zolang ze maar niet midden in een belangrijk spel gaan kriebelen,’ maakte Brin hem droog duidelijk. ‘Komen jullie twee mee? En reken niet op veel slaap. In dit dorp moet alles gisteren worden gedaan, behalve wat vorige week af had moeten zijn.’
Hij bleef staan en keek Siuan kort aan. ‘Vandaag kwamen mijn hemden maar half schoon terug.’ En daarna ging hij Thom en Uno voor naar buiten. Siuan keek hem boos na, verlegde toen haar frons naar Min, waarop die met een grimas wegschoot in de richting die Leane had genomen.
Nynaeve begeep helemaal niets van die laatste woorden. En dan de onbeschaamdheid van die mannen; te denken dat ze daar over haar hoofd heen – of recht onder haar neus of hoe dan ook – konden praten zonder dat ze er iets van begreep. Ze had er in ieder geval genoeg van.
‘Maar goed dat hij geen dievenvanger nodig heeft,’ zei Juilin terwijl hij Siuan van opzij opnam en zich zichtbaar niet op zijn gemak voel de. Hij was nog steeds niet over de schok heen na het horen van haar naam. Nynaeve wist niet zeker of het tot hem was doorgedrongen dat ze gesust was en geen Amyrlin Zetel meer was. Het kwam door haar dat de man zo stond te schuifelen. ‘Nu kan ik tenminste over al gaan zitten en praten. Ik heb een heleboel kerels gezien die wel een boekje open willen doen bij een pul bier.’